Home

Dubbele Poort

[Up] [Frustratie] [Dubbele Poort] [Verdiepingen] [Hydra] [Emergentie] [Labyrinth] [Gradiënten] [Verplaatsing] [Controle]
Prev Up Next

 

Dubbele poort (Syberg)

English  


Objectief: Droom
08-01-2006

 We hebben een poort in Bankirai hout gemaakt, met twee vleugels die naar binnen opengaan -- op de oprit. Nu moeten we een tweede poort daar vlak tegenaan zetten, met scharnieren op dezelfde palen. Deze poort moet eveneens naar binnen opendraaien, maar dat zal bijzonder moeilijk zijn wegens de plaatsing van de eerste scharnieren (duimen eigenlijk). Als ik wakker word, stel ik mij voor dat de oplossing gemakkelijk zou gevonden kunnen worden indien de eerste poort als buitenste zou kunnen dienen, maar daar kwam ik in de droom helemaal niet op. De buitenste poort moest dienen om de atomen buiten te houden.

Dan is er iets op top van een wolkenkrabber van toch wel zes verdiepingen hoog, wat in de droom ook al zo raar leek. Het dak was een glazen koepel, en we stonden in een soort winkel of bureel. Het was kwestie om daar vandaan verder te geraken.

Vervolgdroom
09-01-2006

 Lieve en ik moeten een examen afleggen. We schrijven de tekst op onze linker arm. De lerares komt zeggen dat we alles opnieuw zullen moeten doen, omdat de mededeling "bij provo" er in vermeld staat.

We doorstrepen de vermelding, maar toch hadden we het beter meteen op papier gezet: veel minder moeite. We zullen het moeilijk hebben om de verf (black-varnish) van onze huid te wassen...



 

Subjectief: Vrije Associatie

 Een dubbele poort in Bankirai heb ik al eens gemaakt, samen met Lieve. De eerste poort, die vooraan staat, is in ijzer, met spijlen, en is bedoeld voor de atomen; de tweede poort, in hout, is om privatieve delen te onderscheiden van terrein waar ook klanten kunnen komen.

In de droom is er een binnenpoort, maar nog geen buitenpoort, en het blijkt bijzonder moeilijk om er een te voorzien, gezien deze die er al staat de verdere uitbouw belemmert.

Het zou eigenlijk gemakkelijk moeten zijn. Je hebt een privé terrein, en eentje dat voor je werk is.


Professor Ghysbrecht. Ref. 1
 

 Prof Ghysbrecht: 'Professor is mijn voornaam'. Het was een heel bijzonder man die bijvoorbeeld zei dat je zo objectief mogelijk moet zijn in psychotherapie, maar dat het niet mogelijk is je daar subjectief niet in te mengen: je zit er gewoon met je subject helemaal tussen gedraaid, dus.
 

Citaat A. Goudsmit (Ref. 2)

Het verschil tussen de binnenzijde en de buitenzijde van een eenzijdige grens is dat binnen het verschil tussen binnen en buiten niet bestaat, en buiten wel. De eenzijdige grens is daarmee de grens van zijn eigen domein van geldigheid, en men passeert hem in de ene richting door hem te vergeten, in de andere richting door hem opnieuw te beseffen.

Het komt er een klein beetje op aan, dat je iemand slechts kunt begrijpen wanneer je er een empathische relatie mee aangaat, als je zo ver meegaat in het verhaal, dat je werkelijk meevoelt waar 'het' over gaat: dan zit je aan de binnenkant van het verhaal, ín de relatie met de klant(en), en dan zie je de wereld ook vanuit dat perspectief. Er is geen verschil tussen binnen en buiten, omdat de grenzen van het intersubjectief gebeuren deze van het universum zijn.

Stap je even later (wat dat ook moge wezen) uit die relatie, dan wordt de wereld van de cliënt losgemaakt uit de eenheid van daarpas, en zie je die terug als het standpunt van een ander, objectief te benaderen en te beschrijven in vergelijking met andere werelden van nog andere mensen, en met determinaties van zulke universa aan de hand van theorieën, gesprekken met collega's en dergelijke meer. De buitenkant of grens van de mens of groep in kwestie is dan enigszins zichtbaar, en dat privatieve terrein is duidelijk met poorten afgesloten van de rest van het door mij beleefde universum, of is er een object in.

Je zou moeten zeggen, net zoals in de droom: 'ik' word op het moment van de intersubjectieve ontmoeting de versmelting van twee of meer mensen, en schuift enkele tellen daarna op naar een andere samenstelling, die zowel intern (intra-psychisch) als extern (inter-persoonlijk)  gedetermineerd kan zijn.

Misschien is deze stelling overdreven, maar toch schuift het centrum van bewustzijn van binnen in mijn geest naar een plaats ergens tussen de twee of meer deelnemers aan de ontmoeting, of, er is een duidelijke overlapping van de coördinerende agenturen aanwezig in ieders hoofd.

Als we bewustzijn zouden definiëren als het coördinerend controlecentrum in een geest (brein, organisme, groep cellen...), en dat het moment van bewustzijn begint bij het synchroniseren van de verschillende instanties die de coördinatie ondersteunen, dan zou de intersubjectieve bewustzijnskern kunnen bestaan uit een (primitieve) intermenselijke synchronisatie van de afzonderlijke clusters actieve (hersen)gebieden.

Misschien word mijn persoonlijk bewustzijn een beetje afgezwakt, en dat van de ander ook, en hangt het verloren gebied dan ergens in het midden met een eigen identiteit en/of interpersoonlijk bewustzijn, waar ik als deelnemer geen zicht op heb, maar wel aan deelneem.


MST. Ref. 3
 

 MST: Metasysteem Transitie (Ref. 3)
 

Citaat V. Turchin, C. Joslyn, 1999, ref. 3, in Principia Cybernetica Web

"Beschouw een bepaald systeem S. Stel dat er een mogelijkheid bestaat om er een aantal copijen van te maken, eventueel met variaties. Veronderstel dat deze systemen verenigd zijn in een nieuw systeem S' die de systemen van het S type als subtype heeft, met daarbij nog een bijkomend mechanisme omvat ter controle van het gedrag en de productie van de S -subsystemen. Dan noemen we S' een metasysteem ten aanzien van S, en de creatie van S' een metasysteem transitie. Ten gevolge van consecutieve metasysteem transities ontstaat er een gelaagde (multilevel) controlestructuur, die gecompliceerde gedragspatronen toelaat.
Met de scope van de MST bedoelen we het originele systeem S, en het aantal geïntegreerde systemen noemen we de schaal (scale). De minimale schaal van een MST is een. In dit geval treedt er geen reproductie van de scope op, maar ontstaat er toch een controle niveau, en dus is er sprake van een metasysteem transitie.
In een gelaagd controlesysteem is elk niveau geassocieerd met een bepaalde activiteit die karakteristiek is voor dat niveau. Iedere metasysteem transitie creëert en nieuw type activiteit. Wanneer A de controleactiviteit is van het bovenste niveau in een bepaald systeem, dan ontstaat er in een metasysteem een nieuwe activiteit: die van het nieuwe controleniveau. Laat het ons A' noemen. Het controleert in die zin de activiteiten van A, waarvan het niveau nu gezakt is naar het op één na hoogste.

controle van A = A'

Dit is een functionele beschrijving van een metasysteem transitie, die ons toelaat een metasysteem transitie aan te wijzen, zelfs in die gevallen waar we de exacte structuur van de betrokken systemen niet kennen."

[Consider a system S of any kind. Suppose that there is a way to make some number of copies from it, possibly with variations. Suppose that these systems are united into a new system S' which has the systems of the S type as its subsystems, and includes also an additional mechanism which controls the behavior and production of the S-subsystems. Then we call S' a metasystem with respect to S, and the creation of S' a metasystem transition. As a result of consecutive metasystem transitions a multilevel structure of control arises, which allows complicated forms of behavior.
We refer to the original system S as the scope of the MST, and to the number of integrated systems as its scale. The minimal scale of an MST is one. In this case there is no reproduction of the scope, but a control level still emerges, so it is a metasystem transition.
In a multilevel control system each level is associated with a certain activity which is characteristic for this level. Each metasystem transition creates a new type of activity. If A is the activity on the top level of control in some system, then in a metasystem transition a new activity emerges: that of the new control level. Let it be referred to as A'. It can be described as controlling the activities A of the level which now is penultimate:

control of A = A'

This is a functional description of a metasystem transition, which allows us to pinpoint a metasystem transition even in those cases where we do not know the exact structure of the systems involved.]

Het lijkt mij een interessante beschrijving van wat ik waarneem in het ontstaan van 'ik' in de droom, waar meerdere actieve clusters symbolen [ventjes(m/v)] samenkomen tot vorming van één momentane president, het centrum van bewustzijn of 'ik'.

Vooraleer er verder mee te werken, zou ik graag nog eens kijken wat er juist bedoeld wordt met 'controle'. Het lijkt alsof er een controlerende agentuur bovenop een bestaande structuur met controle-eenheden komt zitten, maar ik zou het liever definiëren als het ontstaan van een tijdelijk coördinerend orgaan in een bestaande structuur van binnen uit, waarvoor de metafoor van een verkiezing (in real time) of van een versneld evolutietraject kan genomen worden.



Fig. 1

 Controle (Ref. 4)
 

Citaat V. Turchin, F. Heylighen, C. Joslyn, & J. Bollen, 1996, Ref. 4

"Controle is de operationele mode van een controlesysteem dat twee subsystemen omvat: controleren (een controleur of controller) C en gecontroleerd worden (een gecontroleerde) S. Ze interageren, maar er is een verschil tussen de invloed van C op S, en die van S op C. De controller kan de staat van het gecontroleerde systeem S willekeurig wijzigen (actie), of zelfs vernietigen. De invloed van S op C bestaat uit het vormen van een perceptie van systeem S in de controller C. Zie Fig. 1."

[Control is the operation mode of a control system which includes two subsystems: controlling (a controller) C, and controlled, S. They interact, but there is a difference between the action of C on S, and the action of S on C. The controller C may change the state of the controlled system S in any way, including the destruction of S. The action of S on C is formation of a perception of system S in the controller C. This understanding of control is presented in Fig.1.]

Omdat het controlesysteem zo goed past in hetgeen ik al op verschillende plaatsen hier heb geschreven, nog een beetje meer citaat.
 

Citaat V. Turchin, F. Heylighen, C. Joslyn, & J. Bollen, 1996, Ref. 4

     Fig. 2

"In Fig. 2 definiëren we het concept van perceptie. In de controller zien we een agent die verantwoordelijk is voor zijn acties, en een representatie van het gecontroleerde systeem dat een object is waarvan we de toestand identificeren met percepties. De relatie tussen representatie en agent wordt omschreven als een stroom van informatie: de acties van de agent hangen af van deze stroom. Dus, de actie van S op C is beperkt in zijn effect, doordat enkel de representatie van S veranderd wordt in C, niet de rest van het systeem. Vandaar de asymmetrie van de controlerelatie: C controleert S, maar S controleert C niet. De actie van S op C wordt "gefilterd" door de representatie: het effect ervan op C kan niet groter zijn dan toegelaten door de verandering in de representatie.

Natuurlijk kunnen twee systemen elkaar onderling controleren, maar dan hebben we een andere, complexere relatie, die we nog steeds zullen omschrijven als een combinatie van twee asymmetrische controlerelaties."

[In Fig.2 we define the concept of perception. We see in the controller an agent which is responsible for its actions, and a representation of the controlled system, which is an object whose states we identify with perceptions. The relation between representation and agent is described as a flow of information: the actions of the agent depend on this flow. Thus the action of S on C is limited, in its effect, by changing only S's representation in C, not the rest of the system. Thus the asymmetry of the control relation: C controls S, but S does not control C. The action of S on C is "filtered" through the representation: its effect on C cannot be greater than allowed by the changing state of the representation.

Of course, two systems can be in a state of mutual control, but this will be a different, more complex, relation, which we will still describe as a combination of two asymmetric control relations.]

     Fig. 3

"In veel gevallen kunnen we ook een gedetailleerder beeld krijgen van het gecontroleerde systeem, zoals voorgesteld in Fig. 3. We beschrijven het gecontroleerde systeem aan de hand van enkele variabelen, en maken daarbij onderscheid tussen de variabelen die direct geaffecteerd worden door de controller en deze die erdoor geobserveerd worden bij de perceptie. Het causale verband tussen de geobserveerde variabelen en de geaffecteerde variabelen wordt bepaald door de intrinsieke dynamiek van het systeem. We mogen ook de invloed van mogelijke storingen op de geobserveerde variabelen niet vergeten.

In Fig. 3 hebben we ook nog iets toegevoegd aan de controller: het bevat nu nog een object dat de agent beïnvloedt: het doel. De agent vergelijkt de huidige representatie met het doel en onderneemt acties die er naar streven het verschil tussen die twee te minimaliseren. Dit is bekend als doelgericht gedrag. Het resulteert niet noodzakelijkerwijs uit het bestaan van een geobjectiveerd doel; het doel kan in het systeem ingebouwd zijn -- er in opgelost als het ware. Maar, een typisch controlesysteem gevat gewoonlijk een doel als een identificeerbaar subsysteem.

Zelfs al is de controlerelatie asymmetrisch, deze omvat een 'closed loop'. Gezien vanuit de controller, start de loop met zijn eigen actie en wordt gevolgd door een perceptie, die een actie is in de omgekeerde richting: van de gecontroleerde naar de controller. Dit aspect van de relatie is gekend als feedback.

[In many cases the controlled system can be also seen in greater detail, which is done in Fig.3. We describe the controlled system using some variables and distinguish between the variables directly affected by the controller, from the variables which are observed by the controller in perception. The causal dependence of the observed variables on the affected variables is determined by the intrinsic dynamics of the system. We also must not forget about the effect of uncontrollable disturbances on the observed variables.

In Fig.3 we also made an addition to the controller: it now includes one more object which influences the agent: goal. The agent compares the current representation with the goal and takes actions which tend to minimize the difference between them. This is known as purposeful behavior. It does not necessarily result from the existence of an objectified goal; the goal may be built into the system -- dissolved in it, so to say. But a typical control system would include a goal as a an identifiable subsystem.

Even though the relation of control is asymmetric, it includes a closed loop. Looked from the controller, the loop starts with its action and is followed by a perception, which is an action in the opposite direction: from the controlled to the controller. This aspect of control relation is known as feedback.]

Een en ander is vergelijkbaar met het feedbacksysteem dat ik voorstelde in "symboliek", eerder.


Volvox. Ref. 5
 

 Om nog even terug te keren naar de Metasysteem Transitie, gaan we nog een te rade bij Volvox, voor de zoveelste keer:
 

Citaat biologisch voorbeeld MST, Alexei Sharov, 1998, ref. 6

"Blijkbaar zijn meercellige organismen ontstaan uit kolonies cellen zoals bij Volvox. Een kolonie spruit voort uit één cel. De kolonie controleert verschillende celfuncties. Cellen delen meestal in de richting van de oppervlakte van de kolonie. Er is ook coördinatie van de beweging van de kolonie. De richting van beweging wordt bepaald door een soort 'stembeurt' onder de cellen. De kolonie beweegt in de richting waarin de meerderheid van de cellen wil gaan."

[Apparently, multicellular organisms originated from colonies of cells like Volvox. A colony is formed by the progeny of a single cell. The colony controls several functions of the cells. Cells divide mostly in the direction of the colony surface. There is also coordination of colony movement. The direction of movement is determined by a kind of 'voting' among cells. The colony moves in the direction where the majority of cells want to move.]

Wat onmiddellijk opvalt, is de stemronde die telkens nodig is om de richting van het zwemmen te bepalen. Hetzelfde fenomeen doet zich voor in een kudde koeien in een groot 'park'. Daar trekken ze van de ene plaats naar de andere, en ze gaan allemaal samen. Om de besluitvorming even in beeld te brengen :

Eén van de koeien staat aan het einde van de dag recht (ze liggen allemaal neer, herkauwen en zo) en wijst met haar kop in een bepaalde richting (daarheen wil ze lopen, zeg maar), en gaat terug liggen. Een tijdje later staat een ander dier recht, wijst in haar preferentiële richting, en gaat terug liggen. Zo gaat dat een hele tijd door, tot meerdere dieren tegelijk opstaan en wijzen. Geleidelijk aan ontstaan een soort consensus, en als de prikkel op te vertrekken groot genoeg is, stappen ze allemaal op in de richting van de meerderheid. Het beeld van 'stemmen' heb ik al veelvuldig gebruikt binnen de context van gedachten- en besluitvorming. Een en ander is uit te beelden als een golfbeweging binnen de 'kolonie', en ontstaan misschien op die manier de zogenaamde hersengolven.

Om dan terug te keren tot de meer algemene visie op MST:
 

Citaat MST, V. Turchin, C. Joslyn, 1999, ref. 3

Het klassieke voorbeeld van een MST is het ontstaan van meercellige organismen. Hier is systeem S een levende cel, die kan voortleven op zichzelf. Reproductie van de cellen en hun integratie in een metasysteem creëert S', een organisme van een nieuw type, dat kan bestaan uit duizenden tot miljoenen cellen. Aan het begin van dit proces kan het controlemechanisme redelijk eenvoudig zijn: kwestie van de cellen bij elkaar te houden. Het gebeurt gewoon onder invloed van de natuur, zonder specifieke ruimtelijke substructuur. Doch onder invloed van opeenvolgende metasysteem transities ontstaat er specialisatie van cellen, en we zijn getuige van de creatie van een gelaagde hiërarchie, van structuren en functies, waarbij cellen geïntegreerd worden in weefsels, weefsels in organen, organen in een organisme, waarbij alles gecontroleerd wordt door hormonale en neuronale systemen (zie bijvoorbeeld metasysteem transities in de biologie).

De vorming van de menselijke samenleving vanuit afzonderlijke individuen is ook een MST. Zoals het geval is voor meercelligen, is de scope van S in deze transitie het hele beschouwde systeem. Dat is niet altijd zo. Een metasysteem transitie kan plaatsvinden over een scope dat een substructuur is van het beschouwde systeem. Dus, de vorming van een leger uit rekruten is een typische MST die resulteert in een controlehiërarchie, maar de units die worden geïntegreerd zijn individuele rekruten, geen hele gemeenschappen. Een belangrijker voorbeeld van dit soort is de metasysteem transitie in het brein die geleid heeft tot het ontstaan van de mens. ...

Ook in alle evolutionaire ontwikkelingen zijn de belangrijkste gebeurtenissen MST's. ...

Hier zien we bijvoorbeeld de sequens van metasysteem transities die, te beginnen bij het verschijnen van bewegingsorganen, geleid heeft tot het ontstaan van de menselijke gedachte en menselijke samenleving.

  • controle van positie = beweging

  • controle van beweging = prikkelbaarheid (enkelvoudige refex)

  • controle van prikkelbaarheid = (complexe) reflex

  • controle van reflex = associatie (geconditioneerde reflex)

  • controle van associatie = menselijk denken

  • controle van menselijk denken = cultuur

[The classic example of an MST is the emergence of multicellular organisms. Here system S is a living cell, which can survive on its own. Reproduction of cells and their integration into a metasystem creates S', an organism of a new kind, which may consist of thousands and millions of cells. At the beginning of this process the control mechanism is quite rudimentary: just holding cells together. It takes place due to the laws of nature, without any spatially separated substructure. But in the course of further metasystem transitions, specialization of cells occurs, and we witness the creation of a multilevel hierarchy of structures and functions, where cells are integrated into tissues, tissues into organs, organs into an organism, and all this is controlled by the humoral and nervous systems (for further examples, see Metasystem transitions in biology).

Formation of the human society from individuals is also an MST. As in the case of multicellular organisms, the scope S of the transition is the whole system under consideration. This is not always so. A metasystem transition can take place over a scope which is a substructure of the considered system. Thus, formation of an army from conscripts is a typical MST resulting in a hierarchy of control, but the units which are integrated are individual conscripts, not whole societies. A more important example of this kind is the metasystem transition within the brain which resulted in the emergence of the human being. ...

As in all evolutionary developments, the most important events are metasystem transitions. ...

For example, here is the sequence of metasystem transitions which led, starting from the appearance of organs of motion, to the appearance of human thought and human society:

  • control of position = movement
  • control of movement = irritability (simple reflex)
  • control of irritability = (complex) reflex
  • control of reflex = associating (conditional reflex)
  • control of associating = human thinking
  • control of human thinking = culture]

Binnen de sequens hierboven is vooral het laatste deel van belang voor de studie van symbolen, ventjes en 'ik' in dromen en gedachten en samenlevingen. In een eerste poging een en ander uit te breiden, probeer ik volgende onderverdeling:

  • controle van reflex = primaire associatie (geconditioneerde reflex)

  • controle van primaire associaties = symbolisatie (complexe associaties)

  • controle van symbolen = onbewust- of droom-denken (ventjes, nonverbaal uitagerend)

  • controle van onbewust denken = talig denken (pointers)

  • controle van talig denken = menselijke communicatie (pointer to pointer, plus nonverbaal)

  • controle van communicatie = microcultuur

  • controle van microcultuur = cultuur

We doen verder een poging om enkele ideeën van symboliek en ventjes en zo van die dingen in te passen in een MST omgeving. (zie verder)

 



 

 Reflexboog.
 

Citaat uit 'Reflex Arc', Ref. 7

stimulus --> receptor --> sensory neuron --> interneuron --> motor neuron --> effector organ --> response

   Reflex. Ref. 7

Spier strekreceptoren liggen parallel aan de spiervezels en komen voor in bijna alle skeletspieren. Vlugge strekking of over-strekking van een spier activeert deze receptoren erg sterk, wat resulteert in een reflexieve contractie (samentrekking) van de gestrekte spier. De gewone functie van de strekreflex is het tegengaan van onvrijwillige uitrekking (strekking) van spieren, zodat het lichaam in een rechtstaande positie kan blijven in weerwil van onverwachte veranderingen in houding. Het is dus noodzakelijk voor de houding en voor het voorkómen van schade door over-rekking van ledematen.

Muscle stretch receptors are arranged in parallel within the muscle fibers of almost every skeletal muscle. Rapid stretching or over stretching of a muscle strongly activates these stretch receptors, resulting in a reflexive contraction (or jerk reaction) of the stretched muscle. The normal function of a stretch reflex is to oppose involuntary stretching of muscles, making it possible for the body to be held in an erect position and to resist unexpected changes of position. Thus it is critical for posture and preventing damage from hyperextension of limbs.

Een sensorisch neuron maakt met zijn dendrieten contact met de spiervezels (vinger aan de pols als het ware). Als die (plots) uitrekken, wordt het neuron geëxciteerd en geeft eventueel een impuls door via het axon naar de synapsen in het ruggemerg... Een motorneuron ontvangt het signaal (via neurotransmitter) en stimuleert de spier die werd uitgerokken om samen te trekken. Tegelijk, via een inihiberend interneuron, wordt de spier die de beweging zou kunnen tegenwerken aangezet om te verslappen...

Eigenlijk doet de technische uitleg niet veel ter zake. Alleen moeten we vinden waar het controlesysteem nu zit, op welk niveau we ons bevinden, en waar de onderdelen van C en S zijn te vinden.

Laten we om te beginnen het standpunt innemen van een neuron, bijvoorbeeld het sensorisch neuron (blauw in de tekening). Het is een cel, die dermate is gespecialiseerd dat hij buiten de omgeving waarin hij zich (gewoonlijk) bevindt niet zou kunnen overleven; toch niet in de sloot bijvoorbeeld, zoals zo veel eencelligen dat wel kunnen.

Als ik die cel zou zijn, dan had ik nu een heel ander leven dan in de sloot. Voor eten en drinken moet ik niet zorgen, frisse lucht en warmte zijn netjes geregeld; pensioen, kinderen krijgen, allemaal geen probleem. Ik moet mij alleen maar bezighouden met mijn taak (naast het in stand houden van mijn eigen stofwisseling): als er voldoende reden is om een signaal af te geven, dan moet ik dat doen, en anders niet (niets).

Is er in mij, als cel, een controlesysteem aanwezig met C en S?
Als we als S alle subsystemen samennemen (de kern met het DNA, de organellen, mitochondriën, celmembraan... ), dan kunnen we in het systeem enkele onderdelen aanduiden:
 



 
  • doel: rustig blijven, eten en drinken (en zo), en, als er een storing komt die ernstig genoeg kan genoemd worden, dan een signaal afgeven. Aangezien het doel in C zit, zal C iets te maken hebben met controle over het al dan niet afgeven van het signaal.

  • storing: het uitrekken van een spier (of het nu een vezel is of meer, laten we in het midden). Hoe sneller en/of hoe meer de vezel wordt gerokken, hoe sterker de storing. De storing treedt op in de S (subunit of gecontroleerde).

  • De geobserveerde variabelen hebben iets te maken met de potentiaal die over de celmembraan staat aan de dendrietenkant (input). Vanaf een bepaalde waarde, geïntegreerd over de membraan, gaat de cel (ik) vuren, of, aan de output iets doen met de potentiaal van de celmembraan aan de axonkant en de transmitterstoffen in de synapsen (de plaats waar de cel zijn signaal afgeeft), of, met de geaffecteerde variabelen. De dynamiek van het systeem zorgt er voor dat de zaak na verloop van tijd terug tot rust komt. Alles bevindt zich in S, de gecontroleerde systemen.

  • De metasysteem transitie installeert een nieuwe activiteit, coördineert het vuren van het neuron. Hoe een en ander in detail ineenzit zullen we niet behandelen. De perceptie van de geobserveerde variabelen zorgt voor een verandering in de representatie... Iets in de cel ondergaat een verandering onder invloed van de membraanpotentiaal. Deze verandering wordt als informatie doorgegeven aan een comparator: vanaf hier moet er gevuurd worden, anders niet. De comparatorstructuur kunnen we de agent noemen, die al dan niet overgaat tot de actie.

Nu kunnen we ons afvragen of ik als cel ook bewustzijn heb. Als we bewustzijn definiëren als coördinerende instantie op het hoogst zichtbare niveau, dan kunnen we stellen dat, behalve in tijden van hongersnood of andere calamiteiten, ik een bijna slapend leven leid: met weinig of geen bewustzijn. Het rommelt wel wat onder de waterlijn (schommelingen in de omgeving of ruis van binnenuit). Als het er echter op aankomt te handelen, schiet ik wakker, word mij bewust van mijn bestaan, en ga ik een ogenblik aan de slag: vuur; en dan gaat het vanzelf weer over.

Kijken we verder naar de kniereflex, dan schijnt het alsof er zo danig veel neuronen samenwerken dat de spier in zijn geheel samentrekt op uitnodiging van de dokter die de pees eventjes aantikt met zijn hamertje, en alzo een plotse uitrekking van de spier veroorzaakt. Ik wil niet op alle details ingaan, en zo vrij mogelijk fantaseren...

Dus, laat ons zeggen dat er ook onderling contact is tussen de neuronen die de spier voelen (sensorische neuronen). Als er eentje opgewonden raakt, dan laat het dat weten aan zijn buur: maat, ik krijg het nogal warm aan mijn vingers, hoe zit het met jou? Als die het ook zo aanvoelt, en er zijn er nog een heleboel andere, dan besluiten ze over te gaan tot gezamenlijke actie (via laterale excitatie en/of inhibitie bijvoorbeeld). Het zal wel niet voor niets zijn dat de cellichamen verzameld zijn in een ganglion waarschijnlijk.


Dorsal root ganglion. Ref. 9
 

 Zie ze daar allemaal op een hoop zitten in het "dorsale wortel ganglion"; ze zullen wel iets aan elkaar te vertellen hebben zeker (via chemische woorden als communicatiemiddel).

Zou er op dat niveau sprake kunnen zijn van een eenzijdige grens? Zo iets van als je er middenin zit, je eigenlijk gewoon meeloopt en van niets anders weet, en denkt dat dit nu het hele universum is, waar 'ik' het middelpunt van ben? Leef je gewoon mee met het concert rondom je heen, of neem je er afstand van om te zien of ze het wel goed doen?

Bijzonder uitdagend om daar eventjes verder over te mijmeren...


Swastika. Ref. 11
 

 Tussendroom: Boeren Afschieten
 11-01-2006

 We zitten op een land, terrein, met allemaal landbouwers op een lapje grond. De Romeinen komen om er een paar van hun land te verjagen.

Duitse soldaten drijven de verwijderde boeren bijeen en schieten ze af.

 De droom komt mooi van pas om verder te mijmeren. Het ganglion in de dorsale wortel van het ruggemerg is toch een ganglion: een van de verspreide hersentjes bij insecten en andere kleine beestjes bijvoorbeeld. Ik stel mij voor dat gedurende de vele duizenden (miljoenen) jaren van evolutie, het ontwerp van zo'n ganglion steeds verder is verfijnd en dat de blauwdruk netjes vastgelegd is in de genen. (Fylogenese: het werk van de Romeinen ver in het verleden).

Gedurende de ontogenese, na de bevruchting door de bombardementen van de Duitsers vóór 1945 (mijn geboortejaar) hebben de boeren hun stukje land bezet. Kijk maar naar de foto van het ganglion: ze hebben elk een perceel land ingenomen, en samen zitten ze in een soort omhulsel (de kraal zeg maar). In de embryonale toestand hebben ze weinig meer moeten doen dan een beetje vechten voor de plaats (competitie bij de verovering van de Far West), maar, eenmaal aangekomen bij de geboorte en de werkelijke installatie van de nieuwe samenleving, beginnen ze al direct boel te maken over wie de lakens uitdeelt en zo van die dingen...

Een samensmelting van Romeinen en Duitsers wordt hier voorgesteld door het vierarmig kruis, alhoewel het niet direct in de droom herinnerd wordt. Er worden al een paar boeren van hun land gehaald: in de baarmoeder beweegt de foetus al heel wat, en zal de betreffende spier die 'bediend' wordt door de groep sensorische neuronen al een paar goed geplaatste burgers in het ganglion vetter gemaakt hebben en een stel dommeriken minder gestimuleerd hebben, omdat ze toevallig hun vingers (dendrieten) op de verkeerde plaats gestoken hebben in de spier. Bij de geboorte en zeker gedurende de ontwikkeling naar een volwassen vorm, wordt de functionaliteit van de celgroep ten volle ontplooid, en zullen er waarschijnlijk een paar sneuvelen, terwijl de anderen verplicht samenwerken omdat anders het hele organisme voortdurend omver valt en zo.

Dus, mijn fantasie is dat in de loop van de tijd een samenwerkingsverband (tele-voting) ontstaat als van in Volvox of een kudde koeien, om uit te maken of dat de input voldoende is om alarm (groot, middel of klein) te slaan of niet: de cellen in het ganglion communiceren via hun contactpunten (welke die ook mogen zijn) om tot een consensus te komen, en er ontstaat een nieuwe metasysteem transitie.

Door de verwevenheid van de cellen, de structuur, ontstaat er een functioneel systeem of een organisatie met een nieuwe activiteit: samen op weg gaan om de rest van het systeem aan te sporen iets te doen. We krijgen een bovenliggend controleorgaan, of, uit de structuur ontstaat een functionele coördinatie van de subsystemen.

De nuance tussen controle en coördinatie is erg belangrijk voor de definitie van bewustzijn. Als we spreken van een controleorgaan, dan klinkt het alsof we een homunculus creëren die de boel bestuurt en die ook meteen de zetel is van bewustzijn (de ziel of de geest). Als we spreken van coördinatie, dan ontstaat een sprankel bewustzijn op het moment dat de onderliggende cellen akkoord zijn en na een hele onbewuste discussie tot een synchrone melodie komen (die goed klinkt omdat er mooie akkoorden in zitten). Het bewustzijn ontstaan van binnen uit, door samenwerking en synchronisatie, en is een vluchtig verschijnsel dat de coördinatie van het (direct onderliggende) geheel dynamisch vergezelt. Het hoeft daarom niet minder bewust te zijn... of dat nu moet voldoen aan het 'harde probleem van Chalmers' of niet.


Kakkerlak (Cockroach). Ref. 12
 

 Dat de ganglia een zekere vorm van autonomie hebben wordt duidelijk aangetoond bij het onthoofden van een kakkerlak. Het beestje schijnt tot een week te kunnen verder leven (en wandelen allicht) zonder kop. De fantasie past bij het afschieten van de boeren, en belicht het gedistribueerd (gedecentraliseerd?) karakter van bewustzijn.

Francis Heylighen (2000, ref. 13) beschrijft bewustzijn in verschillende stappen of niveaus:

  • waarneming, gewaarwording, gevoel (sensation)

  • gewaarzijn, voelen (awareness)

  • ervaring (experience)

  • zelf-ervaring of reflectie (self-awareness, reflection)

  • eerste-persoonservaring (first-person experience)

Het is bijzonder interessant om voorgaande verder uit te diepen voor de reflex, en nog maar juist voor het onderdeel 'ganlgion' aan de sensorische kant van de boog.


Sensation (detail). Ref. 14
 

 

 Gewaarwording, waarneming, gevoel of sensatie (sensation)
 

Citaat F. Heylighen, 2000, Ref. 13

De eerste en meest primitieve vorm van bewustzijn zou gewaarwording of gevoel kunnen genoemd worden. Om zijn doel te bereiken, meer specifiek om te overleven, moet een cybernetische agent in staat zijn de situatie waarin die zich bevindt gewaar te zijn, te voelen, is er perceptie nodig. De situatie wordt bepaald door de omgevingstoestand én door de doelen van de agent, in het bijzonder door het verschil tussen de huidige toestand en deze die verlangd wordt als doel. Gewaarworden of voelen wordt bereikt door de sensors van het systeem, die de fenomenen in de omgeving vertalen in interne informatie die betekenis heeft met betrekking tot de doelen van het systeem. Een gevoelde of waargenomen afwijking triggert automatisch een corresponderende actie die de afwijking (verschil) moet compenseren in wat wij een 'simpele reflex' noemen.

[The first, and most primitive, form of consciousness may be called sensation. To achieve its goals, or more specifically to survive, a cybernetic agent must be be able to perceive or sense its situation. The situation is determined by the state of environment and of the agent with respect to the agent's goals, and in particular by the deviation between the present state and the desired or goal state. Sensation is achieved through the system's sensors, which translate phenomena in the environment into internal information that makes sense with respect to the system's goals. A sensed deviation automatically triggers a corresponding action that would compensate for the deviation, in what may be called a "simple reflex".]

In de mooie prent hierboven krijgen de ventjes er van langs, zullen dat heel zeker voelen, en alzo aangezet worden zich uit de voeten te maken om de gewenste toestand van vrede te bereiken -- te compenseren voor het verschil daarmee...

Verdere in de tekst van F. Heylighen wordt de vergelijking gemaakt met een kamerthermostaat. Hier echter, in een onderdeel van wat een reflex mechanisme wordt genoemd, vinden we al iets ingewikkelder, namelijk dat de samenwerkende cellen zich kunnen aanpassen in de loop van hun geschiedenis, en ook in staat zijn te leren door ervaring. We maken hier een veronderstelling: alle neuronen kunnen zich 'aanpassen' door actiever te worden bijvoorbeeld als ze veel aangespoord worden, sterker misschien, en passiever of lui als ze weinig te doen hebben. Op welk niveau deze aanpassing gebeurt laten we hier in het midden (grotere of meer synapsen, overvloediger productie van neurotransmitter, verder reikende dendrieten en/of axonen, vlottere stofwisseling, meer of minder mitochondria voor de energie, ... het is eigenlijk allemaal om het even voor de voortgang van de redenering en het verhaal).

In een thermostaat zit er maar één voeler (gewoonlijk), maar hier hebben we een massa cellen die allemaal hun vingers uitsteken om te voelen hoe de 'rek' van de spier 'is'. Als ze dat allemaal op hun eentje zouden doen en beslissen dat hun deeltje te gespannen staat en dus het bevel geven aan dat stukje om de spier samen te trekken op die plaats alleen, dan zou dat misschien wel heel onaangenaam kunnen zijn...
 

Citaat synchronisatie, Ref. 15

Neuroscience Vol. 76, No. 1, pp. 39–54, 1997
A. A. EBLEN-ZAJJUR* and J. SANDKÜHLER

"De resultaten van huidige studie suggereren dat ontladingen van naburige neuronen in de spinale dorsale hoorn sterk gesynchroniseerd zijn, waarschijnlijk door propriospinale en primair afferente bronnen. Het bestaan van functionele reverberatie circuits is ook aangetoond. Ten slotte vertoont de functionele synchroniciteit in de spinale dorsale hoorn stimulus-geïnduceerde plasticiteit die voornamelijk bestaat uit veranderingen in de sterkte en/of de duur van de synchronisatie en zelden in de actievering van nieuwe verbindingen."

[The results of the present study suggest that discharges of neighbouring spinal dorsal horn neurons are strongly synchronized probably by propriospinal and primary afferent sources. The existence of functional reverberating circuitry was also evidenced. Finally, the functional synchronicity in the spinal dorsal horn presents stimulus-induced plasticity which consists mainly of changes on the strength and/or time of the synchronization and rarely of activation of new connectivities.]

Of dat functioneel naburige neuronen in de ganglia óók synchroniseren en plasticiteit vertonen naar sterkte en duur van die synchronisatie is natuurlijk niet gezegd, en ik heb dat ook niet verder onderzocht in de literatuur, maar, ik wil het toch gebruiken als werkhypothese.

Dus, we veronderstellen dat er korte opeenvolgende momenten van synchronisatie (gelijklopend vuren, gelijktijdig en/of in fase) ontstaan binnen de populatie van de neuronen in de ganglia die de cellichamen bevatten van de sensorische neuronen in het simpele reflexmechanisme, en dat die synchronisatie gepaard gaat met het doorsturen van een boodschap naar de buren, die dan de motor moeten bedienen...

Het besluit van de agent ontstaat door interne consensus van zijn subsystemen -- en dat is veel interessanter dan het aan-uit systeem van een thermostaat. We kunnen ook stellen dat de agent ontstaat door consensus van de gecoördineerde subsystemen: dat het voor de waarnemer is alsof er een (bewuste) beslissing wordt genomen door een ventje dat zich in naam van de anderen 'ik' noemt.


Veilig gevoel (detail). Ref. 16
ik werd op straat overvallen door een onveiligheidsgevoel

 

 Gewaarzijn of voelen (awareness).
 

Citaat F. Heylighen, 2000, Ref. 13

Op het volgende niveau van complexiteit, dat we "complexe reflexen" noemen in de theorie van de metasysteem transities, leiden afzonderlijke gewaarwordingen niet tot afzonderlijke acties. Afzonderlijke gewaarwordingen worden eerder geïntegreerd in een overkoepelende representatie van de situatie, die vergeleken wordt met een algemene representatie van het doel of doelen van het systeem. Verschillende gewaarwordingen en doelen interageren binnen in het "zenuwstelsel" van de cybernetische agent, en affecteren de interne, "mentale" staat van het systeem. De actie die de agent uiteindelijk neemt wordt bepaald door zijn interne toestand, die het resultaat is van alle voorgaande gewaarwordingen en doelen, en de huidige perceptie. Er is niet langer een directe band tussen gewaarwording en actie. De agent wordt eerder geaffecteerd door het geheel van alle voorgaande en tegenwoordige sensaties (gewaarwordingen, gevoelens). Daarom kunnen we de mentale toestand van de agent interpreteren als een belichaming van niet enkel de gewaarwording van de huidige situatie, maar als het gewaarzijn of algemeen voelen (awareness) gebaseerd op strevingen (doelen, verlangens...), en op vroegere en tegenwoordige gewaarwordingen.

[At the next level of complexity, which we call "complex reflexes" in the theory of metasystem transitions, separate sensations do not automatically lead to separate actions. Different sensations are rather integrated into an overall representation of the situation, which is compared with an overall representation of the system's goals. Different sensations and goals interact inside the cybernetic agent's "nervous system", affecting the internal, "mental" state of the system. The action that the agent eventually takes is determined by its internal state, which is the result of all previous sensations and goals, and the present perception. There is no longer an immediate connection between sensation and action. Rather the agent is affected by the whole of all previous and present sensations. Therefore, we may interpret the agent's mental state as embodying not only a sensation of the present situation, but a global feeling or awareness determined by goals, past and present sensations.]

Het moge duidelijk zijn dat bovenstaande elementen van gewaarzijn (doel, vroegere en huidige gewaarwordingen) alle reeds aanwezig schijnen te zijn in een zogenaamd simpele reflex. Er zijn grote aantallen neuronen bij betrokken, die in elke subgroep (receptor-, inter-, en motorneuron -- en de spiercellen ook) tot synchrone activiteit moeten komen om de reflexboog te sluiten, en dat er eveneens plasticiteit of leerprocessen aan te pas komen.


Nerve net. Ref. 17
 

 De eenvoudige reflex waar in het artikel van F. Heylighen naar gewezen wordt is er eentje van bij de Hydra (Cnidaria), en komt voor in een neuronen-netwerk (nerve net), en die ziet er veel eenvoudiger uit dan de kniereflex bij mensen... Toch is een en ander al aardig ingewikkeld.
 

Citaat 'nerve net' bij Cnidaria, ref. 17

"Communicatie tussen menselijke neuronen gebeurt op heel specifieke plaatsen, en enkel tussen bepaalde neuronen. Bij Cnidaria (Anemonen, Kwallen en Poliepen) kunnen alle neuronen met alle andere neuronen communiceren, als ze elkaar maar kruisen (ontmoeten). Dus, hoe is het mogelijke dat dergelijke schijnbaar willekeurige organisatie effectief kan functioneren? Wel, eigenlijk begrijpen we nog niet helemaal, maar werken doet het. Er schijnen minstens 3 specifieke banen te zijn die door de signalen in het net kunnen gevolgd worden, elk met zijn eigen ermee geassocieerde snelheid en elk voor de controle van een verschillende bewegingsrespons afhankelijk van de stimulus.

Nog een andere eigenaardigheid is dat op eender welk punt in het net een stimulus die op een bepaalde plaats gegeven wordt, vanaf daar een impuls genereert die uitstraalt in elke richting van het net. Blijkbaar is er geen preferentiële richting of pad voor de puls. Dit komt omdat neuronen in Cnidaria bipolair zijn, wat wil zeggen dat ze een actiepotentiaal (AP) kunnen geleiden in beide richtingen. Dit heeft voor gevolg dat bij elke 'en passant synaps', elk neuron het pre-synaptisch neuron kan zijn en neurotransmitters kan afgeven, of het post-synaptisch neuron kan zijn dat neurotransmitters opneemt, al naar gelang aan welke kant de stimulus geïnitieerd werd.

Het is deze bipolaire natuur die leidt tot het "echo effect" waargenomen in de kwal Cyanea. "

[Communication between human neurons occurs at very specific areas and only between certain neurons. In the Cnidaria all neurons can communicate with all other neurons whenever they cross. So how on earth can this seemingly random organization function effectively? Well, we don't completely understand it even yet, but it does. There appear to be at least 3 specific pathways that signals can take within the nerve net, each pathway has a characteristic conduction speed associated with it and seems to control different behavioral responses to a given stimulus.

Another strange and unique feature you would notice if you were studying the nerve net is that a stimulus at any point on the organism triggers an impulse that radiates out away from the stimulus site in every direction. There doesn't seem to be a preferred direction or pathway that the impulses takes. This is because Cnidarian neurons are bipolar in that they can propagate an AP in either direction. This entails that at each en passant synapse, either neuron may be the pre-synaptic neuron and release neurotransmitters or the post-synaptic neuron and bind neurotransmitters depending on which way the stimulus was initiated.

It is this bipolar nature of Cnidarian neurons that leads to the "echo effect" seen in the jellyfish Cyanea.]

Menselijke neuronen hebben een 'ingang' (dendrieten en soma) en een 'uitgang' (axon met synapsen), maar dat wil nog niet zeggen dat ze niet kunnen communiceren met wie ze 'willen', via feedforward, feedback en laterale koppelingen, zowel exciterend als inhiberend.

Er treedt al een reverberatie effect (echo of nagalm) op bij het net van Hydra, net zoals bij een ganglion...

De verleiding is groot om alles tot in de kleinste details uit te diepen, maar dan verlies ik mijn onderwerp. Eigenlijk ben ik op zoek naar het verschil tussen een eenvoudige reflex en een complexe.

Ik heb mij de meer complexe reflex altijd voorgesteld als een groep gecoördineerde reflexen, ergens hogerop in het zenuwstelsel. Ik denk bijvoorbeeld aan 'gewoon' wandelen. Je moet er niet over nadenken wanneer je je been moet stoppen vooruit te bewegen, neerzetten, en dan je ander been aan het vooruit bewegen moet laten beginnen; de beweging op zich wordt door deel-reflexen bepaald. Je been opheffen activeert als vanzelf de benodigde spieren en laat de tegenoverliggende groepen (voor de terugkeer) netjes ontspannen, automatisch als het ware. De coördinatie van die verschillende automatismen noemt dan een complexe reflex.

Eigenlijk is het mij om de verschillende niveau's te doen, de metasysteem transities, de eerste persoonservaringen erin begrepen en de eenzijdige grenzen: hoe ziet het er uit als je 'ik' bent (met naïeve objecten er rond), en hoe voelt het aan als je er van op 'afstand' naar kijkt (kritisch, met kritische objecten in de omgeving, waar óver kan gesproken worden)? Waar en wanneer is er sprake van bewustzijn?


Learning by experience. Ref. 18
 

 Om een breder beeld te krijgen op de problematiek, gaan we over tot het volgende bewustzijnsniveau: ervaring (experience).
 

Citaat F. Heylighen "experience", ref. 13

"Het volgende metasysteem niveau noemen we "leren" of "associëren"; hierin wordt de beslissing van de agent niet langer direct bepaald door zijn gevoelstoestand (staat van gewaarzijn). Het beslissingsmechanisme zal zich nu aanpassen en veranderen, omdat de agent zal leren door ondervinding, en dus zelfs effectiever worden in zijn acties. Ten gevolge daarvan zal hij op verschillende tijden verschillend reageren op dezelfde sequens van gewaarwordingen. Nu wordt de mentale toestand van de agent niet enkel geaffecteerd door zijn gewaarwordingen (gevoelens), maar ook door de structuur van het mentale systeem waarmee hij de gewaarwordingen interpreteert. Dit wil ook zeggen dat initieel identieke agenten die verschillende gewaarwordings-sequensen ondergaan, uiteindelijk anders zullen reageren. Wegens hun individuele ervaring zullen ze hun eigen persoonlijkheid ontwikkelen, hun eigen karakter of wereldbeeld. Bijgevolg zal hetzelfde fenomeen door verschillende agenten op verschillende en unieke manier ervaren worden, met een verschillende betekenis voor elk van hen."

[At the next metasystem level, which we call "learning" or "associating", the agent's decision about which action to take is no longer determined directly by its state of awareness. The decision-making mechanism will now adapt or change, because the agent will learn from its experience, thus becoming ever more effective in its actions. As a result, at different times it may react differently to the same sequence of sensations. Now not only the mental state of the agent is affected by its sensations, but also the structure of the mental system with which it interprets the sensations. This also means that initially identical agents that undergo different sequences of sensations will start to react differently. Because of their individual experience they will develop their own personality, character, or world view. As a result the same phenomenon will be experienced in different, unique ways by different agents, having a different meaning for each of them.]

En, om deze nieuwe stap te integreren in wat voorafging, nog even recapituleren wat we al hadden...


Motor end plates on muscle fibers. Ref. 10

Muscle spindle. Ref. 10

Spinal neurons. Ref. 19

 Controlesysteem.

    Reflex. Ref. 7

De verzameling cellen die hier gecontroleerd wordt is hier gesitueerd in spierweefsel, meer bepaald in een flexor (buiger, hier onderaan) en een extensor (strekker, bovenaan). Zonder controle door zenuwcellen vallen die spieren 'uit' (verlamming), zo gewend dat ze zijn aan bevel van bovenaf.

Spiercellen kunnen geaffecteerd worden door neuronen als in een motor eindplaat (aan het axon, output gedeelte van het neuron) een neurotransmitter vrijkomt: bijvoorbeeld acetylcholine om de spier te doen samentrekken, en γ-aminobutyraat voor de ontspanning ervan. De actie die het neuron (of het stelsel van neuronen) kan ondernemen op de spier is dus het 'toedienen' van een chemische stof.

Om de toestand van de spier te controleren, bevat deze een soort sensor die spierspanning (geobserveerde variabele) omzet in zenuwspanning (de representatie) in een spindel, waardoor perceptie ontstaat. Het controlesysteem 'ziet' de spierspanning, of, wordt de strek van de gecontroleerde spier gewaar.

De referentie of het doel van het systeem geeft de waarde aan van de gewenste strek, of van de beoogde toestand van rust. Geeft de dokter met zijn hamertje een tik op je knie (storing of disturbance), dan wordt er kortstondig en relatief hevig aan de spier getrokken, verhoogt de spierspanning ongewenst veel, en ziet de comparator (de agent) een toestand die niet overeenkomt met de referentietoestand, en, stuurt bij door de chemische stof af te geven waarover hij beschikt. Er zitten ook nog interneuronen bij die de flexor inhiberen, maar het principe mag duidelijk zijn.

Het gaat hier om de coördinatie van een grote populatie spiercellen door de gezamenlijke gecoördineerde activiteit van een grote populatie neuronen, en in dit 'simpele' reflexsysteem ligt de nadruk van het bewustzijnsniveau vooral op de gewaarwording: de vergelijking van de representatie met een referentiewaarde.

Nu zijn er twee wegen die we kunnen inslaan, vooraleer we de volgende metasysteem transitie onder de loep nemen.

  1. We diepen alles verder uit, en gaan tot in de details alle ineen grijpende systemen beschouwen, en

  2. We maken een vereenvoudigd model van ons controlesysteem: spier -- neuronen, of, bewegingseenheid gecontroleerd door een neuronencircuit, dat dan op zijn beurt gecontroleerd wordt door een neuronencircuit met extra sensoren (bredere perceptie) en uitgebreidere hulpmiddelen (organen).

De tweede weg lijkt onuitvoerbaar om te komen tot een algemeen overzicht, of beter inzicht in de verschillende stappen naar bewustzijn, dus, we maken een vereenvoudiging, maar, éérst doen we een kleine poging om het ingewikkelde samenspel van cellen in de (knie-)reflex van bewustzijn te voorzien.


Hydra. Ref. 21

Kakkerlak. Ref. 22

Duif in Skinnerbox. Ref. 23

 In de verschillende stappen van bewustzijn hadden we

  • (sensation) de sensorische functie, gebaseerd op fysieke sensors die representatieve informatie opleveren over een deelgebied van het organisme. Het coördinerend controlesysteem kan zelfstandig bijsturen met een interne standaard als referentie; voorbeeld: neuronaal net in hydra

  • (awareness) de integratie van sensorische informatie in een algemeen 'zich voelen' van het organisme. Al naar gelang de interne referentie (wat goed is of slecht) coördineert het controleorgaan het geheel van reflexen om bijvoorbeeld te naderen of te vluchten, te eten of uit te spuwen; de nadruk ligt op genetisch geïnstalleerde circuits; voorbeeld: lopen van een kakkerlak

  • (experience) om het hoofd te bieden aan steeds meer concurrentie bijvoorbeeld, is het blijkbaar nodig een geheugen te hebben dat het referentiekader (waar innerlijk naar verwezen wordt door de coördinerende comparator) bijstuurt in de loop van het relatief korte leven van het organisme; er komt een exponentieel groeiende diversiteit in eigen karakters: door de toename van het aantal mogelijke concurrentiestrategieën groeit de druk op het installeren van meer geheugen en bijsturing van het referentiekader (positieve feedback en oscillatie); voorbeeld: duif in skinnerbox leert 'geconditioneerde reflexen'

  • (reflection) zelfreflectie hebben we nog niet uitgewerkt, evenmin als

  • (first-person experience) ervaring van het ik als eerste persoon

Om het beeld eerst af te maken, gaan we te rade bij F. Heylighen voor de laatste twee punten.


Elissa Landi, Reflection. Ref. 24
 

 Waarneming van het zelf of reflectie...
 

Citaat F. Heylighen, Self-awareness, Reflection, Ref. 13

"Lerende agenten zijn nog steeds afhankelijk van de omgeving om nieuwe associaties te creëren tussen gewaarwordingen (sensaties, sensorische informatie). Op het volgende niveau, dat van het "denken", krijgen de agenten de kans zelf hun eigen associaties te maken, wat te danken is aan hun mogelijkheid tot het symboliseren van ervaringen, en ook omdat symbolen vrijelijk kunnen gecombineerd worden, op een manier waarop ze dat nooit tevoren waren geweest. Op dat niveau wordt de agent zich bewust van zijn eigen ervaringen, zodanig dat deze kunnen worden beoordeeld, geanalyseerd, gemanipuleerd en geïntegreerd. De agent wordt zich ook bewust van zichzelf als agent, gelijkaardig aan maar verschillend van andere agenten. Hij (zij) krijgt de mogelijkheid tot reflectie of introspectie, de studie van zijn (haar) eigen cognitieve processen als waren het externe aangelegenheden. Dit laat de agent toe om creatief te zijn, zich situaties voor te stellen en de manier om die te realiseren, zonder die direct te hebben ervaren. Het laat de agent ook toe zijn (haar) eigen mentaal functioneren te verbeteren, meer "bewust" te worden van zichzelf en van de wereld."

[Learning agents are still dependent on the environment to create new associations between sensations. At the next level of "thinking", agents become capable of creating their associations themselves, thanks to their capacity to symbolize experiences, and combine symbols into novel combinations that have never been experienced as such. At this level, the agent becomes aware of its own experiences, so that it can examine, analyse, integrate and manipulate these experiences. The agent also becomes aware of itself as an agent, similar to, but different from, other agents. It becomes capable of reflection or introspection, observing its own cognitive processes as if they were external to it. This allows the agent to be creative, to imagine situations and ways of achieving them, without ever having experienced them directly. It also allows the agent to improve its own mental functioning, to become more "conscious" of itself and the world.]

Bewustwording van je zelf in de spiegel kan heel aangrijpend zijn. Sommige aapachtigen (chimpansee, bonobo,... ) kunnen het ook; mijn kat kan het absoluut niet, en de parkiet ook niet.

Jezelf gewaarworden als agent onder de agenten kan waarschijnlijk alleen maar als je jezelf kunt spiegelen in de ogen van de ander. Waarover verder meer.


Conscious robot. Ref. 25
 

 Ervaring van de eerste persoon, ik.
 

Citaat F. Heylighen, First-Person Experience, Ref. 13

Bovenstaande sequens in bewustzijnsniveaus, van sensorische functie, over gevoelstoestand naar ervaring en reflectie, dekt het volledige gamma essentiële eigenschappen van bewustzijn. In principe kunnen cybernetische agenten (controllers) die al deze niveaus vertonen ontworpen en gebouwd worden door ingenieurs, bijvoorbeeld in de vorm van een gecompliceerd neuraal netwerk met sensoren en effectoren, die kunnen leren door ervaring, en die symbolen gebruiken om de geleerde conceptuele associaties te representeren. Zulk een neuraal netwerk zou kunnen gebruikt worden om een robot aan te sturen. Als de strevingen, gewaarwordingen en activiteiten zo zijn gekozen dat ze hetzelfde zijn als die van een persoon, dan zou het handelen van de robot in essentie niet verschillen van dat van een menselijk wezen.

Toch zouden veel bewustzijnstheoretici beweren dat zulk een robot nog altijd niet bewust zou zijn, omdat ie de "eerste persoons ervaring" of "qualia" zou missen. Dit zogenaamd "harde probleem van het bewustzijn" verdwijnt als het beschouwd wordt van uit cybernetisch standpunt, waarbij de eigenschap bewustzijn bepaald wordt door de organisatie van de robot, niet door een of andere mysterieuze substantie, fluidium of kracht."

[The above sequence of levels of consciousness, from sensation, to awareness, experience, and self-awareness, in our view captures all the essential properties of consciousness. In principle, cybernetic agents that exhibit all these levels could be designed and built by engineers, e.g. in the form of some complicated neural network with sensors and effectors, that can learn from experience, and that uses symbols to represent learned conceptual associations. Such a neural network could be used to steer a robot. If the robot's goals, sensations and actions are chosen to be similar to those of a person, that robot would behave in a way not essentially different from a human being.

Yet, many consciousness theorists would claim that such a robot would still not be conscious, because it would lack what they call "first person experience" or "qualia". This so-called "hard problem of consciousness" vanishes if it is considered from a cybernetic point of view, according to which the property of consciousness is determined by the robot's organization, not by some mysterious substance, fluid or force.]

De robot is een nieuw element op deze site. Of misschien ook wel niet... ik heb al dikwijls gefantaseerd over het maken van een machine waarmee ik zou kunnen praten als waren het een mens, en met alles erop en eraan van bewustzijn. Het idee is mij helemaal niet vreemd.

Alleen begrijp ik niet waarom het bewustzijn iets te maken zou moeten hebben met mysterieuze substanties, en even zo min waarom het zogenaamd harde probleem van het bewustzijn (het gevoel van er te zijn) zou moeten weggewerkt worden. Bewustzijn is nu eenmaal in mijn persoonlijke ervaring aanwezig, en ik vind het een boeiend onderwerp om onderzoek naar te doen; moest ik er al alles over begrijpen, wel, dan zou het moeite niet zijn om er een hele website lang over na te denken.

Persoonlijk ga ik er van uit dat bewustzijn inherent verbonden is met de natuur, net zoals materie en energie. Als het er alleen maar zou zijn omdat het zo lijkt (als je het verschil niet kunt zien tussen een bewuste robot en een zombieuze mens bijvoorbeeld), en dat het er dan zou zijn omdat ik veronderstel dat mijn eigen bewustzijn geprojecteerd wordt op de persoon van de robot, wel, dan zou ik veronderstellen dat de robot mij ook van dergelijke praktijken verdenkt, en zou mijn bewustzijn misschien wel niet bestaan... Voor mij is het goed als het er op lijkt; dan zal het er waarschijnlijk een beetje zijn ook. Moet iets te maken hebben met empathie en spiegelervaringen. Waarover later meer.


Slavenboot 1860, Ref. 26
 

 Nu vraag ik mij af, na het op een rij zetten van al de niveaus van bewustzijn, of de kniereflex enig bewustzijn kan toegedicht worden of niet.

Vroeger heb ik al verschillende keren gefantaseerd over het bewustzijn van Paramecium. Het pantoffeldiertje heeft er ogenschijnlijk meer van dan bijvoorbeeld een Amoebe, die in het wilde weg naar eten zoekt door pseudopodiën in willekeurige richtingen uit te steken, om dan helemaal in de richting van eventueel voedsel te vloeien, terwijl Paramecium een chemische gradiënt herkent en al cirkelend naar een object toe of er van weg zwemt...

Onlangs heb ik ook nog gelezen dat van alle soorten eencelligen er slechts een relatief klein deel zijn gaan samenklitten tot meercelligen, en dat daarvan nog minder in staat zijn gebleken om zich te differentiëren in het nieuwe geheel -- misschien waren er niet veel bereid om hun voorrechten en vrijheden in te leveren voor een keurslijf, als slaaf in een groter geheel; kijk maar naar de slavenboot, gefotografeerd in 1860...


Sarcomeer. Ref. 27
 

 Om maar meteen als slaaf binnen in een spiercel te gaan zitten, in een eerste eerste-persoonservaring, stel ik mij voor als zijnde een sarcomeer meneer; dat is een stukje uit een spiercel, uit een myofibril... enfin, ik bevat een hoeveelheid actine en myosine dat voor een heel kleine contractie zorgt, als ik een bepaalde hoeveelheid 'vocht' over mij heen krijg -- laat ons zeggen. Ik wordt bestuurd door de cel waarin ik mij bevind, en heb daar niets in te zeggen. Als ik alles krijg wat ik nodig heb om te overleven (en het naar mijn zin te hebben), functioneer ik goed en gewillig, anders niet. Ik ben ook gemaakt aan de hand van DNA plannen in de juiste omgeving, dat zich bevindt in de celkern (zwarte bolletjes in een mini spierbundeltje). Dus, in de omgeving zit het vol met soortgenoten, deelgenoten, waar ik altijd mee samen werk in een soort automatische ervaring. Er zijn alleen subjectief waargenomen naïeve objecten om mij heen, waarmee ik als vanzelfsprekend naïef meedoe, zijnde een naïef object voor de rest van de groep.

Objectieve waarneming van de omgeving kan op dat moleculaire niveau waarschijnlijk niet? Misschien alleen als er een moeilijke periode aanbreekt, en er geen eten meer is in het organisme waar ik inzit -- 't schijnt dat spieren dan als brandstof worden gebruikt... Stel je voor, dat het er op aankomt jezelf of je buur als voer te zien aantreden in het geheel; misschien zeg je dan wel beleefd: "Na U!", en komt er een vonk van objectief bewustzijn: er is een ander waar ik mij van onderscheid...


Spiercel. Ref. 29
 

 Het is op de foto niet zo goed te zien (de link onderaan biedt wat meer informatie voor de mensen die het interessant vinden), maar het gaat hier om een spiercel met onder meer myofybrillen als onderdeel, maar ook met een sarcoplasmatisch riticulum, een celkern, mitochondria, T-tubules, sarcolemma, ..., enfin, een hele organisatie die samen een organisme vormt. Een spiercel is een buitengewoon ingewikkeld en ingenieus systeem, gespecialiseerd in het langer en korter worden, als onderdeel van een bewegend geheel. Gewone eencelligen kunnen ook soms bewegende delen hebben, maar deze hier zijn superspecialisten, die eigenlijk niets anders meer kunnen.

Het is als een geleerde professor die alles weet over de paringsdrang van zilvervisjes, maar zelf zou verhongeren als zijn vrouw niet voor eten zou zorgen (zeg maar).

Als ik een spiercel zou zijn, zou ik dan op dat niveau een eerste-persoonservaring hebben, of niet. Daarpas was ik een fibril, maar nu heb ik er een heleboel als onderdeel van mijn hogere zelf.

Ik kan er van uitgaan dat ik als spiercel geen enkel bewustzijn heb, dat ik een ingenieuze machine ben, een automaat, een chemisch gestuurde robot met mechanische eigenschappen, enfin, een robot op laag niveau. Dan stel ik mij de vraag: "Vanaf welk niveau komt er een beetje bewustzijn?"

Omdat ik de zaak heb omgedraaid, en begonnen ben bij de eerste persoon "ik", kan ik mij nu afvragen welke eigenschap er juist vóór in de reeks hierboven elementen van lager bewustzijn zou voorstellen die ik zelf heb. De omgekeerde reeks ziet er als volgt uit:

  • ervaring in de eerste persoon

  • zelfreflectie en vrije associaties

  • geconditioneerde reflexen en associaties

  • gecoördineerde reflexen

  • reflexen

De reeks komt overeen met de sequens hier hoger op de pagina over MST..., is minder uitgebreid, maar laat het ons simpel houden. Associaties werken in eerste instantie met symbolen, en verder met pointers naar symbolen (woorden bijvoorbeeld). Welke symbolen spelen hier een rol? Symbolen zijn een samenspel van representaties die er voor zorgen dat het ventje(m/v) op een of andere manier tot handelen en leven komt. Representaties kunnen chemische substanties zijn, of elektrische spanning, of toestanden van uitzetting of inkrimping, of gasconcentraties die voor de energie moeten zorgen (verbranding), of de hoeveelheid reservestoffen, of misschien ook wel afvalstoffen die door de beweging in gang te zetten en te houden ontstaan, ..., een heleboel factoren.

Bij de totstandkoming van de spier ben ik als spiercel voortdurend in contact met mijn buren, die vetter of magerder zijn dan ik, langer of korter, sterker of zwakker, beter gesitueerd in de bloedbaan, meer of minder belast in de gehele spier... en dit alles zorgt er voor dat ik als individu mij aanpas aan de omgeving door spiegeling. Als dat niet zo zou zijn, dan zou ik mij helemaal zelfstandig ontplooien zoals ik dat zelf wil, en zoveel kindjes hebben als ik wil, en zo voort... maar dat is niet zo, en maar goed ook. Dus, naast de blauwdruk in de celkern (DNA) is er ook de omgeving die er voor zorgt dat er een gestroomlijnde spier ontstaat met mij erin; de wisselwerking (de culturele omstandigheden van algemene voeding, oefening, belasting, stress, globale gezondheid van het organisme waar ik deel van uitmaak -- de staat of de fabriek of zo) met de buren, daar spiegel ik mij aan, en daarzonder zou ik niet eens kunnen leven. De vrije associaties die ik maak, zijn de pogingen van heel mijn genoom om alles wat ik zelf wil worden, kan worden, zou kunnen worden, tot ontplooiing te laten komen, maar aangezien ik in de loop van mijn geschiedenis (of de geschiedenis van mijn familie -- we stammen tenslotte toch allen af van Adam en Eva, maar dat is lang geleden) heb geleerd een en ander bij te sturen of af te schakelen of juist aan te schakelen, en dus zijn mijn vrije associaties niet meer zo vrij als dat ik zou denken dat ze zijn.

Het probleem van vrije associatie komt hier dus ook neer op de sombere vaststelling dat vrije associaties niet vrij zijn, en ook nooit geweest zijn. Ik kan door 'trial en error' en zo van die dingen, elektro-chemische evolutie, de cultuur, mijn spatio-temporeel medium met andere woorden, zo vrij denken als een vogeltje in een kooi, of gewoon als een vogeltje dat ook beperkt is tot het zingen van zijn/haar liedje en niets anders.

Zelfreflectie beperkt zich tot het spiegelen aan mijn buren in ruimte en tijd, en vrije associatie tot het uitproberen van wat als gevolg van die reflectie nog in de marge aanwezig is. Al de rest is gehoorzamen aan de bevelen van hogerhand, waarvan ik niet weet, of geen zicht op heb, wat die daar in hun schild voeren.


Ruitendame. Ref. 29
 

 De reflectie is niet spiegelsymmetrisch, maar ruitendame symmetrisch; het is eerder een verschuiving met rotatie dan zo maar een spiegeling: de omgeving met mij (de cel) erin groeit door kopiëren van elkaar aan elkaar.

Het is als een cultuur die groeit binnen de perken van de cultuur die al bestond van voor ik geboren was, en ik kan daar onmogelijk uit. Ik kan zelfs mijn gedachten niet vrijelijk de loop laten gaan buiten de enge grenzen van mijn geschiedenis en huidige omgevingsinvloeden. De mate waarin ik 'marge' heb om mij aan te passen zijn voor mij als cel beduidend enger dan voor de bewustzijnsentiteiten op een hoger niveau (de reflex met sturing door neuronen, de samengestelde reflex eveneens gecoördineerd door superneuronen, enz.), maar in principe ben ik in staat tot reflectie en vrije associatie, anders zou er geen spier zijn ontstaan... Dus, heb ik een flink kenmerk van bewustzijn.


Conditioned Reflex. Ref. 30
 

 De volgende stap in de ladder naar beneden is de associatie of het leren door ervaring, of geconditioneerde reflex. We blijven in de sfeer van het vlees, omdat ik een spiercel ben...

Kan er een symbool het samentrekken van een spiercel (mij) veroorzaken zonder dat ik rechtstreeks aangemaand word tot activiteit door de juiste geur van neurotransmitter? Het zou de representant moeten zijn van een aanverwante gebeurtenis of ding dat mij aanspreekt.

Het is bijzonder moeilijk om hier verder over te fantaseren zonder tot in de details de elektro-chemische achtergrond verder te bestuderen. Als we de zaak in het genetisch materiaal bekijken -- op langere termijn -- dan kan het aan- of afschakelen van bepaalde genen een andere respons teweegbrengen bij het aanbieden van hetzelfde signaal... Maar dat is misschien iets anders. Enfin, ik weet het niet.

Misschien kan een en ander veranderen door oefening, waardoor dan een soort priming ontstaat. Als de buur begint samen te trekken, begin ik er ook alvast aan, van vóór het signaal van de baas zelf komt. Ik weet het echt niet.

Eigenaardig dat ik mij eerder makkelijk kan inbeelden dat er (vrije) associaties zijn, en reflectie en bewustzijn, maar dat ik niet vat hoe er nieuwe associaties kunnen ontstaan door conditionering van uit de omgeving. Als er geen geconditioneerde reflexen zouden zijn die door 'mijn' medium gestuurd en gevormd worden, zou ik waarschijnlijk vrij rondzwemmen in de zee, of een kankercel worden die zich niet laat inpassen in het geheel. Het is misschien een technisch-wetenschappelijke aangelegenheid met veel histologische en fysiologische details...


Niezen. Ref. 31
 

 Gecoördineerde reflexen binnen in mijn buik (de cel) zijn overduidelijk aanwezig. Als al mijn onderdelen afzonderlijk hun goesting zouden doen, zou ik als geheel geen moment overleven.

Vooral het voorbeeld van de spiercel is duidelijk. Als al die fibrillen willekeurig zouden samentrekken en weer strekken zou ik (als spiercel) volkomen nutteloos zijn in mijn medium.

Voorbeelden van gecoördineerde reflexen op spierniveau (gecontroleerd door neuronencircuits) zijn braken, hoesten, een erectie hebben, niezen..., maar ook hartslag, ademhalingsbewegingen, bewegingen van de ingewanden voor de spijsvertering, en natuurlijk bijsturingen in de lichaamshouding. Daarbij is de coördinatie van de organellen binnen in elke cel te beschouwen als de grondslag voor die macroscopische activiteiten.

Het standpunt is alleen anders. Ofwel ben 'ik' een cel, ofwel een onderdeel ervan -- op een lager niveau, ofwel een heel systeem van samenwerkende spieren en neuronen -- op een hoger niveau. Als ik op het niveau van de organellen zit, heb ik geen weet van de eerste persoonsvisie van de cel, die op haar beurt niets afweet van het 'zijn' van het grotere systeem. Omgekeerd zijn alle onderdelen van een groter systeem voor dat systeem zelf transparant, bestaan die als het ware niet eens. Als er een van de cellen doodgaat, is dat voor een kniereflex waarschijnlijk geen wereldschokkend nieuws... Het is alsof elk samenhangend systeem een ziel heeft, die vrijelijk kan beschikken over een lichaam. Of, alsof elk 'ik' een moment van bewustzijn beleeft op het moment dat gecoördineerd moet handelen -- of een stuk daarvan afgeeft aan het coördinerend controleorgaan.

De enkelvoudige reflex in een spier kunnen we beschouwen als gezamenlijke reactie op het toedienen van een dosis transmitter...


Koepel Reichstag. Ref. 32
 

 Vanuit de koepel van de Reichstag... maken we een eerste samenvatting van bovenstaande dromerij.

We hebben volgende begrippen en vragen:

  1. metasysteem transitie (MST): een stel gelijkaardige systemen werkt zodanig samen dat er -- mits de nodige controlesystemen en apparatuur ter ondersteuning van het geheel -- een nieuw organisme ontstaat

  2. verschillende MST's resulteren in een gelaagde structuur van controle en coördinatie, met daaraan gekoppelde bewustzijnstoestanden

  3. tussen de lagen is er telkens een eenzijdige bewustzijnsgrens; als ik in een systeem actief aanwezig ben als onderdeel, zie ik het geheel niet, maar, met enige moeite kan ik wel kennis nemen van mijn eigen onderdelen. Als mens kunnen we ofwel meedoen met een groep, en nemen we naïeve objecten waar, of ons afstandelijk opstellen, waardoor we in staat zijn kritisch waar te nemen (we zien kritische objecten)

  4. hoe ver staat het met de sociale MST? Hoe kan, in het licht van de evolutie, een sociale structuur georganiseerd worden om een volgend stadium van bewustzijn te realiseren: democratie, dictatuur, fundamentalisme, religie... ? Hoe ver staat het trouwens met de intersubjectieve vorm van bewustzijn, nu?

  5. Bestaat er een vrije wil, of gebeurt alles via gissen en missen, of evolutie, of ... . Is er een top-down controlesysteem (een ziel, geest), of hebben we bottom-up coördinatie (embodyment)?

  6. Is het mogelijk en zinvol om een eenheid van bewustzijn te hanteren, een ventje(m/v) of vrouwtje/ventje bijvoorbeeld (Ken Wilber spreekt over 'holons')?



 

 

Referenties

  1. Ghysbrecht.
    (http://cgi.benl.ebay.be/Professor-is-mijn-voornaam-
    Ghysbrecht-dialogen-J-Coeck_W0QQitem
    Z8367221805QQcategoryZ277QQcmdZViewItem)

  2. A. Goudsmit.
    http://dissertations.ub.rug.nl/FILES/faculties/ppsw/
    1998/a.l.goudsmit/stelling.pdf

  3. Metasystem Transition, MST.
    http://pespmc1.vub.ac.be/MST.html

  4. Controle.
    http://pespmc1.vub.ac.be/CONTROL.html

  5. Volvox.
    http://pespmc1.vub.ac.be/BIOLEXAM.html

  6. Biologisch voorbeeld MST.
    http://pespmc1.vub.ac.be/BIOLEXAM.html

  7. Strekreflex.
    (http://faculty.washington.edu/kepeter/119/labs/labs.htm)

  8. Reflex.
    http://faculty.washington.edu/kepeter/119/labs/muscle-lab-05.pdf

  9. Dorsal root ganlion.
    http://www.udel.edu/Biology/Wags/histopage/colorpage/
    cne/cnedrg.GIF en
    http://www.udel.edu/Biology/Wags/histopage/colorpage/
    cne/cne.htm

  10. Synapsen op spiervezels; spindels.
    http://www.siumed.edu/~dking2/ssb/muscle.htm

  11. Swastika.
    http://www.swastika-info.com/nl/startpage/all/1066313818.html

  12. Kakkerlak (roach).
    http://en.wikipedia.org/wiki/Blattodea

  13. Bewustzijn, F. Heylighen, 2000.
    http://pespmc1.vub.ac.be/CONSCIOU.html

  14. Sensation, Charles James Lever.
    http://www.gutenberg.org/dirs/5/2/4/5240/5240-h/v4.htm

  15. Synchronisatie.
    http://www.univie.ac.at/brainresearch/Neurophysiology/
    down/pdfdat/Neuroscience-V76P39.pdf

  16. Veilig gevoel.
    (http://www.veiliggevoel.be/downloads.htm)

  17. Nerve net.
    http://www.lifesci.ucsb.edu/~mcdougal/neurobehavior/
    modules_homework/jellies.html

  18. Learning by experience.
    http://www.tear.org.au/resources/target/052/04.learing.htm

  19. Neurons in spinal horn.
    http://www.neuroanatomy.hpg.ig.com.br/nhp8.htm

  20. Wandelende kakkerlak.
    http://www.zoo.cam.ac.uk/degree/1banimal/modules.html

  21. Hydra.
    http://www.microscope-microscope.org/microscope-images.htm

  22. Kakkerlak.
    http://bugguide.net/node/view/13045

  23. Duif in Skinner Box.
    http://ww2.lafayette.edu/~allanr/fac.html

  24. Reflectie, Elissa Landi.
    http://elissa.org/landi.shtml

  25. Robot bewustzijn.
    http://robothaven.net/article.pl?sid=04/11/08/219219

  26. Slavenboot 1860.
    http://www.movinghere.org.uk/gallery/hardship/cargo.htm

  27. Spiercellen.
    http://www.apsu.edu/thompsonj/Anatomy%20&%
    20Physiology/2010/2010%20Exam%20Reviews/Exam%203%
    20Review/CH%2009%20Sarcomere%20Appearance.htm

  28. Spiercellen.
    http://www.mhhe.com/biosci/esp/2001_gbio/folder_structure/
    an/m5/s5/anm5s5_1.htm

  29. Ruitendame.
    http://www.kardwell.com/texan-playing-cards.htm

  30. Conditioned Reflex.
    http://www.cerebromente.org.br/n09/mente/pavlov_i.htm

  31. Niezen.
    http://www.sph.emory.edu/student/isahhr/whatsinarxbag/
    sneezing%20connect.htm

  32. Koepel Reichstag.
    http://www.opdefiets.be/sintpetersburg/2005_reisverslag.htm

 

A. Syberg, Belgium
E-Mail Syberg : Home Page

Copyright © 2006 A. Syberg
Site Last  update 19.03.2007