Home

Verdiepingen

[Up] [Frustratie] [Dubbele Poort] [Verdiepingen] [Hydra] [Emergentie] [Labyrinth] [Gradiënten] [Verplaatsing] [Controle]
Prev Up Next

 

Bosch, hooiwagen. Ref. 1

English  


Objectief: Droom
16-01-2006

   Ik sta ergens op de bovenste verdieping van een gebouw, en mijn vader is al een tijdje 'dood' maar toch nog aanwezig. Plots valt hij door de vloer die stervormig openbreekt, dan door de vloer van het verdiep eronder, dan nog dieper, tot hij uit het zicht verdwijnt. Het is als vallen in een zwart gat, maar dan verschillende keren achter elkaar. Ik blijf verweesd achter.



Ladder. Ref. 2

Subjectief: Vrije Associatie

   Verschillende thema's uit voorgaande dromen en onderwerpen komen hier weer samen. Vallen van tussen de sterren in een zwart gat, maar dan van het ene gat in het andere (Freud zal weer content zijn).

Na alle theorie van vorige droom, is het tijd eventjes alles op een rij te zetten, en een paar ventjes ten tonele te voeren. Enkele elementen uit vorige dromen :

  1. Mededogen

    1. de verpleegster bekijkt het ding dat gegroeid is
    2. Mathilde, op de operatietafel, heeft een gehandicapte dochter
    3. kwaadheid en verdriet wegens gebrek aan mededogen
  2. Paleis

    1. we (Lieve) bezoeken het Koninklijk Paleis
    2. de Afrikaanse vleugel is afgebrand
    3. koning Boudewijn verandert in nonkel Wise
    4. met Lisa Minelli
    5. de prinsenkinderen moeten opgevoed worden
    6. rood en groen licht, de agent
  3. Boot
    1. pee is overleden (verdriet)
    2. de kist naast de boot (grote leegte)
    3. vrouw met blauwe kaars (bedrog)
    4. zacht kussen op roze lippen (verrassing)
    5. achteraan als man boven de zee bengelen en ingepakt gered worden
    6. ik moet nergens meer op rekenen, ik ben toch al doodverklaard
    7. ingepakt in het labyrint (schrik)
    8. stiekem in de buik van de boot (verrassing)
    9. er is geen sociale ladder, wel gecoördineerde activiteit
    10. vooraan als vrouw boven de zee bengelen en pakjes doorgeven
    11. lekker in ondergoed bij elkaar
  4.  Frustratie
    1. krantje van niets
    2. meeneem-eten zonder saus
    3. kinderen wonen in de duinen
    4. Nessie wint een zangwedstrijd
    5. Bollie heeft een branderig gevoel
    6. Dikke en dunne plafondbalken
  5. Dubbele poort
    1. poort in Bankirai hout
    2. de binnenste vleugels worden de buitenste
    3. probleem met de duimen
    4. glazen koepel op een wolkenkrabber
  6. Linker arm
    1. Lieve en ik moeten een examen afleggen
    2. we schrijven de tekst op onze linker arm, zwarte verf
    3. bij provo, niet definitief of voor echt
  7. Verdiepingen
    1. ik sta ergens op de bovenste verdieping van een gebouw
    2. mijn vader is al een tijdje 'dood' maar toch nog aanwezig
    3. plots valt hij door de vloer die stervormig openbreekt
    4. dan door de vloer van het verdiep eronder, dan nog dieper, tot hij uit het zicht verdwijnt
    5. het is als vallen in een zwart gat, maar dan verschillende keren achter elkaar
    6. ik blijf verweesd achter.

Vrouwelijk Ventje. John (Syberg)
 

 Ventjes kunnen dus ook vrouwtjes zijn, laat dat vooral duidelijk zijn. Het woord heeft de betekenis die past bij figuurtjes uit een tekenfilm, of in kindertekeningen -- scheppingen van de geest, liefst uit de vroege jeugd: ze komen veelvuldig voor in dromen, geassocieerd met eerste herinneringen. Een ventje(m/v) is een bewustzijnseenheid uit mijn droom, 'ik', en dat kan dus ook mannelijk of vrouwelijk zijn (3.5-3.10), of ook beide (2.1-6.1).

Het ventje hiernaast heb ik (als man) meer dan 20 jaar geleden gemaakt; het is autobiografisch en staat schaapachtig te schreeuwen (als vrouw).

De ventjes op de ladder (tekening hierboven) kunnen gezien worden als bewustzijnseenheden die streven naar een ik-ervaring, en alzo in een droom te kunnen optreden als belichaamde ziel: de plaats in het tafereel van waaruit alles gezien en beleefd wordt -- ik loop de trappen af... bijvoorbeeld. De anderen op de ladder vechten of wachten tot ze dat ook kunnen, maar er zijn veel hindernissen en duivels die strevingen of verlangens naar de duisternis van de Hel willen sleuren. Freud sprak over censuur, maar het kan ook als evolutie gezien worden (samengevatte fylogenese bij de ontogenese), of als verkiezingen (moderne democratie met televoting à la carte, met bazen à la minute.)

Psychologische ventjes zijn dus duidelijk te onderscheiden van symbolen in een droom, en zeker van woorden die wijzen naar symbolen. Een ventje in mijn psychologie (psychotherapie) heeft een inherent lichamelijk verlangen als kern, een gevoel dat staat voor het geheel van aangestuurde (actieve) complexe reflexen (motorisch en/of visceraal), en gerepresenteerd in de neuronale activiteit (gevoelens) van het 'binnenste' brein (primitief en niet te rationaliseren, dwingend biologisch van belang voor de overleving van het individu: het geheel van het organisme, het algemeen belang zeg maar).

Heel wat combinaties van emoties zijn denkbaar en mogelijk. Een heel pak daarvan is vastgelegd door een of andere ervaring en gecatalogeerd in herinneringsclusters of symbolen, op zich groepen van bijeenhorende geheugensporen. Al naar gelang de activatietoestand van de klusters, nemen ze meer en meer de vorm aan van herbeleefde (of beleefde) herinneringen (of combinaties van herinneringen), m.a.w. worden het ventjes, en naarmate ze stijgen op de sociale ladder in mijn geest, bewustere ventjes. Ik ben dan het ventje dat binnentreedt in het rijk der hemelen, bij God, bewust en wel, en bestuurder van het heelal: alle subsystemen die gehoorzaam alles uitvoeren wat ik wil, en ze doen dat in de coulissen, onzichtbaar en transparant -- transparanter naarmate ze verder van mij afstaan.

Ventjes(m/v) zijn eigenlijk Engelen, met een hele hiërarchie en in de gratie van God, zolang ze zich gedragen, of gedragen worden door de andere leden van de club. Ze kunnen ook uit de hemel gegooid worden, en dan zijn het duivels met aangebrande vleugels.


Vrouwtje. Syberg
 

 Freud sprak over verlangens, en ik heb er lang aan getwijfeld of dat wel een belangrijk element was in psychotherapie. Verlangen en frustratie, willen en niet mogen. Het is een zachte uitdrukking voor het helse feest van gevoelens en driften... maar het duurt een tijdje voor je daar in psychoanalyse achter komt.

Nog vóór het schreeuwende schaap heb ik nevenstaand ventje gemaakt dat een vrouwtje voorstelt (ik) als naar schoolgaand kouwelijk ding; ik ging nota bene naar een jongensschool -- zonder meisjes dus.

Symbolische vrouwen en mannen komen netjes seksuele en affectieve affaires op het toneel brengen -- allemaal stukjes van mijzelf, beleefd, gefantaseerd en verlangd en/of veracht. Alles wordt (werd) op school toegedekt met een voze belofte over het eeuwig leven, na de dood dus.

Tegenwoordig schijnt dat allemaal geen mode meer te zijn (seks), maar dat doet niets af aan de structuur en de psychologie van bewustzijn, beleefd van uit de eerste persoon als waarnemer en deelnemer. Het is een reëel voorbeeld uit de rist combinaties van mogelijke wegen bewandeld door de verloren zoon (uiteindelijk, bij nadering van het zwart gat, of de oversteek van de rivier naar de onderwereld).



Ventje. Syberg
 

 Eigenlijk ben ik erg benieuwd naar de structuur en de organisatie van een ventje(m/v), en wil mij eventjes baseren op de MST van vorige pagina. Bij een MetaSysteem Transitie organiseren een aantal gelijkaardige subsystemen zich binnen een structuur met coördinerende bevoegdheden en dragen daarbij (een deel van) hun bewustzijn over aan de overheid. Die overheid kan permanent fysiek geïnstalleerd zijn en/of transiënt dynamisch gesynchroniseerd binnen een flexibel netwerk (van moleculen, neuronen, mensen...).

Ik zal mij beperken tot het menselijk (dierlijk) lijf, met organen (spieren, klieren, zintuigen, etc.) en coördinerende neuronen, en probeer een vereenvoudigd model te maken van een controlesysteem (zie vorige pagina):

    

De spier die hier gecoördineerd wordt, bestaat uit een populatie spiercellen, gestructureerd in een functionele eenheid. Het zijn subventjes (m/v) die samenwerken in functie van een groter geheel: een ploeg kabeltrekkers die op bevel: "Hei, hop", gezamenlijk en synchroon een dikke telefoonkabel in een gegraven geul in de grond trekken (trokken -- nu doen ze dat hier met een machine). De ploegbaas die alles in het oog houdt is dan de controller.


Telefoonploeg. Ref. 3

Ventje met klak. Syberg

 De referentie (of het doel) is eenvoudig: de kabel op de juiste plaats krijgen op aanwijzingen van de baas van de ploegbaas. De storing (Dist) kan bijvoorbeeld de weerstand zijn die de kabel ondervindt tegen de grond of de spoel. De actie is het scanderen van 'hei hop' en de representatie is allicht de perceptie van het tafereel -- dat dan vergeleken wordt met het doel (plan, referentie).

Het interessante aan het tafereel op de foto hiernaast, is dat de rolverdeling in de ploeg duidelijk is: de baas draagt een hoed, en de werkers een klak. Het ventje met de klak er onder heb ik zelf gemaakt, ook meer dan 20 jaar geleden... en het is de kop van een noeste buitenwerker met de klak van mijn grootvader, die werknemer-schrijnwerker was.

Op de hoed van de dokter die mij kwam onderzoeken als heel klein kind (toen ik op het salontafeltje lag (1.2), en hij kwam kijken of het ding gegroeid was of niet) heb ik met veel plezier geplast, recht omhoog. Het is een belangrijk feit, dat ik al heel veel heb aangehaald in deze site (j10, j22, j32, j49, ...) en het vertelt alles over mijn gevoelens voor ploegbazen en mannen met een hoed.

Toch neem ik nu een ploegbaas als controller, terwijl ik eigenlijk liever een van binnen uit gecoördineerde organisatie zou verdedigen... Enfin, soit, we zitten in de boot en moeten varen.



 

 De werkmannen metafoor moeten we nu natuurlijk een beetje bijschaven. Spiercellen zitten altijd in hetzelfde huis, komen allemaal van dezelfde ouders en zijn uiterst gespecialiseerd. Stel je nu voor: een appartementsgebouw voor kabeltrekkers, een team met ploegbaas. Ze gaan niet alleen samen weg en komen samen thuis, ze gaan samen slapen en staan samen op, en, ze komen allemaal van dezelfde ouders -- het is een grote familie. Uitstekend verzorgd door de omgeving (OCMW, kuisploeg, onderhoudsdienst, traiteurs, alles) en moeten er niets voor betalen, op niets denken en lopen geen risico op beroving of andere ongemakken. Ze interesseren zich ook voor niets anders, en ze spreken over niets anders dan over eten en drinken en seks (in hun jeugd) en slapen en warm hebben, en soms ook over het zware labeur dat ze met zijn allen moeten verrichten.

Van alle generaties daarvoor weten ze alleen maar dat het kabeltrekkers waren, en vooruitzichten op iets anders zijn er ook niet. Als je goed kijkt, zie je dat er iets mis is met hun herseninhoud, en bovendien zijn ze apathisch en initiatiefloos, slaafs en dom. Hun bewustzijnshorizon strekt zich niet verder uit dan het busje dat ze soms komt halen voor trekwerk, en voor hun buik.

De ploegbaas zelf is ook een aartsluiaard die telkens voor een nieuwe opdracht uit zijn bed gebeld wordt door zijn baas, en die kan alleen maar het werk gedaan krijgen via de opperman van het spierteam.

In vergelijking met een gewone sterveling, een beetje polyvalent en zo, kan onze appartementsbewoner eigenlijk niets, is zich van niets bewust, en is langs de andere kant met zijn gat in de boter gevallen: een hemel op aarde met rijstpap en engeltjes, het aards paradijs.


Congo. Ref. 4

Congo (detail). Ref. 4

 Volgende stap: samenwerkende teams voor het plaatsen van de kabel. De opdrachtgever, de gemeente die de straten beheert, de gleuvengravers, de kabelleggers, de puttenvullers en de stratenmakers, allemaal netjes in de juiste volgorde, en allemaal even dom.
 

Het waren in de eerste plaats de Congolese arbeiders zelf, die onder dwang en voor extreem lage lonen de infrastructuur opbouwden waar ze, volgens De Gucht, zo "dankbaar" voor zouden moeten zijn. Foto: 1918 - aanleg van de spoorlijn in Bukuma, Katanga.
(Foto uit Het geheugen van Congo, de koloniale tijd. Bladzijde 63 (Ref. 4)

Het baas-ventje is een blanke, met helm op het hoofd en de wet in de hand. Hoe we de metasysteem transitie (of het ontstaan van een hoger niveau van bewustzijn, of, een nieuw samengesteld individu) moeten bestuderen door een soort 'eenheidscontrolesysteem' in te passen in een groter geheel, is niet zo eenvoudig. We kunnen een menselijk lichaam (met geest op de bijsluiter) nemen als voorbeeld, met een heleboel verdiepen vooraleer we onder de koepel zitten (het hoofd, de cortex), of, we dalen terug af in het dierenrijk en nemen een stap in de evolutie onder de loep, waarbij de groepsvorming die tot individuatie leidt niet zoveel verdiepingen vertoont.

Als we Volvox nog eens nader bestuderen, komen een aantal interessante eigenschappen aan het licht: om de groep te vormen is het nodig dat de enkelingen die er deel van uitmaken inleveren op eigen ongebreidelde groei en deling ten voordele van de groep.

Doet mij denken aan een splitsing van wonen en werken, of, een beetje sterker, een splitsing van gezin met kinderen (voor de vervanging van gesneuvelde arbeiders, en voor de vorming van nieuwe teams) en célibatairs die werken voor het algemeen belang.


Volvox. Ref. 5
 

 Volvox revisited. Wim van Egmond (Ref. 6)
 

Citaat W. van Egmond (Ref. 6): Volvox connecties.

 De plasmamembraan van een protist (eencellig organisme) bepaalt de uiterste grens van cellulaire controle, maar dikwijls strekt cellulaire invloed zich uit tot voorbij deze grens. Veel cellen bijvoorbeeld produceren secreties die bijdragen aan hun structurele gezondheid of aan hun veiligheid ten overstaan van uitwendige stimuli.

Volvox is een genus koloniale organismen die een gelatineuse substantie afscheiden (slijm, mucus) die hen samenhoudt in een holle sfeer. Naast deze extracellulaire matrix hebben veel Volvox species ook cytoplasmatische verbindingen tussen hun cellen. Deze cellulaire bruggen worden over het algemeen beschouwd als een teken van grotere cellulaire integratie dan kan gevonden worden in de meeste andere planktonkolonies, vooral omdat het verbreken ervan leidt tot de dood van niet enkel de cellen in de directe omgeving, maar van de hele groep. In feite geloven sommige wetenschappers dat Volvox de evolutionaire kloof naar meercelligheid heeft overschreden.

Verschillende bewijzen worden aangedragen ten voordele van het evolutionaire belang van Volvox, waaronder reproductiesystemen van de species en de differentiatie die kan gevonden worden binnen de cellen van de kolonies. Misschien is de meest interessante indicatie daarvoor de gelijkenis van die kolonies met vroege ontwikkelingsstadia in hogere organismen. Meer bepaald maken de bevruchte zygotes van bijna alle dieren in het embryonale stadium een periode van herhaalde delingen door, waardoor er een blastula ontstaat. Blastulae van organismen in het fylum Chordata lijken sprekend op een Volvox kolonie: een holle sfeer die is samengesteld uit een enkele laag cellen.

The plasma membrane of a protist cell demarcates the outer boundary of cellular control, but cellular influence often extends beyond this physical limit. Many cells, for instance, are capable of producing secretions that contribute to their structural soundness or that provide increased security from outside stimuli.

Volvox is a genus of colonial organisms that secrete a gelatinous substance called mucilage that binds them together into a hollow sphere. In addition to this extracellular matrix, many Volvox species also exhibit cytoplasmic connections between cells. These cellular bridges are generally considered a sign of greater cellular integration than can be found in most other planktonic colonies, especially since breaking them leads to the death of not only the individuals directly involved, but to the entire group. In fact, some scientists believe that Volvox has crossed the evolutionary gap from colonial to multicellular.

Various types of evidence have been cited that support the notion of the evolutionary importance of Volvox, including the reproductive habits of its species and the differentiation that can be found among the cells of its colonies. Perhaps the most interesting indication of its significant relation to multicellular life forms is the structural similarity of its colonies to the early developmental stages of higher organisms. More specifically, the fertilized nuclei of the zygotes of almost all animals go through a process of repeated divisions to produce an embryo called the blastula. Interestingly, the blastulae of organisms in the phylum Chordata appear strikingly similar to a Volvox colony, consisting of a hollow sphere composed of a single layer of cells.

Een eicel van Chordata (waaronder de mens) is groot in vergelijking met andere cellen, en die deelt zich verschillende malen na elkaar tot er een blastula ontstaat... een Volvoxje, maar met meer mogelijkheden tot differentiatie. Bij Volvox schijnt het meestal zo te zijn dat het de somatische cellen (voor de voortbeweging bijvoorbeeld, in tegenstelling tot deze voor de voortplanting) verboden wordt groter te worden, zodanig dat ze zich niet meer delen; 't staat zo in de DNA wet.

De samenwerking van de cellen in de kolonie heeft voordelen voor de groep, en legt beperkingen op aan de individuen die er aan deelnemen, en alles wordt dus bij wet geregeld. Er is blijkbaar geen ploegbaas aanwezig hier, alhoewel er al een voor- en achterkant aan blijkt te zijn in sommige gevallen: er is klassenverschil op komst.


Volvox ogen. Ref. 7
Individuele bolwieren, met rood oogpunt en twee zweepharen als men maar goed genoeg kijkt.

 Volvox met ogen...(ook op zijn gat).
 

Citaat over Volvox (Ref. 7)

Elk individueel Volvox heeft ook kleine rode oogvlekken. De kolonies hebben zelfs wat wij een voorkant en achterkant zouden noemen, of – aangezien Volvox lijkt op een kleine planeet – een noord- en zuidpool. In het noordelijke gebied zijn de oogvlekken meer ontwikkeld. Dit helpt de kolonie om naar het licht te zwemmen. Deze differentiatie van cellen maakt Volvox vrij uniek. Het is een kolonie die werkelijk het meercellig organisme benadert. 

Hoe zou het nu zijn om een sociale (koloniale) structuur te vormen met zulke eigenschappen, en die dan nog met kracht van wet en duidelijk concurrentievoordeel doorgegeven wordt aan de volgende generatie?

Het is eenvoudig: we zetten een koppel bij elkaar, en die maken zestien kinderen, allemaal gespecialiseerd in het binnenrijven van gelden (op een legale manier). Omdat ze dat samen doen, netjes gecoördineerd en zo, hebben ze dat veel gemakkelijker dan de doorsnee gezinnen, en omdat ze samenwonen in een appartement, moeten ze niet eens zo veel huur betalen en verwarming en elektriciteit... Omdat we mensen zijn, en niet zomaar kunnen delen om kinderen te krijgen, moet er een regeling getroffen worden met andere gelijkaardige kolonies, om moeder-vader voortplantingseenheden te vormen. Liefst natuurlijk via één van de zestien leden van de groep die er van meet af aan is voor opgeleid, en de wet kent en een aggregaat heeft behaald om les te geven. De andere leden hoeven zich van niets aan te trekken (célibatair en volledig gespecialiseerd in inkomsten en uitgaven)... en hier is het zo dat degenen die er een speciale neus voor hebben (of ogen op hun gat) in het voorste deel van de suite zullen zetelen.

Eigenlijk hebben we hier een controlesysteem met een duidelijke referentie (de wet) en een storing (de gronden waar geld moet op verdiend worden, en die dat liever niet zouden doen, en concurrentie). De groep de gecontroleerd wordt is er ook, en ze zijn ontstaan door multiplicatie. Er is perceptie en een agent die actie onderneemt om het geheel in goede banen te leiden (synchronisatie van de cilia, of de haakjes waarmee het geld moet worden opgevist). Alleen is er geen duidelijke agent: iedereen speelt voor agent voor iedereen; sociale controle is dat dan.

Nadeel: door al die célibatairs is er weinig variatie en veel rigiditeit, geen vernieuwing en veel conservatisme. Het ding is al miljoenen jaren oud, en blijft zoals het is -- evolueert niet tot een complexer organisme.

Het doet mij een beetje denken aan erg conservatieve kolonisten die in de VS naar het Westen trekken in huifkarren, en ter verdediging tegen de verdedigers van het grondgebied (de Indianen zeg maar) in een cirkel rijdend het licht van de ondergaande zon tegemoet gaan. Het Westen is dan oneindig ver weg, en de reis blijft maar duren. Niemand die er aan denkt (of daar tijd voor heeft) iets aan het systeem te veranderen.

Er is enigszins sprake van overgang van individualiteit van de enkeling naar een nieuwe (hogere niveau-) individualiteit, als we aannemen dat de samenwerking en het samenzijn irreversibel zijn, en dat alle leden van de groep samen eten, drinken, werken en sterven, en dat het doorgeven van de wet aan dochterkolonies goed is gereguleerd, én, dat het systeem kan overleven gedurende miljoenen jaren (zoiets). Ik zit al de hele tijd een voorbeeld te zoeken, maar dat schijnt niet zo gemakkelijk in de legale structuur van onze maatschappij te vinden te zijn... In een dorp en Afrika misschien (maar dat paviljoen is afgebrand, 2.2).


Volvox birth. Ref. 11
geboorte

Volvox sperm. Ref. 11
sperma

 Misschien nog even kijken naar de voortplanting bij Volvox...
 

Volvox citaat, ref. 11

"Een van de eerste dingen die opvallen bij Volvox is dat de meeste kolonies inwendig bolletjes bevatten. Dat zijn dochterkolonies, gonaden genoemd. Het is een vorm van aseksuele voortplanting. De gonaden groeien van uit cellen rond de equator van de kolonie. Die cellen worden groter en ondergaan een reeks celdelingen tot er een sfeer ontstaat. Er is echter een complicatie: de flagellen (cilia) zitten aan de binnenkant van de nieuwe bol. Die moet zich binnenste buiten keren opdat de flagellen naar de buitenkant van de kolonie zouden wijzen." [Na acht assymetrische celdelingen binnen de gonade, ontstaat er een porie , waardoor na alle verdere delingen de kolonie zichzelf inverteert].

"Volvox heeft ook een seksuele voortplanting. Zoals bij aseksuele reproductie worden speciale cellen rond de equator gevormd. Die ontwikkelen zich tot speciale geslachtscellen. Mannelijke en vrouwelijke kolonies vormen verschillende geslachtscellen. Spermacellen vormen zich door deling. De vrouwelijke geslachtscellen delen niet. Ze worden groter en worden een eicel.

De meeste species hebben mannelijke en vrouwelijk kolonies; sommige species zijn hermafrodiet. Zij vormen zowel spermacellen als eicellen; maar niet op hetzelfde tijdstip, zodat zelfbevruchting wordt uitgesloten.

Op de onderste foto zie je pakketjes spermacellen. Ze zullen weldra uitzwermen om eicellen op te zoeken in andere Volvox."

[One of the first things that you notice on Volvox is that most colonies have spheres inside. These are 'daughter' colonies, called gonads. It is a means of asexual reproduction. The gonads grow from cells around the equator of the colony. These cells enlarge and undergo a series of cell divisions until they form a small sphere. There is only one complication, the flagella will be on the inside of the new sphere. It has to turn itself inside out so the flagella will be situated towards the outside of the colony.
Volvox also has a sexual reproduction. As in the asexual reproduction special cells are formed around the equator. These cells develop into special germ cells. Male and female colonies form different germ cells. Sperm cells are formed by division. The female germ cells do not divide. They enlarge to form an ova.
Most species have male and female colonies. In some species the colonies are hermaphroditic. They are able to form sperm as well as ova. But not at the same time so self fertilisation is prevented.
This images shows packages of sperm cells. They will soon swarm out in search of ova in other Volvox.]

Elders wordt gezegd dat de kolonie ongeveer vijf dagen leeft, ondertussen dochterkolonies vormt, en dan openbarst (degenereert) om de nakomelingen in de buitenwereld los te laten...

We komen hier in contact met het probleem van het eeuwige leven. Bij eencelligen, die groeien tot ze niet verder meer kunnen, en dan delen in twee dochtercellen, bestaat er een zogenaamd eeuwig leven (er is geen eigenlijk sterven). Bij Volvox zien we een collectief sterven na vijf dagen, ten voordele van de kindjes... De groep in zijn geheel zal voordeel hebben bij die manier van doen: de nakomelingen worden een tijdlang beschermd tegen predatoren, en komen pas in de buitenwereld als ze 'voor zichzelf kunnen zorgen'.

De wet zegt: eenmaal het quotum kolonisten is bereikt zal niemand zich nog delen (meer specifiek: zal niemand nog verder groeien), enkel werken voor de gemeenschap (somatische cellen), met uitzondering van enkele generatieve cellen die de voortplanting verzorgen. Het is interessant om op te merken dat er een mutant bestaat die deze wet doorbreekt: na verloop van een groeiperiode valt de kolonie uiteen en elke cel vormt op zichzelf een nieuwe kolonie... ; eeuwig leven, met periodieke revoluties.


Blastula van Cnidaria. Ref. 6
 

 Blastula van Hydra (Cnidaria). Trekt dus verbazend goed op Volvox, maar, ontwikkelt zich verder tot een poliep die qua structuur en werkverdeling veel ingewikkelder is. Hydra wordt door F. Heylighen aangewezen als hebbende een neuronaal net.
 

Citaat over Hydra, Ref. 8

   Hydra. Ref. 8

...Hydra bestaat enkel in de vorm van een poliep. Het lichaam heeft de vorm van een buis met twee lagen cellen en een opening vooraan. Rond de opening bevinden zich talrijke tentakels. De tentakels hebben nematocysten (ook draadcellen genoemd of cnidia) die exploderend een draad afschieten die vergif kan injecteren in een prooi en die ook kan vasthouden. Hydra eet meestal kleine diertjes zoals Daphnia. Een gelatineuse laag die mesoglea wordt genoemd, scheidt beide lagen cellen in de wand van Hydra. De buitenste laag cellen is de epidermis of ectoderm, en produceert de nematocysten. De binnenste laag is de endoderm of gastrodermis, en deze produceert enzymen voor de vertering van Hydra's voedsel. ...

[...Hydra exists only at the polyp form. It has a body that is a tube made of two layers of cells with an anterior opening. Around the opening are numerous tentacles. The tentacles possess nematocysts (also called thread cells or cnidia) that explode to discharge a thread that can inject poison into prey or can hold prey. Hydra mostly eats small animals such as Daphnia. A gelatinous layer called the mesogloea separates the two layers of cells of a Hydra. The outer layer of cells is called the epidermis or ectoderm, and generates the nematocysts. The inner layer is the endoderm or gastrodermis, and produces the enzymes which digest the Hydra's food.]

 


Hydra en Daphnia. Ref. 9
 

 Hydra is sedentair, en heeft in het Westen een farm opgericht te midden van de watervlooien. Als er eentje tegen zijn tentakels zwemt, dan gaan er een paar netelcellen af, waardoor de Daphnia verdoofd wordt en vastgehouden. Het relatief grote diertje wordt in zijn geheel door de tentakels vastgepakt, naar de mondopening tussen de tentakels gebracht en ingeslikt; eens verteerd in de buik wordt het slachtoffer achteraf als restafval terug uitgespuwd langs dezelfde mondopening.

Het beest vermenigvuldigt zich door knopvorming (er groeit een kleintje op de buik van de moeder en laat na verloop van tijd los...), of seksueel. De bevruchting gebeurt in het water, en na verloop van tijd ontstaat er na enkele delingen binnen de bevruchte eicel een blastula (zie hierboven). Hoe een en ander verder verloopt ziet er als volgt uit:
 

Citaat Hydra, Ref. 10

  
Van links naar rechts: na de blastula komt er unipolaire migratie van cellen (hier op de bodem getekend), waarna de holte volledig gevuld raakt in de larve (parenchymula). Iets later ontstaat een tweelagige wand met een centrale holte: larve die planula genoemd wordt. Rechts de jonge poliep.

"De cellen vallen in de blastocoele (de holte in de blastula) en vullen die op. Het organisme gaat over naar het larvale stadium (Parenchymula) en heeft een ectoderm met zweepharen (cilia) en een vol endoderm.
De endodermcellen organiseren zich rondom een holte (Archenteron) en het organisme gaat nu over in het holle larvale stadium (Planula), die vrij rondzwemt.
De Planula zet zich vast op een ondergrond, wordt dun en lang en poliepvormig. Er vormt zich een mondopening bovenaan met tentakels errond.

[Des cellules tombent dans le blastocoele et le remplissent, ce qui amène l'organisme au stade de larve Parenchymula à ectoderme cilié et endoderme plein.
Les cellules endodermiques s'organisent autour d'une cavité appelée Archentéron, l'organisme passe alors au stade de larve Planula creuse, à vie pélagique.
La planula se fixe sur un support, s'aplatit, puis s'allonge en prenant la forme d'un polype. La bouche se perce à la partie supérieure, les tentacules se forment à partir de cet orifice.]

Bij Volvox krijgen we enkel differentiatie van de oorspronkelijke eencellige algen in generatieve cellen (totipotent: die zich kunnen ontwikkelen tot een volledig organisme, en onsterfelijk) en somatische cellen (célibatair, en gedoemd om dood te gaan - met een licht gepolariseerde specialisatie: méér oog aan de voorkant, minder aan de achterkant, om met zijn allen gecoördineerd naar het licht toe te kunnen zwemmen chlorofyl en fotosynthese).

Nu we het toch over de dood hebben, even overstappen op Hydra:
 

Citaat Hydra, Daniel E. Martínez, 1998 , Ref.12

"Abstract—Veroudering, een deterioratieproces waarbij de waarschijnlijkheid dat het organisme sterft toeneemt met de leeftijd ervan, werd bij alle metazoa gevonden die daaromtrent werden bestudeerd. Er is echter veel controverse geweest over de potentiële onsterfelijkheid van hydra, een lid van het fylum Cnidaria dat solitair in zoet water leeft en een van de eerste is uit de divergerende groep metazoa. Onderzoekers hebben gesuggereerd dat hydra in staat is te ontsnappen aan veroudering door constant zijn lichaamsweefsel te vernieuwen. Maar, geen data om deze bewering te staven zijn daarover gepubliceerd. Om de aan- of afwezigheid van veroudering bij hydra te testen werden drie populaties hydra geanalyseerd over een periode van vier jaar. De resultaten leveren geen bewijs voor het verouderen bij hydra: sterftecijfers bleven extreem laag en er was geen duidelijke vermindering in het krijgen van nakomelingen. Hydra zou kunnen ontsnapt zijn aan veroudering en is mogelijk onsterfelijk. © 1998 Elsevier Science Inc."

[Abstract—Senescence, a deteriorative process that increases the probability of death of an organism with increasing chronological age, has been found in all metazoans where careful studies have been carried out. There has been much controversy, however, about the potential immortality of hydra, a solitary freshwater member of the phylum Cnidaria, one of the earliest diverging metazoan groups. Researchers have suggested that hydra is capable of escaping aging by constantly renewing the tissues of its body. But no data have been published to support this assertion. To test for the presence or absence of aging in hydra, mortality and reproductive rates for three hydra cohorts have been analyzed for a period of four years. The results provide no evidence for aging in hydra: mortality rates have remained extremely low and there are no apparent signs of decline in reproductive rates. Hydra may have indeed escaped senescence and may be potentially immortal. © 1998 Elsevier Science Inc.]

Er wordt over onsterfelijkheid gesproken op het vlak van hydra als eenheid, het systeem of de groep cellen als geheel, een controlesysteem met een eigen individualiteit en met abstractie van de cellen die er als levend subsysteem deel van uitmaken.

Als ik een hydra zou zijn, dan vang ik watervlooien zoveel ik kan; als mij dat een tentakel kost, wel dan geeft dat niet, want die groeit er zo weer aan (en nog veel meer, waarover later ook meer).

Als ik een cel zou zijn die in de tentakel woont, dan moet ik er voor mijn voortbestaan volledig op vertrouwen dat de groep mij zal 'dragen' in de meest brede betekenis van het woord. Maar, dat is niet zo vanzelfsprekend. Eigenlijk maakt het voor de baas niets uit of ik blijf leven of niet, vervangers zijn er bij de vleet (als ik bijvoorbeeld een epidermiscel zou zijn). Maar, er is zelf nog meer dan dat: als ik een netelcel zou zijn, dan ben ik gemaakt om te ontploffen als er een prooi in de buurt aanwezig is en mijn voeler raakt; ik offer mij doelbewust en volledig door de omgeving, van thuis uit, voorbereid om mijn leven te offeren ten dienste van de gemeenschap.

Het hele beest trekt op een fabriek met bewaking (of een fort, of slagschip) die enkel in het leven is geroepen en in leven blijft ter bevordering van zijn eigen buikinhoud en ter bevrediging van de geldelijke lusten van de aandeelhouders, en geen enkele vorm van mededogen vertoont ten opzichte van de werknemers of de onderdanen of de soldaten... . De afzonderlijke cellen zijn transparant geworden voor het hogere niveau van individualiteit, en hebben helemaal niets meer in de pap te brokken — behalve misschien de neuronen, die er in dit geval wel degelijk zijn om alles te coördineren (of: te controleren).


Apoptosis. Ref. 13
 

 Eeuwig leven... en, apoptosis: geprogrammeerde celdood, voor wie er nog zou aan twijfelen of de gemeenschap gemaakt is ten behoeve van de korte-termijn-verlangens van de onderdanen.
 

Citaat over apoptosis, C. David et al., 2005 Ref. 13

"Geprogrammeerde celdood door apoptose is een belangrijk kenmerk van alle multicellulaire dieren. Bij de embryogenese verwijdert het specifieke cellen die overbodig geworden zijn gedurende de ontwikkeling. Bij volwassen organismen is het betrokken bij de regulatie van het aantal cellen, bescherming tegen pathogenen en het verwijderen van beschadigde cellen (voor overzicht, zie Jacobson et al. [1997])...

Foto's hiernaast: Apoptotische cellen in Hydra. (A) Twee normale interstitiële stamcellen en één apoptotische stamcel (links onder). (C) Ectodermale epitheliumcel met drie gephagocyteerde apoptotische cellen.

Hydra groeit voortdurende dank zij de proliferatie van epitheliale en interstitiële stamcellen doorheen de gehele lichaamskolom. Poliepen nemen echter niet toe in lengte omdat cellen voortdurend getransfereerd worden naar aseksuele knoppen die onderaan de lichaamskolom groeien, en naar tentakeltoppen en de basale schijf waar ook voortdurend cellen verloren gaan. Knopvorming is afhankelijk van de voeding: weldoorvoede poliepen produceren ruwweg één knop per dag; uitgehongerde poliepen stoppen de knopvorming na 1-2 dagen. Dat deze knopvorming zo opvallend afhankelijk is van de voeding hangt niet af van de hoeveelheid geproduceerde cellen, zoals eerst werd gedacht, maar van apoptose (Bosch en David, 1984). ... De toename van de hoeveelheid cellen is echter drastisch anders: het aantal cellen neemt exponentieel toe bij gevoede dieren maar verandert niet als ze geen eten hebben. Dit verschil is te wijten aan een toename van het apoptosis-cijfer bij uitgehongerde poliepen."

[Programmed cell death by apoptosis is a prominent feature of all multicellular animals. During embryogenesis it removes specific cells unneeded for development. In adult organisms, it is involved in cell number regulation, protection from pathogens and the removal of damaged cells (see Jacobson et al. [1997] for review)...
Picture: Apoptotic cells in Hydra. (A) Two normal interstitial stem cells and one apoptotic stem cell (lower left). (C) Ectodermal epithelial cell with three phagocytized apoptotic cells.
Hydra polyps grow continuously due to proliferation of epithelial and interstitial stem cells throughout the body column. However, polyps do not increase in size since cells are continuously transferred to asexual buds, which form on the lower body column, and lost at the tentacle tips and in the basal disk. Budding is dependent on feeding: well-fed polyps produce roughly one bud per day; starved polyps cease to form buds after 1–2 days. This striking dependence of budding on feeding is not due to a change in cell proliferation, as initially anticipated, but rather to apoptosis (Bosch and David, 1984). ... The increase in cell numbers, however, is dramatically different: cell numbers increase exponentially in fed animals but do not change in starved animals. This difference is due to an increased rate of apoptosis in starving polyps.

Er wordt ook vermeld dat apoptose voorkomt bij de vorming van eicellen en spermacellen, én, bij de metamorfose van planula (larve) naar volwassen hydra, waar om en bij de 50% van de oorspronkelijke cellen verloren gaat gedurende de omvorming...

We (ik) wil nu graag deze situatie vertalen als metafoor (of voorbeeld) voor wat er gaande is in de mensengemeenschap (sociaal, cultureel, spiritueel) én in de ventjes/vrouwtjesgemeenschap (interne objecten) in ons brein, om daarna over te gaan naar een basismodel voor ons controlesysteem met bestuurlijke neuronen en organische onderdanen.

De deling van een cel wordt meestal gezien als een act die geen einde maakt aan het leven van de moedercel. Stel je voor dat iemand zich kan voortplanten door in twee functionele stukken te splitsen, en wel zo dat het precies twee identieke klonen zijn. Wat zou er met zijn/haar bewustzijn gebeuren? Als ik twee individuen wordt, zit ik dan na de splitsing in de eerste of de tweede helft, of in alle twee, of in geen van beiden? Als twee mensenouders een kindje krijgen, dan ontstaat er een genetische (opvoedkundig, sociaal, cultureel, ... ook een beetje) mengvorm tussen de twee, en niemand ziet dat als een stuk van beide, maar als een totaal nieuwe persoon; voelt trouwens ook niet zo aan: ik ben ik, en niet half vader en half moeder (alhoewel dat in de ventjes/vrouwtjeswereld helemaal anders aanvoelt).

Iedereen kijkt naar het hoogste niveau van het individu dat zich als verschijning en in schijnbaar één stuk (blok) verplaatst en heel blijft. Het is ook het individu dat ik mij bewust word als ik in de spiegel kijk, of waarmee ik mij identificeer als ik in haar/zijn ogen kijk om als persoon na te volgen. Maar, ik kan mij op verschillende tijdstippen met andere personen identificeren... Als ik mijn metsersuniform aantrek en ga metsen, wordt ik gezien als metser, en voelt dat ook zo aan (wat eigenaardig is); als ik mijn gewone kleren aantrek en therapie geef, dan ziet iedereen mij als therapeut, en het voelt ook zo aan (wat in het licht van wat ik daarnet uitdeed, ook eigenaardig is). Als mensen mij vragen: "Wat zijn je hobby's", dan moet ik daar altijd het antwoord schuldig op blijven. Hobby's bestaan slechts bij de gratie van een vaste identificatie (ik ben notaris, smid, bandwerker, huisvrouw -- zonder beroep! --). Als ik mijzelf zie als hebbende verschillende (divergerende) rolpatronen en dito identiteiten, dan heb ik géén hobby's.

Niemand schijnt er op te letten dat ik als vader voor mijn kinderen ánders ben dan als schrijnwerker bijvoorbeeld, en dat ik slapend niet over de geestelijke capaciteiten beschik als in wakende toestand, en dat ik in wakende toestand niet altijd op dezelfde manier reageer op dezelfde stimulus (omstandigheid, prikkel, vraag, ...).

De grote variatie in mijn persoon (voor de groep) komt vooral tot uiting in mijn psychische kenmerken of hoedanigheden, terwijl dat bij hydra voornamelijk tot uitdrukking komt in de voortdurende vernieuwing van de samenstellende cellen. Als ge een hydra in twee snijdt, dan groeit er aan de kop een staart en aan de onderkant een kop, en om de dag groeit er een nieuwe knop die dan nadien als fotokopij gewoon 'wegzwemt'.


Zulu kraal. Ref. 14
Zoeloe kraal

Zulu Kraal. Ref. 15

 Bekijken we het systeem op het niveau van de (menselijke) groep, dan kan het geheel ook tamelijk lang meegaan, denk maar aan een kloostergemeenschap of een sekte of een politieke beweging of een clan... Van buiten uit ziet het er gedurende lange tijd hetzelfde uit, maar binnenin is er heel dikwijls een wisseling van personen. Mensen komen en gaan, of komen er bij en gaan dood. Moest het een groep zijn die door geboortes de leden levert (zoals bij een clan), dan zou de gelijkenis heel treffend kunnen zijn, en als ze met zijn allen in een kraal leven, dan zou het nog beter zijn.

Of er daadwerkelijk een bewustzijn bestaat boven de individuen in de groep is erg twijfelachtig, omdat er zo weinig standvastige samenhang in schijnt te zitten — maar schijn bedriegt, net zoals bij Hydra. De chef kan met zijn directe adjudanten behoorlijk lang in het zadel blijven zitten, en de groep zal zich waarschijnlijk als één man/vrouw achter het hoofd scharen, én, de mond van het hoofd spreekt in naam van alle onderdanen. Dus, wel degelijk kenmerken van hoger-niveau bewustzijn.

Een overgang naar een nieuwe, integrerende en coördinerende persoonlijkheid dient zich aan, en de enkelzijdige grens tussen naïeve en kritische objecten is waarschijnlijk in het er vanzelfsprekend aan meedoen blijven steken. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Hydra of de kraal als geheel zo veel afstand kan nemen van zichzelf, en zoveel communicatie kan installeren tussen de verschillende kralen onderling, dat de objecten in de kraal (dingen, personen, relaties binnen en buiten) kritisch kunnen besproken worden tussen de kralen onderling in het land bijvoorbeeld.


Zoeloe krijger. Ref. 16
 

 Bekijken we de zaak op celniveau, of op menselijk niveau, en zien we de groep of het beest als een organisatie inplaats van een organisme, dan komen er andere dingen naar boven. We hebben:

  • specialisatie werkers/soldaten tegenover kinderen kweken
  • regeneratie in dienst van het geheel
  • eeuwig leven van het geheel maar niet voor de individuen
  • gehoorzaamheid en onderlinge verzorging
  • apoptose of je leven geven voor de groep (God?)
  • coördinatie door het controlerend orgaan
  • individueel bewustzijn en communicatie
  • persoonlijke gevoelens en overdracht daarvan op de groep
  • intersubjectief (naïef) daar zijn
  • mogelijkheid tot kritisch discours en dito objecten

Het lijkt allemaal gewoon en normaal, maar het wordt pas heel raar, als we het vergelijken met de organisatie van het organisme Hydra, met primitieve hersenen en alles erop en eraan, als had het werkelijk een 'geest'. (Bezeten door een geest)


Zusters. Ref. 17
 

 Het is allemaal hoe je het bekijkt en hoe het uiteindelijk uitdraait... We gaan even op bezoek bij Jane Marcet:
 

Citaat van Jane Marcet (Ref. 17)

"Lucretia Mott schreef het volgende: "In een echte huwelijksrelatie zijn de onafhankelijkheid van de man en de vrouw gelijk, hun afhankelijkheid wederzijds, en hun verplichtingen wederkerig." Ik denk dat dit wil zeggen dat man en vrouw elkaar altijd moeten liefhebben zonder baas te spelen over elkaar. Ik denk dat dit opgaat voor zusters ook."

Lucretia Mott wrote, "In a true marriage relation, the independence of the husband and the wife is equal, their dependence mutual, and their obligations reciprocal." I think that means that a husband and wife should always love each other without trying to boss each other around. I think that goes for sisters, too.

Ziet ge, het gaat hier niet om een huwelijk of een zuster-zuster relatie, maar om een neuron-lichaamscel relatie. Het neuron is de iets oudere zus die uitlegt aan haar zusje hoe ze met de kijker de maan moet bewonderen: "Goed richten en stilhouden; en kijk maar eens goed naar de kraters en de droge zeeën...". Ze komen goed overeen, en misschien is dat bij neuronen in een lichaam ook ooit zo geweest. Wederkerige verplichtingen, wederzijdse afhankelijkheid, liefde -- net zoals in een ouderwets huwelijk.



 

 We bekijken het huwelijk tussen multifunctionele neuronen en even zo goed multifunctionele epetheelcellen in hydra, aan de hand van O. Koizumi.
 

Citaat O. Koizumi, p.1680, Can. J. Zool. Vol. 80, 2002, Ref. 18

   Koizumi, Ref. 18
   [1:ganglion cel, 2:nematiciet, 3: sensorische cel, 4:epitheliomusculaire cel, 5:spierfilament, a:sensorisch neuron, b:interneuron, c:motorneuron, d:neurosecretorische cel]

 "Fig. 2. Multifunctionele zenuwcellen in hydra. Een enkele sensorische cel heeft synaptische verbindingen met het spierblad van een epitheliomusculaire cel, een nematociet en een ganglioncel. Bovendien heeft hij sensorische cilia en neurosecretorische granules (tekening gebaseerd op Westfall et al. 1971; Westfall 1973; Westfall en Kinnamon 1978). De pijltjes tonen synapsen en hun polariteit."

[Fig. 2. Multifunctional nerve cells in hydra. A single sensory cell has synaptic connections to the muscle sheet of an epitheliomuscular cell, a nematocyte, and a ganglion cell. Moreover, it has sensory cilia and neurosecretory granules (drawing based on Westfall et al. 1971; Westfall 1973; Westfall and Kinnamon 1978). The arrows show synapses and their polarities.]


Epitheel hydra. Koizumi, Ref. 18
 

 Laat ons aannemen dat hiernaast een stukje van de buitenkant van hydra is getekend. De structuur van de buitenwand wordt gevormd door de epitheelcellen; die hebben daarnaast ook nog spierfilamenten aan hun basis (contractiele processen). Het is als een kraal met paaltjes, maar met elkaar verbonden door bewegende delen, gemotoriseerd en al. Het grote ventje Hydra is langs buiten samengesteld uit kleine ventjes epitheelcellen die met zijn allen de zaak dragen, vormgeven en doen bewegen; in vergelijking met eencelligen zijn onze ventjes heel erg gespecialiseerd en sociaal, maar een beetje dom, en ze laten zich gemakkelijk leiden door de herders: neuronen.

Voila. Daar hebben we de meesterslaaf relatie. Toch kan één neuron niets doen op zichzelf, en kunnen de gezamenlijke neuronen evenmin iets ondernemen zonder de buitenste epitheelventjes (er zitten er ook speciale langs binnen in het beest, maar daar maken we even abstractie van). De vraag is: wie speelt baas over wie? Anders geformuleerd: wie heeft wie nodig wat heel wat gemakkelijker te beantwoorden is. Ze hebben elkaar nodig, wederzijds. Het spierventje vertrouwt volledig op de instructies van het zenuwventje, dat er op zijn/haar beurt op vertrouwt dat de instructies netjes zullen worden uitgevoerd in ieders belang.



 

 

Referenties

  1. Hooiwagen (vallende engelen), Bosch.
    http://athena.english.vt.edu/~baugh/bosch/
    boschmain.htm

  2. De ladder, weg naar God.
    http://www.pitt.edu/AFShome/s/o/sorc/public/html/
    ocfellow/icons.html

  3. Telefoonploeg.
    http://www.connected-earth.com/Galleries/
    Fabricofcommunications/Buildingthenetworks/
    Layingundergroundcables/

  4. Congo.
    http://www.chengetheworld.org/nl/
    index.php?op=page&pid=646

  5. Volvox.
    http://micro.magnet.fsu.edu/featuredmicroscopist/
    vanegmond/volvoxconnectionssmall.html

  6. Cnidaria blastula.
    (http://perso.wanadoo.fr/brunopicart/Textes/
    cnidaria.htm)

  7. Volvox.
    http://www.natuurwetenschappensite.be/
    natuurwetenschappensite/pagina.asp?
    pagkey=39611&mode=read

  8. Hydra.
    https://www.biomedia.cellbiology.ubc.ca/cellbiol/user/
    scripts/qry_media_id.php?media_id=1674

  9. Hydra en Daphnia.
    http://www.cf.ac.uk/biosi/research/biodiversity/staff/
    pascoe.html

  10. Cnidaria.
    http://perso.wanadoo.fr/brunopicart/Textes/cnidaria.htm

  11. Volvox.
    http://www.microscopy-uk.org.uk/mag/indexmag.html?
    http://www.microscopy-uk.org.uk/mag/artdec03/
    volvox.html

  12. Hydra, senescence. Daniel E. Martínez.
    http://www.ucihs.uci.edu/biochem/steele/PDFs/
    Hydra_senescence_paper.pdf

  13. Apoptosis.
    http://icb.oxfordjournals.org/cgi/content/full/45/4/631

  14. Zulu kraal. Zuid Afrika.
    http://www.britishbattles.com/zulu-war/ulundi.htm

  15. Zulu kraal. za.
    http://www.warthog.co.za/dedt/tourism/culture/kraal/
    dingane.htm

  16. Zoeloe krijger.
    http://www.history.und.ac.za/ebe1mhm/linguistics.htm

  17. Jane Marcet.
    http://loki.stockton.edu/~rosnerl/meet.htm

  18. O. Koizumi, p.1680, Can. J. Zool. Vol. 80, 2002.
    http://www.ucihs.uci.edu/biochem/steele/Koizumi.pdf

 

 

A. Syberg, Belgium
E-Mail Syberg : Home Page

Copyright © 2006 A. Syberg
Site Last  update 21.01.2007