Hydra
|
|
|
|
English
Droom
|
Droom
|
|
![]() |
Objectief: HydraWe bekijken het beest op verschillende manieren en op verschillende niveaus (verdiepingen):
Cellulair ligt het organisme heel dicht bij de eencelligen, maar is het niet meer; en ook dicht bij de ontwikkelde meercelligen, maar is het nog niet helemaal. Het ligt op een scharnierpunt tussen koloniale eencelligen en hogere meercelligen, net als wij mensen op een scharnierpunt zouden kunnen liggen tussen persoonlijke individuen elk apart en vast aaneengeschakelde groepen die niet meer zonder elkaar kunnen voortbestaan. Dat laatste bestaat schijnbaar nog niet, maar misschien is het in de kiem al aanwezig - kunnen we gebruiken als werkhypothese. We kunnen nagaan of er parallellen zijn tussen de hydra en een al dan niet gefantaseerd samenwerkingsverband bij mensen (misschien op weg naar het vormen van een "global brain"). Daartussenin zit de organisatie van onze geest, met een 'ik' en veel ventjes (m/v) bestaande uit clusters actieve en gesynchroniseerde neuronen strevend naar het bestuur van de menselijke persoon: objectorganisatie met een eigen subject op verschillende niveaus, of, een onbewuste pak verlangens, strevingen, lichamelijke behoeften, ..., met een stukje van de ijsberg bewust boven water. Om de gedachten te vestigen, geven we een klein overzicht van enkele speciale eigenschappen van hydra, op biologisch vlak.
|
![]() |
A. Hydra, cellulair biologisch1. Regeneratie en morfogeneseHet is mogelijk weefsel van het diertje te splitsen in afzonderlijke cellen, zodanig dat er een ordeloos klompje cellen overblijft. Zie figuur hiernaast. Als die cellen de kans krijgen om opnieuw te aggregeren, doen ze dat binnen de vier dagen. Eerst ontstaan er (in de fotoreeks hiernaast) twee koppen en een gemeenschappelijke voet, waarna de twee organismen uit elkaar gaan en verder leven. Geraakt een dier zijn kop met tentakels kwijt, of zijn voet, dan komt er na een tijdje gewoon een nieuwe op. Knip je het in twee, dan vormt elke overblijvende helft hetgeen ontbreekt om een volledig dier te worden. Bij regeneratie en ontwikkeling van het dier, spelen morfogenetische gradiënten een belangrijke rol (zie Meinhardt en Gierer, Ref. 5). Heel in het kort komt het er op aan dat cellen in een bepaald stadium stoffen in hun directe omgeving produceren die autokatalytisch werken, samen met andere stoffen die verder weg het ontstaan van eigen celvormen tegengaan (laterale inhibitie). Men spreekt ook over reactie-diffusie systemen. Autokatalyse betekent dat cellen mekaar en zichzelf aansporen tot groei en reproductie (deling), zodanig dat in de directe omgeving een gebied ontstaat dat gunstig is voor de verdere ontplooiing van de groep. De laterale inhibitie zorgt er voor dat er in de directe omgeving geen concurrerende firma (nog een kop bijvoorbeeld) wordt opgericht, en ook dat het eigen systeem niet oneindig blijft doorgroeien.
|
![]() |
2. Verschillende organisatieniveaus; emergentieLevende organismen kunnen op verschillende niveaus benaderd worden. Wij bijvoorbeeld bestaan uit chemische reacties tussen moleculen onderling, of, uit een strikt georganiseerde verzameling cellen (een niveau hoger dan het louter chemische), of, als een biologische structuur met op elkaar afgestemde organen die samenwerken om onze persoon in leven te houden en ons voort te planten, of, als mens met een duidelijk waarneembare subjectieve eigenheid, of, nog een niveau hoger, met een socio-culturele achtergrond waarin we allemaal van elkaar afhankelijk zijn. Hydra is speciaal omdat het zogenaamd om een simpel organisme gaat. De cellen (eerste niveau waarop we het object beschouwen) zijn nog niet heel erg gespecialiseerd, en het hele dier (tweede niveau) heeft nog geen al te sterke persoonlijkheid. Er is sprake van emergentie in zoverre het belang van elke afzonderlijke cel maximaal gediend is bij het goede functioneren van het hele dier, maar dat dat hele dier zich eigenlijk niets aantrekt van het welzijn van zijn samenstellende delen, en gaat voor het overleven van 'zichzelf'..., alsof het een onafhankelijke ziel zou hebben. Het woord ziel moeten we niet eens in dualistische zin interpreteren; het is genoeg dat het 'lijkt alsof' het een bovencellulaire 'wil' heeft, een onafhankelijk opererend sensomotorisch zenuwcentrum met bestuursfunctie (primitieve gemeenteraad). Simpelweg gaat het om een op het oog 'zelfstandig' organisme, dat niet noodzakelijk uit cellen zou moeten bestaan om er te zijn zoals het is. Bij het kijken naar een biefstuk denkt men ook niet spontaan aan een functionele verzameling cellen uit een op hoger niveau georganiseerd organisme... |
![]() |
Jochen Fromm (2005, Ref. 7) heeft het over verschillende types van emergentie: I nominale, II zwakke, III multipele, IV sterke. Mij interesseert het meest de sterke emergentie: het ontstaan van leven uit genetische code, of van cultuur uit memen en taal. Er verschijnt een organisatie op hoger niveau (macroscopisch) met eigenschappen die niet reduceerbaar zijn tot het cumulatieve effect van de eigenschappen en wetten die de basiselementen vertonen op het lagere niveau (microscopisch). "Bovendien is het macroscopisch niveau onafhankelijk van het microscopisch niveau, omdat er tussen de twee een mesoscopisch of intermediair niveau aanwezig is dat beide van elkaar isoleert. Bij sterke emergentie is het macroscopisch niveau irrelevant voor het microscopische en omgekeerd." (Vrij vertaald uit Jochen Fromm, 2005, Ref. 7) Op de tekening zijn de grijze cirkels een voorstelling van dat mesoscopische niveau.
Verder uit Fromm, (Ref. 7): "Het
macroscopische niveau blijft ongewijzigd (invariant) als het
microscopische niveau vervangen wordt door iets anders, zolang de
mesoscopische of intermediaire niveaus maar hetzelfde blijven.
Laughlin noemt dit de "Relevantie Barrière" (Barrier of Relevance)
in zijn boek in hoofdstuk 12 [Laughlin05].
Wat heeft het allemaal te maken met Hydra? Het heeft allemaal te maken met het blijkbaar onoverbrugbare verschil tussen een intersubjectieve ervaring bij psychotherapie (waarbij naïeve objecten ontstaan) en de nabeschouwing ervan in objectieve termen; met de vraag: welk van de twee is dan het hoogste niveau? Is het de intersubjectieve ervaring waarbij het persoonlijk bewustzijn wordt gereduceerd ten voordele van de interactie (en een nieuwe toestand van bewustzijn emergeert), of moeten we zeggen dat de mens als hoogste niveau dan even zijn/haar verstand verliest aan de ander? De intermediaire laag hier zou de metafoor kunnen zijn: een taalconstructie die op zijn geheel verwijst naar een belichaamde cognitieve communicatie. Ik wil graag deze vragen relateren aan het veel simpeler wezen Hydra, met vooral het mysterie van de intermediaire laag: de symbolen en de actieve (en uiteindelijk bewuste 'ik') sensomotorische eenheden die ik ventjes (m/v) heb genoemd. Het is een andere manier om te spreken over het verschil tussen het onbewuste (Freud) en het bewuste, met onderverdeling Es, Ich en Über-Ich, met de wens of het verlangen als energiebron. Een en ander impliceert mijn verlangen om de wens te reduceren tot het willen bereiken van een hoger bewustzijnsniveau, samen met andere mensen waar ik deel van uitmaak en kan in verdwijnen zonder te sterven.
|
![]() |
3. Neuronale evolutie.We gaan te rade bij O. Koizumi ("Developmental neurobiology of hydra, a model of cnidarians, 2002, Ref. 8). Het is opmerkelijk dat Hydra een van de eerste meercelligen is met 'zenuwen', in de vorm van een neuronaal net. Er wordt gezegd dat de zenuwring (nerve ring), zichtbaar op nevenstaande foto, kenmerken vertoont die aanleunen bij het centrale zenuwstelsel van hogere dieren. In vergelijking met neuronen (zenuwcellen en netwerken) bij hogere diersoorten, heeft hydra wel heel speciale kenmerken:
|
![]()
|
4. Eeuwig leven en celdood.Het dier in zijn geheel wordt blijkbaar nooit 'oud', en sterft dus niet in normale omstandigheden van vochtigheid, temperatuur, voedselaanbod... We hebben boven gezien dat het regenereert als het in stukjes wordt gesneden of zijn kop kwijt geraakt. Het reproduceert zich via knopvorming en ook seksueel, en dat blijft zo maar eindeloos doorgaan. We vonden een paper over oud worden bij hydra: D. E. Martínez, 1998, Ref. 9. De samenstellende cellen vinden dus een organisme waar ze als het ware eeuwig deel van kunnen uitmaken, maar voor de individuele cellen is de toestand verre van ideaal: ze gaan in grote aantallen dood, ofwel door verlies aan uiteinden bij het 'normale gebruik' en door geprogrammeerde celdood (apoptosis). We vonden daar ook een paper over: Hydra and the Evolution of Apoptosis1, Sep 2005 by David... et al; Ref. 10. Bij Koizumi (Ref. 8) vonden we de tekening (hiernaast boven afgebeeld) over de drie cellijnen: twee epitheellijnen (ectoderm en endoderm, die steeds zichzelf reproduceren door verdere deling) en een interstitiele cellijn met multipotente stamcellen waaruit stamcellen, zenuwcellen, nematocysten en voortplantingscellen voortkomen. In andere pagina's heb ik al dikwijls Volvox aangehaald als mogelijk eerste meercellige. Bij de studie van Hydra en voorlopers komt er nu een paper te voorschijn van Werner E. G. Müller, 2003, Ref. 11, waar duidelijk gemaakt wordt dat de voorloper van Hydra waarschijnlijk de spons is (Porifera), en dat die op zijn beurt is ontstaan uit de Fungi (schimmels). Er wordt duidelijk gemaakt dat naast het 'aan elkaar blijven kleven' van de cellen (adhesion) vooral ook apoptosis en een immuunsysteem noodzakelijk zijn voor het ontstaan en in stand houden van een 'samengesteld individu' (individuation). Sponzen hebben een binnenste en een buitenste cellaag, en ook nog intercellulaire matrix. Sommige Cnidaria hebben dat ook, maar Hydra niet. Wat Hydra dan wel heeft, is spierweefsel: bewegingsorganellen van epitheel die zodanig geplaatst en georiënteerd zijn, dat ze het hele dier een zinvolle beweging kunnen geven indien deze wordt gecoördineerd door een neuronaal netwerk; en dat heeft Hydra ook, en Porifera niet. Kunnen we een beetje besluiten dat Hydra de eerste stap is naar meercellige fauna, met sensomotorische beweging als een van de eigenschappen (tegenover het gebrek aan gecoördineerde beweging bij flora). Bij overgang van ééncellig naar meercellig organisme wordt dus gezegd dat geprogrammeerde celdood een vereiste is om tot individuatie van het meercellig organisme te kunnen komen, en wel om volgende redenen (Hydra and the Evolution of Apoptosis, David, ..., et al, 2005, Ref. 10):
Eigenaardig bijvoorbeeld bij de vorming van nieuwe cellen, is dat het tempo waarin dat gebeurt niet verandert bij periodes van schaarste (uithongering), maar toch wordt de knopvorming daarbij verminderd: het teveel aan cellen wordt niet meer afgevoerd in nieuwe individuen. Er gaan in dit geval enkel meer cellen dood door apoptosis. Epitheelcellen blijven zich schijnbaar steeds voort delen, maar er gaan er ook veel verloren. Stamcellen delen ook steeds verder, maar velen specialiseren zich tot nematocisten (netelcellen) die ontploffen in dienst van het geheel, of tot bijvoorbeeld neuronen die het voor het zeggen hebben, maar zelf niet meer delen (en dus uiteindelijk doodgaan en vervangen worden). Bij het vormen van eicellen en spermacellen, gaan er ongetwijfeld ook een heleboel dood, gelijk altijd, als het niet tot een bevruchting komt (bovenop de apoptosis die al optreedt bij de oogenese). Geeft mij de fantasie dat apoptosis geen voorwaarde is voor meercelligheid, maar dat het de uitgehongerde eencelligen, die toch al bij bosjes aan het sterven waren vóór er sprake was van meercelligen - gewoon door de slechte omstandigheden en/of door de overbevolking - niet meer kon schelen of ze hun persoonlijk leven moesten opgeven voor een groter geheel, en dat het groter geheel nog wat zekerheid bood voor de overleving van de soort.
|
|
|
5. BewegingTerwijl ééncelligen al miljoenen jaren allerlei middelen hadden om zichzelf voort te bewegen of voedsel naar zich toe te halen (cilia, flagellen, amoeboïde vloei, ...), had de nieuw ontstane klodder meercelligen niet erg veel mogelijkheden. Een spons haalt voedsel uit het water door een gecoördineerde beweging van de flagellen, waardoor een instroom van water mét voedselpartikels in de holte van het 'dier' ontstaat (filtering). Planten halen hun gerief uit water en lucht en licht, dat ter plaatste overvloedig aanwezig moet zijn. Vanaf Hydra gaan de beesten blijkbaar actief aan de slag om hun prooi te 'vangen' (tentakels werken de prooi naar binnen), én om zichzelf te verplaatsten (glijden of buitelen) naar eventueel betere oorden met veel voedsel en/of weinig vijanden. De beweging moet wel gecoördineerd verlopen, en er moet voeling zijn met de omgeving (sensomotorisch coördinatiesysteem); daarbij komen neuronale netwerken in het spel: bij Hydra bestaat ongeveer 3% van het beest uit neuronen, die dan wel alles schijnen te besturen. Het is als de installatie van het gemeentebestuur in een zich vormende stad.
|
![]() |
B. Hydra als metafoor voor sociale organisatie en metabewustzijnIk stel mij de vraag in hoeverre een sociaal systeem - zijnde een gestructureerde verzameling onderling afhankelijke mensen, een stad bijvoorbeeld - moet gezien worden als een organisatie, of eventueel al trekken vertoont van een organisme (geïndividualiseerd met een eigen hoger-niveau bewustzijn of metabewustzijn). Vooraleer te antwoorden op die vraag, vergelijk ik onze 'groepen' met de groep cellen die een heel primitief meercellig wezen constitueren, en neem dezelfde indeling als hierboven, maar nu op sociaal vlak:
|
![]() |
1. Regeneratie en morfogenese.Neem nu het leger van Napoleon. Of een kloosterorde. Kan het geheel uit elkaar worden gehaald in afzonderlijke mensen, en komt het dan vanzelf weer tot een voorheen bestaande gelijkaardige structuur?
De vraag of de groep een geheel is, kan enkel beantwoord worden
vanuit een bepaald standpunt, als waarnemer. Een leger is duidelijk geen organisme, maar heeft er kenmerken van. In een klooster is het niet anders. Als je er binnenkomt als novice, duurt het wel een tijdje vooraleer je je hebt aangepast aan de geur van de koffie en het lawaai in de gangen en de stem van de prior(in). Na vele jaren daar te zijn opgeleid en te hebben geleefd, zal het moeilijk worden als het geheel wordt uiteengebroken door een vijandelijke onderneming om je te handhaven in een vreemde omgeving: je zal verlangen naar de bescherming van de zware muren, en er alles voor doen om daarnaar terug te keren, zowel psychisch als fysisch. Als je je daar tegen je zin in bevindt, als ware het een gevangenis, dan zal dat anders zijn (op het eerste zicht). |
![]() |
Vreselijke beelden over slachtpartijen kunnen mensen er blijkbaar niet van weerhouden zich aan te melden voor een leger - ze worden daar immers niet altijd toe gedwongen. Hoe kan dat? Bij de regeneratie of morfogenese van Hydra spelen zogenaamde morfogenetische gradiënten een rol. Wat moeten we ons daarbij voorstellen bij rekruten in een leger? Er moet ergens in de buurt een bron zijn van legervorming, de vraag naar soldaten of de roep om bescherming van de rest van de bevolking bijvoorbeeld, of een fanatiekeling die begint te preken over de bezetting van het Heilig Land, al dan niet gedreven door goddelijke ijver of door eigenbelang. Heel dicht bij de bron van legerachtigheid is de kans groot dat een mens - een arme stakker of een idealist of een opportunist of wat dan ook - zich aandient om soldaat te worden in het corps (corpus, lichaam). Verder van de bron van legervraag is de kans dat er eentje soldaat wordt veel kleiner. Vanaf het moment dat er een paar ingelijfd zijn (met hun goesting of niet), beginnen die anderen te bestoken met fierdoenerij over hun mooie en krachtige uniform, het lekkere eten en de sterkte van hun troep, én met minachting over de broekschijters die niet durven meedoen: ze verspreiden stoffen (boodschappen) in de directe omgeving die stimulerend werken op de productie van medestanders - er is sprake van autokatalyse. Ze verspreiden ook stoffen in de wijde omgeving van afgrijnzen om wat ze van plan zijn te doen: zelfmoord plegen of andere mensen overhoop schieten (van uit de populatie zelf); tegelijk zal de troep in zijn geheel beletten dat er concurrerende troepen worden opgericht - ge weet immers maar nooit wat ze zouden kunnen gaan doen, en daarbij, de leiding gaat dan verloren, en het trekt helemaal op niets. Er is alzo ook sprake van laterale inhibitie. Zonder het te weten zitten wij als mensen mee te doen aan een reactie-diffusie systeem: autokatalytisch in de directe omgeving en laterale inhibitie verder weg. Het is in ieder geval een ingrediënt naar de individuatie van het geheel, ook al schijnt het geheel nog geen echt organisme te zijn. Ongeveer hetzelfde systeem is competitie naar buiten uit versus coöperatie binnen in de groep: wij zijn de goeie, en al de rest zijn slechteriken die moeten bestreden worden. Bekeerlingen zijn toegelaten, maar ze moeten wel eerst gedoopt zijn - initiatie, liefst niet omkeerbaar.
|
![]() |
2. Verschillende organisatieniveaus; emergentieMoeder Priorin (hier Barbro Ericson als Priorin in "Dialog des Carmelites" Stockholm, mei 1981, Ref. 16); het is een zangeres... De foto ziet er anders echt genoeg uit. Wie binnentreedt in het klooster treedt uit de algemene profane liederlijke wereld, en zingt het voortaan uit binnen de orde. Buiten is de wanorde van de eenlingen, de egoïsten die mekaar naar het leven staan voor een beetje geld, en vooral, die God loochenen en/of niet kennen, of Hem vergeten zijn. Binnen ontstaat er een gans andere wereld, die van de Ene God, waar allen één zijn in Zijn Naam. Het leven binnen de muren is volledig geregeld door rituelen en regels: sterk geactiveerd DNA dat iedereen dwingt zich te gedragen zoals het in de gemeenschap past. Ziet er zo uit van buiten af, als je door de tralies naar binnen kijkt. Moeder Priorin is hier (waarschijnlijk ná de pastoor van het dorp) de baas, de directe tussenpersoon tussen de zusters en God, de vertegenwoordigster van de Wet en het voorbeeld voor de anderen. Het woord religie is afgeleid van 'aan elkaar verbinden'. De mystieke ervaring is de persoonlijke, subjectieve gewaarwording van de eenwording met Alles (God, het heelal, de Anderen...). Het is bijzonder moeilijk om te weten te komen of er een soort gezamenlijk bewustzijn komt. Alles ziet er één uit, en sommigen spreken van de ervaring van één zijn, maar het is geen organisme dat zich als één individu gedraagt, sensomotorisch gecoördineerd. Het klooster is qua organisatie en coördinatie minder ver geëvolueerd dan Hydra, maar iedereen doet wel zijn/haar best om het als zodanig te laten lijken. Met de Baas, de Baas boven Baas en zo van die dingen, moeten we bijna besluiten dat het hier gaat om top-down feedback, en ontstaat er zwakke emergentie, zoals is waar te nemen bij een school vissen of bij het synchroon flitsen van een zwerm vuurvliegen in de zomer. Er is sprake van beïnvloeding door het macroscopisch systeem (gesymboliseerd door God, en vertegenwoordigd door Moeder Priorin) naar het microscopisch gedeelte ervan (de zusters). Er zou sprake kunnen zijn van adaptieve emergentie, moest er ook terugkoppeling zijn van de leden naar de groep als geheel toe... als het dogma zou doorbroken worden en de interactie van de groep zich (beter) zou aanpassen aan de omgeving. Dan nog, is er geen sprake van sterke emergentie met een intermediaire laag samenwerkingsverbanden waardoor de nonnen (in ons voorbeeld) transparant worden voor Moeder Priorin of voor de gezamenlijk coördinerende activiteit van het bestuurscollege (de neuronenring bij Hydra, bijgestaan door het neuronaal net: samen goed voor 3% van het beest). We mogen geen hoger bewustzijn vooropstellen in de groep. Het is ook zeer de vraag of er een mesoscopisch niveau ontstaat bij Hydra; hoogst waarschijnlijk niet. Het beest ziet er uit als een zich 'bewust' gedragend wezen, maar heeft waarschijnlijk geen persoonlijk symbolische representaties van de werkelijkheid. Toch weet ik dat ik dat vroeger nog verondersteld heb bij Paramecium..., die via een gradiënt zijn doel weet te bereiken. Mesoscopisch bevindt zich dan een dynamische referentie, maar die is toch nogal eenvoudig (simpel), en er zijn er waarschijnlijk ook niet veel, en ze kunnen dan misschien ook nog niet met elkaar praten als echte innerlijke ventjes (m/v)... Hoe het zit met de Relevantie Barriëre tussen de groep en het individu bij mensen (en dus ook kloosterzusters en soldaten en burgers en in psychotherapie)...
Het doet mij denken aan de
eenzijdige grens van A. Goudsmit : Het gaat hem om een verzameling van (minimum twee) objecten die samen door hun interactiestructuur één subject vormen tijdens de sessie, en daarna, als ze de zaak objectief bekijken, terug hun anders- en verscheiden-zijn opmerken. Het impliceert een moment van doorbraak in de Relevantie Barriëre naar een individuatie toe (met een metabewustzijn) en de terugkeer eruit naar twee (of meer) afzonderlijke personen met elk hun eigen bewustzijn. Om terug te keren op Hydra: de afzonderlijke cellen hebben hun eigenheid opgegeven voor het geheel, en komen nooit meer tot het afzonderlijk beschouwen van hun apartheid; ze leven permanent samen, onverbreekbaar. Er ontstaat een metabewustzijn binnen de groep, het wordt een individu..., maar dat bewustzijn verschilt waarschijnlijk veel van het menselijke bewustzijn, dat in verschillende niveaus in staat is tot vorming van intermenselijke verbanden en organisaties, en soms een soort intersubjectief bewustzijn waarbij de beide (of meer) deelnemers hun beperkt bewustzijn (of onbewuste) verliezen ten gunste van de gemeenschappelijke interactie. Een en ander doet mij denken aan de symbolische orde van Lacan, die deze ziet als een voorouderlijke gegevenheid met een eigen dynamiek en zelfstandigheid, als ware het een levend organisme. Het gaat hierbij naar mijn gevoel over de talige intermenselijke orde van betekenaars (woorden) en betekenissen (bindingen met intermediaire of imaginaire representaties en/of dingen in de buitenwereld). Daarbij kunnen betekenaars verwijzen naar betekenaars (pointer to pointer communicatie), of kunnen de symbolen (hier de woorden) gegrond zijn (pointer to symbol communicatie in mijn eigen betekenis van het woord symbool: een samenbrengen van kenmerken tot een zinnig geheel, in de buitenwereld verankerd en vastgelegd in geheugensporen, of, gewoon de perceptie van samen optredende elementen in de real-time buitenwereld). Wij verliezen dan al sprekend onze eigenheid, om op te gaan in de symbolische orde... Het ziet er niet naar uit dat Hydra een symbolische orde naar buiten toe geïnstalleerd heeft, maar het zou toch mogelijk zijn dat er een paar sensomotorisch gecoördineerde activiteiten gerepresenteerd zijn in de min of meer vaste neuronenring in de kop van het beest, gesteund door de rest van het neuronaal net. Er zouden dan bijvoorbeeld enkele mentale ventjes aanwezig kunnen zijn: eentje voor 'eten' (het vastpakken, verdoven en binnenwerken van een relatief grote prooi), de boel verteren met gesloten hypostoom (mond), de resten uitspuwen langs dezelfde mond, zich verplaatsen (via een gradiënt, bijvoorbeeld van licht, warmte, chemische concentratie...). Er zijn schijnbaar toch geen extra hersendelen die kunnen kijken van op afstand naar die verschillende ventjes, en dus kunnen we niet verwachten dat het beest zal dromen of communiceren met anderen (als ze niet aan elkaar hangen met een stolonsysteem). De vraag of een actief ventje dan een soort droombewustzijn creëert in Hydra is een moeilijk te beoordelen kwestie. Met droombewustzijn bedoel ik het ogenblikkelijke gewaarzijn van een activiteit via de gesynchroniseerde en gestuurde inspanning van alle cellen (voor het binnenhalen van een watervlo bijvoorbeeld). Als we Varela (Ref. 18) mogen geloven ontstaat bewustzijn op het moment dat bepaalde hersendelen (waar dan ook) samenwerken, synchroon, om een sensorische input te verwerken en/of een motorische output te genereren. Bij Hydra zal er dus misschien een miniem bewustzijn ontstaan met een paar reflexmatige ventjes... en in een verzameling mensen zal er een tendens zijn om metabewustzijn in de nieuw te vormen (hogere) intermediaire laag te ontwikkelen via de eenzijdige grens die wij als dusdanig nog kunnen overschrijden: van buiten naar binnen in het (intiem) gesprek, en van binnen naar buiten bij de kritische nabeschouwing. Bij Hydra zal dat misschien alleen zo zijn na destructie van het beest in afzonderlijke cellen, alsdat ze dan verplicht zijn 'elkaar terug op te zoeken' van buiten de grens, en als ze eenmaal terug één zijn, is er geen ontsnappen meer mogelijk. We zouden kunnen zeggen dat bij Hydra (als gegroepeerde en geïndividualiseerde verzameling cellen) de eerste stap is gezet naar het ontstaan van sterke emergentie, door het ontstaan van primitieve ventjes, en dat er bij groepen mensen nog een eerste metaventje zou moeten gevormd worden in hypothetische, stabiele en onverbreekbare clusters, eerst in kolonies (zonder neuronale opzichters of Adel), dan in meermensigen mét ingebouwde coördinatoren (Noblesse). Zouden we het koloniale tijdperk al gepasseerd zijn, of moet het nog komen?
|
![]() |
3. Neuronale evolutie.Stonehenge. De structuur is duizenden jaren oud, en is gebouwd door mensen, een groep mensen. Sommige stenen kwamen van enkele kilometer verderop, anderen moesten over water honderden kilometer daar vandaan aangebracht worden. Heb ik onlangs iets van gezien op National Geographic. Wordt daar gezien als een religieus teken, iets dat verwijst naar een Hoger Wezen, God? Één mens alleen zou zo'n constructie nooit kunnen bouwen. Een groep gecoördineerde mensen (of een gecoördineerde groep) heeft het wel gekund, en blijkbaar dient het tot niets anders dan dat het symbool staat voor het feit dat de groep die er soms in rondloopt (of leden ervan) aan iedereen en zichzelf duidelijk wil maken dat ze dat daar samen hebben gebouwd, en waarschijnlijk onder leiding van dezen die er binnen mogen. Het is als het ware de plaats van waaruit iedereen weet dat het samenwerken noodzakelijk was voor het tot stand komen van de ring. De ring, of kring, ontstaat vanzelf bij het coördineren van het geheel, als demonstratie, en als bevestigende feedback voor het in stand houden van de kring mensen die de leiding heeft over de rest van de bevolking daar ter plaatse. Het is de elite die een machtig symbool wil maken voor de samenwerking die door samenwerking is ontstaan. Het ding doen wijzen naar God kan best als het gezien wordt binnen de kleine gemeenschap die het gebouwd heeft, om God dan te definiëren als de metageest die zou kunnen zijn ontstaan bij de gesynchroniseerde arbeid van zo veel mensen gedurende een zo lange tijd, of als intimidatie voor degenen die er soms zouden aan twijfelen dat deze die het voor het zeggen hebben iets te zeggen hebben. God is het vermoeden van een waarneming van hogere orde bewustzijn, of van de latente aanwezigheid ervan, met de duidelijke vaststelling van de samenstellende mensen, dat ze er zelf niet bewust bij betrokken zijn: het blijft een onvervulbaar verlangen er als deelbewustzijn in te verdwijnen zonder verlies van eigenheid of zelfbewustzijn.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
A. Syberg, Belgium
Copyright © 2006 A. Syberg
|