Emergentie
|
|
|
|
English
Objectief: Droom
|
Subjectief: Vrije AssociatieHet is een mengeling van ventjes die allemaal Freudiaanse verlangens proberen weg te moffelen, erg seksueel getint. Het is ook een mengeling van topologische instanties (Es, Ego en Super-Ego) en systeemtheoretische structuren die streven naar de macht. Het lijkt een goed voorbeeld van emergentie van het 'ik' uit verschillende substructuren (ventjes, m/v) die geactiveerd werden door mijn medium (de directe omgeving waarin ik interageer met de buitenwereld, meer bepaald op de dag hiervoor - de dagrest), een pak gevoelens en wensen die niet kunnen of mogen bevredigd worden (maar wel overal getoond worden - op TV bijvoorbeeld, en in fantasieën van cliënten), en het verlangen wijs te worden uit vage aanwijzingen omtrent het begrip 'bewustzijn' dat steeds opnieuw ontstaat uit het onbewuste. Het is eigenlijk niet ik die een onbewuste heb, maar ik die een onbewuste ben met een aaneenschakeling van bewustzijnsflitsen. Het intermediaire niveau van de ventjes (m/v) dat voortdurend een momentane voorzitter kiest om mij de coördineren en te besturen en de nieuwe gegevens binnen te halen in de feedbackstructuur (sensomotorisch). De droom is er een mooi voorbeeld van, hoe ik ontstaat uit een samenstel van voorafgaandelijk in scène gezette figuren waar ik helemaal geen zeg over heb: ik gebeurt mij telkens opnieuw, in elk stukje of fragment of episode van de droom.
|
|
![]() |
Droom: cinema
|
|
|
Droom: ego.In een kleuter of lagere school moeten de kinderen iets roepen als ik voorbij een bepaald referentiepunt loop, zodanig dat ze elk op toer en met mijn beweging gecoördineerd een 'lopend geluid' produceren. Ik ga door de klas, en zij volgen naar de koer, alwaar er een doorgang is naar de straat. Echter, hebben ze daar nu een huis met muur geplaatst, en ik geraak nergens meer door. De kinderen gaan ergens anders naar buiten. Ik bekijk twee zwarte ooievaars die aan het paren zijn in een boom, op een tak. Ik zie duidelijk de roze penis in een gaatje verdwijnen en een witte crème produceren; ze doen het gelijk voor de foto (die ik niet genomen heb). Ik kom terug om er een te maken, maar een hond jaagt de ooievaars weg op de werf. Ze trekken het zich niet al te veel aan en beginnen uitgebreid mekaar te liefkozen en te trekkebekken. Kinderen zullen met de boot vertrekken op vakantie. Ze staan langs de kade in het donker, maar het water is van onder uit een meter of twee geel verlicht. Ik wil er ook een foto van nemen. De boot zal niet tegen de kant komen, en er zal een sloep nodig zijn voor de overzet. Ik loop door de stad en raak verloren op een stortplaats voor zeer groot afval: bouwmateriaal en dingen uit de oorlog zoals clusterkanonnen van op een kruiser, betonnen palen en vooral veel steen en hout. Ik vraag hoeveel het kost voor een pallet houtafval. De ventjes roepen de baas (verwonderd over mijn vraag) en die zegt dat het 80 € zal zijn. Het zijn allemaal mooi verzaagde stukken balkjes voor in het vuur. Ik ben eigenlijk tevreden met gewoon bouwafval in hout, als het maar niet geschilderd is. De baas toont mij een en ander, en is ondertussen bezig met een enorme pen-en-gat verbinding los te wrikken met een soort grote tang. Twee dikke eiken balken zijn aan elkaar met een liplas, een recht stuk en een krom stuk. Ze komen langzaam los, en de pinnen zijn netjes afgerond (gelijk een vibrator). Ik vraag hem nogmaals de prijs, en nu zegt hij dat ik het hout gratis mag meenemen met mijn camionette.
Ik loop verder door de stad (of wat er van ruïne aan overschiet). Ik
kom aan een bocht waar een riviertje van uit een meterhoge rioolbuis
stroomt. Het is helder water, en ik herinner mij dergelijke
stroompjes van toen ik klein was. We liepen er toen door in de
richting van de zee. Ze hebben er net boven de waterlijn weer een
obstakel boven gebouwd, een soort zwevende muur tussen twee
gebouwen. Ik geraak er wel door. |
|
|
Droom: Grenoble-RebochandMet de school moeten we naar ergens gaan: een restaurant waarschijnlijk. In de rij stappen we in Knokke naar de startplaats; we kruisen een andere rij, die thuisblijft (vreemdelingen, vrouwen, kinderen). Het is een probleem met die kruising, er komt een gat in de rij, kinderen raken de weg kwijt in onze richting in plaats van naar de kerk. We sturen ze terug. Samen met een magere vriend gaan we naar de parkeergarage; we gaan immers met wagens, naar 't schijnt. Ik wil natuurlijk mij GSM en een goede kaart van de streek hebben: Grenoble-Rebochand 2 staat er op het bord (ze hadden het ook al van horen zeggen). Mijn advocaat bij wet heeft alle kaarten van de streek al genomen (uit mijn uitgebreide collectie). Ik vraag hem dan zijn telefoonnummer, maar hij doet teken dat ik dat niet moet doen: hem gerust laten. Mijn vriend vindt dat helemaal niet leuk, maar wij hebben een boek (een atlas van heel Europa of zo, erg gedetailleerd, maar net niet goed genoeg om het te vinden).
N.B. Grenoble ligt in Zuid Frankrijk, en Remouchamps in de Ardennen.
Ik was niet zeker in mijn droom of het -ochan was of -ouchan... |
![]() |
Droom: Kamp.Er is een kamp (Fr. Champs) geweest met veel volk, en we zijn aan het opkramen in het donker. Ik draag oude dekens en nog iets om mensen warm te houden met mij mee. Een modieus geklede dunne madam, met enkel een soort gewatteerde vest aan, glimlacht vanuit de hoogte naar mij en mijn vodden. Mijn wagen staat in een nu verlaten regenachtige straat, met nog wat licht van wat winkeltjes en geluid van stemmen - vreemdelingen die dreigen naar elkaar. Ik schuif het raampje van mijn winkel open - het kan een frietkot zijn geweest, of een groente/drank winkel, op wielen. Dan gooi ik de dekens naar binnen. De deur van de frigo is niet goed toe wegens machinerie die er langs de kant uitpuilt - en dat is ook zo voor de wasmachine. Toch krijg ik ze dicht.
Een vent (jongen) zegt dat ik ook nog wat plaats moet laten in
de auto om de betonblokken in te laden - die nog in de tent liggen.
Ik ga langs achter binnen in mijn camionette, en merk dat er nog
plaats genoeg is. Er hangt een dichte mist doordat de frigo heel de
tijd is blijven openstaan. Ik ben een beetje bang dat ze mijn gerief
gaan stelen terwijl ik naar het kamp ben om de rest te halen. |
|
|
Associatie.Ik heb het gevoel dat iedereen ferm van het gebeuren (feest, activiteit...) heeft genoten, en dat ik gebruikt word om de organisatie ervan te verzorgen, én om achteraf de boel op te ruimen. Ik word er nog voor uitgelachen ook, en op gewezen dat ik mijn werk goed moet doen. Momenteel ben ik Franse teksten aan het lezen (Lacan), en er was iets met een camp of champs: een kamp op een veld, vandaar de veldheer. Na lange omzwervingen in Amerika en andere landen, ben ik wat dichter bij huis in het verleden gaan snuisteren over psychoanalyse. Het valt mij op, dat in de vorige droom ook al een Frans woord voorkwam. Mijn vader voerde zijn duiven (liet ze voeren) ook altijd naar Frankrijk, opdat ze goed zouden presteren voor hem, zodat hij dan de eerste prijs in de wacht zou kunnen slepen.
Overal spelen 'ze' spelletjes met een winnaar als doel.
Eigenlijk had ik graag eens iets gezien waarbij de meest empathische
zou winnen, die er het beste voor zorgt dat de boel draait - dat de
groep in zijn geheel functioneert. Niet om alles in zijn eigen zak
te steken, maar om het voortbestaan van de gemeenschap te
verzekeren. De stam, met wortels in de grond en takken in de lucht. |
![]() |
Droom: Grasmat
|
![]() |
AssociatiestructuurDagrest wordt het genoemd door Freud... Een aantal dingen die gedurende de dag zijn opgevallen, maar onbewust zijn gebleven, m.a.w. die op onbewust niveau erg belangrijk zijn, maar waaraan geen aandacht werd besteed, en die nu in de droom opduiken om te worden verwerkt.
Objecten in de droom. Het woord object wordt voor alles en nog wat gebruikt in de psychologie of de psychoanalyse. Hier wil ik het heel specifiek gebruiken voor dingen in de droom, geobjectiveerd door geheugensporen. Het zijn over het algemeen simpele kenmerken van waargenomen en geïnterpreteerde (beleefde) dingen in de buitenwereld, waar ik dus als man iets mee gedaan heb (of dat met mij iets gedaan heeft), en dat als dusdanig een ventje (m/v) in mijn hoofd heeft teweeg gebracht: een subject dat meewerkte met, of weerwerk bood aan het ding... Een object is dus een geheugenspoor, een nagelaten verandering in mijn neuronenstructuur, tastbaar, meetbaar, voelbaar: fysiek en materieel. Als ik door mijn atelier wandel, in de echte wereld, dan worden alle objecten in mijn hoofd op een of andere manier warm gemaakt, opgefrist, aangesproken door de omstandigheden. De hele geschiedenis van het atelier, met een kern van hedendaags gevoel als middelpunt, wordt een beetje actiever, geprimed zeg maar. De werkbank, waaraan ik zo regelmatig heb gezeten, de vijlpin die nu vervangen is door een glasplaat voor waarnemingen met de microscoop, het materiaal, en de stilte die er nu hangt: allemaal objecten die een duwtje in de rug krijgen, actiever worden, samenhangend in het symbool "atelier", dat qua symbool als dusdanig nog geen naam krijgt, maar waar ik hier gebruik moet van maken om er te kunnen over spreken. Het woord "atelier" is het label op het symbool, en naar dat label kan ik wijzen(pointer) om er in een zin over te spreken. Tegelijk, als ik in de werkelijkheid door mijn atelier loop, als man, kan ik mij bewust worden van mijn actieve aanwezigheid aldaar: ik loop naar achter om het stof wat op te vegen van de grond, vooral daar waar de kat slaapt. Een aantal herinneringen komen naar boven, en verdriet om het verlies van wat voorheen nog kon, schiet in mijn keelgat. Ik heb er nu geen tijd voor, geen zin in, kan het mij niet permitteren er verder op in te gaan, en veeg naarstig voort - om de vuiligheid weg te krijgen. Als bewust geworden moment 'vegen' ken ik mijzelf het kenmerk "subject" toe. Het is een subjectieve gewaarwording om daar op dat moment te staan vegen met mijn eigen achtergrondgedachten en ondergrondse gevoelens aangeslagen door de directe omgeving waarmee ik in interactie treed: mijn medium. Ik als man, heb een eigen subject, dat bewust op de voorgrond treedt. Ik heb blijkbaar ook een paar andere subjecten, die de kans niet krijgen bewust te worden, of die direct verworpen worden: ze slagen er niet in mijn eigenste subject bij te kleuren, laat staan over te nemen. Dat zou kunnen als ik bijvoorbeeld op dat moment zou beginnen mijmeren over wat er toen nog was, en de personen die daar zaten te werken in herinnering zou roepen, en mijn gevoel de vrije loop zou laten - en de veegactiviteit even zou vergeten. Mijn subject heeft de intentionele leiding over mijn lijf, in een complexe receptor-motor feedback loop, of beter gezegd, in een sequens van fijn op elkaar afgestemde feedback geregelde systemen. Mijn leidende subject noemt "ik", al de rest zijn gedachten, gevoelens, waarnemingen, ... Mijn ik is het subject dat er in slaagt alle andere naar de achtergrond te duwen (in de oppositie), en ik noem dat ik, en ben mij daar bewust van - in meer of mindere mate: hoe meer centrale leiding nodig is, hoe meer bewustzijn; hoe meer automatisch de actie verloopt, hoe minder bewustzijn nodig is: er is dan zelfs plaats voor achtergrondgedachten of handelingen (een sigaret opsteken bij het rijden bijvoorbeeld, zoals ik vroeger vaak deed, of babbelen bij het breien, zoals mijn grootmoeder placht te doen). Ik kan nadenken over mijn toekomstige ontmoeting met mijn lief, terwijl ik bezig ben met naar haat toe te fietsen... Als ik de eerste keer leer fietsen, is er voor geen enkele bijgedachte nog plaats. Ik ben dan de fietser, alle energie gaat naar het leren rijden, en subjectief waargenomen, wordt er een flink stuk van mijn hersens objectief bewerkt om het rijdende subject vorm te geven als de fiets wordt uitgehaald. |
![]() |
Heel de verzameling fiets, straat, verkeer, instructies, vallen en opstaan, sturen en bijsturen, evenwicht..., wordt in één symbolische sequens ondergebracht: in een nieuwe hall in de galerij, alwaar de fiets van Fausto Coppi (in dat geval de oude fiets van mijn vader)tentoongesteld zal blijven staan tot in der eeuwigheid. Het is blijkbaar heel erg moeilijk duidelijke definities te bedenken voor psychische componenten. Object als geheugenspoor: is eigenlijk steeds het gevolg van een opeenvolging of verzameling van reacties op toestanden in de buitenwereld. De fiets van mijn vader staat in de zaal van het fietsen, maar er staan dus ook gebroken buizen, mijn vader die achter mij aanloopt om mij te beletten te vallen, ik op de fiets en bang en fier tegelijk. Een object is op zich al een netwerk van kenmerken en gevoelens en weet ik veel. Een symbool is dan de verzameling van een aantal objecten, in een bepaalde volgorde, en een ventje(m/v) is dan de subjectieve ervaring op het moment zelf (de man die het ervaart in dit geval), of het subject later, dat de herinnering probeert te herbeleven, en de leiding ambieert over/in de huidige situatie. Als ik al goed kan fietsen, gaat de leiding inderdaad over naar dat subject, maar de hoeveelheid bewustzijn dat er naar toe gaat is beperkt: er zijn nog anderen die mee mogen spelen... de macht wordt gedeeld onder een aantal sub-subjecten: ventjes(m/v) die elkaar moeten tolereren bij het waarnemen van de regeringsfunctie. |
![]()
|
Atelier: [Ik zit beneden in het atelier en moet iets uitzagen...] Het atelier is niet aanwezig als naam, maar als achtergrondgegeven. Het is ook niet zichtbaar aanwezig, doch enkel 'gesymboliseerd' door de wens iets uit te zagen op een vijlpin. Freud noemt de droom een wensvervulling... Ik wil iets uit triplex uitzagen, met bloemachtige motieven. Freud beweert dat onbewuste wortels moeten aanwezig zijn in de dagrest, wil die aanleiding geven tot de droom, én, misschien wel iets in verband met libido, of zo. De referentie naar de vijlpin (zoals boven afgebeeld voor figuurzagen) laat daar geen twijfel over bestaan: een rechtop geplaatste pin waartussen horizontaal moet gezaagd worden, tussen een V-vormige gleuf nota bene, met een gaatje er acher. Wat er van dagrest onbewust zou kunnen achter zitten voor mij persoonlijk, laat ik hier in het midden (zal ik niet in het publiek over 'vrij' associëren); we zijn immers bezig met de structuur van de associaties. Freud spreekt veel over het Oedipus-complex: verlangen naar affectief, erotisch, seksueel, lichamelijk,... contact met de ouder van het tegengestelde geslacht en die van hetzelfde geslacht nemen ter identificatie voor de vorming van 'ik' (het ego). Geeft bijzonder veel spanning, omdat er angst is voor niet te overwinnen concurrentie en straf (castratie). Ik ben het in grote lijnen met Freud eens, en het complex steekt al direct de kop op met de triplex: drie lagen hout, kruiselings op elkaar geplakt. Vader, moeder en ik (en het maakt niet uit of ik een jongen of een meisje ben, in eerste instantie). En ik wil (verlang) daar een bloemetje te plukken, maar moet het camoufleren als uitgezaagde figuur, zoals we in school deden bij broeder X, die trouwens als eerste geniepig in mijn broekje zat toen ik een jaar of acht was... De formulering van Freud, als dat de droom een onbewuste basis moet hebben, zou ik graag omdraaien: de droom behandelt inderdaad de dagrest, en valt daarbij altijd terug op basissymbolen uit de prototypes galerij: op eerste ervaringen, waar de rest van de details overvloeiend zijn rondgebouwd als categorieën voor de ventjes(m/v) in onze geest, de meeste prototypes zijn zou oud dat ze vergeten zijn, en/of onbewust geworden door verdringing - de naburige of aanverwante categorieën kunnen voor een deel aan die verdringing ontsnappen: hoe verder van de weggewerkte kern, hoe gemekkelijker. Alles komt misschien op hetzelfde neer, maar maakt onderscheid mogelijk tussen de verschillende soorten 'onbewust'.
Er is inderdaad een dagrest met een onbewuste component in de droom. Maar, beter is te zeggen dat er een dagrest ontstaat als er niet meteen (in real time, en gekoppeld aan de reële toestand - in het medium) een geldige oplossing is gekomen: er is iets blijven hangen. Bijvoorbeeld: ik heb in mijn atelier rondgelopen, en het gevoel van eenzaamheid en verdriet dat er uit opwelt of voortkomt kon ik niet plaatsen - wegens omstandigheden. Het gevoel is gewekt en blijft hangen, en 's nachts wordt het probleem aangekaart, om off-line aan bod te komen. Als ik gedurende de dag een bijna ongeluk heb gehad met de wagen, en het was mijn eigen schuld, en ik heb er geen aandacht aan besteed, dan is de kans groot, dat ik er gedurende de nacht serieus mee uit de bocht ga en voor dood achterblijf, met de juiste gevoelens van angst erbij, zodat ik de volgende keer beter uit mijn doppen zal kijken met de wagen. Dus: ik kom in mijn atelier, en voel mijn verdriet - net niet. Ik heb er mooie dingen gemaakt, sieraden, juwelen, met mijn vrouw, voor andere mensen, opdat iedereen er een beetje gelukkiger zou kunnen door worden: het is goed geweest (geweest). Nu is de zaak anders, en ik duw het gemis - samen met het verlangen - naar de achtergrond, weg. In de droom komt het direct boven met de deur in huis: ik ben in mijn atelier, en wens iets moois te maken, dat in verband staat met 'de vrouw' (voor mij als man). Tegelijkertijd komt alles wat te maken heeft met verdriet en verlangen rond vrouwen (voor mij als man) naar boven, liefst met de blote symbolendoos op de voorgrond; met de oersymbolen, de prototypes zoals ze er in de oertijd zijn ingegooid, samen met alle verwrongen gevoelens, verlangens, frustraties er op en er aan: een vorm van regressie om het probleem bij de wortel aan te pakken. Als je niet door kunt, omdat er een muurtje staat, dan moet je een paar stapjes achteruit zetten in plaats van steeds met je hoofd op dezelfde plaats te zitten bonken. Er is plaats genoeg naast... In de droom gebeurt dat steeds drastisch. Begin maar bij het begin, en voeg dan de nieuwe situatie in, op de in de geschiedenis meest voor de hand liggende positie... maar, daarvoor moet je die geschiedenis voor een deel terug ter tonele voeren, er opnieuw doorgaan, en dan de juiste gevoelens en gedachten en verlangens en ervaringen en... in de juiste bak gooien: alles netjes op zijn plaats (hopelijk). Probleem is: bij verdrongen symbolen of categorieën wordt de weerstand tegen het invoegen van het materiaal sterker naarmate het dromen de kern van de zaak nadert. Niemand wil zich toch slecht voelen nietwaar? Of bang zijn, of verdriet hebben, of grenzeloos woedend worden van frustratie... ? |
![]() |
Sergeant. [Ik heb een sergeant nodig, en ga die halen boven op zolder...] Het mislukken van de verticale plaatsing van de vijlpin, noopt mij in de droom een sergeant te gaan zoeken. Normaal is dat niet nodig, maar de pin rechtzetten om er horizontaal op te kunnen zagen is speciaal. Het probleem verschuift van het atelier met verdriet en verlangen naar de oude zolder en het leger (sergeant). Mijn vader was bij het leger, gewoon soldaat, en had een zolder met een kist erop, en een kist in het waskot met gerief erin. Nonkel Wise had sergeanten, mijn vader niet. Het verlangen naar de vrouw gaat over naar het proberen te pakken krijgen van macht, om mijn pin rechtop te kunnen houden. Het geeft ook een beklemmend gevoel, met dat foltertuig. Ik denk aan duimschroeven. Al bij al komt er een verschuiving naar het verleden: in het huidige atelier gaat het verlangen over naar de zolder, de kap van het huis, het dak van de wereld: het geplande hoge appartementsgebouw naast de deur dus, waar mijn advocaat bij wet zal tussenkomen bij de Raad van State. |
![]() |
Binnenskamers, in mijn hoofd, zijn de ventjes het er allemaal over eens dat we ons licht moeten opsteken bij de ander om hulp te vragen, bij de overheid, om rechtvaardigheid na te streven. Mijn advocaat bij wet pretendeert mij te kunnen en willen helpen; inderdaad, hij heeft gras gezaaid onder het dak, op de zolder. Mijn vader heeft nog voetbal gespeeld, bij de broeders en in het leger, en ze speelden niet slecht. Maar, dat was heel in het begin van zijn carrière, toen hij nog niet onder de sloef van de zaag zat, toen hij nog een uitgebreid sociaal leven leidde, en op het stadhuis werkte! Het atelier verlangen bevat heel wat elementen van drang naar roem, erkenning en meespelen met de groten der aarde: met edelstenen en goud en zo. Het loopt allemaal erg door elkaar: het verlangen om met mijn pin rechtop door de Veldstraat te lopen met een vlag eraan, zodat iedereen mij kan zien, en ik er mee kan pronken. Ik miste echter mijn sergeant. De emergentie van 'ik', het subject in de droom dat alles zelf beleeft, is als het kolken van magma tot lava buiten de krater: het komt er bij horten en stoten uit, kristalliseert of koelt amorf af, en wordt dan overspoeld door de volgende laag. Verlangen en verdriet worden gevolgd door verlangen en frustratie: mijn vader had alles in zich om groot te worden, maar heeft het laten afweten. Bij mijn zoektocht naar de sergeant, vind ik het vers gezaaide land op zolder: nieuwe hoop, maar op een erg onwaarschijnlijke plaats; alle middelen worden in de droom waargenomen, alle mogelijke combinaties, om uit de rats te geraken. Ik hou mij vast aan het gras dat er nog niet staat, en dat laat mij toe een sergeant en een zaag te vinden, tussen de rommel. Ik hou altijd al van vrouwen die niemand moet hebben, omdat ze te subtiel zijn, of te veel hebben meegemaakt, omdat ze op mij trekken in kennis van lijden en verloren verlangen. |
![]() |
De sequens gaat verder, maakt een synthese van wat voorafging, en er komt een nieuw element bij mijn subject: de moeder van mijn advocaat bij wet. Het is ook een vrouw, en die zal het wel weten te zeggen, zal zien wat er te zien valt. Omdat ik mijn moeder niet wil verraden, moet ik iets onder mijn klasse gaan zoeken: bij de arme mensen (of toch bij degenen die doen alsof ze arm zijn, van geest of van goederen). Ik neem een andere moeder, en vraag haar op de man af wat ze er van denkt: "Komt er gras op de biplex of niet?" De triplex (triangulatie) heeft hier plaats gemaakt voor een intersubjectieve biplex relatie met objectieve componenten. De overgang in de sequens is weer merkwaardig. Ik ga mijn licht opsteken bij de groten der aarde (Vader, nonkel Wise...) en vind enkel een aanzet tot groen licht. Het probleem van het verlangen naar sergeant wordt doorkruist door de zwarte plaat waar het gras groen moet worden: de stoppelbaard van mijn grootvader die zoekt naar groene sprietjes misschien - als basis; met als betekenis het in extremis toch verkrijgen van hulp van de tussenpersoon, een andere advocaat, gespecialiseerd in bouwaffaires (dagrest), die constateert dat de biplex wel erg kleine gaatjes - microperforaties - heeft voor de sprieten. Enfin, het feest gaat nog altijd door, zij het als een macaber karnaval. Het is een bijzonder koude bedoening, niet van temperatuur, maar van omgeving: ijs op alle muren en geen beschermende affectie - echt zoals het altijd was na de dood van mijn grootmoeder (mee), en zoals het zeker was als ze nog leefde maar niet beschikbaar was. Bij aanwezigheid van de moeder komt de koude door de muren heen als ijs in een winterkasteel (geen waterkasteel). Hoe moet de droom nu de wens naar liefde vervullen? Noch in het heden, noch in het verleden, zijn veel hoopgevende hints te vinden. Als ik terug met mijn voeten op de begane grond kom, bots ik weer op een deur. |
![]() |
Alhoewel de deur prachtig gemaakt is en bezaaid met bloemen in goud, toch geraak ik er niet voorbij. Het is de deur naar een zij-ingang, of uitgang naar betere plaatsen waar ik graag zou willen vertoeven. In plaats van voorbij de deur het paradijs binnen te kunnen gaan, moet ik mij tevreden stellen met het oude atelier van bij het begin van de droom, en iets uitzagen, averechts, in hout. Aan de ene kant is er geen vervulling van de wens: ik ben er niet uit; aan de andere kant is alles weer goed zoals het was: ik ben er nog steeds in en mag eens ruiken aan de heerlijkheden van de groten der aarde, én, moet mij maar tevreden stellen met een houten bloem. De droom brengt mij weg van het atelier met goud, zoals het echt is, naar een oudere laag uit mijn geschiedenis, waar ik nog droomde om rechtsgeleerde te worden met aanzien tussen eiken lambriseringen. |
![]() |
Object en SubjectDe objecten die in de droom voor komen zijn:
Voordien heb ik deze objecten symbolen genoemd, omdat het samenstellingen zijn van kenmerken of onderdelen. De objecten staan symbool voor hetgeen ze vertegenwoordigen: inwendig komt er een symbool in de plaats van het effect dat het externe object had op mijn subject, toen. Een aantal bij elkaar horende geheugensporen vormt één symbool. Hoe van het ene symbool wordt overgegaan naar het andere, kan omschreven worden aan de hand van elkaar overlappende categorieën. Het gevoel 'atelier' bevat de geur van Afzelia en andere sigarenbak-achtige houtsoorten, dus ook van triplex dat kan gezaagd worden op een soort vijlpin die vastzit met een sergeant. Mijn vader - die geen sergeant wou zijn in het leger - had op zolder een zwarte rommelige kist met gerief, die eigenlijk beschimmeld in het waskot stond: twee verschillende dingen als biplex met gaatjes. Je kan het oprollen als confituurbanket met witte suiker, achter de art nouveau-deur van het hotel waar ze eens lagen tentoongesteld... Langs gewone associatiewegen loopt alles naadloos over van het een in het ander. Subjecten:
Voordien heb ik de subjecten in de droom ventjes(m/v) genoemd, omdat die niet altijd samenvallen met 'mij', of omdat ik dikwijls samengesteld schijn te worden uit een aantal vooraf opgetreden ventjes(m/v). Het ziet er sterk naar uit dat elk ventje(m/v) in de droom een eigen subjectief gevoel van eigenheid en een persoonlijke existentiële ervaring heeft, en omdat het er zo uitziet, neem ik aan dat het dan ook zo is (er is geen criterium om het subject van een ander, of een deel van mijzelf, te toetsen op gehalte aan werkelijkheid; zelfs mijn eigen subject is erg subjectief!). Chalmers noemt het (subjectief) bewustzijn een speciaal gevoel van eigenheid, het besef er te zijn... [The really hard problem of consciousness is the problem of experience. When we think and perceive, there is a whir of information-processing, but there is also a subjective aspect. As Nagel (1974) has put it, there is something it is like to be a conscious organism. This subjective aspect is experience. Calmers Ref. 17] In psychoanalyse beschouwt men de verschillende personen in de droom als zijnde onderdelen van de dromer zelf, omdat ze immers product zijn van de eigen fantasie. Het zijn geen bezoekers van buitenaf, temeer omdat we in de slaap van de werkelijkheid afgeschakeld zijn (voor het grootste deel). Het is interessant om het onderscheid te maken tussen subject [ventjes(m/v)] en object [symbolen] in de droom. De objecten zijn als het ware de uiterlijke vorm van het gevoel van bewustzijn (ik), de geestelijke belichaming van de mentale toestand, de ontnietsing van de omgeving. Dromen (bij mij althans) zijn altijd een in beweging zijnde versplaatsing van mijzelf in een geënsceneerde setting, al dan niet in interactie met andere subjecten: ik reis door de mentale ruimte, en neem daarbij telkens de vorm aan van wat vooraf (al dan niet zonder woorden) ter sprake is gekomen. Lacan zei dat het onbewuste gestructureerd is als een taal. Ik zou daar willen aan toevoegen dat de taal drijft op onbewust gestructureerde sequensen die bijzonder goed lijken op die in de droom. Dikwijls word ik gewaar te spreken met iemand, alsof mijn lijf mij gebruikt om te zeggen wat er gezegd moet worden. Het is helemaal zo als ik iemand anders waarneem die spreekt (in zogenaamde vrije associatie) en daarbij vanalles zegt en evenveel probeert te verdonkermanen (Verneinung, Freud) in taal, maar tegelijk met mimiek en gebarentaal en zijn/haar hele lijf iets anders naar voor brengt (een vies gezicht trekt, grijnslacht, klappen uitdeelt of schopt - allemaal subtiel, maar duidelijk zichtbaar). De geïmproviseerde talige sequens is als een droom, en kan op geen enkele manier voorbereid worden, tenzij die voorbereid werd natuurlijk (bijvoorbeeld door op voorhand alles in te oefenen voor de spiegel, of van buiten te leren aan de hand van een gedrukte tekst...). In een dialoog is alles nog moeilijker voor te bereiden: we belanden dan direct in het theater, waar alles ingestudeerd is - gewoonlijk. Eigenaardig dat we daar, bij taalgebruik, het gevoel krijgen het zelf te hebben gezegd, alsof we het ter plaatse vooraf hadden bedacht, alsof het logisch zou zijn te zeggen wat we hadden willen zeggen... alsof 'ik' een vrije wil heb daarin. In de droom is het hetzelfde, maar daarin is het gevoel sterker dat het ons overkomt, dat het vanuit de diepte komt... Er kan natuurlijk iets in je gedacht komen, overdag bij een gesprek, en dan heb je de vrijheid het niet te zeggen - als het al niet te laat is, of een en ander om te draaien of te verbloemen, het tegendeel te beweren: ik heb het zo niet bedoeld, of, ik zie je graag... waar het gevoel duidelijk stelt dat er haat en agressie aanwezig is, én tegelijk de angst voor represailles. We hebben de vrijheid ons in te houden, voor zover dat op zich al geen waarneming is vanuit ons zelf, dat we vanuit de omgeving verplicht zijn onze mond te houden of iets anders in de plaats te presenteren... |
![]() |
Sequensen. Hoe komt het eigenlijk dat de reeks de volgorde aanneemt waarin we ze aantreffen? Het is precies als met een melodie die in ons hoofd blijft hangen nadat we het eens (terug) gehoord hebben. Een nieuw liedje maken is ook mogelijk, maar niet zo voor de hand liggend. In de droom komen ook allemaal dingen voor die we al eens gezien of gehoord of meegemaakt hebben in onderdeel, en gemixt in soms bizarre verschijning. Je knipt het muziekstuk helemaal in kleine stukjes, en, terwijl alles nog in de juiste volgorde ligt, laat je daar gedurende een tijdje wat spinnen op rondlopen: die weven draden in willekeurige richtingen, hangen de stukjes aan elkaar zoals het toeval wil. Neem dan één stukje op en kijk hoe de melodie er uitkomt... Je zal zeggen: willekeurig! Ah nee, net zoals de spinnen er in de loop van de geschiedenis een netwerk van gemaakt hebben, en op geen enkele manier anders. Er komt wel een nieuw patroon al naar gelang het eerste stukje dat wordt opgepakt... Overdrachtelijk op gedachtepatronen of droomsequensen: al naar gelang het persoonlijk referentiekader én de priming er juist voor (in een gesprek, wat vooraf werd genoemd, in de droom, de dagrest). We moeten er ook rekening mee houden dat de spinnen er blijvend overheen lopen, ook als alles al honderden keren is opgepakt en weer teruggeplaatst. De mijmering over atelier en advocaat en Edith en ijs en gesloten deur wordt klaargezet op het moment dat ik vanuit mijn atelier naar buiten kijk, naar de plaats waar het dak van het nog te bouwen appartementsblok mijn zonlicht zal ontnemen, terwijl ik mij triestig voel over het al een hele tijd niet meer kunnen werken ín het atelier, én, mij in de steek gelaten voel door mijn advocaat die zijn moeder navolgt in het wegvluchten van moeilijke situaties, én, tegelijk alles naar beneden duw (verdring) om niet ondergedompeld te worden in pijnlijke gevoelens... Misschien was niet alles in die compacte vorm op die korte tijd tegelijk in mijn 'gedachten', maar het was er in ieder geval allemaal gedurende die dag. Waarom het dan in die welbepaalde cluster voorkomt, is waarschijnlijk te wijten aan de spinnen die voordien al over gelijkaardige noten waren gelopen (noten om te kraken in dit geval: ander verdrongen materiaal, niet bewust, of behorende tot het onbewuste). De verandering in omgeving van de droom is ook merkwaardig: eerst vaagweg in een vroeger pottenbakkers atelier, dan via de trap naar boven in hetzelfde huis, naar de zolder van een nog niet bestaand huis (maar met verbindingen naar een niet te steile kap waar ik nog onder ben geweest ver in het verleden), dan terug via de trap met witte muren naar beneden, weer naar het huis van daarnet, maar met een uitloper naar Bernadette (die eeuwig mooi blijft). De overgangen van de ene locatie naar de andere zijn niet zoals in de werkelijkheid, maar verlopen via associatieve ketens, waarbij de plaats aangepast wordt aan de noden van het ogenblik. Het platte dak met roofing van het huis bij het begin van de droom, wordt vervangen door een niet erg hellend dak met biplex (zwarte platen) onder het dak... De witte muren van weleer worden dan weer gebruikt ter verduidelijking van het ijzige gevoel van nu, en de deur is een aanpassing aan de eveneens bestaande deur naar de garage, waar ik eens een erg "warme" dia van gemaakt heb in goudgele kleuren, en er was óók een soort tralie voor (één) doordat de ruit verticaal in twee was verdeeld. |
![]() |
Droom: Spiegeltoneel
|
![]() |
AssociatiestructuurDagrest:
|
![]() |
Objecten [symbolen].
Lacan zou in deze context spreken over imaginaire objecten, niet van symbolen, die hij reserveert voor de taal (symbolische orde). Misschien is het mogelijk over symbolische objecten te spreken in tegenstelling tot objecten in de buitenwereld (reële objecten). Freud had het over het object van (zijn) libido, en dat was dan een persoon... Een object is in ieder geval iets buiten het subject, de eigen experiëntie. We zouden ook over imaginaire symbolen kunnen spreken, maar dat heeft in het Nederlands dan weer de betekenis van 'niet echt'. Een symbool is vanaf nu een imaginair object: een ding in de verbeeldingssfeer zoals in de droom, of de innerlijke voorstelling van een voorwerp (of verzameling voorwerpen). Een op een hoop gegooide cluster kenmerken, aan elkaar verbonden door de ervaring van mijn subject (mijn subjectieve ervaring) in een onmiddellijke omgeving (medium) waarin de ervaring werd opgeslagen; dat is een prototype als het de eerste keer was (is), en AHA-waarde had (heeft), en dat is een aanvulling voor in de bak (kamer, zaal,...) waarin het prototype als kern aanwezig is. Het symbool is het beeld dat ontstaat als de samenhangende geheugensporen actief worden en aanleiding geven tot een gecoördineerde intentionele receptor-motor activiteit (gekoppeld aan de realiteit bij waken, los daarvan bij slapen en dromen). De volledige verzameling symbolen van een persoon vormt zijn/haar referentiekader, waartegen de hele buitenwereld zich aftekent, en alle interacties mee worden afgewogen, geïnterpreteerd. Het subject krijgt gestalte in en door de beleving van de nu actuele symbolen in het medium (of in de droom). Ik bevind mij in een theaterzaal, bijvoorbeeld, met alles er op en er aan wat nodig is om het subject (ik, ego, mij) tot leven te roepen, om mij bewust te worden van wat er aan de hand is. Zonder symbolen is er niets om over na te denken, te ervaren, te praten, ... Zonder symbolen ben ik een automaat of een machine. Het subject wordt best omschreven door te refereren aan mijn eigen persoon: ik voel wat het is om mij te zijn, te ervaren, te voelen, te denken, ... Ik kan alleen maar weten dat anderen dat óók ervaren door te zien wat er gebeurt en door te veronderstellen dat dat ginder géén machines zijn, maar óók subjecten met een eigen bewuste gewaarwording van wat het is om er te zijn. Om aan te geven dat mijn subject wordt gevormd door verschillende parallel aanwezige simultane sub-subjecten (zoals blijkt uit dromen) noem ik die samenstellende subjecten simpelweg ventjes(m/v). Een typisch menselijke manier om waar te nemen of er buitenshuis nog andere subjecten zijn, kan ik gebruik maken van taal: woordelijke labels die aanduiden wat voor symbool er bedoeld wordt (de label is voor Lacan le signifiant, en het symbool le signifié.) Omdat het mogelijk is om met woorden andere woorden aan te duiden noem ik ze graag pointers: ze wijzen in de richting van een betekenis of symbool, maar zijn mobiel en los gekoppeld - en je kan er ferm abstract mee gaan, en grondig bedriegen. Om waar te nemen dat ik zelf een subject ben, temidden van andere subjecten, is het absoluut nodig andere subjecten tegen het lijf te lopen, en liefst te passeren via het spiegelstadium (Lacan). Ik neem dan mijzelf waar als gecoördineerd en intentioneel geheel, met mijzelf als besturende factor. Toen ze vroeger nog geen spiegels hadden, was dat ook zo, maar eigenlijk is het een metafoor voor wat men tegenwoordig spiegelneuronen zou noemen: bij spiegeling van wat een ander doet, worden alle circuits actief om dat na te bootsen, behalve dat het niet echt in de beweging nagebootst wordt. Hetgeen waargenomen wordt gedraagt zich via spiegelneuronen alsof ik het zelf doe of onderga, en op die manier kan ik subjectief een idee krijgen hoe het aanvoelt als de ander daar voor mij iets 'presenteert'. Subjecten worden opgebouwd door interactie met andere subjecten die er al een hebben.
|
![]() |
Subjecten [ventjes(m/v)]
In voorgaande 'vrije associaties' heb ik al uitgebreid over de broederschap geschreven, en over het feit dat mijn moeder niet wilde dat ik daaraan meedeed (alleen in den duik, links dus), en ook over mijn noodgedwongen belangstelling voor babybilletjes (toen) bij gebrek aan beter. Het oude versleten verlangen om 'er ergens bij te horen', liefst bij de groten der aarde, komt weer van achter de hoek, na mijn bezoek aan Edith. De hele bende ventjes(m/v) komt in mijn hoofd ronddansen, omdat het hele systeem nog altijd geen afdoende beslag heeft gehad. Ik ben wel 'zelfstandig', en ook 'functioneel', met alles er op en er aan, maar bij tegenslag en ontij komen de duivels helemaal weer terug: de oppositie pleegt een staatsgreep. Het kan gezien worden als wensvervulling, maar dan in verband met een bewust geworden onbewust gebleven verlangen om mee te lopen in de processie mét behoud van mijn penis. De emergentie van het subject is nu aan de orde: hoe is 'ik' gestructureerd? Eerst ben ik mensen in de zaal, of, ik identificeer mij met de groep mensen naast en achter en voor mij; ik wordt wij. De herinnering van niet lang geleden biedt het beeld aan: ik zit samen met anderen in een toneelzaaltje, en datzelfde komt in herinnering in de droom terug. Is het dan gewoon een herinnering die weer uit de kast wordt gehaald, of heb ik mij omgevormd tot het hele publiek? Er van uitgaand dat er veel verschillende ventjes(m/v) in mijn geest subjectief aanwezig zijn, zal ik maar aannemen dat die gebruik maken van de situatie om ook ten tonele te verschijnen, en ze komen zelfs in tweevoud: gespiegeld en in jongere versie voor mijn huidige neus - zoals ze vroeger waren, meer naar de bron of het prototype toe. |
![]() |
Van neus en prototype gesproken... De bruine vitaminepreparaten van Supradyn hebben een speciale geur, die mij altijd al heeft doen denken aan 'witte chocolade', alhoewel ik weet dat dit niet helemaal klopt. Het is echter de geur van witte chocolade van toen ik dat de eerste keer proefde, vijfhonderd jaar geleden, en die ik eigenlijk sedertdien nooit meer in zijn volheid heb teruggevonden. Eigenaardig genoeg maakt mijn kleindochter een gelijkaardige associatie bij het besnuffelen van zo'n preparaat: "Dat ruikt precies naar oude chocolade", zegt ze, wat eigenlijk zoveel wil zeggen als chocolade van in de tijd van toen (ik het voor de eerste keer waarnam). Hoe zit dat dan? Waarschijnlijk zit er in dat soort Supradyn een geurcomponent die ook aanwezig is in chocolade, naast een aantal andere chocolademoleculen, maar die eigenlijk nergens anders als dusdanig voorkomt. Als een kind voor de eerste keer chocoladegeur waarneemt, valt het vreemde element danig op, maar wordt dadelijk in de categorie (Gestalt) "Chocolade" opgenomen, waarna enkel de mix (alles wat voor chocolade kenmerkend is) als dusdanig samengevat wordt in een symbool. Als dan achteraf één component daarvan (die niet afzonderlijk voorkomt in de natuur) wordt waargenomen, dan wordt het beeld voor chocolade opgeroepen, met de restrictie dat het om 'oude' chocolade gaat... Enfin, we waren over spiegelventjes(m/v) bezig. Ik neem mezelf als publiek waar in subjectieve ervaring, en tegelijk als spiegelbeeldige imaginaire objecten daar voor mij. Ik kan mezelf dus waarnemen als subject én als object tegelijk, alsof ik van uit mezelf naar mezelf kijk. Ik herinner mij een spiegelkijk ervaring waarbij ik plots bewust wordt van mij als zijnde ik, wat bijzonder beangstigend was (elders beschreven). Lacan beschrijft het in 'le stade du mirroir' altijd als iets opwindends verbonden aan een gevoel van controle en macht én bewust worden van het eigen subject (ego, ik), bij het zien van een gecoördineerd lichaam dat het 'mijne' is, en verbindt daaraan het beeld van de Ander. Het beeld van de Ander, samen met mijn eigen spiegelbeeld, zou in mijzelf een bevreemdend karakter krijgen als ware het subject iemand anders (een beeld van mijzelf in de imaginaire wereld), dat dan helemaal vreemd wordt als het een eigen naam krijgt in de Symbolische Orde. De spiegelventjes(m/v) beelden een scène uit afkomstig vanuit het verleden, toen ik nog zelf als puber op de schoolbanken zat (12-14 jaar), en leiden rechtstreeks naar fantasieën over de Loge en andere broederschappen, de verpersoonlijking van een verlangen om ergens in de buitenwereld thuis te horen, in de Symbolische Orde een belangrijke plaats in te nemen. Eerder heb ik de associatie gemaakt naar de Symbolische Wanorde, de Orde van Wanne, de veelgebruikte roepnaam van mijn moeder. Het is een oud verlangen dat gewoon blijft zitten, ook al wordt het veelvuldig en overvloedig bevredigd: het oude ding is onverwoestbaar, net zoals de categorie "chocolade". De meeste mensen vinden het eigenaardig dat de bevrediging van een (oud) verlangen niet leidt tot het ophouden van dat verlangen, integendeel: door een schijnbaar klein deel van het verlangen in te lossen wordt het alleen maar erger, tot op het moment dat 'ik' er leer mee leven; dan is het al erg genoeg. Mijn moeder Wanne vond dat ik niet met stoute jongens moest gaan spelen (héél vroeger, rond drie vier jaar), maar stuurde mij dan toch tussen de krokodillen op school - en dat waren heus niet allemaal braafjes. De broeders later hadden het over kuisheid en reine gedachten, maar zaten zelf in de broek van de kindjes: verwarring alom. Naar de meisjes mochten we niet kijken, maar ik werd wel vlak vóór het blote gat van een van mijn nichtjes gezet toen die ververst werd (>1jr): ze gingen alzo een foto trekken van mijn tronie. De gevoelsgeladen seksuele categorie werd door mijn omgeving beklad met tegenstrijdige informatie, waar ik maar mijn plan moest mee zien te trekken, en ook deze komt als object terug in de droom, alsof het gisteren pas is gebeurd... |
![]() |
SequensDe droom rijdt in de richting van een toneelspel, en ik vind geen parkeerplaats. Ik heb al dikwijls problemen gehad in het verkeer, 's nachts. Het is alsof ik niet weet hoe de 'zin' te beginnen, of welk onderwerp eerst aan te halen. Alsof ik nog moet zoeken naar mijn symbolen en eventjes uitgebreid "euh" moet zeggen. Strookt ook met het gevoel van vastzitten, of met het verlangen om vooruit te geraken met een bepaald 'probleem'. Het parkeren zelf wordt niet 'gezien', maar alles gaat gewoon over in de toneelzaal met podium en publiek en spelers. Het is alsof een gewone herinnering wordt binnengehaald om de droomzin te starten: ik zit daar nu binnen, met alle vergeten ventjes(m/v) die gedurende de dag aangepord zijn om zich 's nachts te roeren. Het begint met iets gewoons, en gaat dan over in een geheimzinnige communicatie: er worden briefjes rondgegeven met symbolen, briefjes met gaten er in die mij steeds opnieuw doen denken aan koperen platen waar gaten in gebrand zijn met een lasbrander en waarrond gegraveerd werd; misschien wel MDF met gaatjes waar ik vroeger al over schreef: ben ik er deze keer bij of niet? Jawel, maar Lieve wil dat niet en mijn moeder wilde dat ook niet, vooral niet om bij de Broeders te gaan - en ik wilde dat ook niet, toch niet als ik mij daarvoor moest laten castreren, of, beter gezegd, mijn seksuele impulsen en verlangens moest sublimeren in heilige liefde. Ik wil dat niet, laat de reeks evolueren naar... de reeds evolueert naar het zien en genieten van een blote madam, maar, waar het haar genitaliën betreft, is het nog een baby. Als vanzelf ben ik niet verder geraakt dan dat vroege stadium, waar de galerij nog openstond voor kindergatjes, en waar later alleen maar verbodstekens zijn bijgeplaatst en verwijzingen naar afwijkend gedrag en symptoomvorming. De wens is vervuld, het probleem opgelost, de libido bewust geworden en het object van mijn liefde gevonden: een monster uit vervlogen tijden waar ik niet van af geraak. Eigenaardig dat 'gewoon over seks dromen' nú bijna niet mogelijk is, als zogezegd vroeger een en ander is misgelopen... De volgende droom, over de onverwoestbare tank, wijst ook op het steeds terugkerende feest van de prototypes. Ik heb het al honderden keren gezegd tegen cliënten: "Die vervelende gevoelens krijg je nooit weg..., je moet er leren mee leven", en als het mijzelf overkomt kijk ik er nog altijd verbaasd voor op. |
|
Droom: Russische Tank
|
![]()
|
Objecten (Symbolen)De Russische tank zal van 1968 zijn geweest, toen ik 23 was - en dat is al behoorlijk laat voor droommateriaal, wegens de niet wortelende bewustheid ervan. Iets vroeger in de geschiedenis: 1956, toen ik 11 jaar was, hadden Hongaren prijs, maar daar weet ik niet erg veel meer over - misschien we niets, maar het moet wel spannend geweest zijn voor mijn familiale omgeving, die heel wat wist te vertellen over de 2e wereldoorlog van 1940 tot op de dag van mijn geboorte ongeveer. Mijn vader was ook soldaat (heb ik eerder over geschreven), en materiaal van dat soldatenschap vond ik in het waskot in een beschimmelde kist (zie ook hierboven). Mijn vader was niet bij de tankafdeling, om zo te zeggen, maar hij had er wel een geweer aan overgehouden, die dan wegmoest van mijn moeder - zeker als hij naast katten begon te schieten. De ravage maakt de tank een kopje kleiner, maar het ding rijdt nog, en wordt weergegeven door een miniautootje, radio gestuurd zonder radio. Mijn oudste dochter heeft er eens eentje gekregen van mijn moeder... En mijn jongste dochter probeert die te verzuipen in een emmer water - zonder succes overigens. Er komt een elektronisch brein aan te pas, laat ons zeggen een zelfstandig brein gebaseerd op silicon-techniek, niets biologisch. Het object begint karakteristieken te krijgen van een subject: de dingen worden een ventje(onzijdig), en dat is behoorlijk beangstigend. Er is sprake van emergentie vanuit het stoffelijke... hetgeen ik eigenlijk al heel de tijd probeer aan te tonen: vanuit een verzameling geactiveerde geheugensporen (objecten of symbolen), groeit er een omgeving van herinnering waarin het oorspronkelijke ventje(m/v) opnieuw gestalte krijgt, weliswaar vertekend en bijgewerkt door de omstandigheden en de geschiedenis, maar toch opduikend, verschijnend, bewust wordend, of behorende tot het bewustzijn als sub-subject. |
![]() |
De paardenkar (met de tank erop) is ook een oude bekende, gelinkt aan Bertje de groenteboer die langskwam toen we in de rij liepen met de school (toen ik ongeveer een jaar of tien moet geweest zijn) - met een boot op mijn kop (talpa, militair schoolding, waar mijn moeder niets moest van hebben) wandelend naar de kerk. Ik heb er voordien al over geschreven, en de foto hiernaast toont mijn vader met zo'n ding op zijn kop, in het leger! Vroeger, in de tijd van mijn vader, waren er nog veel paarden en karren, en hij gebruikte de uitdrukking: "Op een kar zitten", in de betekenis van in de puree zitten. Wij zaten met een tank opgescheept nietwaar... De bleekblauwe trui van Moeder Maria - of, mijn grootmoeder - komt opendoen, en direct wordt het kanon van de tank zichtbaar. Het is niet moeilijk, zíj had er belangstelling voor; maar nu is het al heel lang geleden natuurlijk, en eerst moet ze er niets van hebben - alleen maar als het een (oud) nieuw model is, én geautomatiseerd. Heel vroege bepampelingen in de streek van mijn pistooltje door mijn grootmoeder - om mij te doen plassen en defeceren boven een op de grond gelegde gazet, waren/zijn blijkbaar genoeg geweest om waardering te voelen voor mijn ding: het ligt open en bloot boven het belangrijke voertuig van het leger (identificatie met mijn vader). Later zijn er complicaties gekomen, toen mijn moeder zich ermee ging bemoeien met haar aperte mannenhaat. De trage platte boot op de rivier, met een vrouw als stuurman, tovert mijn staf ook weer tevoorschijn, dit keer als een grote afduwstok die ik met veel plezier in de mo(e)dder steek, en daarna in de bodem van de rivier zelf - zonder evenwel te kijken waar we naartoe varen, of, naar de vrouw in kwestie: naar de totem mag je niet kijken, of je verandert in een zoutzuil. |
![]() |
Subjecten [Ventjes(m/v)]Wij - een aantal ventjes(m/v) - zijn op het dak aan het vechten met een tank waar twee mannen inzitten. Een deel van mijzelf waarbij ook vrouwelijke (moederlijke) aspecten aanwezig zijn [ik zeg altijd tegen mannen dat ze met hun moeder getrouwd (zouden willen) zijn] levert strijd met de Vader in het meervoud, houders van het kanon. We zitten opgezadeld (op een zadeldak) met een innerlijke strijd: zullen we de kant van de vrouwen (van toen) kiezen, en ons kanon vernietigen (ons laten castreren, onze seksuele drift ombuigen in prachtige devotie), of, zullen we er oorlogzuchtig mee schieten en poefen. De overwinning is aan ons (deel met de vrouwen), en we schieten er nog eens ferm op ook, maar... vervolgens komt de herinnering terug dat mijn moeder aan mijn dochter een autootje heeft gegeven, radiogestuurd nog wel: stoute jongensspeelgoed, om tussen de oude wijvekens te laveren tot er eentje over valt en haar benen breekt - zoals Elian ons (jongens) beval te stoppen met knikkeren naar een gaatje in de grond (met onze balletjes naar haar gaatje mikten?). Mijn andere dochter - vertegenwoordiger van Elian misschien - legt het karretje in een emmer water om wat er nog van leven inzit te verzuipen. De zaak moet grondig verdrongen worden, zich niet meer roeren en van zich niet meer laten horen. Freud zegt dat dit niet restloos kan, en inderdaad, hij heeft gelijk: het onderstel - eens terug zichtbaar en enorm groot - rijdt nog steeds voor- en achteruit, alsof het zelf hersens had. Het komt te voorschijn in een symptoom (masturbatie, voor en achteruit...), en in brandende nieuwsgierigheid omtrent wat er tussen de rupsbanden (labia) te zien zou kunnen zijn, mét de associatie van verbranden of branden in de hel. Waar we eerst de Russen vrezen, moeten we ze nu te vriend nemen: raad vragen aan goddeloze psychoanalytici omtrent het kanon en eigenzinnige nukken dat het ding vertoont. We moeten, met het gevoel op een kar te zitten, op therapie gaan, psychoanalyse, om het terug op zijn plaats te krijgen. Moeder Maria is natuurlijk in eerste instantie teleurgesteld, maar achteraf, als het een nieuw model blijkt te zijn, mag 'het' toch binnen. Nieuwe mesjes snijden altijd goed... Als ik plat op mijn rug - op de couch - ontspannen associeer over de blauwe hemel en de wolkjes, en mij zonder meer laat meevoeren op de energie van anderen die de boot besturen en voortstuwen, lig ik te fantaseren over mijn stok, staf, staaf, vlaggenmast, aanwezigheidssymbool in de gemeenschap, totem die mijn vader's geweer vertegenwoordigt, en neem traagjesaan de moed bijeen om ook een handje (stokje) mee te helpen. Het is de ventjes(m/v) toegestaan gebruik te maken van de toverstok, te bidden voor de God, deel uit te maken van de totemgroep, zonder van het dak te worden gegooid. Het maakt mij wel blind - net zoals Oedipus in de tijd: ik zie niet waarheen we varen; ik heb het immers niet geleerd, en moet erop vertrouwen dat het wel goed zal zijn. Nadien kan ik het ding ook in de bodem van de rivier steken, dan heeft heel de wereld er deugd van. |
![]() |
DroomsequensDe laatste tijd lees ik nogal veel 'Freud', meer bepaald de Wolvenman (S. Pankejeff). De droom over de zes of zeven wolven (met vijf getekend) wordt er in detail behandeld. Het valt mij op dat ik mij steeds 'verplaats' in dromen, altijd, en regelmatig met een voertuig. Het meest eigenaardige dat ik ooit heb meegemaakt was mijn bed als vliegtuig: angstwekkend en erg emotioneel geladen. Gewoonlijk is het een auto. In de tijd toen we enkele jaren geen auto hadden, en verplaatsingen deden met fiets, bus, tram en trein, waren het bijna altijd van die dingen. Te voet gaat ook, maar wordt nooit aangevoeld als zijnde te voet... het trekt meer op het zweven van spoken door de nacht. In de sequens verplaats ik mij van de ene scène naar de andere, soms moeiteloos, soms met problemen om 'het' te vinden of om te kunnen parkeren. Het is dezelfde tocht als ik schijn te maken bij het uitspreken van een zin: het ene woord brengt het andere mee, en ik weet nooit op voorhand wat het zal worden. In een gesprek wordt de sequens sterk beïnvloed door de gesprekspartner, en ontstaat er een soort intersubjectieve éénheid, een sub-subject dat ofwel (nog) geen eigen 'ik' heeft, ofwel is het zo dat bij het ontstaan van een subject uit onderdelen de subs hun eigen identiteit wel behouden, maar geen weet hebben van het transcendente ego. In de droom wordt het gesprek gevoerd tussen de subs, versmelten die tot clusters en ontstaat er wel degelijk een subject waarvan ik mij bewust ben als zijnde ik: emergentie van bewustzijn. De wending van de conversatie is ook niet te voorspellen, het gebeurt gewoon; het wordt opgebouwd uit nog niet bewuste (onbewuste) elementen die op een of andere manier voordien werden bekrachtigd (wakker gemaakt) of die elkaar aanporren om mee te doen aan het spel. De sequens die hier geconstrueerd wordt draait omheen het kanon, en het vervoermiddel is een plat onderstel met rupsbanden of varend op het water met een vrouw aan het roer. Als ik de droom droom, dan is het evident dat ik het beleef: ik neem er deel aan. Als ik de droom achteraf lees (of hoor vertellen), dan moet ik mij inbeelden wat het zou zijn om het mee te maken, mist gebruikmaking van spiegelneuronen of zogenaamde empathie, en dan mis ik heel wat van wat de verteller of de schrijver heeft bedoeld, omdat ik mijn eigen referentiekader moet gebruiken om de handeling in na te spelen (met afschakeling van het motorgedeelte). Bij het bekijken van een film gebeurt waarschijnlijk hetzelfde als bij het beluisteren van een verhaal, maar de woorden worden vervangen door beelden, die iets nauwer aansluiten bij de symbolen (mentale objecten). Toch is de afstand ook nog groot: als ik een strand zie op het scherm, met mensen in de zon, dan gebruik ik mijn eigen herinnering en gevoelslading daaromtrent om mij te spiegelen wat de mensen zouden kunnen meemaken en voelen. Mijn eigen platbodem is niet de stomer van een ander... De droomsequens is een uiterst persoonlijke zin met een bijzonder eigen betekenis, die schijnbaar dient om orde op zaken te stellen, of om problemen op te lossen die in het 'gewone leven' zijn blijven hangen. Freud meent dat de droom een wensvervulling is, of een poging om in verkapte vorm tot bevrediging van het verlangen te komen. Analytisch gezien komt dat volledig op hetzelfde neer: ik kom zo dicht mogelijk bij de kern van mijn verlangen als ik het probleem er rond zo volledig mogelijk wegwerk; m.a.w., als ik de symptomen die er de weerstand tegen uitmaken zo veel mogelijk elimineer in een probleemstelling die tracht te worden opgelost in de droom [ik los die niet op, de verzameling ventjes(m/v) komen tot een vergelijk en daaruit emergeer ik in alle mogelijke en onmogelijke aspecten om het probleem (annex verlangen) in alle facetten belevend te bekijken, en uiteindelijk 'bewust' te worden]. Dat ik een en ander achteraf kan vertellen (en zelfs tekenen zoals de wolvenman) is te wijten aan de verschillende lagen van bewustzijn bij bijvoorbeeld mensen: ik kan tegelijk spreken, mij iets inbeelden en van uit mijn lijf gesticuleren wat ik bedoel, én als het eventjes meezit mezelf gadeslaan bij al die parallelle aangelegenheden van uit mijn zelfbewustzijn - alhoewel dat laatste niet zo evident is in real time; ik heb de indruk dat het objectiveren van mijn zelf (er als subject naar kijken) gemakkelijker verloopt achteraf, als ik niet meer in de receptor-motor handeling actief ben. Het is hetzelfde in de droom: daar kan ik een aantal ventjes(m/v) gadeslaan - en er tegen spreken, maar als ik naar mezelf wil kijken moet ik zelf veranderen in een ventje(m/v) waar ik naar kijk, en zit ik met mijn bewustzijn niet meer in het cluster van daarpas. Dat laatste stukje is speculatief: ik besluit dat uit het ontstaan van een ik uit de waarneming van een cluster ventjes(m/v) die dan veranderen (in die volgorde van de sequens) in ik, mij of wij met een persoonlijk gevoel van bewustzijn. Ofwel ben ik het subjectief, ofwel kijk ik er naar als naar een object. Daarmee veronderstel ik dat het mogelijk moet zijn een ik (mij of wij) te ontbinden in ventjes(m/v) die dan retrospectief kijken naar wat ze in totaliteit of in onderdeel daareven nog waren. |
![]() |
Droomfragment in BrusselWij rijden met de auto door Brussel, naar een of ander doel, en daarna daarvan weg langs dezelfde weg. Het is een probleem om op de terugweg te weten waarlangs we moeten rijden. Aan een kruispunt moeten we rechtsomkeert maken, omdat ik mij herinner daarstraks langs een soort aquaduct te zijn gereden, dat ik nu zie vanuit de lucht... terwijl ik met de auto verder rij daar beneden. Het is een betonnen kanaal op hoge poten dat helemaal langs een drukke baan loopt in hartje Brussel, en aan het vernoemde kruispunt een rechte hoek maakt. Het is allemaal een beetje kaduuk. Bijzonder aan het stukje is het op twee plaatsen tegelijk waarnemer zijn... Dubbel subject als het ware met het object (de aquaduct) van beneden en van boven bekeken. |
|
|
|
|
A. Syberg, Belgium
Copyright © 2006 A. Syberg
|