Verdiepingen
|
|||
|
|
English
Objectief: Droom
|
||
Subjectief: Vrije AssociatieVerschillende thema's uit voorgaande dromen en onderwerpen komen hier weer samen. Vallen van tussen de sterren in een zwart gat, maar dan van het ene gat in het andere (Freud zal weer content zijn). Na alle theorie van vorige droom, is het tijd eventjes alles op een rij te zetten, en een paar ventjes ten tonele te voeren. Enkele elementen uit vorige dromen :
|
|||
![]() |
Ventjes kunnen dus ook vrouwtjes zijn, laat dat vooral duidelijk zijn. Het woord heeft de betekenis die past bij figuurtjes uit een tekenfilm, of in kindertekeningen -- scheppingen van de geest, liefst uit de vroege jeugd: ze komen veelvuldig voor in dromen, geassocieerd met eerste herinneringen. Een ventje(m/v) is een bewustzijnseenheid uit mijn droom, 'ik', en dat kan dus ook mannelijk of vrouwelijk zijn (3.5-3.10), of ook beide (2.1-6.1). Het ventje hiernaast heb ik (als man) meer dan 20 jaar geleden gemaakt; het is autobiografisch en staat schaapachtig te schreeuwen (als vrouw). De ventjes op de ladder (tekening hierboven) kunnen gezien worden als bewustzijnseenheden die streven naar een ik-ervaring, en alzo in een droom te kunnen optreden als belichaamde ziel: de plaats in het tafereel van waaruit alles gezien en beleefd wordt -- ik loop de trappen af... bijvoorbeeld. De anderen op de ladder vechten of wachten tot ze dat ook kunnen, maar er zijn veel hindernissen en duivels die strevingen of verlangens naar de duisternis van de Hel willen sleuren. Freud sprak over censuur, maar het kan ook als evolutie gezien worden (samengevatte fylogenese bij de ontogenese), of als verkiezingen (moderne democratie met televoting à la carte, met bazen à la minute.) Psychologische ventjes zijn dus duidelijk te onderscheiden van symbolen in een droom, en zeker van woorden die wijzen naar symbolen. Een ventje in mijn psychologie (psychotherapie) heeft een inherent lichamelijk verlangen als kern, een gevoel dat staat voor het geheel van aangestuurde (actieve) complexe reflexen (motorisch en/of visceraal), en gerepresenteerd in de neuronale activiteit (gevoelens) van het 'binnenste' brein (primitief en niet te rationaliseren, dwingend biologisch van belang voor de overleving van het individu: het geheel van het organisme, het algemeen belang zeg maar). Heel wat combinaties van emoties zijn denkbaar en mogelijk. Een heel pak daarvan is vastgelegd door een of andere ervaring en gecatalogeerd in herinneringsclusters of symbolen, op zich groepen van bijeenhorende geheugensporen. Al naar gelang de activatietoestand van de klusters, nemen ze meer en meer de vorm aan van herbeleefde (of beleefde) herinneringen (of combinaties van herinneringen), m.a.w. worden het ventjes, en naarmate ze stijgen op de sociale ladder in mijn geest, bewustere ventjes. Ik ben dan het ventje dat binnentreedt in het rijk der hemelen, bij God, bewust en wel, en bestuurder van het heelal: alle subsystemen die gehoorzaam alles uitvoeren wat ik wil, en ze doen dat in de coulissen, onzichtbaar en transparant -- transparanter naarmate ze verder van mij afstaan. Ventjes(m/v) zijn eigenlijk Engelen, met een hele hiërarchie en in de gratie van God, zolang ze zich gedragen, of gedragen worden door de andere leden van de club. Ze kunnen ook uit de hemel gegooid worden, en dan zijn het duivels met aangebrande vleugels. |
||
![]() |
Freud sprak over verlangens, en ik heb er lang aan getwijfeld of dat wel een belangrijk element was in psychotherapie. Verlangen en frustratie, willen en niet mogen. Het is een zachte uitdrukking voor het helse feest van gevoelens en driften... maar het duurt een tijdje voor je daar in psychoanalyse achter komt. Nog vóór het schreeuwende schaap heb ik nevenstaand ventje gemaakt dat een vrouwtje voorstelt (ik) als naar schoolgaand kouwelijk ding; ik ging nota bene naar een jongensschool -- zonder meisjes dus. Symbolische vrouwen en mannen komen netjes seksuele en affectieve affaires op het toneel brengen -- allemaal stukjes van mijzelf, beleefd, gefantaseerd en verlangd en/of veracht. Alles wordt (werd) op school toegedekt met een voze belofte over het eeuwig leven, na de dood dus. Tegenwoordig schijnt dat allemaal geen mode meer te zijn (seks), maar dat doet niets af aan de structuur en de psychologie van bewustzijn, beleefd van uit de eerste persoon als waarnemer en deelnemer. Het is een reëel voorbeeld uit de rist combinaties van mogelijke wegen bewandeld door de verloren zoon (uiteindelijk, bij nadering van het zwart gat, of de oversteek van de rivier naar de onderwereld). |
||
![]() |
Eigenlijk ben ik erg benieuwd naar de structuur en de organisatie van een ventje(m/v), en wil mij eventjes baseren op de MST van vorige pagina. Bij een MetaSysteem Transitie organiseren een aantal gelijkaardige subsystemen zich binnen een structuur met coördinerende bevoegdheden en dragen daarbij (een deel van) hun bewustzijn over aan de overheid. Die overheid kan permanent fysiek geïnstalleerd zijn en/of transiënt dynamisch gesynchroniseerd binnen een flexibel netwerk (van moleculen, neuronen, mensen...). Ik zal mij beperken tot het menselijk (dierlijk) lijf, met organen (spieren, klieren, zintuigen, etc.) en coördinerende neuronen, en probeer een vereenvoudigd model te maken van een controlesysteem (zie vorige pagina):
De spier die hier gecoördineerd wordt, bestaat uit een populatie spiercellen, gestructureerd in een functionele eenheid. Het zijn subventjes (m/v) die samenwerken in functie van een groter geheel: een ploeg kabeltrekkers die op bevel: "Hei, hop", gezamenlijk en synchroon een dikke telefoonkabel in een gegraven geul in de grond trekken (trokken -- nu doen ze dat hier met een machine). De ploegbaas die alles in het oog houdt is dan de controller. |
||
![]() ![]() |
De referentie (of het doel) is eenvoudig: de kabel op de juiste plaats krijgen op aanwijzingen van de baas van de ploegbaas. De storing (Dist) kan bijvoorbeeld de weerstand zijn die de kabel ondervindt tegen de grond of de spoel. De actie is het scanderen van 'hei hop' en de representatie is allicht de perceptie van het tafereel -- dat dan vergeleken wordt met het doel (plan, referentie). Het interessante aan het tafereel op de foto hiernaast, is dat de rolverdeling in de ploeg duidelijk is: de baas draagt een hoed, en de werkers een klak. Het ventje met de klak er onder heb ik zelf gemaakt, ook meer dan 20 jaar geleden... en het is de kop van een noeste buitenwerker met de klak van mijn grootvader, die werknemer-schrijnwerker was. Op de hoed van de dokter die mij kwam onderzoeken als heel klein kind (toen ik op het salontafeltje lag (1.2), en hij kwam kijken of het ding gegroeid was of niet) heb ik met veel plezier geplast, recht omhoog. Het is een belangrijk feit, dat ik al heel veel heb aangehaald in deze site (j10, j22, j32, j49, ...) en het vertelt alles over mijn gevoelens voor ploegbazen en mannen met een hoed. Toch neem ik nu een ploegbaas als controller, terwijl ik eigenlijk liever een van binnen uit gecoördineerde organisatie zou verdedigen... Enfin, soit, we zitten in de boot en moeten varen. |
||
![]() |
De werkmannen metafoor moeten we nu natuurlijk een beetje bijschaven. Spiercellen zitten altijd in hetzelfde huis, komen allemaal van dezelfde ouders en zijn uiterst gespecialiseerd. Stel je nu voor: een appartementsgebouw voor kabeltrekkers, een team met ploegbaas. Ze gaan niet alleen samen weg en komen samen thuis, ze gaan samen slapen en staan samen op, en, ze komen allemaal van dezelfde ouders -- het is een grote familie. Uitstekend verzorgd door de omgeving (OCMW, kuisploeg, onderhoudsdienst, traiteurs, alles) en moeten er niets voor betalen, op niets denken en lopen geen risico op beroving of andere ongemakken. Ze interesseren zich ook voor niets anders, en ze spreken over niets anders dan over eten en drinken en seks (in hun jeugd) en slapen en warm hebben, en soms ook over het zware labeur dat ze met zijn allen moeten verrichten. Van alle generaties daarvoor weten ze alleen maar dat het kabeltrekkers waren, en vooruitzichten op iets anders zijn er ook niet. Als je goed kijkt, zie je dat er iets mis is met hun herseninhoud, en bovendien zijn ze apathisch en initiatiefloos, slaafs en dom. Hun bewustzijnshorizon strekt zich niet verder uit dan het busje dat ze soms komt halen voor trekwerk, en voor hun buik. De ploegbaas zelf is ook een aartsluiaard die telkens voor een nieuwe opdracht uit zijn bed gebeld wordt door zijn baas, en die kan alleen maar het werk gedaan krijgen via de opperman van het spierteam. In vergelijking met een gewone sterveling, een beetje polyvalent en zo, kan onze appartementsbewoner eigenlijk niets, is zich van niets bewust, en is langs de andere kant met zijn gat in de boter gevallen: een hemel op aarde met rijstpap en engeltjes, het aards paradijs. |
||
![]() ![]() |
Volgende stap: samenwerkende teams voor het
plaatsen van de kabel. De opdrachtgever, de gemeente die de straten
beheert, de gleuvengravers, de kabelleggers, de puttenvullers en de
stratenmakers, allemaal netjes in de juiste volgorde, en allemaal
even dom.
Het waren in de eerste plaats de Congolese
arbeiders zelf, die onder dwang en voor extreem lage lonen de
infrastructuur opbouwden waar ze, volgens De Gucht, zo
"dankbaar" voor zouden moeten zijn. Foto: 1918 - aanleg van de
spoorlijn in Bukuma, Katanga.
(Foto uit Het geheugen van Congo, de koloniale tijd. Bladzijde 63 (Ref. 4) Het baas-ventje is een blanke, met helm op het hoofd en de wet in de hand. Hoe we de metasysteem transitie (of het ontstaan van een hoger niveau van bewustzijn, of, een nieuw samengesteld individu) moeten bestuderen door een soort 'eenheidscontrolesysteem' in te passen in een groter geheel, is niet zo eenvoudig. We kunnen een menselijk lichaam (met geest op de bijsluiter) nemen als voorbeeld, met een heleboel verdiepen vooraleer we onder de koepel zitten (het hoofd, de cortex), of, we dalen terug af in het dierenrijk en nemen een stap in de evolutie onder de loep, waarbij de groepsvorming die tot individuatie leidt niet zoveel verdiepingen vertoont. Als we Volvox nog eens nader bestuderen, komen een aantal interessante eigenschappen aan het licht: om de groep te vormen is het nodig dat de enkelingen die er deel van uitmaken inleveren op eigen ongebreidelde groei en deling ten voordele van de groep. Doet mij denken aan een splitsing van wonen en werken, of, een beetje sterker, een splitsing van gezin met kinderen (voor de vervanging van gesneuvelde arbeiders, en voor de vorming van nieuwe teams) en célibatairs die werken voor het algemeen belang. |
||
![]() |
Volvox revisited.
Wim van Egmond (Ref. 6)
Een eicel van Chordata (waaronder de mens) is groot in vergelijking met andere cellen, en die deelt zich verschillende malen na elkaar tot er een blastula ontstaat... een Volvoxje, maar met meer mogelijkheden tot differentiatie. Bij Volvox schijnt het meestal zo te zijn dat het de somatische cellen (voor de voortbeweging bijvoorbeeld, in tegenstelling tot deze voor de voortplanting) verboden wordt groter te worden, zodanig dat ze zich niet meer delen; 't staat zo in de DNA wet. De samenwerking van de cellen in de kolonie heeft voordelen voor de groep, en legt beperkingen op aan de individuen die er aan deelnemen, en alles wordt dus bij wet geregeld. Er is blijkbaar geen ploegbaas aanwezig hier, alhoewel er al een voor- en achterkant aan blijkt te zijn in sommige gevallen: er is klassenverschil op komst. |
||
![]() Individuele bolwieren, met rood oogpunt en twee zweepharen als men maar goed genoeg kijkt. |
Volvox met ogen...(ook op zijn gat).
Hoe zou het nu zijn om een sociale (koloniale) structuur te vormen met zulke eigenschappen, en die dan nog met kracht van wet en duidelijk concurrentievoordeel doorgegeven wordt aan de volgende generatie? Het is eenvoudig: we zetten een koppel bij elkaar, en die maken zestien kinderen, allemaal gespecialiseerd in het binnenrijven van gelden (op een legale manier). Omdat ze dat samen doen, netjes gecoördineerd en zo, hebben ze dat veel gemakkelijker dan de doorsnee gezinnen, en omdat ze samenwonen in een appartement, moeten ze niet eens zo veel huur betalen en verwarming en elektriciteit... Omdat we mensen zijn, en niet zomaar kunnen delen om kinderen te krijgen, moet er een regeling getroffen worden met andere gelijkaardige kolonies, om moeder-vader voortplantingseenheden te vormen. Liefst natuurlijk via één van de zestien leden van de groep die er van meet af aan is voor opgeleid, en de wet kent en een aggregaat heeft behaald om les te geven. De andere leden hoeven zich van niets aan te trekken (célibatair en volledig gespecialiseerd in inkomsten en uitgaven)... en hier is het zo dat degenen die er een speciale neus voor hebben (of ogen op hun gat) in het voorste deel van de suite zullen zetelen. Eigenlijk hebben we hier een controlesysteem met een duidelijke referentie (de wet) en een storing (de gronden waar geld moet op verdiend worden, en die dat liever niet zouden doen, en concurrentie). De groep de gecontroleerd wordt is er ook, en ze zijn ontstaan door multiplicatie. Er is perceptie en een agent die actie onderneemt om het geheel in goede banen te leiden (synchronisatie van de cilia, of de haakjes waarmee het geld moet worden opgevist). Alleen is er geen duidelijke agent: iedereen speelt voor agent voor iedereen; sociale controle is dat dan. Nadeel: door al die célibatairs is er weinig variatie en veel rigiditeit, geen vernieuwing en veel conservatisme. Het ding is al miljoenen jaren oud, en blijft zoals het is -- evolueert niet tot een complexer organisme. Het doet mij een beetje denken aan erg conservatieve kolonisten die in de VS naar het Westen trekken in huifkarren, en ter verdediging tegen de verdedigers van het grondgebied (de Indianen zeg maar) in een cirkel rijdend het licht van de ondergaande zon tegemoet gaan. Het Westen is dan oneindig ver weg, en de reis blijft maar duren. Niemand die er aan denkt (of daar tijd voor heeft) iets aan het systeem te veranderen. Er is enigszins sprake van overgang van individualiteit van de enkeling naar een nieuwe (hogere niveau-) individualiteit, als we aannemen dat de samenwerking en het samenzijn irreversibel zijn, en dat alle leden van de groep samen eten, drinken, werken en sterven, en dat het doorgeven van de wet aan dochterkolonies goed is gereguleerd, én, dat het systeem kan overleven gedurende miljoenen jaren (zoiets). Ik zit al de hele tijd een voorbeeld te zoeken, maar dat schijnt niet zo gemakkelijk in de legale structuur van onze maatschappij te vinden te zijn... In een dorp en Afrika misschien (maar dat paviljoen is afgebrand, 2.2). |
||
![]() geboorte |
Misschien nog even kijken naar de
voortplanting bij Volvox...
Elders wordt gezegd dat de kolonie ongeveer vijf dagen leeft, ondertussen dochterkolonies vormt, en dan openbarst (degenereert) om de nakomelingen in de buitenwereld los te laten... We komen hier in contact met het probleem van het eeuwige leven. Bij eencelligen, die groeien tot ze niet verder meer kunnen, en dan delen in twee dochtercellen, bestaat er een zogenaamd eeuwig leven (er is geen eigenlijk sterven). Bij Volvox zien we een collectief sterven na vijf dagen, ten voordele van de kindjes... De groep in zijn geheel zal voordeel hebben bij die manier van doen: de nakomelingen worden een tijdlang beschermd tegen predatoren, en komen pas in de buitenwereld als ze 'voor zichzelf kunnen zorgen'. De wet zegt: eenmaal het quotum kolonisten is bereikt zal niemand zich nog delen (meer specifiek: zal niemand nog verder groeien), enkel werken voor de gemeenschap (somatische cellen), met uitzondering van enkele generatieve cellen die de voortplanting verzorgen. Het is interessant om op te merken dat er een mutant bestaat die deze wet doorbreekt: na verloop van een groeiperiode valt de kolonie uiteen en elke cel vormt op zichzelf een nieuwe kolonie... ; eeuwig leven, met periodieke revoluties. |
||
![]() |
Blastula van Hydra (Cnidaria). Trekt dus
verbazend goed op Volvox, maar, ontwikkelt zich verder tot een
poliep die qua structuur en werkverdeling veel ingewikkelder is.
Hydra wordt door F. Heylighen aangewezen als hebbende een neuronaal
net.
|
||
![]() |
Hydra is sedentair, en heeft in het Westen een farm opgericht te midden van de watervlooien. Als er eentje tegen zijn tentakels zwemt, dan gaan er een paar netelcellen af, waardoor de Daphnia verdoofd wordt en vastgehouden. Het relatief grote diertje wordt in zijn geheel door de tentakels vastgepakt, naar de mondopening tussen de tentakels gebracht en ingeslikt; eens verteerd in de buik wordt het slachtoffer achteraf als restafval terug uitgespuwd langs dezelfde mondopening.
Het beest vermenigvuldigt zich door knopvorming (er groeit een
kleintje op de buik van de moeder en laat na verloop van tijd
los...), of seksueel. De bevruchting gebeurt in het water, en na
verloop van tijd ontstaat er na enkele delingen binnen de bevruchte
eicel een blastula (zie hierboven). Hoe een en ander verder verloopt
ziet er als volgt uit:
Bij Volvox krijgen we enkel differentiatie van de oorspronkelijke eencellige algen in generatieve cellen (totipotent: die zich kunnen ontwikkelen tot een volledig organisme, en onsterfelijk) en somatische cellen (célibatair, en gedoemd om dood te gaan - met een licht gepolariseerde specialisatie: méér oog aan de voorkant, minder aan de achterkant, om met zijn allen gecoördineerd naar het licht toe te kunnen zwemmen — chlorofyl en fotosynthese).
Nu we het toch over de dood hebben, even overstappen op Hydra:
Er wordt over onsterfelijkheid gesproken op het vlak van hydra als eenheid, het systeem of de groep cellen als geheel, een controlesysteem met een eigen individualiteit en met abstractie van de cellen die er als levend subsysteem deel van uitmaken. Als ik een hydra zou zijn, dan vang ik watervlooien zoveel ik kan; als mij dat een tentakel kost, wel dan geeft dat niet, want die groeit er zo weer aan (en nog veel meer, waarover later ook meer). Als ik een cel zou zijn die in de tentakel woont, dan moet ik er voor mijn voortbestaan volledig op vertrouwen dat de groep mij zal 'dragen' in de meest brede betekenis van het woord. Maar, dat is niet zo vanzelfsprekend. Eigenlijk maakt het voor de baas niets uit of ik blijf leven of niet, vervangers zijn er bij de vleet (als ik bijvoorbeeld een epidermiscel zou zijn). Maar, er is zelf nog meer dan dat: als ik een netelcel zou zijn, dan ben ik gemaakt om te ontploffen als er een prooi in de buurt aanwezig is en mijn voeler raakt; ik offer mij doelbewust en volledig door de omgeving, van thuis uit, voorbereid om mijn leven te offeren ten dienste van de gemeenschap. Het hele beest trekt op een fabriek met bewaking (of een fort, of slagschip) die enkel in het leven is geroepen en in leven blijft ter bevordering van zijn eigen buikinhoud en ter bevrediging van de geldelijke lusten van de aandeelhouders, en geen enkele vorm van mededogen vertoont ten opzichte van de werknemers of de onderdanen of de soldaten... . De afzonderlijke cellen zijn transparant geworden voor het hogere niveau van individualiteit, en hebben helemaal niets meer in de pap te brokken — behalve misschien de neuronen, die er in dit geval wel degelijk zijn om alles te coördineren (of: te controleren). |
||
![]() |
Eeuwig leven... en, apoptosis:
geprogrammeerde celdood, voor wie er nog zou aan twijfelen of de
gemeenschap gemaakt is ten behoeve van de korte-termijn-verlangens van
de onderdanen.
Er wordt ook vermeld dat apoptose voorkomt bij de vorming van eicellen en spermacellen, én, bij de metamorfose van planula (larve) naar volwassen hydra, waar om en bij de 50% van de oorspronkelijke cellen verloren gaat gedurende de omvorming... We (ik) wil nu graag deze situatie vertalen als metafoor (of voorbeeld) voor wat er gaande is in de mensengemeenschap (sociaal, cultureel, spiritueel) én in de ventjes/vrouwtjesgemeenschap (interne objecten) in ons brein, om daarna over te gaan naar een basismodel voor ons controlesysteem met bestuurlijke neuronen en organische onderdanen. De deling van een cel wordt meestal gezien als een act die geen einde maakt aan het leven van de moedercel. Stel je voor dat iemand zich kan voortplanten door in twee functionele stukken te splitsen, en wel zo dat het precies twee identieke klonen zijn. Wat zou er met zijn/haar bewustzijn gebeuren? Als ik twee individuen wordt, zit ik dan na de splitsing in de eerste of de tweede helft, of in alle twee, of in geen van beiden? Als twee mensenouders een kindje krijgen, dan ontstaat er een genetische (opvoedkundig, sociaal, cultureel, ... ook een beetje) mengvorm tussen de twee, en niemand ziet dat als een stuk van beide, maar als een totaal nieuwe persoon; voelt trouwens ook niet zo aan: ik ben ik, en niet half vader en half moeder (alhoewel dat in de ventjes/vrouwtjeswereld helemaal anders aanvoelt). Iedereen kijkt naar het hoogste niveau van het individu dat zich als verschijning en in schijnbaar één stuk (blok) verplaatst en heel blijft. Het is ook het individu dat ik mij bewust word als ik in de spiegel kijk, of waarmee ik mij identificeer als ik in haar/zijn ogen kijk om als persoon na te volgen. Maar, ik kan mij op verschillende tijdstippen met andere personen identificeren... Als ik mijn metsersuniform aantrek en ga metsen, wordt ik gezien als metser, en voelt dat ook zo aan (wat eigenaardig is); als ik mijn gewone kleren aantrek en therapie geef, dan ziet iedereen mij als therapeut, en het voelt ook zo aan (wat in het licht van wat ik daarnet uitdeed, ook eigenaardig is). Als mensen mij vragen: "Wat zijn je hobby's", dan moet ik daar altijd het antwoord schuldig op blijven. Hobby's bestaan slechts bij de gratie van een vaste identificatie (ik ben notaris, smid, bandwerker, huisvrouw -- zonder beroep! --). Als ik mijzelf zie als hebbende verschillende (divergerende) rolpatronen en dito identiteiten, dan heb ik géén hobby's. Niemand schijnt er op te letten dat ik als vader voor mijn kinderen ánders ben dan als schrijnwerker bijvoorbeeld, en dat ik slapend niet over de geestelijke capaciteiten beschik als in wakende toestand, en dat ik in wakende toestand niet altijd op dezelfde manier reageer op dezelfde stimulus (omstandigheid, prikkel, vraag, ...). De grote variatie in mijn persoon (voor de groep) komt vooral tot uiting in mijn psychische kenmerken of hoedanigheden, terwijl dat bij hydra voornamelijk tot uitdrukking komt in de voortdurende vernieuwing van de samenstellende cellen. Als ge een hydra in twee snijdt, dan groeit er aan de kop een staart en aan de onderkant een kop, en om de dag groeit er een nieuwe knop die dan nadien als fotokopij gewoon 'wegzwemt'. |
||
![]() Zoeloe kraal |
Bekijken we het systeem op het niveau van de (menselijke) groep, dan kan het geheel ook tamelijk lang meegaan, denk maar aan een kloostergemeenschap of een sekte of een politieke beweging of een clan... Van buiten uit ziet het er gedurende lange tijd hetzelfde uit, maar binnenin is er heel dikwijls een wisseling van personen. Mensen komen en gaan, of komen er bij en gaan dood. Moest het een groep zijn die door geboortes de leden levert (zoals bij een clan), dan zou de gelijkenis heel treffend kunnen zijn, en als ze met zijn allen in een kraal leven, dan zou het nog beter zijn. Of er daadwerkelijk een bewustzijn bestaat boven de individuen in de groep is erg twijfelachtig, omdat er zo weinig standvastige samenhang in schijnt te zitten — maar schijn bedriegt, net zoals bij Hydra. De chef kan met zijn directe adjudanten behoorlijk lang in het zadel blijven zitten, en de groep zal zich waarschijnlijk als één man/vrouw achter het hoofd scharen, én, de mond van het hoofd spreekt in naam van alle onderdanen. Dus, wel degelijk kenmerken van hoger-niveau bewustzijn. Een overgang naar een nieuwe, integrerende en coördinerende persoonlijkheid dient zich aan, en de enkelzijdige grens tussen naïeve en kritische objecten is waarschijnlijk in het er vanzelfsprekend aan meedoen blijven steken. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Hydra of de kraal als geheel zo veel afstand kan nemen van zichzelf, en zoveel communicatie kan installeren tussen de verschillende kralen onderling, dat de objecten in de kraal (dingen, personen, relaties binnen en buiten) kritisch kunnen besproken worden tussen de kralen onderling in het land bijvoorbeeld. |
||
![]() |
Bekijken we de zaak op celniveau, of op menselijk niveau, en zien we de groep of het beest als een organisatie inplaats van een organisme, dan komen er andere dingen naar boven. We hebben:
Het lijkt allemaal gewoon en normaal, maar het wordt pas heel raar, als we het vergelijken met de organisatie van het organisme Hydra, met primitieve hersenen en alles erop en eraan, als had het werkelijk een 'geest'. (Bezeten door een geest) |
||
![]() |
Het is allemaal hoe je het bekijkt en hoe het
uiteindelijk uitdraait... We gaan even op bezoek bij Jane Marcet:
Ziet ge, het gaat hier niet om een huwelijk of een zuster-zuster relatie, maar om een neuron-lichaamscel relatie. Het neuron is de iets oudere zus die uitlegt aan haar zusje hoe ze met de kijker de maan moet bewonderen: "Goed richten en stilhouden; en kijk maar eens goed naar de kraters en de droge zeeën...". Ze komen goed overeen, en misschien is dat bij neuronen in een lichaam ook ooit zo geweest. Wederkerige verplichtingen, wederzijdse afhankelijkheid, liefde -- net zoals in een ouderwets huwelijk. |
||
|
|
We bekijken het huwelijk tussen
multifunctionele neuronen en even zo goed multifunctionele
epetheelcellen in hydra, aan de hand van O. Koizumi.
|
||
![]() |
Laat ons aannemen dat hiernaast een stukje van de buitenkant van hydra is getekend. De structuur van de buitenwand wordt gevormd door de epitheelcellen; die hebben daarnaast ook nog spierfilamenten aan hun basis (contractiele processen). Het is als een kraal met paaltjes, maar met elkaar verbonden door bewegende delen, gemotoriseerd en al. Het grote ventje Hydra is langs buiten samengesteld uit kleine ventjes epitheelcellen die met zijn allen de zaak dragen, vormgeven en doen bewegen; in vergelijking met eencelligen zijn onze ventjes heel erg gespecialiseerd en sociaal, maar een beetje dom, en ze laten zich gemakkelijk leiden door de herders: neuronen. Voila. Daar hebben we de meester—slaaf relatie. Toch kan één neuron niets doen op zichzelf, en kunnen de gezamenlijke neuronen evenmin iets ondernemen zonder de buitenste epitheelventjes (er zitten er ook speciale langs binnen in het beest, maar daar maken we even abstractie van). De vraag is: wie speelt baas over wie? Anders geformuleerd: wie heeft wie nodig — wat heel wat gemakkelijker te beantwoorden is. Ze hebben elkaar nodig, wederzijds. Het spierventje vertrouwt volledig op de instructies van het zenuwventje, dat er op zijn/haar beurt op vertrouwt dat de instructies netjes zullen worden uitgevoerd in ieders belang. |
||
|
|
|
||
|
A. Syberg, Belgium
Copyright © 2006 A. Syberg
|