Home

Juwelen Ontwerpen

[Up] [Antiek Galerij] [Juwelen Ontwerpen] [Specials] [Stukken]
Prev Up Next

Historische Objecten
Origineel Object
Transformatie
Bestelling

Werktekening Horus (Syberg)

Lapis Lazuli (Syberg)

Saffier (Syberg)

Ginkgo Biloba (Syberg)

 

English  


Objectief

   Een juweelobject maken is eenvoudig. Je neemt een stuk goud en wat stenen, beschikt over een atelier en de nodige kennis hoe een en ander best moet, en je begint er aan. Waaraan? Wel, je gaat naar de ontwerper en vraagt wat je moet maken, de prijs, de moeilijkheidsgraad, etc. spelen geen rol. Het beste is natuurlijk als je zelf iets ontwerpt én maakt, dan krijg je een gezonde mix van object en subject.

Mogelijke bronnen van inspiratie :

  1. Historisch geïnspireerd (object naar object)

  2. Origineel (object naar subject naar object)

  3. Transformatie (interobjectief object)

  4. Bestelling (intersubjectief object)

Het onderscheid dat hier wordt gemaakt is volkomen arbitrair, maar laat ons toe een en ander bespreekbaar te maken.


Subjectief

   We hebben het in deze sectie over symbolische objecten, zoals ze voorkomen in de buitenwereld. Volgens onze opvatting is elk voorwerp in de buitenwereld symbolisch vanaf het moment dat het een mentale representatie heeft, en al zeker als het een naam heeft. Omgekeerd komt niet met elke mentale representatie een reëel voorwerp overeen, en al helemaal niet met elk woord. We proberen, in dezelfde volgorde als hierboven aangegeven, iets te vertellen met woorden en beelden over de verschillende wegen die leiden naar een symbolisch reëel object (om het onderscheid te maken met een symbolisch mentaal object of mentale representatie).


   1. Van Object naar Object, naar een historische bron

Als we een historische bron willen nemen als inspiratiebron, zijn we verplicht ons te beperken tot symbolische objecten uit het verleden. Het zal een benoemd object zijn, of alleszins een object met een betekenis (een betekenaar dus). We kunnen ons verder beperken tot het namaken van het ding (zo goed als dat gaat, in onze huidige context), of we kunnen proberen de betekenis van het object naar moderne normen te vertalen op een objectieve (door het filter van de kritiek gehaalde) zingeving.

Neem een fibula als voorbeeld. Wikipedia vertelt daar het volgende over :

Wikipedia citaat : toga en fibula, Ref. 2

   Romein in toga, Wikipedia, ref. 2 Romein in toga, Wikipedia, Ref. 2

De toga werd door Romeinse senators alleen bij officiële gelegenheden gedragen, want het was een lastig en bewerkelijk kledingstuk om te dragen. De toga was eigenlijk alleen een grote lap wollen stof. Onder de toga werd een tunica gedragen. De toga lap was 15 voet lang en 10 voet breed. Het omdoen van de toga was een kunst op zich, omdat de plooien sierlijk moesten vallen. Één einde van de lap werd van achter naar voren over de linkerschouder geworpen, zodat de punt bijna de vloer raakte. Het andere eind werd onder de rechterarm naar voren gehaald en vervolgens over de linkerschouder naar achteren gedrapeerd en kan worden vastgemaakt met een fibula (soort speld).

   Fibula, Kleioscoop (c), Ref. 1 Fibula of kledingspels (spang), © Kleioscoop, Ref. 1

Hogere ambtenaren en priesters mochten een toga met een brede, purperen zoom dragen, de toga praetexta (ornaat).

Slaven en vreemdelingen mochten geen toga dragen.

We vinden dus in onze voortuin (of museum) een fibula - een overmaatse veiligheidsspeld zeg maar, en wensen daar een modern symbolisch object mee te ontwerpen. Gewoon namaken zou al direct een groot probleem opleveren met de Magistratuur bijvoorbeeld - omdat het teken dat er op staat ondertussen een heel andere betekenis heeft gekregen dan het symbool voor de zon van toendertijd... Dus, we moeten het symbool op zijn minst vertalen in het Nederlands, en er een zonnetje op monteren, wat allicht belachelijk zou overkomen. Bovendien zijn zulke grote spangen nu niet meer in de mode, en moeten we de dus noodgedwongen een broche-achtig object maken - en dan komen we in de vrouwelijke regionen van de samenleving terecht: weer een probleem.

We kunnen best een historische bron nemen van niet al te ver uit het verleden, dan kabbelen we gewoon verder op de stroom van de geschiedenis zelf. Het is dan als bij de biologische evolutie: kopiëren met telkens een kleine wijziging (meestal een fout genoemd). Maar, kopiëren mag eigenlijk niet wegens copyright restricties. Dus, we moeten 'het' met onze eigen woorden zeggen, of naar ons eigen inzicht symbolisch weergeven, en dan zitten we weer met het probleem van de inspiratie.

Noodgedwongen komen we in het volgende proces terecht: het creatief gebeuren met een subject als intermediair.


   2. Van Object naar Subject naar Object, het creatief proces

Zomaar een object maken uit het niets, is onmogelijk. Het zou hetzelfde zijn als van een boreling verwachten dat hij/zij meteen begint te praten of juweelachtige objecten maken. De pasgeborene kan enkele basisactiviteiten uitvoeren die door een samenspel van genetische factoren, zich ontwikkelend in een nauw luisterend medium, voorgeprogrammeerd aanwezig waren vanuit de bron (het ei uit de kip uit het ei). Het scheppingsproces.

Daarbovenop komt een heleboel omgevingsinformatie in expliciete en impliciete vorm, de oersoep voor het vormen van categorieën met symboolwaarde, en voor het benoemen van die symbolen met woorden (pointers). Als we in het juweelachtig object blijven hangen (of in de muziek), dan houden we ons op het niveau van het symbolisch object - we spreken met symbolen, waarbij we al direct op het intersubjectieve vlak actief zijn.

Als we ons beperken tot de productie van het symbool op zich (de schepping van een meesterwerk, los van de persoon waarvoor het bedoeld is), dan baseren we ons op bagage opgedaan in de loop van onze persoonlijke geschiedenis (geput uit de algemene geschiedenis), en maken een combinatie die ons ligt (ik had bijna geschreven: "die zinvol is", maar dan zitten we weer bij de betekenis voor de ander). We scharrelen een aantal objecten bij elkaar, extraheren er de kenmerken uit die in overeenstemming zijn met een bepaald gevoel (of zo iets), en combineren die tot een nieuw geheel. Scheppen is combineren in de mensenwereld, en we mogen heel tevreden zijn als het een beetje origineel is (geen platte namaak, of zodanig voor de hand liggend, dat het al duizend keer gemaakt is).

Het creatieve productieproces is intra-persoonlijk: zich afspelend binnen in de persoon, ná de interpersoonlijke subjectieveringsperiode van incorporatie van materiaal uit het medium (de dynamische grens tussen binnen en buiten, zowel psychisch als lichamelijk). We moeten ons verplaatsen binnenin het zijn, waarbij het bewustzijn het topje van de ijsberg representeert, het resultaat van onbewuste arbeid.

De ijsbergmetafoor is noodzakelijk om niet te vervallen in een mechanistisch mensbeeld zonder bewustzijn, of in een dualistisch mensbeeld waarbij een ziel huist in een lichaam. Wij vinden dat er iets is als bewustzijn dat niet teruggebracht kan worden tot een of ander stoffelijk of energetisch niveau, de eigen gewaarwording van er te zijn. Deze opvatting wordt door Chalmers het harde probleem genoemd.

Citaat uit Wikipedia, de vrije encyclopedie (Engels), Ref. 3

De term 'harde probleem bewustzijnsprobleem' werd door David Chalmers geïntroduceerd op een conferentie in Tucson, wanneer hij het onderscheid maakte tussen "gemakkelijke problemen" in verband met het begrijpen van bewustzijn (zoals waarom wij dingen kunnen onderscheiden, informatie kunnen integreren, mentale toestanden kunnen rapporteren, de aandacht kunnen vestigen, etc.) en daartegenover het "harde probleem" stelde, met formuleringen als :

  • "Waarom bestaat de gewaarwording van sensorische informatie überhaupt?"
  • "Waarom bestaan er qualia?"
  • "Waarom is er een subjectieve component aan ervaring?"
  • "Waarom zijn wij geen filosofische zombies?"

From Wikipedia, the free encyclopedia.

The term hard problem of consciousness was coined by David Chalmers at a conference in Tucson, when he distinguished between "easy problems" of understanding consciousness (such as explaining the ability to discriminate, integrate information, report mental states, focus attention, etc.) and contrasted them with the "hard problem".
Various formulations of the "hard problem":  

  • "Why does awareness of sensory information exist at all?"
  • "Why do qualia exist?"
  • "Why is there a subjective component to experience?"
  • "Why aren't we philosophical zombies?"

Het denkkader waarin wij symbolen plaatsen leidt tot bewustzijn, wanneer verschillende 'holons' (zie Ken Wilber, Ref. 4) van hetzelfde niveau synchroon samenwerken om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Het idee wordt ondersteund door Varela (Ref. 5) die een moment van actieve de-synchronisatie beschrijft tussen de waarneming van een fenomeen en de bewuste reactie (motor respons) daarop, die voorafgegaan wordt (bij de gewaarwording) en gevolgd (bij de respons) door synchronisatie.

In onze eigen terminologie ontstaat bewustzijn nabij competitieve samenwerking van grote groepen ventjes (m/v) van hetzelfde niveau (holons), die op een gegeven moment verkiezingen uitschrijven (de-synchronisatie) als ze met zijn allen vaststellen dat ze er niet meer aan uit geraken, of samen iets willen ondernemen. Het resultaat van de verkiezing is een president voor even, die, gezeten aan de top van de hiërarchie, het bewustzijn van de hele man/vrouw uitmaakt om de boel te coördineren. Hoe meer aandacht het probleem vergt, hoe meer ventjes (m/v) gemobiliseerd worden (of, aan de verkiezingen deelnemen), hoe hoger het niveau van bewustzijn.

We hebben elders (La Chose) een symbool aangeduid als het samenleggen van verschillende scherfjes van dezelfde grote scherf, die aan stukken werd gesmeten bij de eerste ontmoeting van een groep mensen, voor een gezamenlijke activiteit (vergadering, beraadslaging, complot, ... ), ter identificatie van de leden bij de tweede en volgende ontmoetingen.

Een AHA ervaring (bewust of onbewust) laat zijn sporen na in onze geest (de scherfjes), die ten gepaste tijde terug bij elkaar gelegd worden (het symbool) bij een gedeeltelijke (her)oproeping van een deel ervan. Het symbool wordt terug actief, of, het oorspronkelijke ventje (m/v) krijgt zijn bewustzijn voor een stuk terug. Nieuwe combinaties zijn uiteraard ook mogelijk: ventjes (m/v) komen bij elkaar en vormen een complexer geheel, een soort superventje (m/v) in de ogen van de kleintjes, maar misschien nog klein in vergelijking met de Big Chief die uiteindelijk gekozen wordt...

Het symbool is het intermediair tussen de geheugensporen (scherven) en bewustzijnselementen (ventjes m/v).

In het licht van al het voorgaande, is een symbolisch object dat gecreëerd wordt vanuit het subjectief substraat, als een fysieke voorstelling van het verslag van de interne vergadering van daarnet. De blauwe Lapis Lazuli parel aan de ketting, is een moment van bewustzijn in de steeds voortlopende tijd. Moment na Moment van bewustzijn.


   3. Interobjectief Object, de omvorming der symbolen


Schroot (Syberg)

Wanneer juwelen afgedankt worden, dan is het schroot. 'Oud Goud' in het jargon. Niet meer bruikbare symbolen van liefde, schoonheid, eeuwigheid, trots, rijkdom,... . Net als oude gedachten niet meer toepasbaar zijn op de huidige situatie - tot op de draad versleten, maar toch nog duidelijk fysiek aanwezig. Wat moet je daarmee gaan doen, of, waar moet je daarmee naartoe?

Eerste oplossing, en wel meest voor de hand liggend: recycleren door alles wat zuiver genoeg is te smelten en opnieuw nieuw te gebruiken, en de rest te raffineren tot 999.9‰ Au bij de Zwitserse Bank...

Fijn Goud (Syberg)
Baar goud (Syberg)

...een afvalstoffenmaatschappij die pakjes aflevert, netjes verpakt in plastic etuitjes, en met een serienummer op ook, als ware het goud waard. Het is duidelijk dat de symbolen als dusdanig bij deze bewerking vernietigd worden. De structuur wordt tot metaal en atomen gereduceerd, een niveau onder dat van 'juweel' als symbolisch object.

Om mentale symbolen op een dergelijke manier te recyclen moeten we op dezelfde manier te werk gaan: een stuk substraat herleiden tot moes en hergebruiken. De eenvoudigste manier is gewoon opeten, verteren, en hopen dat er hier en daar een stukje in de nieuw te vormen structuur terecht zal komen. Een stukje hersenen uitnemen, het vastgelegde geheugen eruit wissen en dan terug gebruiken (eventueel ergens anders) is vooralsnog niet mogelijk gebleken — ook niet in psychotherapie.

Een tweede manier om oude juwelen zinvol te gebruiken in een nieuw object, is er een César van te maken. César Baldaccini gebruikte samengeperste auto's en samengevoegde onderdelen als kunstobject, bijvoorbeeld. Vandaar de naam.

Citaat Haelemeersh, César, Ref. 6

César probeerde zijn drang niet naast zich neer te leggen, vooral ook omdat de auto als object hem al lange tijd bezighield. In 1959 al sprak hij over compressies, over het pletten van een volledige auto, van boven te beginnen, zo plat als een pannenkoek. Hij nam het idee weer op in 1970 in Milaan bij de feestelijkheden rond de tiende verjaardag van het Nouveau Réalisme en werkte het in 1986 volledig uit met zijn serie compressies van Peugeots, de zogenaamde Championnes.
Vanaf 1958 was César vaak te vinden op autokerkhoven. Hij hield er stil bij de autowrakken en nam zelfs enkele samengeperste stukken carrosserie mee naar huis om ze vervolgens op de schoorsteenmantel te plaatsen en te koesteren, als waren het Art Nouveau-vazen waaraan hij bijzonder gehecht was.

Mensen brengen enkele gebruikte en versleten stukken binnen, en vragen er iets van te maken, zodanig dat het oude patroon er hier en daar nog in te herkennen valt. De eenvoudigste manier, is er een collage van te maken:

César (Syberg)
César (Syberg)

Er zitten stukjes in met een sterretje, maantjes, oogjes, ketting..., alles netjes op een plaatje gesoldeerd. Als een relikwie, een beetje. Het kan interobjectief genoemd worden, omdat de oorspronkelijke objecten volgens een bepaald vooraf afgesproken systeem in stukjes worden gezaagd en op een plaatje geplaatst, zonder al te veel subjectieve inbreng. Het eindproduct (object) is het resultaat van stukjes verleden, als aandenken, bijeengevoegd als een fotoalbum met navenante persoonlijke gevoelens voor de eigenaar van de oorspronkelijke objecten. De maker mijmert niet over de betekenis van de stukken, maar gebruikt ze alleen maar met het oog op een 'plaatje'.

Hoe het in een mentale innerlijke omgeving mogelijk zou zijn om objecten te verenigen tot een nieuw object dat dan past in een symbool waar een ventje uit groeit... weet ik niet precies.

autokerkhof Moscou, Ref. 7
Autokerkhof Moscou
© Joshua MacDonald, Ref. 7

Laten we wat rondwandelen op het autokerkhof. Er is er eentje te vinden in Moscou, tussen de bomen.

Toen ik met Lieve eens ging wandelen in een natuurpark in Gent, konden we plots in een stuk bos wandelen dat voorheen altijd afgesloten was voor het publiek: de omheining was weggenomen, en de borden met 'verboden...' ook. Ergens in het midden van het stukje bos stond daar plompverloren een autowrak, met kapotte ruiten en platte banden, roestig, de zetels er half uitgetrokken. Het was een bizarre gewaarwording om in de natuur een wrak tegen te komen - als een gezonken boot tussen de vissen op de zeebodem. Misschien is het als een hallucinatie, het opduiken van beelden en/of geluiden waar die helemaal niet thuishoren.

Meestal worden afgedankte mentale symbolen verdrongen, weggestopt tussen de bomen van het bos. Als er een heleboel zijn, en nog maar weinig groen bos meer over is om in rond te wandelen, spreekt men van een neurose - of, in moderne termen, van een of ander disorder: te weinig mentale ruimte, of gestoorde paden in de levensnoodzakelijke gebieden. Rijden ze allemaal tegelijk naar buiten, dan komt er een psychose, een mentale César in het kwadraat. Alsof je alle oude juwelen tegelijk wilt aandoen, en er toch nog fris en aantrekkelijk zou willen uitzien ook.

Een gewone mentale César zal dan de tentoonstelling zijn van een deel van wat ooit geweest is, en waarvan je ondervonden hebt dat het best kan vervangen worden door iets nieuws. Hetzelfde gebeurt in psychotherapie, waar heel dikwijls oude koeien uit de gracht moeten worden gehaald, omdat ze daar te veel hinder veroorzaken. Als je met de overschot een kunstwerk kunt maken, is dat lekker meegenomen - maar dan begint het al aardig op een gewone bestelling te gelijken, met in het subject verankerde objecten als resultaat.


   4. Intersubjectief Object, bij een gewone bestelling

Een gewone bestelling trekt heel goed op het creatief maken van een origineel persoonlijk object. De persoon in kwestie komt met een bepaald idee naar ons toe, en vraagt of wij dat kunnen maken. Het idee is langzaam gegroeid, als de kristallisatie van een mentaal symbool, en wil geobjectiveerd worden - omdat het belangrijk is voor de persoon, en nog vaker, voor de relatie van die persoon met iemand anders.

De besteller vraagt de maker inzicht te verwerven in het achterliggende gevoel-met-voorstelling (mentaal symbool) dat het object zou moeten representeren. Is dat niet het geval, en wordt er alleen maar gevraagd een voorwerp na te maken (uit een boekje bijvoorbeeld), dan hebben we een object object (nog minder dan bij een César).

Wordt er echter wél gesproken over het mentale symbool, dan komt er een intersubjectief object tot stand, want, de maker moet de betekenis van het symbool (dat met woord en beeld wordt aangeboden) vertalen naar zijn/haar eigen referentiekader, en daar dan iets mee maken dat een symbiose vertegenwoordigt tussen de twee mentale symbolen.

In psychotherapie gebeurt dat voortdurend, maar in plaats van met objecten als resultaat, met voorschrijdende interactie tot gevolg.

Een subjectief gegeven wordt verwoord en verbeeld met lichaamstaal, en de therapeut wordt verondersteld daar zo goed en zo kwaad als dat kan in mee te gaan (het aangebodene te ondergaan als zijnde een naïef object, zoals kinderen kijken naar de poppenkast, meevoelend en meelevend), meer zelfs, de therapeut wordt verondersteld zijn/haar eigen referentiekader te betreden om vanuit hetzelfde basisgevoel mee te denken en te spreken met de cliënt: intersubjectief contact.

Het mag daar natuurlijk niet bij blijven. De therapeut wordt verondersteld de zaak achteraf (na enkele seconden, minuten of uren...) objectief te bekijken - na te denken over de ervaring in het bos aangaande de autowrakken die daar te beleven vielen, en daar dan verslag over uit te brengen (duiding), of daar een slag op te geven (sturing). Bij psychoanalyse wordt zo weinig mogelijk gestuurd, maar de duiding op zich is meestal genoeg om intersubjectief omgezet te worden in een gestuurde actie - is het niet in de sessie zelf (overdracht), dan daarna en daarbuiten bij anderen (uitageren) - die dan terug vatbaar is voor interpretatie of duiding. Waarover later meer.

Referenties

  1. Fibula. © Kleioscoop
    http://kleioscoop.digischool.nl/

  2. Toga, Wikipedia.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Toga

  3. Chalmers' hard problem, Wikipedia.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Hard_problem_of_consciousness

  4. Ken Wilber, Wikipedia.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Ken_Wilber

  5. Francisco Varela, homepage.
    http://web.ccr.jussieu.fr/varela/index.html

  6. Healemeersch over César.
    http://users.skynet.be/haelemeersch/publications_art_c.htm

  7. Car yard, Moscou, © Joshua MacDonald.
    http://www.cs.berkeley.edu/~jmacd/moscow/index_4.html

 

 

A. Syberg, Belgium
E-Mail Syberg : Home Page

Copyright © 2005 A. Syberg
Site Last  update 21.01.2007