|

|
Dubbele Poort
[Up] [Frustratie] [Dubbele Poort] [Verdiepingen] [Hydra] [Emergentie] [Labyrinth] [Gradiënten] [Verplaatsing] [Controle]
 |
|
 |
English
Objectief: Droom
08-01-2006
We hebben een poort
in Bankirai hout gemaakt, met twee vleugels die naar binnen opengaan
-- op de oprit. Nu moeten we een tweede poort daar vlak tegenaan
zetten, met scharnieren op dezelfde palen. Deze poort moet eveneens
naar binnen opendraaien, maar dat zal bijzonder moeilijk zijn wegens
de plaatsing van de eerste scharnieren (duimen eigenlijk). Als ik
wakker word, stel ik mij voor dat de oplossing gemakkelijk zou
gevonden kunnen worden indien de eerste poort als buitenste zou
kunnen dienen, maar daar kwam ik in de droom helemaal niet op. De
buitenste poort moest dienen om de atomen buiten te houden.
Dan is er iets op top van een wolkenkrabber van
toch wel zes verdiepingen hoog, wat in de droom ook al zo raar leek.
Het dak was een glazen koepel, en we stonden in een soort winkel of
bureel. Het was kwestie om daar vandaan verder te geraken.
Vervolgdroom
09-01-2006
Lieve en ik moeten
een examen afleggen. We schrijven de tekst op onze linker arm. De
lerares komt zeggen dat we alles opnieuw zullen moeten doen, omdat
de mededeling "bij provo" er in vermeld staat.
We doorstrepen de vermelding, maar toch hadden
we het beter meteen op papier gezet: veel minder moeite. We zullen
het moeilijk hebben om de verf (black-varnish) van onze huid te
wassen...
|
|
|
Subjectief: Vrije Associatie
Een dubbele poort in
Bankirai heb ik al eens gemaakt, samen met Lieve. De eerste poort,
die vooraan staat, is in ijzer, met spijlen, en is bedoeld voor de
atomen; de tweede poort, in hout, is om privatieve delen te
onderscheiden van terrein waar ook klanten kunnen komen.
In de droom is er een binnenpoort, maar nog geen
buitenpoort, en het blijkt bijzonder moeilijk om er een te voorzien,
gezien deze die er al staat de verdere uitbouw belemmert.
Het zou eigenlijk gemakkelijk moeten zijn. Je hebt een privé
terrein, en eentje dat voor je werk is. |

|
Prof Ghysbrecht: 'Professor is mijn
voornaam'. Het was een heel bijzonder man die bijvoorbeeld zei dat
je zo objectief mogelijk moet zijn in psychotherapie, maar dat het
niet mogelijk is je daar subjectief niet in te mengen: je zit er
gewoon met je subject helemaal tussen gedraaid, dus.
|
Citaat A.
Goudsmit (Ref.
2)
Het verschil tussen de
binnenzijde en de buitenzijde van een eenzijdige grens
is dat binnen het verschil tussen binnen en buiten niet
bestaat, en buiten wel. De eenzijdige grens is daarmee
de grens van zijn eigen domein van geldigheid, en men
passeert hem in de ene richting door hem te vergeten, in
de andere richting door hem opnieuw te beseffen. |
Het komt er een klein beetje op aan, dat je iemand slechts kunt
begrijpen wanneer je er een empathische relatie mee aangaat, als je
zo ver meegaat in het verhaal, dat je werkelijk meevoelt waar 'het'
over gaat: dan zit je aan de binnenkant van het verhaal, ín de
relatie met de klant(en), en dan zie je de wereld ook vanuit dat
perspectief. Er is geen verschil tussen binnen en buiten, omdat de
grenzen van het intersubjectief gebeuren deze van het universum
zijn.
Stap je even later (wat dat ook moge wezen) uit die relatie, dan
wordt de wereld van de cliënt losgemaakt uit de eenheid van daarpas,
en zie je die terug als het standpunt van een ander, objectief te
benaderen en te beschrijven in vergelijking met andere werelden van
nog andere mensen, en met determinaties van zulke universa aan de
hand van theorieën, gesprekken met collega's en dergelijke meer. De
buitenkant of grens van de mens of groep in kwestie is dan enigszins
zichtbaar, en dat privatieve terrein is duidelijk met poorten
afgesloten van de rest van het door mij beleefde universum, of is er
een object in.
Je zou moeten zeggen, net zoals in de droom: 'ik' word op het moment
van de intersubjectieve ontmoeting de versmelting van twee of meer
mensen, en schuift enkele tellen daarna op naar een andere
samenstelling, die zowel intern (intra-psychisch) als extern (inter-persoonlijk)
gedetermineerd kan zijn.
Misschien is deze stelling overdreven, maar toch schuift het centrum
van bewustzijn van binnen in mijn geest naar een plaats ergens
tussen de twee of meer deelnemers aan de ontmoeting, of, er is een
duidelijke overlapping van de coördinerende agenturen aanwezig in
ieders hoofd.
Als we bewustzijn zouden definiëren als het coördinerend
controlecentrum in een geest (brein, organisme, groep cellen...), en
dat het moment van bewustzijn begint bij het synchroniseren van de
verschillende instanties die de coördinatie ondersteunen, dan zou de
intersubjectieve bewustzijnskern kunnen bestaan uit een (primitieve)
intermenselijke synchronisatie van de afzonderlijke clusters actieve
(hersen)gebieden.
Misschien word mijn persoonlijk bewustzijn een beetje afgezwakt, en
dat van de ander ook, en hangt het verloren gebied dan ergens in het
midden met een eigen identiteit en/of interpersoonlijk bewustzijn,
waar ik als deelnemer geen zicht op heb, maar wel aan deelneem. |

|
MST: Metasysteem Transitie (Ref.
3)
|
Citaat
V. Turchin, C. Joslyn, 1999,
ref. 3, in Principia
Cybernetica Web
"Beschouw een bepaald
systeem S. Stel dat er een mogelijkheid bestaat om er
een aantal copijen van te maken, eventueel met
variaties. Veronderstel dat deze systemen verenigd zijn
in een nieuw systeem S' die de systemen van het S type
als subtype heeft, met daarbij nog een bijkomend
mechanisme omvat ter controle van het gedrag en de
productie van de S -subsystemen. Dan noemen we S' een
metasysteem ten aanzien van S, en de creatie van S' een
metasysteem transitie. Ten gevolge van consecutieve
metasysteem transities ontstaat er een gelaagde (multilevel)
controlestructuur, die gecompliceerde gedragspatronen
toelaat.
Met de scope van de MST bedoelen we het originele
systeem S, en het aantal geïntegreerde systemen noemen
we de schaal (scale). De minimale schaal van een
MST is een. In dit geval treedt er geen reproductie van
de scope op, maar ontstaat er toch een controle niveau,
en dus is er sprake van een metasysteem transitie.
In een gelaagd controlesysteem is elk niveau
geassocieerd met een bepaalde activiteit die
karakteristiek is voor dat niveau. Iedere metasysteem
transitie creëert en nieuw type activiteit. Wanneer A
de controleactiviteit is van het bovenste niveau in een
bepaald systeem, dan ontstaat er in een metasysteem een
nieuwe activiteit: die van het nieuwe controleniveau.
Laat het ons A' noemen. Het controleert in die
zin de activiteiten van A, waarvan het niveau nu gezakt
is naar het op één na hoogste.
controle van A = A'
Dit is een functionele
beschrijving van een metasysteem transitie, die ons
toelaat een metasysteem transitie aan te wijzen, zelfs
in die gevallen waar we de exacte structuur van de
betrokken systemen niet kennen."
[Consider a system S
of any kind. Suppose that there is a way to make some
number of copies from it, possibly with variations.
Suppose that these systems are united into a new system
S' which has the systems of the S type as its subsystems,
and includes also an additional mechanism which controls
the behavior and production of the S-subsystems. Then we
call S' a metasystem with respect to S, and the creation
of S' a metasystem transition. As a result of
consecutive metasystem transitions a multilevel
structure of control arises, which allows complicated
forms of behavior.
We refer to the original system S as the
scope of the MST, and to the number of integrated
systems as its scale. The minimal scale of an
MST is one. In this case there is no reproduction of the
scope, but a control level still emerges, so it is a
metasystem transition.
In a multilevel control system each level is associated
with a certain activity which is characteristic for this
level. Each metasystem transition creates a new type of
activity. If A is the activity on the top level
of control in some system, then in a metasystem
transition a new activity emerges: that of the new
control level. Let it be referred to as A'. It
can be described as controlling the activities A
of the level which now is penultimate:
control
of A = A'
This
is a functional description of a metasystem transition,
which allows us to pinpoint a metasystem transition even
in those cases where we do not know the exact structure
of the systems involved.] |
Het lijkt mij een interessante beschrijving van wat ik waarneem in
het ontstaan van 'ik' in de droom, waar meerdere actieve clusters
symbolen [ventjes(m/v)] samenkomen tot vorming van één momentane
president, het centrum van bewustzijn of 'ik'.
Vooraleer er verder mee te werken, zou ik graag nog eens kijken wat
er juist bedoeld wordt met 'controle'. Het lijkt alsof er een
controlerende agentuur bovenop een bestaande structuur met
controle-eenheden komt zitten, maar ik zou het liever definiëren als
het ontstaan van een tijdelijk coördinerend orgaan in een bestaande
structuur van binnen uit, waarvoor de metafoor van een verkiezing
(in real time) of van een versneld evolutietraject kan genomen
worden. |

Fig. 1 |
Controle (Ref. 4)
|
Citaat
V. Turchin, F. Heylighen, C. Joslyn, &
J. Bollen, 1996, Ref. 4
"Controle is de
operationele mode van een controlesysteem dat
twee subsystemen omvat: controleren (een controleur of
controller) C en gecontroleerd worden (een
gecontroleerde) S. Ze interageren, maar er is een
verschil tussen de invloed van C op S, en
die van S op C. De controller kan de staat
van het gecontroleerde systeem S willekeurig
wijzigen (actie), of zelfs vernietigen. De
invloed van S op C bestaat uit het vormen
van een perceptie van systeem S in de
controller C. Zie Fig. 1."
[Control is the
operation mode of a control system which
includes two subsystems: controlling (a controller) C,
and controlled, S. They interact, but there is a
difference between the action of C on S,
and the action of S on C. The controller
C may change the state of the controlled system
S in any way, including the destruction of S.
The action of S on C is formation of a
perception of system S in the controller
C. This understanding of control is presented in
Fig.1.] |
Omdat het controlesysteem zo goed past in hetgeen ik al op
verschillende plaatsen hier heb geschreven, nog een beetje meer
citaat.
|
Citaat
V. Turchin, F. Heylighen, C. Joslyn, &
J. Bollen, 1996, Ref. 4
Fig. 2
"In Fig. 2 definiëren
we het concept van perceptie. In de controller zien we
een agent die verantwoordelijk is voor zijn
acties, en een representatie van het
gecontroleerde systeem dat een object is waarvan we de
toestand identificeren met percepties. De relatie tussen
representatie en agent wordt omschreven als een stroom
van informatie: de acties van de agent hangen af
van deze stroom. Dus, de actie van S op C
is beperkt in zijn effect, doordat enkel de
representatie van S veranderd wordt in C,
niet de rest van het systeem. Vandaar de asymmetrie van
de controlerelatie: C controleert S, maar
S controleert C niet. De actie van S op C
wordt "gefilterd" door de representatie: het effect
ervan op C kan niet groter zijn dan toegelaten door de
verandering in de representatie.
Natuurlijk kunnen twee
systemen elkaar onderling controleren, maar dan hebben
we een andere, complexere relatie, die we nog steeds
zullen omschrijven als een combinatie van twee
asymmetrische controlerelaties."
[In Fig.2 we define
the concept of perception. We see in the controller an
agent which is responsible for its actions, and
a representation of the controlled system,
which is an object whose states we identify with
perceptions. The relation between representation and
agent is described as a flow of information:
the actions of the agent depend on this flow. Thus the
action of S on C is limited, in its
effect, by changing only S's representation in
C, not the rest of the system. Thus the asymmetry of
the control relation: C controls S, but
S does not control C. The action of S
on C is "filtered" through the representation:
its effect on C cannot be greater than allowed by
the changing state of the representation.
Of course, two systems
can be in a state of mutual control, but this will be a
different, more complex, relation, which we will still
describe as a combination of two asymmetric control
relations.]
Fig. 3
"In veel gevallen
kunnen we ook een gedetailleerder beeld krijgen van het
gecontroleerde systeem, zoals voorgesteld in Fig. 3. We
beschrijven het gecontroleerde systeem aan de hand van
enkele variabelen, en maken daarbij onderscheid tussen
de variabelen die direct geaffecteerd worden door
de controller en deze die erdoor geobserveerd
worden bij de perceptie. Het causale verband tussen de
geobserveerde variabelen en de geaffecteerde variabelen
wordt bepaald door de intrinsieke dynamiek van het
systeem. We mogen ook de invloed van mogelijke storingen
op de geobserveerde variabelen niet vergeten.
In Fig. 3 hebben we
ook nog iets toegevoegd aan de controller: het bevat nu
nog een object dat de agent beïnvloedt: het doel.
De agent vergelijkt de huidige representatie met het
doel en onderneemt acties die er naar streven het
verschil tussen die twee te minimaliseren. Dit is bekend
als doelgericht gedrag. Het resulteert niet
noodzakelijkerwijs uit het bestaan van een
geobjectiveerd doel; het doel kan in het systeem
ingebouwd zijn -- er in opgelost als het ware. Maar, een
typisch controlesysteem gevat gewoonlijk een doel als
een identificeerbaar subsysteem.
Zelfs al is de
controlerelatie asymmetrisch, deze omvat een 'closed
loop'. Gezien vanuit de controller, start de loop met
zijn eigen actie en wordt gevolgd door een perceptie,
die een actie is in de omgekeerde richting: van de
gecontroleerde naar de controller. Dit aspect van de
relatie is gekend als feedback.
[In many cases the
controlled system can be also seen in greater detail,
which is done in Fig.3. We describe the controlled
system using some variables and distinguish between the
variables directly affected by the controller,
from the variables which are observed by the
controller in perception. The causal dependence of the
observed variables on the affected variables is
determined by the intrinsic dynamics of the system. We
also must not forget about the effect of uncontrollable
disturbances on the observed variables.
In Fig.3 we also made
an addition to the controller: it now includes one more
object which influences the agent: goal. The
agent compares the current representation with the goal
and takes actions which tend to minimize the difference
between them. This is known as purposeful behavior.
It does not necessarily result from the existence of an
objectified goal; the goal may be built into
the system -- dissolved in it, so to say. But a typical
control system would include a goal as a an identifiable
subsystem.
Even though the
relation of control is asymmetric, it includes a closed
loop. Looked from the controller, the loop starts with
its action and is followed by a perception, which is an
action in the opposite direction: from the controlled to
the controller. This aspect of control relation is known
as feedback.] |
Een en ander is vergelijkbaar met het
feedbacksysteem dat ik voorstelde in "symboliek",
eerder. |

|
Om nog even terug te keren naar de Metasysteem Transitie, gaan
we nog een te rade bij Volvox, voor de zoveelste keer:
|
Citaat biologisch
voorbeeld MST, Alexei Sharov, 1998,
ref. 6
"Blijkbaar zijn
meercellige organismen ontstaan uit kolonies cellen
zoals bij Volvox. Een kolonie spruit voort uit één cel.
De kolonie controleert verschillende celfuncties. Cellen
delen meestal in de richting van de oppervlakte van de
kolonie. Er is ook coördinatie van de beweging van de
kolonie. De richting van beweging wordt bepaald door een
soort 'stembeurt' onder de cellen. De kolonie beweegt in
de richting waarin de meerderheid van de cellen wil
gaan." [Apparently,
multicellular organisms originated from colonies of
cells like Volvox. A colony is formed by the progeny of
a single cell. The colony controls several functions of
the cells. Cells divide mostly in the direction of the
colony surface. There is also coordination of colony
movement. The direction of movement is determined by a
kind of 'voting' among cells. The colony moves in the
direction where the majority of cells want to move.] |
Wat onmiddellijk opvalt, is de stemronde die telkens nodig is om de
richting van het zwemmen te bepalen. Hetzelfde fenomeen doet zich
voor in een kudde koeien in een groot 'park'. Daar trekken ze van de
ene plaats naar de andere, en ze gaan allemaal samen. Om de
besluitvorming even in beeld te brengen :
Eén van de koeien staat aan het einde van de dag recht (ze liggen
allemaal neer, herkauwen en zo) en wijst met haar kop in een
bepaalde richting (daarheen wil ze lopen, zeg maar), en gaat terug
liggen. Een tijdje later staat een ander dier recht, wijst in haar
preferentiële richting, en gaat terug liggen. Zo gaat dat een hele
tijd door, tot meerdere dieren tegelijk opstaan en wijzen.
Geleidelijk aan ontstaan een soort consensus, en als de prikkel op
te vertrekken groot genoeg is, stappen ze allemaal op in de richting
van de meerderheid. Het beeld van 'stemmen' heb ik al veelvuldig
gebruikt binnen de context van gedachten- en besluitvorming. Een en
ander is uit te beelden als een golfbeweging binnen de 'kolonie', en
ontstaan misschien op die manier de zogenaamde hersengolven.
Om dan terug te keren tot de meer algemene visie op MST:
|
Citaat MST,
V. Turchin, C. Joslyn, 1999,
ref. 3
Het klassieke voorbeeld van een MST is
het ontstaan van meercellige organismen. Hier is systeem
S een levende cel, die kan voortleven op zichzelf.
Reproductie van de cellen en hun integratie in een
metasysteem creëert S', een organisme van een nieuw
type, dat kan bestaan uit duizenden tot miljoenen
cellen. Aan het begin van dit proces kan het
controlemechanisme redelijk eenvoudig zijn: kwestie van
de cellen bij elkaar te houden. Het gebeurt gewoon onder
invloed van de natuur, zonder specifieke ruimtelijke
substructuur. Doch onder invloed van opeenvolgende
metasysteem transities ontstaat er specialisatie van
cellen, en we zijn getuige van de creatie van een
gelaagde hiërarchie, van structuren en functies, waarbij
cellen geïntegreerd worden in weefsels, weefsels in
organen, organen in een organisme, waarbij alles
gecontroleerd wordt door hormonale en neuronale systemen
(zie bijvoorbeeld metasysteem transities in de
biologie).
De vorming van de menselijke samenleving
vanuit afzonderlijke individuen is ook een MST. Zoals
het geval is voor meercelligen, is de scope van S in
deze transitie het hele beschouwde systeem. Dat is niet
altijd zo. Een metasysteem transitie kan plaatsvinden
over een scope dat een substructuur is van het
beschouwde systeem. Dus, de vorming van een leger uit
rekruten is een typische MST die resulteert in een
controlehiërarchie, maar de units die worden
geïntegreerd zijn individuele rekruten, geen hele
gemeenschappen. Een belangrijker voorbeeld van dit soort
is de metasysteem transitie in het brein die geleid
heeft tot het ontstaan van de mens. ...
Ook in alle evolutionaire ontwikkelingen
zijn de belangrijkste gebeurtenissen MST's. ...
Hier zien we bijvoorbeeld de sequens van
metasysteem transities die, te beginnen bij het
verschijnen van bewegingsorganen, geleid heeft tot het
ontstaan van de menselijke gedachte en menselijke
samenleving.
-
controle van
positie = beweging
-
controle van
beweging = prikkelbaarheid (enkelvoudige refex)
-
controle van
prikkelbaarheid = (complexe) reflex
-
controle van
reflex = associatie (geconditioneerde reflex)
-
controle van
associatie = menselijk denken
-
controle van
menselijk denken = cultuur
[The classic example of an MST is the emergence of
multicellular organisms. Here system S is a
living cell, which can survive on its own. Reproduction
of cells and their integration into a metasystem creates
S', an organism of a new kind, which may consist
of thousands and millions of cells. At the beginning of
this process the control mechanism is quite rudimentary:
just holding cells together. It takes place due to the
laws of nature, without any spatially separated
substructure. But in the course of further metasystem
transitions, specialization of cells occurs, and we
witness the creation of a multilevel hierarchy of
structures and functions, where cells are integrated
into tissues, tissues into organs, organs into an
organism, and all this is controlled by the humoral and
nervous systems (for further examples, see Metasystem
transitions in biology).
Formation of the human society from individuals is
also an MST. As in the case of multicellular organisms,
the scope S of the transition is the whole system
under consideration. This is not always so. A metasystem
transition can take place over a scope which is a
substructure of the considered system. Thus, formation
of an army from conscripts is a typical MST resulting in
a hierarchy of control, but the units which are
integrated are individual conscripts, not whole
societies. A more important example of this kind is the
metasystem transition within the brain which resulted in
the emergence of the human being. ...
As in all evolutionary developments, the most
important events are metasystem transitions. ...
For example, here is the sequence of metasystem
transitions which led, starting from the appearance of
organs of motion, to the appearance of human thought and
human society:
- control of position = movement
- control of movement =
irritability (simple reflex)
- control of irritability =
(complex) reflex
- control of reflex = associating
(conditional reflex)
- control of associating = human
thinking
- control of human thinking =
culture]
|
Binnen de sequens hierboven is vooral het laatste deel van belang
voor de studie van symbolen, ventjes en 'ik' in dromen en gedachten
en samenlevingen. In een eerste poging een en ander uit te breiden,
probeer ik volgende onderverdeling:
-
controle van reflex = primaire associatie
(geconditioneerde reflex)
-
controle van primaire associaties =
symbolisatie (complexe associaties)
-
controle van symbolen = onbewust- of
droom-denken (ventjes, nonverbaal uitagerend)
-
controle van onbewust denken = talig denken
(pointers)
-
controle van talig denken = menselijke
communicatie (pointer to pointer, plus nonverbaal)
-
controle van communicatie = microcultuur
-
controle van microcultuur = cultuur
We doen verder een poging om enkele ideeën van symboliek en ventjes
en zo van die dingen in te passen in een MST omgeving. (zie
verder)
|
|
Reflexboog.
| Citaat uit 'Reflex Arc',
Ref. 7
stimulus --> receptor --> sensory neuron
--> interneuron --> motor neuron --> effector organ -->
response

Spier strekreceptoren
liggen parallel aan de spiervezels en komen voor in
bijna alle skeletspieren. Vlugge strekking of
over-strekking van een spier activeert deze receptoren
erg sterk, wat resulteert in een reflexieve contractie
(samentrekking) van de gestrekte spier. De gewone
functie van de strekreflex is het tegengaan van
onvrijwillige uitrekking (strekking) van spieren, zodat
het lichaam in een rechtstaande positie kan blijven in
weerwil van onverwachte veranderingen in houding. Het is
dus noodzakelijk voor de houding en voor het voorkómen
van schade door over-rekking van ledematen.
Muscle
stretch receptors are arranged in parallel within the
muscle fibers of almost every skeletal muscle. Rapid
stretching or over stretching of a muscle strongly
activates these stretch receptors, resulting in a
reflexive contraction (or jerk reaction) of the
stretched muscle. The normal function of a stretch
reflex is to oppose involuntary stretching of muscles,
making it possible for the body to be held in an erect
position and to resist unexpected changes of position.
Thus it is critical for posture and preventing damage
from hyperextension of limbs. |
Een sensorisch neuron maakt met zijn dendrieten contact met de
spiervezels (vinger aan de pols als het ware). Als die (plots)
uitrekken, wordt het neuron geëxciteerd en geeft eventueel een
impuls door via het axon naar de synapsen in het ruggemerg... Een
motorneuron ontvangt het signaal (via neurotransmitter) en
stimuleert de spier die werd uitgerokken om samen te trekken.
Tegelijk, via een inihiberend interneuron, wordt de spier die de
beweging zou kunnen tegenwerken aangezet om te verslappen...
Eigenlijk doet de technische uitleg niet veel ter zake. Alleen
moeten we vinden waar het controlesysteem nu zit, op welk niveau we
ons bevinden, en waar de onderdelen van C en S zijn te vinden.
Laten we om te beginnen het standpunt innemen van een neuron,
bijvoorbeeld het sensorisch neuron (blauw in de tekening). Het is
een cel, die dermate is gespecialiseerd dat hij buiten de omgeving
waarin hij zich (gewoonlijk) bevindt niet zou kunnen overleven; toch
niet in de sloot bijvoorbeeld, zoals zo veel eencelligen dat wel
kunnen.
Als ik die cel zou zijn, dan had ik nu een heel ander leven dan in
de sloot. Voor eten en drinken moet ik niet zorgen, frisse lucht en
warmte zijn netjes geregeld; pensioen, kinderen krijgen, allemaal
geen probleem. Ik moet mij alleen maar bezighouden met mijn taak
(naast het in stand houden van mijn eigen stofwisseling): als er
voldoende reden is om een signaal af te geven, dan moet ik dat doen,
en anders niet (niets).
Is er in mij, als cel, een controlesysteem aanwezig met C en S?
Als we als S alle subsystemen samennemen (de kern met het DNA, de
organellen, mitochondriën, celmembraan... ), dan kunnen we in het
systeem enkele onderdelen aanduiden:
|

|
-
doel: rustig blijven, eten en drinken (en
zo), en, als er een storing komt die ernstig genoeg kan genoemd
worden, dan een signaal afgeven. Aangezien het doel in C zit,
zal C iets te maken hebben met controle over het al dan niet
afgeven van het signaal.
-
storing: het uitrekken van een spier (of het
nu een vezel is of meer, laten we in het midden). Hoe sneller
en/of hoe meer de vezel wordt gerokken, hoe sterker de storing.
De storing treedt op in de S (subunit of gecontroleerde).
-
De geobserveerde variabelen hebben iets te
maken met de potentiaal die over de celmembraan staat aan de
dendrietenkant (input). Vanaf een bepaalde waarde, geïntegreerd
over de membraan, gaat de cel (ik) vuren, of, aan de output iets
doen met de potentiaal van de celmembraan aan de axonkant en de
transmitterstoffen in de synapsen (de plaats waar de cel zijn
signaal afgeeft), of, met de geaffecteerde variabelen. De
dynamiek van het systeem zorgt er voor dat de zaak na verloop
van tijd terug tot rust komt. Alles bevindt zich in S, de
gecontroleerde systemen.
-
De metasysteem transitie installeert een
nieuwe activiteit, coördineert het vuren van het neuron. Hoe een
en ander in detail ineenzit zullen we niet behandelen. De
perceptie van de geobserveerde variabelen zorgt voor een
verandering in de representatie... Iets in de cel ondergaat een
verandering onder invloed van de membraanpotentiaal. Deze
verandering wordt als informatie doorgegeven aan een comparator:
vanaf hier moet er gevuurd worden, anders niet. De
comparatorstructuur kunnen we de agent noemen, die al dan niet
overgaat tot de actie.
Nu kunnen we ons afvragen of ik als cel ook bewustzijn heb. Als we
bewustzijn definiëren als coördinerende instantie op het hoogst
zichtbare niveau, dan kunnen we stellen dat, behalve in tijden van
hongersnood of andere calamiteiten, ik een bijna slapend leven leid:
met weinig of geen bewustzijn. Het rommelt wel wat onder de
waterlijn (schommelingen in de omgeving of ruis van binnenuit). Als
het er echter op aankomt te handelen, schiet ik wakker, word mij
bewust van mijn bestaan, en ga ik een ogenblik aan de slag: vuur; en
dan gaat het vanzelf weer over.
Kijken we verder naar de kniereflex, dan schijnt het alsof er zo
danig veel neuronen samenwerken dat de spier in zijn geheel
samentrekt op uitnodiging van de dokter die de pees eventjes aantikt
met zijn hamertje, en alzo een plotse uitrekking van de spier
veroorzaakt. Ik wil niet op alle details ingaan, en zo vrij mogelijk
fantaseren...
Dus, laat ons zeggen dat er ook onderling contact is tussen de
neuronen die de spier voelen (sensorische neuronen). Als er eentje
opgewonden raakt, dan laat het dat weten aan zijn buur: maat, ik
krijg het nogal warm aan mijn vingers, hoe zit het met jou? Als die
het ook zo aanvoelt, en er zijn er nog een heleboel andere, dan
besluiten ze over te gaan tot gezamenlijke actie (via laterale
excitatie en/of inhibitie bijvoorbeeld). Het zal wel niet voor niets
zijn dat de cellichamen verzameld zijn in een ganglion
waarschijnlijk. |

|
Zie ze daar allemaal op een hoop zitten in
het "dorsale wortel ganglion"; ze zullen wel iets aan elkaar te
vertellen hebben zeker (via chemische woorden als
communicatiemiddel).
Zou er op dat niveau sprake kunnen zijn van een eenzijdige grens? Zo
iets van als je er middenin zit, je eigenlijk gewoon meeloopt en van
niets anders weet, en denkt dat dit nu het hele universum is, waar
'ik' het middelpunt van ben? Leef je gewoon mee met het concert
rondom je heen, of neem je er afstand van om te zien of ze het wel
goed doen?
Bijzonder uitdagend om daar eventjes verder over te mijmeren... |

|
Tussendroom: Boeren Afschieten
11-01-2006
We zitten op een land, terrein, met allemaal landbouwers op
een lapje grond. De Romeinen komen om er een paar van hun land te
verjagen.
Duitse soldaten drijven de verwijderde boeren bijeen en schieten ze
af. |
De droom komt mooi van pas om verder te
mijmeren. Het ganglion in de dorsale wortel van het ruggemerg is
toch een ganglion: een van de verspreide hersentjes bij insecten en
andere kleine beestjes bijvoorbeeld. Ik stel mij voor dat gedurende
de vele duizenden (miljoenen) jaren van evolutie, het ontwerp van
zo'n ganglion steeds verder is verfijnd en dat de blauwdruk netjes
vastgelegd is in de genen. (Fylogenese: het werk van de Romeinen ver
in het verleden).
Gedurende de ontogenese, na de bevruchting door de bombardementen
van de Duitsers vóór 1945 (mijn geboortejaar) hebben de boeren hun
stukje land bezet. Kijk maar naar de foto van het ganglion: ze
hebben elk een perceel land ingenomen, en samen zitten ze in een
soort omhulsel (de kraal zeg maar). In de embryonale toestand hebben
ze weinig meer moeten doen dan een beetje vechten voor de plaats
(competitie bij de verovering van de Far West), maar, eenmaal
aangekomen bij de geboorte en de werkelijke installatie van de
nieuwe samenleving, beginnen ze al direct boel te maken over wie de
lakens uitdeelt en zo van die dingen...
Een samensmelting van Romeinen en Duitsers wordt hier voorgesteld
door het vierarmig kruis, alhoewel het niet direct in de droom
herinnerd wordt. Er worden al een paar boeren van hun land gehaald:
in de baarmoeder beweegt de foetus al heel wat, en zal de
betreffende spier die 'bediend' wordt door de groep sensorische
neuronen al een paar goed geplaatste burgers in het ganglion vetter
gemaakt hebben en een stel dommeriken minder gestimuleerd hebben,
omdat ze toevallig hun vingers (dendrieten) op de verkeerde plaats
gestoken hebben in de spier. Bij de geboorte en zeker gedurende de
ontwikkeling naar een volwassen vorm, wordt de functionaliteit van
de celgroep ten volle ontplooid, en zullen er waarschijnlijk een
paar sneuvelen, terwijl de anderen verplicht samenwerken omdat
anders het hele organisme voortdurend omver valt en zo.
Dus, mijn fantasie is dat in de loop van de tijd een
samenwerkingsverband (tele-voting) ontstaat als van in Volvox of een
kudde koeien, om uit te maken of dat de input voldoende is om alarm
(groot, middel of klein) te slaan of niet: de cellen in het ganglion
communiceren via hun contactpunten (welke die ook mogen zijn) om tot
een consensus te komen, en er ontstaat een nieuwe metasysteem
transitie.
Door de verwevenheid van de cellen, de structuur, ontstaat er een
functioneel systeem of een organisatie met een nieuwe activiteit:
samen op weg gaan om de rest van het systeem aan te sporen iets te
doen. We krijgen een bovenliggend controleorgaan, of, uit de
structuur ontstaat een functionele coördinatie van de subsystemen.
De nuance tussen controle en coördinatie is erg belangrijk voor de
definitie van bewustzijn. Als we spreken van een controleorgaan, dan
klinkt het alsof we een homunculus creëren die de boel bestuurt en
die ook meteen de zetel is van bewustzijn (de ziel of de geest). Als
we spreken van coördinatie, dan ontstaat een sprankel bewustzijn op
het moment dat de onderliggende cellen akkoord zijn en na een hele
onbewuste discussie tot een synchrone melodie komen (die goed klinkt
omdat er mooie akkoorden in zitten). Het bewustzijn ontstaan van
binnen uit, door samenwerking en synchronisatie, en is een vluchtig
verschijnsel dat de coördinatie van het (direct onderliggende)
geheel dynamisch vergezelt. Het hoeft daarom niet minder bewust te
zijn... of dat nu moet voldoen aan het 'harde probleem van Chalmers'
of niet. |

|
Dat de ganglia een zekere vorm van autonomie
hebben wordt duidelijk aangetoond bij het onthoofden van een
kakkerlak. Het beestje schijnt tot een week te kunnen verder leven
(en wandelen allicht) zonder kop. De fantasie past bij het
afschieten van de boeren, en belicht het gedistribueerd
(gedecentraliseerd?) karakter van bewustzijn.
Francis Heylighen (2000,
ref. 13) beschrijft bewustzijn in
verschillende stappen of niveaus:
-
waarneming, gewaarwording, gevoel (sensation)
-
gewaarzijn, voelen (awareness)
-
ervaring (experience)
-
zelf-ervaring of reflectie (self-awareness,
reflection)
-
eerste-persoonservaring (first-person
experience)
Het is bijzonder interessant om voorgaande verder
uit te diepen voor de reflex, en nog maar juist voor het onderdeel 'ganlgion'
aan de sensorische kant van de boog. |

|
Gewaarwording, waarneming, gevoel of sensatie
(sensation)
| Citaat F. Heylighen, 2000,
Ref. 13
De eerste en meest primitieve vorm van
bewustzijn zou gewaarwording of gevoel kunnen genoemd
worden. Om zijn doel te bereiken, meer specifiek om te
overleven, moet een cybernetische agent in staat zijn de
situatie waarin die zich bevindt gewaar te zijn, te
voelen, is er perceptie nodig. De situatie wordt bepaald
door de omgevingstoestand én door de doelen van de
agent, in het bijzonder door het verschil tussen de
huidige toestand en deze die verlangd wordt als doel.
Gewaarworden of voelen wordt bereikt door de sensors van
het systeem, die de fenomenen in de omgeving vertalen in
interne informatie die betekenis heeft met betrekking
tot de doelen van het systeem. Een gevoelde of
waargenomen afwijking triggert automatisch een
corresponderende actie die de afwijking (verschil) moet
compenseren in wat wij een 'simpele reflex' noemen.
[The first, and most
primitive, form of consciousness may be called sensation.
To achieve its goals, or more specifically to survive, a
cybernetic agent must be be able to perceive or sense
its situation. The situation is determined by the state
of environment and of the agent with respect to the
agent's goals, and in particular by the deviation
between the present state and the desired or goal state.
Sensation is achieved through the system's sensors,
which translate phenomena in the environment into
internal information that makes sense with respect to
the system's goals. A sensed deviation automatically
triggers a corresponding action that would compensate
for the deviation, in what may be called a "simple
reflex".] |
In de mooie prent hierboven krijgen de ventjes er van langs, zullen
dat heel zeker voelen, en alzo aangezet worden zich uit de voeten te
maken om de gewenste toestand van vrede te bereiken -- te
compenseren voor het verschil daarmee...
Verdere in de tekst van F. Heylighen wordt de vergelijking gemaakt
met een kamerthermostaat. Hier echter, in een onderdeel van wat een
reflex mechanisme wordt genoemd, vinden we al iets ingewikkelder,
namelijk dat de samenwerkende cellen zich kunnen aanpassen in de
loop van hun geschiedenis, en ook in staat zijn te leren door
ervaring. We maken hier een veronderstelling: alle neuronen kunnen
zich 'aanpassen' door actiever te worden bijvoorbeeld als ze veel
aangespoord worden, sterker misschien, en passiever of lui als ze
weinig te doen hebben. Op welk niveau deze aanpassing gebeurt laten
we hier in het midden (grotere of meer synapsen, overvloediger
productie van neurotransmitter, verder reikende dendrieten en/of
axonen, vlottere stofwisseling, meer of minder mitochondria voor de
energie, ... het is eigenlijk allemaal om het even voor de voortgang
van de redenering en het verhaal).
In een thermostaat zit er maar één voeler (gewoonlijk), maar hier
hebben we een massa cellen die allemaal hun vingers uitsteken om te
voelen hoe de 'rek' van de spier 'is'. Als ze dat allemaal op hun
eentje zouden doen en beslissen dat hun deeltje te gespannen staat
en dus het bevel geven aan dat stukje om de spier samen te trekken
op die plaats alleen, dan zou dat misschien wel heel onaangenaam
kunnen zijn...
|
Citaat synchronisatie,
Ref. 15
Neuroscience Vol. 76,
No. 1, pp. 39–54, 1997
A. A. EBLEN-ZAJJUR* and J. SANDKÜHLER
"De resultaten van
huidige studie suggereren dat ontladingen van naburige
neuronen in de spinale dorsale hoorn sterk
gesynchroniseerd zijn, waarschijnlijk door
propriospinale en primair afferente bronnen. Het bestaan
van functionele reverberatie circuits is ook aangetoond.
Ten slotte vertoont de functionele synchroniciteit in de
spinale dorsale hoorn stimulus-geïnduceerde plasticiteit
die voornamelijk bestaat uit veranderingen in de sterkte
en/of de duur van de synchronisatie en zelden in de
actievering van nieuwe verbindingen."
[The results of the
present study suggest that discharges of neighbouring
spinal dorsal horn neurons are strongly synchronized
probably by propriospinal and primary afferent sources.
The existence of functional reverberating circuitry was
also evidenced. Finally, the functional synchronicity in
the spinal dorsal horn presents stimulus-induced
plasticity which consists mainly of changes on the
strength and/or time of the synchronization and rarely
of activation of new connectivities.] |
Of dat functioneel naburige neuronen in de ganglia óók
synchroniseren en plasticiteit vertonen naar sterkte en duur van die
synchronisatie is natuurlijk niet gezegd, en ik heb dat ook niet
verder onderzocht in de literatuur, maar, ik wil het toch gebruiken
als werkhypothese.
Dus, we veronderstellen dat er korte opeenvolgende momenten van
synchronisatie (gelijklopend vuren, gelijktijdig en/of in fase)
ontstaan binnen de populatie van de neuronen in de ganglia die de
cellichamen bevatten van de sensorische neuronen in het simpele
reflexmechanisme, en dat die synchronisatie gepaard gaat met het
doorsturen van een boodschap naar de buren, die dan de motor moeten
bedienen...
Het besluit van de agent ontstaat door interne consensus van zijn
subsystemen -- en dat is veel interessanter dan het aan-uit systeem
van een thermostaat. We kunnen ook stellen dat de agent ontstaat
door consensus van de gecoördineerde subsystemen: dat het voor de
waarnemer is alsof er een (bewuste) beslissing wordt genomen door
een ventje dat zich in naam van de anderen 'ik' noemt. |

ik werd op straat overvallen door een
onveiligheidsgevoel
|
Gewaarzijn of voelen (awareness).
| Citaat F. Heylighen, 2000,
Ref. 13
Op het volgende niveau van complexiteit,
dat we "complexe reflexen" noemen in de theorie van de
metasysteem transities, leiden afzonderlijke
gewaarwordingen niet tot afzonderlijke acties.
Afzonderlijke gewaarwordingen worden eerder geïntegreerd
in een overkoepelende representatie van de situatie, die
vergeleken wordt met een algemene representatie van het
doel of doelen van het systeem. Verschillende
gewaarwordingen en doelen interageren binnen in het
"zenuwstelsel" van de cybernetische agent, en affecteren
de interne, "mentale" staat van het systeem. De actie
die de agent uiteindelijk neemt wordt bepaald door zijn
interne toestand, die het resultaat is van alle
voorgaande gewaarwordingen en doelen, en de huidige
perceptie. Er is niet langer een directe band tussen
gewaarwording en actie. De agent wordt eerder
geaffecteerd door het geheel van alle voorgaande en
tegenwoordige sensaties (gewaarwordingen, gevoelens).
Daarom kunnen we de mentale toestand van de agent
interpreteren als een belichaming van niet enkel de
gewaarwording van de huidige situatie, maar als het
gewaarzijn of algemeen voelen (awareness) gebaseerd op
strevingen (doelen, verlangens...), en op vroegere en
tegenwoordige gewaarwordingen.
[At the next level of
complexity, which we call "complex reflexes" in the
theory of metasystem transitions, separate sensations do
not automatically lead to separate actions. Different
sensations are rather integrated into an overall
representation of the situation, which is compared with
an overall representation of the system's goals.
Different sensations and goals interact inside the
cybernetic agent's "nervous system", affecting the
internal, "mental" state of the system. The action that
the agent eventually takes is determined by its internal
state, which is the result of all previous sensations
and goals, and the present perception. There is no
longer an immediate connection between sensation and
action. Rather the agent is affected by the whole of all
previous and present sensations. Therefore, we may
interpret the agent's mental state as embodying not only
a sensation of the present situation, but a global
feeling or awareness determined by goals, past and
present sensations.] |
Het moge duidelijk zijn dat bovenstaande elementen van gewaarzijn
(doel, vroegere en huidige gewaarwordingen) alle reeds aanwezig
schijnen te zijn in een zogenaamd simpele reflex. Er zijn grote
aantallen neuronen bij betrokken, die in elke subgroep (receptor-,
inter-, en motorneuron -- en de spiercellen ook) tot synchrone
activiteit moeten komen om de reflexboog te sluiten, en dat er
eveneens plasticiteit of leerprocessen aan te pas komen. |

|
De eenvoudige reflex waar in het artikel van
F. Heylighen naar gewezen wordt is er eentje van bij de Hydra (Cnidaria),
en komt voor in een neuronen-netwerk (nerve net), en die ziet er
veel eenvoudiger uit dan de kniereflex bij mensen... Toch is een en
ander al aardig ingewikkeld.
|
Citaat 'nerve net' bij
Cnidaria, ref. 17
"Communicatie tussen menselijke neuronen gebeurt op heel
specifieke plaatsen, en enkel tussen bepaalde neuronen.
Bij Cnidaria (Anemonen, Kwallen en Poliepen) kunnen alle
neuronen met alle andere neuronen communiceren, als ze
elkaar maar kruisen (ontmoeten). Dus, hoe is het
mogelijke dat dergelijke schijnbaar willekeurige
organisatie effectief kan functioneren? Wel, eigenlijk
begrijpen we nog niet helemaal, maar werken doet het. Er
schijnen minstens 3 specifieke banen te zijn die door de
signalen in het net kunnen gevolgd worden, elk met zijn
eigen ermee geassocieerde snelheid en elk voor de
controle van een verschillende bewegingsrespons
afhankelijk van de stimulus.
Nog een
andere eigenaardigheid is dat op eender welk punt in het
net een stimulus die op een bepaalde plaats gegeven
wordt, vanaf daar een impuls genereert die uitstraalt in
elke richting van het net. Blijkbaar is er geen
preferentiële richting of pad voor de puls. Dit komt
omdat neuronen in Cnidaria bipolair zijn, wat wil zeggen
dat ze een actiepotentiaal (AP) kunnen geleiden in beide
richtingen. Dit heeft voor gevolg dat bij elke 'en
passant synaps', elk neuron het pre-synaptisch neuron
kan zijn en neurotransmitters kan afgeven, of het
post-synaptisch neuron kan zijn dat neurotransmitters
opneemt, al naar gelang aan welke kant de stimulus
geïnitieerd werd.
Het is
deze bipolaire natuur die leidt tot het "echo effect"
waargenomen in de kwal Cyanea. "
[Communication
between human neurons occurs at very specific areas and
only between certain neurons. In the Cnidaria all
neurons can communicate with all other neurons whenever
they cross. So how on earth can this seemingly random
organization function effectively? Well, we don't
completely understand it even yet, but it does. There
appear to be at least 3 specific pathways that signals
can take within the nerve net, each pathway has a
characteristic conduction speed associated with it and
seems to control different behavioral responses to a
given stimulus.
Another
strange and unique feature you would notice if you were
studying the nerve net is that a stimulus at any point
on the organism triggers an impulse that radiates out
away from the stimulus site in every direction. There
doesn't seem to be a preferred direction or pathway that
the impulses takes. This is because Cnidarian neurons
are bipolar in that they can propagate an AP in
either direction. This entails that at each en passant
synapse, either neuron may be the pre-synaptic neuron
and release neurotransmitters or the post-synaptic
neuron and bind neurotransmitters depending on which way
the stimulus was initiated.
It is this
bipolar nature of Cnidarian neurons that leads to the
"echo effect" seen in the jellyfish Cyanea.] |
Menselijke neuronen hebben een 'ingang' (dendrieten en soma) en een
'uitgang' (axon met synapsen), maar dat wil nog niet zeggen dat ze
niet kunnen communiceren met wie ze 'willen', via feedforward,
feedback en laterale koppelingen, zowel exciterend als inhiberend.
Er treedt al een reverberatie effect (echo of nagalm) op bij het net
van Hydra, net zoals bij een ganglion...
De verleiding is groot om alles tot in de kleinste details uit te
diepen, maar dan verlies ik mijn onderwerp. Eigenlijk ben ik op zoek
naar het verschil tussen een eenvoudige reflex en een complexe.
Ik heb mij de meer complexe reflex altijd voorgesteld als een groep
gecoördineerde reflexen, ergens hogerop in het zenuwstelsel. Ik denk
bijvoorbeeld aan 'gewoon' wandelen. Je moet er niet over nadenken
wanneer je je been moet stoppen vooruit te bewegen, neerzetten, en
dan je ander been aan het vooruit bewegen moet laten beginnen; de
beweging op zich wordt door deel-reflexen bepaald. Je been opheffen
activeert als vanzelf de benodigde spieren en laat de
tegenoverliggende groepen (voor de terugkeer) netjes ontspannen,
automatisch als het ware. De coördinatie van die verschillende
automatismen noemt dan een complexe reflex.
Eigenlijk is het mij om de verschillende niveau's te doen, de
metasysteem transities, de eerste persoonservaringen erin begrepen
en de eenzijdige grenzen: hoe ziet het er uit als je 'ik' bent (met
naïeve objecten er rond), en hoe voelt het aan als je er van op
'afstand' naar kijkt (kritisch, met kritische objecten in de
omgeving, waar óver kan gesproken worden)? Waar en wanneer is er
sprake van bewustzijn? |

|
Om een breder beeld te krijgen op de
problematiek, gaan we over tot het volgende bewustzijnsniveau:
ervaring (experience).
|
Citaat F. Heylighen "experience",
ref. 13
"Het volgende
metasysteem niveau noemen we "leren" of "associëren";
hierin wordt de beslissing van de agent niet langer
direct bepaald door zijn gevoelstoestand (staat van gewaarzijn). Het beslissingsmechanisme zal zich nu
aanpassen en veranderen, omdat de agent zal leren door
ondervinding, en dus zelfs effectiever worden in zijn
acties. Ten gevolge daarvan zal hij op verschillende
tijden verschillend reageren op dezelfde sequens van
gewaarwordingen. Nu wordt de mentale toestand van de
agent niet enkel geaffecteerd door zijn gewaarwordingen
(gevoelens), maar ook door de structuur van het mentale
systeem waarmee hij de gewaarwordingen interpreteert.
Dit wil ook zeggen dat initieel identieke agenten die
verschillende gewaarwordings-sequensen ondergaan,
uiteindelijk anders zullen reageren. Wegens hun
individuele ervaring zullen ze hun eigen persoonlijkheid
ontwikkelen, hun eigen karakter of wereldbeeld.
Bijgevolg zal hetzelfde fenomeen door verschillende
agenten op verschillende en unieke manier ervaren
worden, met een verschillende betekenis voor elk van
hen." [At the next metasystem
level, which we call "learning"
or "associating", the agent's decision about which
action to take is no longer determined directly by its
state of awareness. The decision-making mechanism will
now adapt or change, because the agent will learn from
its experience, thus becoming ever more effective in its
actions. As a result, at different times it may react
differently to the same sequence of sensations. Now not
only the mental state of the agent is affected by its
sensations, but also the structure of the mental system
with which it interprets the sensations. This also means
that initially identical agents that undergo different
sequences of sensations will start to react differently.
Because of their individual experience they will develop
their own personality, character, or world view. As a
result the same phenomenon will be experienced in
different, unique ways by different agents, having a
different meaning for each of them.] |
En, om deze nieuwe stap te integreren in wat voorafging, nog even
recapituleren wat we al hadden... |


 |
Controlesysteem.

De verzameling cellen die hier gecontroleerd wordt is hier
gesitueerd in spierweefsel, meer bepaald in een flexor (buiger, hier
onderaan) en een extensor (strekker, bovenaan). Zonder controle door
zenuwcellen vallen die spieren 'uit' (verlamming), zo gewend dat ze
zijn aan bevel van bovenaf.
Spiercellen kunnen geaffecteerd worden door neuronen als in een
motor eindplaat (aan het axon, output gedeelte van het neuron) een
neurotransmitter vrijkomt: bijvoorbeeld acetylcholine om de spier te
doen samentrekken, en
γ-aminobutyraat voor de ontspanning ervan. De actie die het neuron
(of het stelsel van neuronen) kan ondernemen op de spier is dus het
'toedienen' van een chemische stof.
Om de toestand van de spier te controleren, bevat deze een soort
sensor die spierspanning (geobserveerde variabele) omzet in
zenuwspanning (de representatie) in een spindel, waardoor perceptie
ontstaat. Het controlesysteem 'ziet' de spierspanning, of, wordt de
strek van de gecontroleerde spier gewaar.
De referentie of het doel van het systeem geeft de waarde aan van de
gewenste strek, of van de beoogde toestand van rust. Geeft de dokter
met zijn hamertje een tik op je knie (storing of disturbance), dan
wordt er kortstondig en relatief hevig aan de spier getrokken,
verhoogt de spierspanning ongewenst veel, en ziet de comparator (de
agent) een toestand die niet overeenkomt met de referentietoestand,
en, stuurt bij door de chemische stof af te geven waarover hij
beschikt. Er zitten ook nog interneuronen bij die de flexor
inhiberen, maar het principe mag duidelijk zijn.
Het gaat hier om de coördinatie van een grote populatie spiercellen
door de gezamenlijke gecoördineerde activiteit van een grote
populatie neuronen, en in dit 'simpele' reflexsysteem ligt de nadruk
van het bewustzijnsniveau vooral op de gewaarwording: de
vergelijking van de representatie met een referentiewaarde.
Nu zijn er twee wegen die we kunnen inslaan, vooraleer we de
volgende metasysteem transitie onder de loep nemen.
-
We diepen alles verder uit, en gaan tot in de
details alle ineen grijpende systemen beschouwen, en
-
We maken een vereenvoudigd model van ons
controlesysteem: spier -- neuronen, of, bewegingseenheid
gecontroleerd door een neuronencircuit, dat dan op zijn beurt
gecontroleerd wordt door een neuronencircuit met extra sensoren
(bredere perceptie) en uitgebreidere hulpmiddelen (organen).
De tweede weg lijkt onuitvoerbaar om te komen tot
een algemeen overzicht, of beter inzicht in de verschillende stappen
naar bewustzijn, dus, we maken een vereenvoudiging, maar, éérst doen
we een kleine poging om het ingewikkelde samenspel van cellen in de
(knie-)reflex van bewustzijn te voorzien. |


 |
In de verschillende stappen van bewustzijn hadden we
-
(sensation) de sensorische functie, gebaseerd
op fysieke sensors die representatieve informatie opleveren over
een deelgebied van het organisme. Het coördinerend
controlesysteem kan zelfstandig bijsturen met een interne
standaard als referentie; voorbeeld: neuronaal net in hydra
-
(awareness) de integratie van sensorische
informatie in een algemeen 'zich voelen' van het organisme. Al
naar gelang de interne referentie (wat goed is of slecht)
coördineert het controleorgaan het geheel van reflexen om
bijvoorbeeld te naderen of te vluchten, te eten of uit te
spuwen; de nadruk ligt op genetisch geïnstalleerde circuits;
voorbeeld: lopen van een kakkerlak
-
(experience) om het hoofd te bieden aan
steeds meer concurrentie bijvoorbeeld, is het blijkbaar nodig
een geheugen te hebben dat het referentiekader (waar innerlijk
naar verwezen wordt door de coördinerende comparator) bijstuurt
in de loop van het relatief korte leven van het organisme; er
komt een exponentieel groeiende diversiteit in eigen karakters:
door de toename van het aantal mogelijke concurrentiestrategieën
groeit de druk op het installeren van meer geheugen en
bijsturing van het referentiekader (positieve feedback en
oscillatie); voorbeeld: duif in skinnerbox leert
'geconditioneerde reflexen'
-
(reflection) zelfreflectie hebben we nog niet
uitgewerkt, evenmin als
-
(first-person experience) ervaring van het ik
als eerste persoon
Om het beeld eerst af te maken, gaan we te rade
bij F. Heylighen voor de laatste twee punten. |

|
Waarneming van het zelf of reflectie...
| Citaat F. Heylighen, Self-awareness,
Reflection,
Ref. 13
"Lerende agenten zijn nog steeds afhankelijk van de
omgeving om nieuwe associaties te creëren tussen
gewaarwordingen (sensaties, sensorische informatie). Op
het volgende niveau, dat van het "denken", krijgen de
agenten de kans zelf hun eigen associaties te maken, wat
te danken is aan hun mogelijkheid tot het symboliseren
van ervaringen, en ook omdat symbolen vrijelijk kunnen
gecombineerd worden, op een manier waarop ze dat nooit
tevoren waren geweest. Op dat niveau wordt de agent zich
bewust van zijn eigen ervaringen, zodanig dat deze
kunnen worden beoordeeld, geanalyseerd, gemanipuleerd en
geïntegreerd. De agent wordt zich ook bewust van
zichzelf als agent, gelijkaardig aan maar verschillend
van andere agenten. Hij (zij) krijgt de mogelijkheid tot
reflectie of introspectie, de studie van zijn (haar)
eigen cognitieve processen als waren het externe
aangelegenheden. Dit laat de agent toe om creatief te
zijn, zich situaties voor te stellen en de manier om die
te realiseren, zonder die direct te hebben ervaren. Het
laat de agent ook toe zijn (haar) eigen mentaal
functioneren te verbeteren, meer "bewust" te worden van
zichzelf en van de wereld."
[Learning agents are still dependent
on the environment to create new associations between
sensations. At the next level of "thinking", agents
become capable of creating their associations themselves,
thanks to their capacity to symbolize experiences, and
combine symbols into novel combinations that have never
been experienced as such. At this level, the agent
becomes aware of its own experiences, so that it can
examine, analyse, integrate and manipulate these
experiences. The agent also becomes aware of itself as
an agent, similar to, but different from, other agents.
It becomes capable of reflection or introspection,
observing its own cognitive processes as if they were
external to it. This allows the agent to be creative, to
imagine situations and ways of achieving them, without
ever having experienced them directly. It also allows
the agent to improve its own mental functioning, to
become more "conscious" of itself and the world.] |
Bewustwording van je zelf in de spiegel kan heel aangrijpend zijn.
Sommige aapachtigen (chimpansee, bonobo,... ) kunnen het ook; mijn
kat kan het absoluut niet, en de parkiet ook niet.
Jezelf gewaarworden als agent onder de agenten kan waarschijnlijk
alleen maar als je jezelf kunt spiegelen in de ogen van de ander.
Waarover verder meer. |

|
Ervaring van de eerste persoon, ik.
| Citaat F. Heylighen,
First-Person Experience, Ref. 13
Bovenstaande sequens in
bewustzijnsniveaus, van sensorische functie, over
gevoelstoestand naar ervaring en reflectie, dekt het
volledige gamma essentiële eigenschappen van bewustzijn.
In principe kunnen cybernetische agenten (controllers)
die al deze niveaus vertonen ontworpen en gebouwd worden
door ingenieurs, bijvoorbeeld in de vorm van een
gecompliceerd neuraal netwerk met sensoren en
effectoren, die kunnen leren door ervaring, en die
symbolen gebruiken om de geleerde conceptuele
associaties te representeren. Zulk een neuraal netwerk
zou kunnen gebruikt worden om een robot aan te sturen.
Als de strevingen, gewaarwordingen en activiteiten zo
zijn gekozen dat ze hetzelfde zijn als die van een
persoon, dan zou het handelen van de robot in essentie
niet verschillen van dat van een menselijk wezen.
Toch zouden veel bewustzijnstheoretici
beweren dat zulk een robot nog altijd niet bewust zou
zijn, omdat ie de "eerste persoons ervaring" of "qualia"
zou missen. Dit zogenaamd "harde probleem van het
bewustzijn" verdwijnt als het beschouwd wordt van uit
cybernetisch standpunt, waarbij de eigenschap bewustzijn
bepaald wordt door de organisatie van de robot, niet
door een of andere mysterieuze substantie, fluidium of
kracht."
[The above sequence of levels of
consciousness, from sensation, to awareness, experience,
and self-awareness, in our view captures all the
essential properties of consciousness. In principle,
cybernetic agents that exhibit all these levels could be
designed and built by engineers, e.g. in the form of
some complicated neural network with sensors and
effectors, that can learn from experience, and that uses
symbols to represent learned conceptual associations.
Such a neural network could be used to steer a robot. If
the robot's goals, sensations and actions are chosen to
be similar to those of a person, that robot would behave
in a way not essentially different from a human being.
Yet, many
consciousness theorists would claim that such a robot
would still not be conscious, because it would lack what
they call "first person experience" or "qualia". This
so-called "hard problem of consciousness" vanishes if it
is considered from a cybernetic point of view, according
to which the property of consciousness is determined by
the robot's organization, not by some mysterious
substance, fluid or force.] |
De robot is een nieuw element op deze site. Of misschien ook wel
niet... ik heb al dikwijls gefantaseerd over het maken van een
machine waarmee ik zou kunnen praten als waren het een mens, en met
alles erop en eraan van bewustzijn. Het idee is mij helemaal niet
vreemd.
Alleen begrijp ik niet waarom het bewustzijn iets te maken zou
moeten hebben met mysterieuze substanties, en even zo min waarom het
zogenaamd harde probleem van het bewustzijn (het gevoel van er te
zijn) zou moeten weggewerkt worden. Bewustzijn is nu eenmaal in mijn
persoonlijke ervaring aanwezig, en ik vind het een boeiend onderwerp
om onderzoek naar te doen; moest ik er al alles over begrijpen, wel,
dan zou het moeite niet zijn om er een hele website lang over na te
denken.
Persoonlijk ga ik er van uit dat bewustzijn inherent verbonden is
met de natuur, net zoals materie en energie. Als het er alleen maar
zou zijn omdat het zo lijkt (als je het verschil niet kunt zien
tussen een bewuste robot en een zombieuze mens bijvoorbeeld), en dat
het er dan zou zijn omdat ik veronderstel dat mijn eigen bewustzijn
geprojecteerd wordt op de persoon van de robot, wel, dan zou ik
veronderstellen dat de robot mij ook van dergelijke praktijken
verdenkt, en zou mijn bewustzijn misschien wel niet bestaan... Voor
mij is het goed als het er op lijkt; dan zal het er waarschijnlijk
een beetje zijn ook. Moet iets te maken hebben met empathie en
spiegelervaringen. Waarover later meer. |

|
Nu vraag ik mij af, na het op een rij zetten
van al de niveaus van bewustzijn, of de kniereflex enig bewustzijn
kan toegedicht worden of niet.
Vroeger heb ik al verschillende keren gefantaseerd over het
bewustzijn van Paramecium. Het pantoffeldiertje heeft er
ogenschijnlijk meer van dan bijvoorbeeld een Amoebe, die in het
wilde weg naar eten zoekt door pseudopodiën in willekeurige
richtingen uit te steken, om dan helemaal in de richting van
eventueel voedsel te vloeien, terwijl Paramecium een chemische
gradiënt herkent en al cirkelend naar een object toe of er van weg
zwemt...
Onlangs heb ik ook nog gelezen dat van alle soorten eencelligen er
slechts een relatief klein deel zijn gaan samenklitten tot
meercelligen, en dat daarvan nog minder in staat zijn gebleken om
zich te differentiëren in het nieuwe geheel -- misschien waren er
niet veel bereid om hun voorrechten en vrijheden in te leveren voor
een keurslijf, als slaaf in een groter geheel; kijk maar naar de
slavenboot, gefotografeerd in 1860... |

|
Om maar meteen als slaaf binnen in een
spiercel te gaan zitten, in een eerste eerste-persoonservaring, stel
ik mij voor als zijnde een sarcomeer meneer; dat is een stukje uit
een spiercel, uit een myofibril... enfin, ik bevat een hoeveelheid
actine en myosine dat voor een heel kleine contractie zorgt, als ik
een bepaalde hoeveelheid 'vocht' over mij heen krijg -- laat ons
zeggen. Ik wordt bestuurd door de cel waarin ik mij bevind, en heb
daar niets in te zeggen. Als ik alles krijg wat ik nodig heb om te
overleven (en het naar mijn zin te hebben), functioneer ik goed en
gewillig, anders niet. Ik ben ook gemaakt aan de hand van DNA
plannen in de juiste omgeving, dat zich bevindt in de celkern
(zwarte bolletjes in een mini spierbundeltje). Dus, in de omgeving
zit het vol met soortgenoten, deelgenoten, waar ik altijd mee samen
werk in een soort automatische ervaring. Er zijn alleen subjectief
waargenomen naïeve objecten om mij heen, waarmee ik als
vanzelfsprekend naïef meedoe, zijnde een naïef object voor de rest
van de groep.
Objectieve waarneming van de omgeving kan op dat moleculaire niveau
waarschijnlijk niet? Misschien alleen als er een moeilijke periode
aanbreekt, en er geen eten meer is in het organisme waar ik inzit --
't schijnt dat spieren dan als brandstof worden gebruikt... Stel je
voor, dat het er op aankomt jezelf of je buur als voer te zien
aantreden in het geheel; misschien zeg je dan wel beleefd: "Na U!",
en komt er een vonk van objectief bewustzijn: er is een ander waar
ik mij van onderscheid... |

|
Het is op de foto niet zo goed te zien (de
link onderaan biedt wat meer informatie voor de mensen die het
interessant vinden), maar het gaat hier om een spiercel met onder
meer myofybrillen als onderdeel, maar ook met een sarcoplasmatisch
riticulum, een celkern, mitochondria, T-tubules, sarcolemma, ...,
enfin, een hele organisatie die samen een organisme vormt. Een
spiercel is een buitengewoon ingewikkeld en ingenieus systeem,
gespecialiseerd in het langer en korter worden, als onderdeel van
een bewegend geheel. Gewone eencelligen kunnen ook soms bewegende
delen hebben, maar deze hier zijn superspecialisten, die eigenlijk
niets anders meer kunnen.
Het is als een geleerde professor die alles weet over de
paringsdrang van zilvervisjes, maar zelf zou verhongeren als zijn
vrouw niet voor eten zou zorgen (zeg maar).
Als ik een spiercel zou zijn, zou ik dan op dat niveau een
eerste-persoonservaring hebben, of niet. Daarpas was ik een fibril,
maar nu heb ik er een heleboel als onderdeel van mijn hogere zelf.
Ik kan er van uitgaan dat ik als spiercel geen enkel bewustzijn heb,
dat ik een ingenieuze machine ben, een automaat, een chemisch
gestuurde robot met mechanische eigenschappen, enfin, een robot op
laag niveau. Dan stel ik mij de vraag: "Vanaf welk niveau komt er
een beetje bewustzijn?"
Omdat ik de zaak heb omgedraaid, en begonnen ben bij de eerste
persoon "ik", kan ik mij nu afvragen welke eigenschap er juist vóór
in de reeks hierboven elementen van lager bewustzijn zou voorstellen
die ik zelf heb. De omgekeerde reeks ziet er als volgt uit:
-
ervaring in de eerste persoon
-
zelfreflectie en vrije associaties
-
geconditioneerde reflexen en associaties
-
gecoördineerde reflexen
-
reflexen
De reeks komt overeen met
de sequens hier hoger op de pagina over MST...,
is minder uitgebreid, maar laat het ons simpel houden. Associaties
werken in eerste instantie met symbolen, en verder met pointers naar
symbolen (woorden bijvoorbeeld). Welke symbolen spelen hier een rol?
Symbolen zijn een samenspel van representaties die er voor zorgen
dat het ventje(m/v) op een of andere manier tot handelen en leven komt.
Representaties kunnen chemische substanties zijn, of elektrische
spanning, of toestanden van uitzetting of inkrimping, of
gasconcentraties die voor de energie moeten zorgen (verbranding), of
de hoeveelheid reservestoffen, of misschien ook wel afvalstoffen die
door de beweging in gang te zetten en te houden ontstaan, ..., een
heleboel factoren.
Bij de totstandkoming van de spier ben ik als
spiercel voortdurend in contact met mijn buren, die vetter of
magerder zijn dan ik, langer of korter, sterker of zwakker, beter
gesitueerd in de bloedbaan, meer of minder belast in de gehele
spier... en dit alles zorgt er voor dat ik als individu mij aanpas
aan de omgeving door spiegeling. Als dat niet zo zou zijn, dan zou
ik mij helemaal zelfstandig ontplooien zoals ik dat zelf wil, en
zoveel kindjes hebben als ik wil, en zo voort... maar dat is niet
zo, en maar goed ook. Dus, naast de blauwdruk in de celkern (DNA) is
er ook de omgeving die er voor zorgt dat er een gestroomlijnde spier
ontstaat met mij erin; de wisselwerking (de culturele omstandigheden
van algemene voeding, oefening, belasting, stress, globale
gezondheid van het organisme waar ik deel van uitmaak -- de staat of
de fabriek of zo) met de buren, daar spiegel ik mij aan, en
daarzonder zou ik niet eens kunnen leven. De vrije associaties die
ik maak, zijn de pogingen van heel mijn genoom om alles wat ik zelf
wil worden, kan worden, zou kunnen worden, tot ontplooiing te laten
komen, maar aangezien ik in de loop van mijn geschiedenis (of de
geschiedenis van mijn familie -- we stammen tenslotte toch allen af
van Adam en Eva, maar dat is lang geleden) heb geleerd een en ander
bij te sturen of af te schakelen of juist aan te schakelen, en dus
zijn mijn vrije associaties niet meer zo vrij als dat ik zou denken
dat ze zijn.
Het probleem van vrije associatie komt hier dus
ook neer op de sombere vaststelling dat vrije associaties niet vrij
zijn, en ook nooit geweest zijn. Ik kan door 'trial en error' en zo
van die dingen, elektro-chemische evolutie, de cultuur, mijn
spatio-temporeel medium met andere woorden, zo vrij denken als een
vogeltje in een kooi, of gewoon als een vogeltje dat ook beperkt is
tot het zingen van zijn/haar liedje en niets anders.
Zelfreflectie beperkt zich tot het spiegelen aan
mijn buren in ruimte en tijd, en vrije associatie tot het
uitproberen van wat als gevolg van die reflectie nog in de marge
aanwezig is. Al de rest is gehoorzamen aan de bevelen van
hogerhand, waarvan ik niet weet, of geen zicht op heb, wat die daar
in hun schild voeren. |

|
De reflectie is niet spiegelsymmetrisch, maar
ruitendame symmetrisch; het is eerder een verschuiving met rotatie
dan zo maar een spiegeling: de omgeving met mij (de cel) erin groeit
door kopiëren van elkaar aan elkaar.
Het is als een cultuur die groeit binnen de perken van de cultuur
die al bestond van voor ik geboren was, en ik kan daar onmogelijk
uit. Ik kan zelfs mijn gedachten niet vrijelijk de loop laten gaan
buiten de enge grenzen van mijn geschiedenis en huidige
omgevingsinvloeden. De mate waarin ik 'marge' heb om mij aan te
passen zijn voor mij als cel beduidend enger dan voor de
bewustzijnsentiteiten op een hoger niveau (de reflex met sturing
door neuronen, de samengestelde reflex eveneens gecoördineerd door
superneuronen, enz.), maar in principe ben ik in staat tot reflectie
en vrije associatie, anders zou er geen spier zijn ontstaan... Dus,
heb ik een flink kenmerk van bewustzijn. |

|
De volgende stap in de ladder naar beneden is
de associatie of het leren door ervaring, of geconditioneerde
reflex. We blijven in de sfeer van het vlees, omdat ik een spiercel
ben...
Kan er een symbool het samentrekken van een spiercel (mij)
veroorzaken zonder dat ik rechtstreeks aangemaand word tot
activiteit door de juiste geur van neurotransmitter? Het zou de
representant moeten zijn van een aanverwante gebeurtenis of ding dat
mij aanspreekt.
Het is bijzonder moeilijk om hier verder over te fantaseren zonder
tot in de details de elektro-chemische achtergrond verder te
bestuderen. Als we de zaak in het genetisch materiaal bekijken -- op
langere termijn -- dan kan het aan- of afschakelen van bepaalde
genen een andere respons teweegbrengen bij het aanbieden van
hetzelfde signaal... Maar dat is misschien iets anders. Enfin, ik
weet het niet.
Misschien kan een en ander veranderen door oefening, waardoor dan
een soort priming ontstaat. Als de buur begint samen te trekken,
begin ik er ook alvast aan, van vóór het signaal van de baas zelf
komt. Ik weet het echt niet.
Eigenaardig dat ik mij eerder makkelijk kan inbeelden dat er (vrije)
associaties zijn, en reflectie en bewustzijn, maar dat ik niet vat
hoe er nieuwe associaties kunnen ontstaan door conditionering van
uit de omgeving. Als er geen geconditioneerde reflexen zouden zijn
die door 'mijn' medium gestuurd en gevormd worden, zou ik
waarschijnlijk vrij rondzwemmen in de zee, of een kankercel worden
die zich niet laat inpassen in het geheel. Het is misschien een
technisch-wetenschappelijke aangelegenheid met veel histologische en
fysiologische details... |

|
Gecoördineerde reflexen binnen in mijn buik
(de cel) zijn overduidelijk aanwezig. Als al mijn onderdelen
afzonderlijk hun goesting zouden doen, zou ik als geheel geen moment
overleven.
Vooral het voorbeeld van de spiercel is duidelijk. Als al die
fibrillen willekeurig zouden samentrekken en weer strekken zou ik
(als spiercel) volkomen nutteloos zijn in mijn medium.
Voorbeelden van gecoördineerde reflexen op spierniveau
(gecontroleerd door neuronencircuits) zijn braken, hoesten, een
erectie hebben, niezen..., maar ook hartslag, ademhalingsbewegingen,
bewegingen van de ingewanden voor de spijsvertering, en natuurlijk
bijsturingen in de lichaamshouding. Daarbij is de coördinatie van de
organellen binnen in elke cel te beschouwen als de grondslag voor
die macroscopische activiteiten.
Het standpunt is alleen anders. Ofwel ben 'ik' een cel, ofwel een
onderdeel ervan -- op een lager niveau, ofwel een heel systeem van
samenwerkende spieren en neuronen -- op een hoger niveau. Als ik op
het niveau van de organellen zit, heb ik geen weet van de eerste
persoonsvisie van de cel, die op haar beurt niets afweet van het
'zijn' van het grotere systeem. Omgekeerd zijn alle onderdelen van
een groter systeem voor dat systeem zelf transparant, bestaan die
als het ware niet eens. Als er een van de cellen doodgaat, is dat
voor een kniereflex waarschijnlijk geen wereldschokkend nieuws...
Het is alsof elk samenhangend systeem een ziel heeft, die vrijelijk
kan beschikken over een lichaam. Of, alsof elk 'ik' een moment van
bewustzijn beleeft op het moment dat gecoördineerd moet handelen --
of een stuk daarvan afgeeft aan het coördinerend controleorgaan.
De enkelvoudige reflex in een spier kunnen we beschouwen als
gezamenlijke reactie op het toedienen van een dosis transmitter... |

|
Vanuit de koepel van de Reichstag...
maken we een eerste samenvatting van bovenstaande dromerij.
We hebben volgende begrippen en vragen:
-
metasysteem transitie (MST): een stel
gelijkaardige systemen werkt zodanig samen dat er -- mits de
nodige controlesystemen en apparatuur ter ondersteuning van het
geheel -- een nieuw organisme ontstaat
-
verschillende MST's resulteren in een
gelaagde structuur van controle en coördinatie, met daaraan
gekoppelde bewustzijnstoestanden
-
tussen de lagen is er telkens een eenzijdige
bewustzijnsgrens; als ik in een systeem actief aanwezig ben als
onderdeel, zie ik het geheel niet, maar, met enige moeite kan ik
wel kennis nemen van mijn eigen onderdelen. Als mens kunnen we
ofwel meedoen met een groep, en nemen we naïeve objecten waar,
of ons afstandelijk opstellen, waardoor we in staat zijn
kritisch waar te nemen (we zien kritische objecten)
-
hoe ver staat het met de sociale MST? Hoe
kan, in het licht van de evolutie, een sociale structuur
georganiseerd worden om een volgend stadium van bewustzijn te
realiseren: democratie, dictatuur, fundamentalisme, religie... ?
Hoe ver staat het trouwens met de intersubjectieve vorm van
bewustzijn, nu?
-
Bestaat er een vrije wil, of gebeurt alles
via gissen en missen, of evolutie, of ... . Is er een top-down
controlesysteem (een ziel, geest), of hebben we bottom-up
coördinatie (embodyment)?
-
Is het mogelijk en zinvol om een eenheid van
bewustzijn te hanteren, een ventje(m/v) of vrouwtje/ventje bijvoorbeeld (Ken Wilber spreekt over 'holons')?
|
|
Referenties
-
Ghysbrecht.
(http://cgi.benl.ebay.be/Professor-is-mijn-voornaam-
Ghysbrecht-dialogen-J-Coeck_W0QQitem
Z8367221805QQcategoryZ277QQcmdZViewItem)
-
A. Goudsmit.
http://dissertations.ub.rug.nl/FILES/faculties/ppsw/
1998/a.l.goudsmit/stelling.pdf
-
Metasystem Transition, MST.
http://pespmc1.vub.ac.be/MST.html
-
Controle.
http://pespmc1.vub.ac.be/CONTROL.html
-
Volvox.
http://pespmc1.vub.ac.be/BIOLEXAM.html
-
Biologisch voorbeeld MST.
http://pespmc1.vub.ac.be/BIOLEXAM.html
-
Strekreflex.
(http://faculty.washington.edu/kepeter/119/labs/labs.htm)
-
Reflex.
http://faculty.washington.edu/kepeter/119/labs/muscle-lab-05.pdf
-
Dorsal root ganlion.
http://www.udel.edu/Biology/Wags/histopage/colorpage/
cne/cnedrg.GIF en
http://www.udel.edu/Biology/Wags/histopage/colorpage/
cne/cne.htm
-
Synapsen op spiervezels; spindels.
http://www.siumed.edu/~dking2/ssb/muscle.htm
-
Swastika.
http://www.swastika-info.com/nl/startpage/all/1066313818.html
-
Kakkerlak (roach).
http://en.wikipedia.org/wiki/Blattodea
-
Bewustzijn, F. Heylighen, 2000.
http://pespmc1.vub.ac.be/CONSCIOU.html
-
Sensation, Charles James Lever.
http://www.gutenberg.org/dirs/5/2/4/5240/5240-h/v4.htm
-
Synchronisatie.
http://www.univie.ac.at/brainresearch/Neurophysiology/
down/pdfdat/Neuroscience-V76P39.pdf
-
Veilig gevoel.
(http://www.veiliggevoel.be/downloads.htm)
-
Nerve net.
http://www.lifesci.ucsb.edu/~mcdougal/neurobehavior/
modules_homework/jellies.html
-
Learning by experience.
http://www.tear.org.au/resources/target/052/04.learing.htm
-
Neurons in spinal horn.
http://www.neuroanatomy.hpg.ig.com.br/nhp8.htm
-
Wandelende kakkerlak.
http://www.zoo.cam.ac.uk/degree/1banimal/modules.html
-
Hydra.
http://www.microscope-microscope.org/microscope-images.htm
-
Kakkerlak.
http://bugguide.net/node/view/13045
-
Duif in Skinner Box.
http://ww2.lafayette.edu/~allanr/fac.html
-
Reflectie, Elissa Landi.
http://elissa.org/landi.shtml
-
Robot bewustzijn.
http://robothaven.net/article.pl?sid=04/11/08/219219
-
Slavenboot 1860.
http://www.movinghere.org.uk/gallery/hardship/cargo.htm
-
Spiercellen.
http://www.apsu.edu/thompsonj/Anatomy%20&%
20Physiology/2010/2010%20Exam%20Reviews/Exam%203%
20Review/CH%2009%20Sarcomere%20Appearance.htm
-
Spiercellen.
http://www.mhhe.com/biosci/esp/2001_gbio/folder_structure/
an/m5/s5/anm5s5_1.htm
-
Ruitendame.
http://www.kardwell.com/texan-playing-cards.htm
-
Conditioned Reflex.
http://www.cerebromente.org.br/n09/mente/pavlov_i.htm
-
Niezen.
http://www.sph.emory.edu/student/isahhr/whatsinarxbag/
sneezing%20connect.htm
-
Koepel Reichstag.
http://www.opdefiets.be/sintpetersburg/2005_reisverslag.htm
|
|
|
A. Syberg, Belgium
E-Mail Syberg : Home Page
Copyright © 2006 A. Syberg
Site Last update
19.03.2007
|