Home

Verplaatsing

[Up] [Frustratie] [Dubbele Poort] [Verdiepingen] [Hydra] [Emergentie] [Labyrinth] [Gradiënten] [Verplaatsing] [Controle]
Prev Up Next

 

Paard. Ref. 2

English  


 Droom: Paardenvrouw
 15-10-2006

 Eigenlijk gaat het om drie dromen (fragmenten) in één nacht.

  1. Vliegen

  2. Containers

  3. De Paardenvrouw

 Vliegen: ik rij met mijn klein autootje door een villawijk; het kan ook een krottenwijk zijn. Er zijn allemaal verwaarloosde achtertuinen met door onkruid overwoekerde kleine paadjes ertussen. Ik geraak er in verstrikt en kan ternauwernood draaien om terug te keren. Het gaat steeds vlugger bergaf, en op het laatst kan ik de wagen niet meer besturen -- er komt iets als vrije val. Ik besluit dat ik dan maar moet vliegen, kom uit de wagen en begin te stijgen in de lucht. De wind zoeft langs mijn gezicht als ik met grote krachtsinspanning door de lucht probeer te zwemmen. Er is een intens gevoel van opwinding en vreugde: eindelijk weer eens vliegen in een droom. Ik neem mij voor om over het huis ginder te vliegen om te weten te komen wat daar achter ligt, maar word wakker van de spanning. Heel mijn huid tintelt -- waaw.

 Containers: ik run een containerdienst en ben op weg naar huis met een vracht vuil en afval. Boer Jan staat in zijn wei te sakkeren omdat hij ook een voer afval van een ander moet opladen in zijn bak: aarde, modder, oude lege flessen, stenen, puin... . Ik wil hem helpen en zeg dat hij zijn voer maar in mijn container moet kieperen, wat hij dan ook direct doet. Ik rij verder naar huis, en naarmate de weg vordert zit ik hoger op mijn mast in de stuurcabine: de wagen onder mij moet ik in onmogelijke bochten voor- en achteruit de oprit in krijgen. De familie helpt mij een beetje, zeker om de sneeuw en de koude wat weg te werken. Op mijn wagen ligt nog wat compost en een paar oude flessen -- eigenlijk valt alles nog mee, maar, wat ik niet begrijp, is dat Boer Jan, die betaald heeft gekregen voor het opladen van zijn voer, míj niet heeft betaald... ik heb daar helemaal niet op gelet, en en passant zijn boeltje opgeladen alsof het niets was.

 De Paardenvrouw: de school is gedaan, of moet juist nog beginnen. Er zijn een heleboel kinderen en leerkrachten verzameld op de koer of op het plein, en we moeten de tram of de bus nemen. Het voertuig komt er aan, zonder chauffeur, en zonder bepaalde bestemming. We moeten alleen maar een paar haltes verder geraken, om dan over te stappen op de tram. Een van de kinderen, of ikzelf, rijd(t) met de bus, en iedereen vindt alles normaal. De juf (of ik) moet roepen waar er moet gestopt en/of ingeslagen worden. Op het einde van het spel zit er helemaal geen chauffeur meer achter het stuur, en weet ik ook niet of het een tram of een bus is... Ik moet afstappen, en de kinderen moeten verder naar het station. Op het laatste moment kruipt er een juf achter het stuur. Ik loop door de straat waar al zo dikwijls gelopen heb (ik moet nog het bekende stukje lopen op daar te geraken waar ik zijn wil). Op de eerste verdieping op de hoek van de straat woont een vrouw in een antiek appartement met open ramen (veel kleinhout): ze zit in haar canapé naar muziek te luisteren. Overal in haar woning staan benen paarden, uitgesneden in een soort ivoorachtig beige materiaal, van groot tot klein. De contouren van de beesten zijn diep in het been ingekerfd. De vrouw houdt en verzamelt paarden als hobby of zo.



Niels Holgersson, Selma Lagerlöf. Ref. 1

 Dagrest en associaties

 Het is deze keer eigenlijk een maandrest. De vorige keer dat ik een droom heb opgeschreven dateert van eind augustus (schilderen). We hebben er ondertussen een en ander mee geverfd, en ik ben de droomdraad kwijt geraakt om te belanden bij technische aangelegenheden [Visual Basic -- de nieuwe versie; gradiënten simuleren met objecten -- OOP]. Ik weet niet of ik dat in mijn jongere jaren allemaal kon combineren, en/of dat zulks nu niet meer gaat; ik had besloten om de draad weer op te nemen, en droom direct al van vliegen: er zit meer dan beweging in.

 Tussendoor lees ik het boek van Selma Lagerlöf "Niels Holgersson's wonderbare reis", over een ventje dat tot dwerg wordt gemaakt door een andere dwerg, en dan meereist met de wilde ganzen -- op de rug van een van de tamme ganzen die hij voordien hoedde. Wonderbaarlijk gevoelige situaties, de een na de andere, als ware het een reeks dromen. De verplaatsing van de ene scčne naar de andere gebeurt veelal al vliegend, soms ook begint iets anders zo maar: een ander verhaal in het verhaal.

 Op zeker moment gaat het over een Tater, Jan genaamd, die bij een weduwe in de smaak valt. Haar zoon ondergaat alles gelaten, komt in opstand en wordt later door de Tater valselijk beschuldigd van paardendiefstal. Als de zoon zijn straf heeft uitgezeten (voor de misdaad die hij niet eens heeft begaan), gaat hij naar de armzalige boerderij van zijn vader zaliger, en ploetert voort.

 In het stukje 'containers' kom ik in contact met de boer, Jan genaamd, die mij terloops een container troep meegeeft alsof het niets is. Als therapeut ben ik natuurlijk gewoon containers boel van anderen 'mee te nemen', mee te gaan in de subjectieve wereld van cliënten om er nadien een en ander van te verwerken -- in de droom wordt de rommel gecomposteerd [en dat heb ik geleerd in Santiago de Compostella, bij de broeders]. Enkel wat lege flessen blijven nog te sorteren, maar dat heb ik geleerd bij mijn vader, die bier en frisdranken verhandelde. Toch verwondert het mij, begrijp ik mezelf niet goed, dat boer Jan mij de poets heeft kunnen bakken. Heb ik trouwens ook geleerd van mijn vader: die ging soms voor klanten een matras vervoeren op zijn bierkar (die ik dan moest helpen afladen en terug opladen)... matras die dan een hele verhuis bleek te zijn, met alles er op en er aan, en waarbij hij dan verschillende keren op en neer (moest) rijden. Enfin, ik kom in de droom nogmaals tot het besef dat ik voor sommige boeren gratis en voor niets en jaren aan een stuk moeilijk verteerbaar materiaal heb gecomposteerd.

 Boer Jan, de Tater. Dat is dus de combinatie. Een Tater is in het Engels een afkorting van Potato, en in Scandinavië geldt het als een verbastering van Tatar dat dan weer komt van de Tartaren uit Mongolië, en, dat woord wordt (verkeerdelijk naar het schijnt) gebruikt om een Zigeuner aan te duiden. In het boek van S. Lagerlöf gaat het een beetje die kant op. Vroeger dacht ik altijd dat Lieve zigeunerachtig lachte, en dat vond ik heel plezant. De kronkels zitten weer overal. Soit.

 Het boek van S. Lagerlöf is bijzonder interessant, omdat het ventjes(m/v) omschrijft als zijnde kabouters en dieren die kunnen spreken (toch tegen de kabouters, en onder elkaar): de lager gelegen echelons van de mammalia plegen communicatie die doordringt in het bewustzijn van de lezer. Ik dacht dat de schrijfster pas op de markt was verschenen, maar zij is gestorven toen ik nog maar -5 jaar was; en niemand die er mij ooit iets over heeft verteld. Het zal waarschijnlijk niet passen in de gewone schoolopleiding, of misschien lag Scandinavië toen nog aan de Noordpool.

 Bij de beesten voltrekt communicatie zich vooral op gevoelsniveau: ze hebben nog niet zo veel woorden om al die emoties te camoufleren. Geraamtes in been zijn over het algemeen stil daarentegen, alhoewel ze behoorlijk op belangstelling kunnen rekenen bij de olifanten. De dikhuiden hebben een gevoelige slurf, waarmee ze beenderen van soortgenoten delicaat besnuffelen, omdraaien, vastpakken..., terwijl ze er met elkaar over spreken met iets dat trekt op verdriet.

 Terechtgekomen in de spiraal van verdriet over het verlies van mijn moeder (die in dit geval natuurlijk mijn moeder niet is), raak ik in de droom totaal mijn oriëntatie kwijt: geen bestuurder in de tram -- of misschien is het wel een bus. De kinderen en de leraars lopen dwaas dooreen, en niemand die weet of de les nog moet beginnen of dat ie al gedaan is. Het traject (of het project) is zoek, en het vervoermiddel in de war. De verplaatsing zal moeten gebeuren op de rug van de vogels (die zijn gaan vliegen in het eerste stuk van de droom).

 Dan, de paardenvrouw. In het labyrint kwam ik hem tegen, Tuur, met een hele pak gevoelens er rond. Het heeft alles te maken met gratis werk en paarden. Tuur kwam mij (ons) helpen in de hoop door ons graag gezien te zullen gaan worden: "Na alles wat ik voor u heb gedaan, weet ik, dat jullie voor mij door het vuur zouden gaan", zei hij eens. Toch heb ik het gevoel dat ik hem heb verraden -- ik heb zijn vraag in nood niet eens gehoord, en toen hij (alleen) was gestorven, heb ik dat aangevoeld als een gemiste kans. Tuur was beeldhouwer van beroep, maar oefende dat beroep niet meer uit. Hij vertelde over het paard dat ze moesten maken voor Stad Gent, dat met een koning erop in brons zou worden neergepoot in een of ander park (aan de Zuid denk ik). De Grote Heren kwamen het dier in opbouw kritisch in ogenschouw nemen, en de Baas vond dat het zijn kop niet fier genoeg omhoog hield. Tuur en zijn gezellen vonden dat flauwe kul, maakten aan de oppervlakte van de nog natte klei een spievormige tekening als hadden ze er een stuk tussen geplakt en pakten er hun gemak van voor een week of twee. De Heren vonden het daarna veel beter: "Ziet ge wel, dat een kleine wijziging zoveel meer allure aan het beest geeft", zeiden ze.

 Onderhavige website bevat heel wat verwijzingen naar paard, in alle mogelijke omstandigheden -- ik wist niet dat het zo erg was: ik moet in mijn vroege jeugd bijzonder geboeid geweest zijn door het dier. Het ventje(m/v) dat het in de gedaante van een vrouw van mij heeft overgenomen heeft er ook een hele verzameling van, allemaal van been. In plaats van zulks te voelen tot op merg en been, kijk ik er in de droom waarnemend naar: als naar een object. Het object heeft helemaal geen belangstelling voor mijn gesukkel door het straatje waar ik al zo dikwijls in verzeild ben geraakt. Ze luistert lekker naar muziek en koestert haar statuut (het statuur van de Grote Heren, die het statuut van het paard zoveel beter hadden gemaakt).




 

 Droom: Verjaardag
 16-10-2006

 Ik ben met mijn zuster in de slaapkamer; zij is in pyjama. Het valt mij in dat het haar verjaardag is, en wil haar een cadeautje geven. Ze moet echter dringen naar Holland voor haar werk, en weet niet hoe ze er op tijd moet geraken (kwestie van vervoer, verplaatsing). Ik stel voor haar met de auto naar daar te brengen, maar ze moet dringend nog gaan stempelen. Ik kan het ook daarna doen -- nog net tijd in de namiddag... Ik wil absoluut iets voor haar doen.

 


Selma Lagerlöf. Ref. 1
 

 Associaties

 In het verhaal van Niels Holgersson (door S. Lagerlöf) is er een onderdeeltje gewijd aan een oude boerin, die door Niels gevonden werd via haar koe. De koe is erg ongerust over zijn bazin, omdat ze de laatste dag of dagen niet meer is komen opdagen. Uiteindelijk is ze gestorven, alleen. De koe doet het verhaal over haar leven met de boerin. Vroeger waren er veel koeien, en kinderen, en de boer. De boer is vroeg gestorven, en de boerin heeft alleen de kinderen opgevoed en veel gewroet; in haar achterhoofd: het zal allemaal wel beteren als de kinderen groot zijn... Maar, de kinderen blijven geen van allen op de boerderij. De kinderen krijgen kinderen, en de boerin voedt die op, en wroet dag en nacht met de gedachte: later, als ze groot zijn, zal het beter zijn. Maar, later gaan ze een voor een weg, een beter leven tegemoet. De boerin doet niet anders dan voor de laatste koe zorgen, en haar vertellen hoe heel anders het zou zijn moesten de kinderen dáár zijn. Niels zegt uiteindelijk: "Ik heb nooit kunnen denken dat ouders zo naar hun kinderen verlangen".

 In de droom wil ik kost wat kost wat doen voor mijn zuster. Dat slaat zeker wel op mijn zuster, maar ook op andere familieleden. Ik heb er (altijd) al alles voor gedaan -- te pas en ten onpas: ik heb geprobeerd het te pas te maken, ook als het niet paste voor mij; als het maar paste voor hen.

 Ik hoorde vandaag nog iemand zeggen in therapie: "Als ge iets voelt voor iemand, dan wil dat toch zeggen dat die ander dat óók doet, anders voel je dat toch niet". Blijkt toch niet altijd correct te zijn... De persoon die dat zei, was blijkbaar ook gewoon om te géven (om uiteindelijk graag gezien te worden van aan de andere kant van de bureau).




 

 Droom: lift
 18-10-2006

 Wij willen mee met de lift naar boven in een universiteitsgebouw. We zijn geen lid van de club, en de vrouw die wél een pasje heeft zegt: "Nee". Het water stijgt echter snel, en uiteindelijk is het toch goed. Ze zegt dat het water hier wel een meter per minuut kan stijgen, en dat tot 100 m hoog: wegens de opwarming van de aarde.

 We stappen uit, en staan aan de rand van de kamer, naast het water enkele meter lager. Het is donkergroen kalm en diep dreigend water. Kinderen vinden het niet erg tot tegen de rand te lopen, en springen er dan met kleren en al in. Anderen volgen. Het is blijkbaar normaal hier om te baden: niets koud of gevaarlijk.

 We voeren gesprekken met verschillende profs, en spreken met de mensen als waren het familieleden. Ze nemen ons er uiteindelijk gewoon bij.

 We gaan naar beneden (blijkbaar is het eb ondertussen). Iedereen neemt de trap: kwestie van in beweging te zijn ook. De hele constructie bestaat uit groengeschilderde ijzeren buizen.

 



 

 Dagrest

 De prof zegt bij het buitengaan dat het gras bij de buren altijd groener ziet. Ik antwoord dat het onze er ook goed uitziet, en daarop is het antwoord dat er bij de buren ook altijd meer shit is...

 


Diep water. Ref. 3
 

 Associaties

 Enkele dagen geleden zag ik op TV pogingen van een team om een (licht) mentaal gehandicapt meisje in zee te laten zwemmen en duiken, in een soort in zee gebouwd 'aquarium' met natuurlijke vegetatie erin. Het meisje in kwestie kon goed zwemmen en duiken, maar was bang van beesten en vissen: moeilijk probleem. Iedereen ging erin, en zij ook, maar kwam er ogenblikkelijk weer uit wegens wier op de bodem, en dat er misschien toch visjes tussen zouden kunnen gezwommen hebben. Het was groen water.

 De groengeschilderde buizen doen mij direct denken aan het groen geschilderd duveltje van mijn vader: een karretje op twee wielen om een stapel bierbakken op te vervoeren.

 Blijkbaar mag ik wel eens in de wolken zijn zo hoog in de lucht, en bij de groten der aarde staan spreken, maar er hangt shit aan de knikker, de kar van mijn vader, en de onmacht van mentaal gehandicapte meisjes om tussen de vissen als vis in het water te zwemmen. Ik mag al van kleins af aan niet met de stoute jongens spelen: bijzonder giftig cadeau van mijn geliefde grootmoeder...

 Enfin, ondanks alles ben ik toch bezig een verhandeling te schrijven over bewustzijn en de functie van de waarnemer, object en subject, ..., en ga daarbij te rade bij enkele gerenommeerde profs. Het is bijzonder aangenaam om eindelijk een eigen standpunt te kunnen innemen -- mijn persoonlijke achtergrond is natuurlijk inherent aanwezig als ware het de achtergrondstraling na de Big Bang die nu nog altijd overal te zien schijnt te zijn.



Zaal voor evenementen. Ref. 4
 

 Droom: Cinéma
 25-10-2006

 De film is gedaan, het gordijn gaat dicht: het is een combinatie van glasgordijn en beige overgordijn, en het geheel levert een triest gevoel op, drukkend als van een afscheid. De mensen gaan de zaal uit, en ik zit ergens vanachter te kijken naar de voorbijgaande vrouwen, allen opgetut en jeugdig van uitzicht. Het is alsof ik iemand zoek, maar niet goed weet wie dat zou kunnen zijn -- ze is er in ieder geval niet bij.

 Ik ga naar buiten en moet de tram of de bus nemen naar huis. Eigenlijk weet ik niet zo goed dewelke, en misschien zal er ook nog een overstap nodig zijn. Ik wil bellen naar huis om iets te vragen/zeggen, maar heb mijn GSM niet mee. Dan word ik gewaar dat het nogal frisjes is, en merk dat ik in mijn hemd sta: ik heb mijn vestje vergeten in de cinéma... ik moet teruggaan.

 Het valt erg tegen om te zien hoe ver ik reeds van het gebouw ben weggegaan, en bijgevolg, hoe ver ik nu weer moet teruglopen. Er zijn treden naar beneden, brede van wel twee meter lang. Ik loop vlug, en probeer twee stappen te zetten op één tree, wat bepaalde coördinatieproblemen met zich meebrengt.

 Ik loop door een modderwegje, smal; er loopt water in een smal kanaaltje overheen, dat in het midden van het weggetje in de diepte verdwijnt, bruisend en klaterend, alsof de put nooit gevuld geraakt. Nu merk ik dat er onder het weggetje een beek loopt: het is eigenlijk een brug. Ik zeg tegen de mensen die na mij komen, dat ze moeten opletten dat het bruggetje niet zal instorten -- en ik heb het nog niet gezegd of het begint al.

 Er volgt nog zo'n rare waterstroom bovenop de brug die verdwijnt in de (nu bredere) beek onderdoor; ik ben het al gewoon, zozeer zelfs dat ik mij achteraf afvraag wat er éérst was: de brug of de beek...

 Ik ga binnen in de verlichtte zaal, waar er wat volk zit voor de volgende voorstelling. De vesten hangen allemaal aan de kapstokjes langs de muur -- zoals in 't school. Nergens vind ik dat van mij. De baas ziet mij rondsnuffelen en vraagt wat ik zoek. "Mijn vestje". Ja, daar weet hij van; hij heeft het zelfs apart gehangen bij de verloren voorwerpen. Ik moet het wel eerst beschrijven: iedereen kan hier anders een vest komen halen. Ik vertel dat het een grijs kort vestje is met grijze strepen verticaal en horizontaal, kotjes eigenlijk.

 Hij heeft geen zo'n vestje, zegt hij, wel een met groene kotjes, en haalt het uit. Ik verwonder mij over de felheid van de groene lijntjes -- hoe kon ik mij dat nu niet meer herinneren? Er steekt wat kleingeld in de linkerzak, zeg ik, en hij voelt er direct in; lijkt al een beetje overtuigd.

 Dan is er een boekentas bij, van de cursus van daarnet (vóór de film), en ik wil de titel van de boeken zeggen, of iets dat er door mij werd ingeschreven, maar niets schiet mij te binnen: ik sta met mijn mond vol tanden te kijken naar mijn eigen bezittingen.

 



 

 Dagrest

 Gisteravond laat was ik een tekst aan het lezen van H. Maturana (2005) over onder andere het begrip tijd. Ik bracht het uiteindelijk in verband met geheugen (om er wat later over te kunnen schrijven). Het viel mij ook op dat Maturana ook al niet meer van de jongste is... (in 1962 was hij 34 jaar, nu dus 78). Vroeger kon ik gemakkelijk een trap aflopen met twee treden tegelijk per stap; nu twee stappen per tree... en mijn geheugen blijkt ook al niet meer zo scherp te zijn. Te meer, dat ik mijn eigen teksten niet eens meer kan weergeven op het moment dat het mij echt wel goed zou uitkomen om mijn bezittingen terug te krijgen.

 



 

 Associaties

 Ik heb al dikwijls over de cinéma gedroomd. Hier wordt het duidelijk dat het staat voor wat ik in de (voorafgaande) rest van de tijd (nacht) heb gedroomd. De zaal met ventjes(m/v) die hebben zitten kijken naar van alles en nog wat, gekruid met ferme gevoelens, loopt leeg, en ik -- als vertegenwoordiger van het volk -- ga naar huis. Echter, de besluiten moeten nog geschreven worden... en daarover gaat de laatste droom voor het (spontaan) wakker worden, hier.

 Thuis, in mijn waaktoestand, wil ik absoluut iets schrijven over de ideeën van H. Maturana, die mij intrigeren. Het is alsof hij veel zegt van wat ik al altijd heb willen zeggen, maar zonder dat ik het begrijp. Ik heb al zitten denken aan een platte vertaling, maar dat zal mij niet bevredigen. Een samenvatting en/of overzicht al evenmin. Eigenlijk wil ik in een van zijn teksten gaan alsof het een droom zou betreffen, en daar vrijelijk over fantaseren, associëren en dromen, om daarna een stukje verder te lezen en die tekst te laten overvloeien in de droom om er weer over te fantaseren, te associëren en te dromen, enzovoort.

 De beweging (verplaatsing) in de droom staat mooi voor de beweging buiten de droom: in plaats van een en ander van een ander over te nemen, is het allicht te prefereren dat andere als voedsel te gebruiken, het te verteren, en dan in onderdelen te incorporeren in mijn eigen lichaam als een onderdeel van de structuur ervan.

 De cirkelzin, of, cirkelredenering die Maturana zo graag gebruikt -- en die heel dikwijls moeilijk te snappen is -- wordt in de droom een stroom die in een andere stroom vloeit, en waarvan ik niet weet of het één er was voor het andere of omgekeerd. Is het door het invloeiende water dat de beek eronder is ontstaan, of is het juist door de beek dat het bovenliggende water kan blijven vloeien?

 In de tijd dat ik vestjes moest dragen, thuis en/of op school, kon ik nog gemakkelijk twee treden ineens nemen, soms wel drie ook... Toen kende ik ook nog de weg naar huis: er was communicatie over en weer. Nu in opstijgende lijn ver iedereen dood is, de laterale lijn verstopt is geraakt en de afdalende lijn voor telefoonstoringen heeft gezorg, ben ik in de droom mijn GSM vergeten... en in de droom ervoor (de film) heb ik mijn vestje laten hangen dat nog voor wat warmte zorgde, vroeger. Teruggaan in de tijd is heel wat moeilijker dan ik dacht: twee stappen per tree, gelijk een ouwe pee. Mensen hebben het daar heel dikwijls moeilijk mee blijkbaar; enfin, ik ben niet alleen met dat probleem.

 In de zaal hangen kapstokjes aan de muur zoals op school, de lagere school en het lagere middelbaar. Later kan ik mij die stokken niet herinneren, of toch niet in een gang zo groot en koud als een zaal. De filmzaal was niet koud in mijn droom, de mensen die er zaten te wachten op de volgende droom ook niet, maar de manager (meester) wél. Het was als een examen: hoe goed ben ik in het weergeven van mijn eigen geleerdheid (vestje, boekentas)? Niet erg goed dus.

 De laatste teksten die ik hier geschreven heb zien er wat houterig uit, veel te veel materiaal van anderen en te weinig spirit van uit mijn buik. Kwestie van waar moet je het blijven halen om dingen te zeggen die begrepen worden door de goegemeente? Objectieve taal uitslaan dus over het subjectieve gegeven. Misschien is het beter de zaak om te draaien: subjectieve taal uitslaan over objectieve gegevens: dromen over nieuw aangereikt materiaal. De Aboriginals hebben het nog zo mis niet bekeken met hun droomtijd.

 Ik herinner mij nog een stukje TV over dat Australische volk: een voor hen vreemde vraag van een filmer (om bijvoorbeeld een heilige grot te mogen betreden -- niet filmen) moest eerst doorgedroomd worden. Als er in de droom iets positiefs uit de bus kwam, mocht het wel, anders niet, helemaal niet, nooit.

 De voortgang (verplaatsing) in de wereld kan best door de droom en de realiteit aan elkaar te knopen: de droom werkt off-line bepaalde onverteerde dagresten uit, en in waaktoestand wordt het gedroomde materiaal gebruikt om nieuwe problemen beter de baas te kunnen, die dan weer in de droom gesorteerd en verder uitgewerkt worden. Het zogenaamde creatieve proces. Wordt nog erg versterkt door de droom én de realiteit te delen met mensen op dezelfde bus, of met een niet vergeten GSM... Mensen die mij en elkaar graag zien dus, en die door mij graag gezien worden.



Vallende toren. Ref. 5
 

 Droom: vallende toren
 (zie ook 'circulair')

 Ergens in de stad, zie ik plots de toren van het Belfort omver vallen. Het is een enorme toren, en ik sta perplex dat zo'n vaste waarde kan omver vallen; er is ontzetting, ongeloof, vrees voor terroristische aanslagen. Er volgt een doffe dreun en de grond trilt als bij een aardbeving.

 De toren is achter de huizen verdwenen, maar in de wolk die opstijgt verschijnt er een soort fata morgana: de schuin afgeknakte stomp staat in brand gelijk op een schilderij van Bosch, met veel zwart en geel en rook. Gestructureerde rook.

 We moeten in de crypte van de St-Baafs Kathedraal iets gaan herstellen (elektrisch?), maar die staat vlak naast de gevallen Belfort toren, en ik vrees dat de toren van de Kathedraal eveneens zou kunnen omvallen, boven op mijn kop. Niemand anders schijnt er erg in te hebben.

 We gaan voorbij de kerk, een doodlopend straatje in om dáár iets te doen. De huizen er rond zijn fijn gestructureerde gotische gebouwen met spitsbogen in zandsteen en glas in lood; ook veel beeldjes.

 


Rik Torfs. Ref. 6
 

 Dagrest en Associatie

 Rik Torfs, Prof kerkelijk recht, had het gisteravond over crypto-collaboratie. De in de kiem aanwezige kans om mee te heulen met de vijand -- als het geval zich voordoet: voor eigen voordeel of om zijn/haar hachje te redden. Ik was geďntrigeerd door het rare woord: wat nog in de crypte aanwezig is, of iets met crypto-kronkels uit een bekend TV spelletje (10 voor taal). We zijn ook eens in de droomcrypte geweest in de realiteit om een kerstviering bij te wonen...

 Onder het Belfort bevindt zich de Raadskelder, vroeger voor de raadsheren van Stad Gent, nu een café waar ik met Lieve voor het eerst heb zitten zoenen, en waar ze mij vertelde dat ze thuis met 14 waren (in plaats van de zes waar ze eerst had over gesproken). De crypte van de toren die omviel wijst naar de oorsprong van het verraad door de raadgever, zo'n goeie dertig jaar later... collaboratie met de vijand. Het heeft allemaal te maken met mijn advocaat bij wet en met Boer Jan, maar daar kan ik natuurlijk niets van op internet zetten. Komt er op aan dat mijn vaste wereld is ingestort, en dat ik daar nu met mijn neus opgedrukt word.

 Enfin, het instorten van de wereld heeft ook alles te maken met H. Maturana, die het bestaan van de realiteit in twijfel trekt. Alles is gewoon een kwestie van interpretatie, waarneming, en, aangezien wij het onderscheid niet kunnen maken tussen perceptie en illusie, kunnen we best de aanname van een vaste, absolute en reële waarheid vergeten. Mijn perceptie van de emblemen van Stad Gent, die een vast stenen constructie van de drie torens omvatten, is een illusie gebleken, nu de middelste toren is ingestort. Misschien was de kus onder de toren ook een illusie met illusoire nakomelingen...

 Ik ben de splitsing Nominalisme|Realisme al tegengekomen bij Goudsmit, die zich in zijn geschrift baseert op Maturana. Het is alsof ik mij moet uitspreken over het al dan niet bestaan van de realiteit, alsof ik moet kiezen tussen een imaginaire wereld van woorden en woorden over woorden (pointer to pointer communicatie) en een echte waarin de woorden wijzen naar reële objecten. De discussie laait al van in de middeleeuwen hoog op. Eigenlijk steekt het mij grondig tegen, omdat niemand schijnt te willen dat de twee even geldig zijn, en geen een van de twee te bewijzen valt. Ik zou willen voorstellen beiden geldig te verklaren, met de realiteit als begin van de woorden, waarbij de woorden die reeds bestaan een belangrijke rol spelen in het aanduiden van de realiteit.

 Als ik met al mijn woorden op mijn neus val, dan loopt het bloed er erg realistisch uit weet je wel. Toch heb ik hier alleen maar woorden om er iets van weer te geven, en dat blijkt altijd weer erg mager. Het is alsof ik met moeite kan aanduiden waarover het gaat, laat staan dat ik het uitputtend kan behandelen en weergeven.

 Aan de andere kant kan ik met woorden verhalen vertellen die niets met de realiteit te maken hebben, liegen en bedriegen, en zelfs mijzelf blaasjes wijsmaken. Ik hoop nog altijd dat het verraad waarover ik daarstraks niets heb gezegd, op niets is gebaseerd, m.a.w. niet bestaat: crypte collaboratie.



Queen. Foto Syberg
 

 Droom: Porseleinen Beeldje
 29-10-2006

 Ik ga naar het strand, en neem de lift naar de bodem van de zee. Beneden vind ik een wit porseleinen beeldje van een vrouw, een koningin. Philip zegt: "Ze lijkt op uw moeder, en dat ze op u neerkijkt".


Ventje(v). Foto Syberg
 

 Associatie

 Het is mij altijd opgevallen dat koninginnen breedgerande hoeden dragen; kwestie van plaats pakken denk ik dan altijd. Anderen moeten het met minder doen; kwestie van er ook nog ergens bij te kunnen horen.

 De lift nemen naar de bodem van de zee kan best gezien worden als van op een schip in volle zee, als je van op de reling in de groene diepte kijkt. Of, als je klein bent, en je met een van je nonkels (die een beetje stoer wil doen) afdaalt in de crypte van een pier bij laag water: het verdiep onder dat van de begane grond, juist boven de kolkende watermassa, waar de reling helemaal begroeid is met wier en zeepokken en mossels, en de vloer glad glimmend onder je voeten weg schijnt te slieren. Dan daal je al een beetje af naar de bodem van de zee. Dieper dan dat kan eigenlijk niet, want die is oneindig diep.

 Mijn moeder vond de streken van die nonkel niet erg aantrekkelijk, en ze zei dat ook; ik vond het ook maar niets, maar erg opwindend, en zou het nu voor geen geld meer willen missen als beeld van gevaar en dreiging.

 Mijn moeder bleef heel verstandig op de bovenste verdieping staan, en keek op mij neer. Sommige beeldjes in afdalende lijn trekken op onverhoedse momenten sterk op deze die de lift naar boven hebben genomen.



Slapen. Ref. 7
 

 Droomreeks: inslapen
 31-10-2006

 Ofwel betreft het hier één lange droom, ofwel zijn er een aantal kortere na elkaar; ik weet het niet. Het is wel de eerste keer dat ik er op let tijdens een droom in slaap te vallen. Het is als tijdens de dag in zwijm te vallen... Ik zal de stukjes apart behandelen, omdat het anders te lang zou kunnen worden.

 1. Op de WC in slaap vallen

 Ik ben met Lieve ergens in een huis iets aan het doen, zoeken, werken. De bewoners zijn er niet. Plots zie ik daar René, de kleine van An van Juul, spelen in een met glas afgescheiden kamer. Hij zit op de grond temidden van blokjes en zo van die dingen. Hoe het komt dat die daar nu aanwezig is terwijl zijn ouders weg zijn, begrijp ik niet, en ik ben ook behoorlijk verwonderd. Hij kent mij, maar kijkt toch tamelijk onverschillig: ik heb voor hem in het verleden ook niet zo veel kunnen doen.

 Ik moet naar de WC, en vind er een aan de andere kant. Er is een raam tussen René en de badkamer, met wiebelglas ertussen: zo iets dat hetgeen er achter ligt danig vervormd, maar toch perfect toont wat en wie het is en wat die doet. Ik voel mij bekeken, maar al vlug verliest de kleine zijn aandacht voor mij en ik val in slaap op de WC.

 2. Slapen op de dorpel

 Er zijn ergens straatstrubbelingen geweest, waar wij bij waren. We gaan weg, over een opengebroken stuk stadsplein. De riolering ligt bloot, en het zand vertoont een heel grote figuur, een soort gezicht dat zo groot is dat het waarschijnlijk slechts van uit de lucht op een gezicht zou lijken. Kinderen hebben het gemaakt als een lijntekening: de lijnen zijn langgerekte heuveltjes. Het zand is bruin glanzend geglazuurd, en blijkt nu zo te zijn geworden door de afvoerpijp van het gebraden-kippen stalletje er juist naast, dat vele jaren vettigheid in de lucht heeft geblazen.

 We vallen in slaap op de dorpel van een winkel, tegenaan de gevel. Ik zeg tegen Katelijne, Gwen, ik weet niet wie, maar ze is nog heel klein, dat ze op mij mag komen liggen tegen de kou. Ze moet eerst nog haar achterste afvegen van daar pas, en doet dat professioneel met een paar veegjes.

 3. Politieverhoor

 Terwijl wij slapen, wordt de familie ondervraagd door de politie omtrent de rellen (vernielingen) van daareven op straat. We spreken af allen gelijk te zeggen dat we zat waren, en dus niets meer weten van de opeenvolging van de feiten, en ook niet wát er juist is gebeurd.

 Als mijn vrouw en man en kind terug buitenkomen uit het politiebureel, zie ik dat ze hun draagtas vergeten hebben. Ik wil ze roepen bij naam, maar kan niets uitbrengen: ik ben hun naam vergeten; ik kan alleen maar lichtjes fluiten, en niemand die omkijkt.

 4. Ondervragingsmachine

 Nu zal het mijn toer zijn om binnen te gaan. Er staat gesofistikeerde computerapparatuur tegenaan de wand: een soort automatische ondervragingsmachines opgesteld als in een lunapark. Ik krijg er een speciale, met koptelefoon en microfoon. De agent zegt smalend: "Het is natuurlijk wel geen gouden koptelefoon natuurlijk". Ik pruts wat aan de oorschelpen tot het ding goed staat, en hoor dan niets meer van wat er gezegd wordt. Ik krijg tegelijk een micro en drie verschillende schoenen aangeboden, terwijl een stem scherp vraagt of ik die schoenen herken. Ze hebben elk een koperen plaat aan de bovenkant. Ik weer de zaak af en word wakker.



Lachspiegel. Ref. 8
 

 Associatie
 31-10-2006

 1. Slapen op de WC

 Het lege huis en de gevoelde aanwezigheid van Lieve geeft mij een gevoel van lopen zoeken naar iets. Ik weet eigenlijk niet waarover ik moet dromen. Komt een beetje overeen met overdag iets willen zeggen en alleen maar "Euh" kunnen uitbrengen. 'Het' gaat over de familie Flodder, waar we al heel wat brol van mogen opkuisen hebben, en die hebben een zoon die mij herinnert aan een veel vroeger in mijn leven opgetreden aanwezigheid, van een andere familie waarvan we een en ander hadden binnengenomen. Over en weer zit ik met een ferm ei, maar er komt niets van; trouwens, de WC belooft niets goeds over de schoonheid van het ei.

 Het wiebelglas is als van in het spiegelpaleis, waar iedereen een rare smoel trekt of lang en smal of kort en dik naar zichzelf kan kijken. Hier word ik bekeken doorheen dezelfde spiegel door de kleine daar. De herinnering kijkt met een scheef oog naar mij nu... of ik probeer mij te herinneren hoe ik met kinderen ben omgegaan in het verleden. Ik (hij) krijg (krijgt) een vertekend beeld, en verliest de belangstelling. Eigenlijk weet ik het gewoon niet meer -- ik kan alleen maar hopen dat het een beetje goed is geweest

 2. Slapen op de zulle

 De strubbelingen in rechte lijn (de straat dit keer) zijn vers in het beeld aanwezig, maar ik weet er eigenlijk ook niets over. Ik weet er niets over, en de anderen willen er niets over zeggen, zeggende dat zulks niet moet gezegd worden, dat het kwetsend is ook maar iets in vraag te stellen... Ik krijg weer dezelfde reactie met dezelfde combinatie: WC en in slaap vallen. Het kind wordt alleen maar kleiner, en het wordt een meisje. Ik geraak niet vooruit, en moet nog opletten niet alles van in de straat (rechte lijn?) op mijn kop te krijgen via de politie. Wij zullen ook niets lossen.

 De wegeniswerken zijn hier heel uitgebreid: zo groot als het St.-Pietersplein in Gent. Sint Pieter heeft de sleutel van de hemel. Ze hebben er archeologische opgravingen gedaan vóór de aanleg van een nieuwe ondergronds parking. Mijn eigen bevindingen zijn alleen maar groezelig en bruin. Alles riool en vuiligheid.


Kolibri, Zuid-West Peru. Ref. 9

Nazca lijn. Ref. 10

 Om goed te kunnen zien wat het is, moet je inderdaad ver de lucht in. Hoe hebben de Nasca het voor elkaar gekregen om zo'n mooie tekening te maken die ze zélf niet konden zien? Stel je voor dat je daar als kind loopt, op die lijnen (zoals in de droom), en je doet wat stenen weg om de witte ondergrond als lijn te doen uitkomen... (zoals in de droom er een heuveltje als lijn wordt gecreëerd). Van dicht zie je geen tekening, enkel een pad. Ik heb opzettelijk een kind genomen omdat het begrip kind connotaties heeft met (mijn) verleden, het verleden van de mensheid als geheel, en met de ventjes(m/v) die in mijn droom rondlopen.

 Als je in het systeem zit, kun je enkel door deductie, redenering, veel verbeelding... een beeld krijgen van wat er te zien zou zijn als je hoog in de lucht (van op grote afstand, objectief) naar beneden kon kijken.

 Als je echter van op een hogere trap in de abstractie kan zien (echt zien), dan is het beeld gewoon met het blote oog zichtbaar. Wonderbaarlijke vergelijking. Hadden die mensen dan een plannetje én een systeem om een en ander uit te vergroten, of waren het misschien wel echt goden?

 In mijn droom blijft er van dat beeld niets meer over: alles onder het kippenvet, bruin en smerig, en met open riolen er rond. Om wanhopig van te worden.

 



 

 3. Politieverhoor

Kijk, een lege cabas... de overschot van een losbandig leven. Voelt aan alsof ik ondervraagd word over de vernielingen die ik heb aangericht in mijn familie, gezien ook de rare combinatie die buitenkomt: mijn man, vrouw en kind. Alsof ik twee keer besta daar: een ventje(m/v) dat ik ben, en eentje dat getrouwd is met mijn vrouw, daar... Het was trouwens een blauwe cabas, die van Lieve.

 Dat ik hun namen niet meer weet verwondert mij nog meer. Uit het oog uit het hart, zegt men, maar ik had nooit gedacht dat het zo erg zou kunnen zijn. Freud zou zeggen dat het een wens van mij is bepaalde mensen hun naam te vergeten, maar, ik vrees dat het meer de angst uitbeeldt om ze niet meer te kunnen terugroepen: enkel een beetje fluiten. Ik kan er naar fluiten, en heb er nog schuldgevoelens over ook.

 4. Ondervragingsmachine

 Eigenlijk had ik gedacht de boel een beetje te kunnen belazeren, maar de apparatuur zie ze daar hebben belooft niet veel goeds. Ze weten eigenlijk al dat ik iets te maken heb met goud, en tonen schoenen met een koperen plaat er bovenop. Duitse militairen in 40-45 droegen ook koperen borstplaten naar het schijnt; ze willen mij ongetwijfeld een en ander in de schoenen schuiven door het er vingerdik op te leggen.




 

 Droom: snel stromend water
 02-11-2006

 In plaats van in te slapen tijdens de droom, word ik nu wakker na een droom over les volgen en zo van die strubbelingen, en val direct daarna weer in slaap. De droom begint met een onbestemde plaats in Gent, waar vandaan ik moet naar huis fietsen. Het is als wakker worden in een droom, en nog wat dronken zijn van de slaap. De grote storm in 1953 was ook in de nacht: veel wakker worden en gerén van volwassenen...

 Ik zie in de verte de torens, waar ik naar toe moet fietsen, en er is overal snel stromend water: alsof er een grote overstroming dreigt; het water komt bijna gelijk met de straat, en raakt bijna niet meer onder de bruggen door. Ik fiets er langs, zonder verweer als ik er mocht in vallen. Verder moet ik nog over een smal bruggetje, zonder relingen.

 Er is verder een fietspad, en ik rij er op. Echter, het blijkt de rij dekstenen te zijn boven op een muur, en ik moet omkeren: zeer riskant. Steil bergaf kan ik mij nog net vastgrijpen aan de handgrepen op het dak (!); ik laat mijn fiets niet los, maar dan op het einde wel. Ik kan nog net veilig op de grond geraken.

 Dan zie ik dat een van mijn skeelers (!) weg is, terwijl politie een jonge man probeert op te hitsen zodanig dat hij agressief wordt, en ze hem kunnen 'pakken'. Ik vind mijn 2e skeeler, en merk dat er verpakkingen van chips en nootjes ingestopt zijn.



 

 Associatie

 Een smal brugje over de Lieve... vroeger, maar er was daar wél een leuning aan, en er dreigde toen ook nog geen overstroming. Erg woelige gevoelens, en gevaarlijk om te rijden. Eigenlijk hangt mijn eigen leven er aan een zijden draadje, en terug proberen ze mij zodanig op te jutten dat ze mij kunnen pakken. Ik ben bang, verklein mijn vervoermiddel en vind er dan nog afval van hun braspartij in terug ook. Dezelfde droom als die hiervoor, maar met een variatie op het thema. Moeilijke tijden.


 Het valt mij vooral op dat verplaatsing in een droom hetzelfde is als het aaneenschakelen van woorden in een zin. Misschien ontstaat een zin boven op de golven van wat er onder door de ventjes(m/v) beleefd wordt... (onbewust en in real time).




 

 

Referenties

  1. Niels Holgersson; Selma Lagerlöf.
    http://holgersson.brobygrafiska.sunne.se/
    nisse/engselma.html

  2. Domestic horse skull (schedel van paard)
    http://www.skullsunlimited.com/
    Horse_Skull.html

  3. Deep water model.
    http://www.sintef.no/content/page1____2030.aspx

  4. Zaal voor evenementen.
    http://www.rmv.nl/index.aspx

  5. Vallende klokkentoren.
    http://www.wou.edu/150_celebration/
    images_textfile/pages/Picture40.htm

  6. Rik Torfs.
    http://www.moorsmagazine.com/film/riktorfs.html

  7. Slapen (op de luchthaven).
    http://www.4loves.com/links/

  8. Lachspiegel, Ervarium.
    http://www.ervarium.nl/index.html?pers.html

  9. Kolibri, zuid-west Peru.
    http://www.sliabh.net/world/swperu/swperu07.php

  10. Nazca Lijn.
    http://unmuseum.mus.pa.us/nazca.htm

  11. Cabas uit Japan.
    http://store.yahoo.co.jp/europe/hermes-herline-cabas-1.html

  12. Watersnood.
    http://www.anno.nl

 

 

A. Syberg, Belgium
E-Mail Syberg : Home Page

Copyright © 2006 A. Syberg
Site Last  update 14.02.2007