Droomtijd 1
|
![]() |
Overzicht van de pagina:
wordt verdergezet in Droomtijd 2 |
|
![]() |
Introductie"Aboriginals hebben de langste
cultuurgeschiedenis van alle mensengroepen op aarde. Die gaat aan een stuk door
tot - naar sommige schattingen - zo'n 65.000 jaar in het verleden. Droomtijd is
voor de Aboriginals religie en cultuur. "Op de foto
zien we Wandjina, de God die de Aarde schiep en de Zee, en al het andere. |
|
![]() |
De hierna voorgestelde opeenvolging van dromen representeert een omzwerving (walkabout) in een wereld van geest. |
|
![]() |
Droom 1
|
|
![]() |
Eigenlijk heb ik een set ijzeren haken nodig om de sponden te verbinden met het hooft- en voeteneinde. Het is een ruw gebogen en gehamerd stuk ijzer met een zwart patina, alsof het uit een archeologische site opgegraven was. Er zijn twee gaten in het dikke voorstuk, die overeenkomen met openingen in het slanke achterstuk. De gaten zijn er om bouten in te draaien, maar zijn veel te klein. Er zal moeten gevijld worden. |
|
![]() |
Recht voor mij zie ik twee verdiepingen met plastic gordijnen voor tegen het stof. De mensen erbinnen lijken bepoederd met zaagmeel, maar in een ver verleden. Spinnenwebben hangen neer van het plafond en de hoeden van de mannen, alsof het daar een spookkasteel zou zijn, en alles volgestouwd met machines en hout. |
|
![]() |
Ik ben mijn weg kwijt in dit huis vol geesten, en zoek naar de uitgang. Ik weet dat ze hier een nieuwe keuken zullen bouwen, en vind een enorme hall zo leeg als maar kan. Zelfs de vloer is uitgebroken, met het zand van er onder bloot, en het is daar dat de keuken zal komen. |
|
![]() |
Ik kom in de living die zo klein is als een keuken in een ouderwets landhuis, met een brandende Leuvense stoof en een tafel met stoelen een soort afwasteil onder de gordijnen van het raam. Een oude man strompelt voort en valt bijna. Hij is de baas van de bedoening, oud en grijs, maar levend en wel. Ik sta daar met een gevoel van paradox, alsof de minimale living in het niets verdwijnt naast de kolossale toekomstige keuken. Er is daar een oude vrouw ook, en kinderen. Een rare koninklijke kamer bij de termieten, met een oude koningin met haar gevolg om de stam te regeren. |
|
![]() |
Ik ga verder met mijn zoektocht om er uit te geraken, en wandel langs het strand. Het is een wild uitziend deel van de wereld, met donkere mensen die rondlopen in lendendoeken. Ze zien er zo klein uit als muizen, en ik voel mij de reus. Nu zie ik de contouren van het eiland, de plaats waar wij ons nu bevinden. Had ik de andere kant uitgelopen, dan moest ik het hele eiland rondgaan, in plaats van de paar kilometer in de juiste richting. |
|
![]() |
Ik arriveer op het binnenplein van de schrijnwerkerij, nu een soort blok met tientallen venstergaten waarin de neuzen en grijzen haren van de ventjes op en neer bewegen. Recht voor mij zie ik de poort om buiten te geraken, nu. De mensen die met mij meegaan geraken gemakkelijk buiten, maar tegen de tijd dat ik er aankom met mijn in roze geklede jonge vrouw, is de opening in de muur al danig gekrompen, en meer dan een teen geraakt er niet door. Ik zit weer vast, en word wakker. |
|
![]() |
Droom 2
|
|
![]() |
In de gang zijn twee teenagers aan het ruziën, en de kleinste slaat de grotere op zijn gezicht. Er hangt een gevecht in de lucht en ik stop ze door de oudste van de twee onder zijn voeten te geven. "Als je niet ophoudt, zal ik je naar buiten slaan", zeg ik, maar ik ben er helemaal niet zeker van dat ik de potige kerel de baas zal kunnen. De vrouw glimlacht en is het met mij eens, en dan zie ik dat gerimpeld is en oud, juist gelijk een gekrompen non. Het bed verliest veel van zijn aantrekkingskracht. |
|
![]() |
Dan wandel ik naar de academie voor edelsteenkunde in Antwerpen, waar een nieuw schooljaar juist is begonnen. Er zijn een heleboel nieuwe studenten, allemaal oudere mannen, en de lerares, een muggenzifter van een vrouw, vraagt mij waarom ik mijn diploma enkele jaren terug niet heb behaald: ik was toch door het examen, maar maakte mijn thesis niet af. Ik zit erg verveeld met haar vraag en beloof een en ander later uit te leggen. |
|
![]() |
Om een of andere reden begin ik met de nieuwkomers en heb een soort studentenkaart, een vodje papier in een kreukelig plastiek mapje, broos en opgekruld. Vanaf nu zijn er drie schooljaren in plaats van twee, en er zijn dertig leerlingen - veel meer dan toen ik enkele jaren geleden begon. Een erg vervelende situatie. |
|
![]() |
We gaan naar huis met de bus, maar dan herinner ik mij mijn afspraak met mensen van de universiteit. Het is te laat, en ondertussen ontmoet het voertuig een wegversperring en moet in een tunnel rijden. Dan ben ik alleen, slierend over een natte kleibodem, dieper en dieper in volle vaart. Ik hoop genoeg moment te hebben vergaard om er aan de andere kant bergop terug uit te vliegen, maar alles stopt op de bodem van de put: een lange diepe gleuf in de grond met wanden in een soort roze-oranje marmer. Ik word gewaar dat ik aan het dromen ben, en probeer de koers ervan te beïnvloeden, naar buiten, maar het werkt niet. Shit, ik zit weer vast, en plop in wakker zijn. |
|
![]() |
Droom 3
|
|
![]() |
Ze wast mijn gezicht met een soort witte zeep en wikkelt een zwarte gerafelde sjaal rond mijn hoofd en de hoofdsteun. De zeep zorgt er voor dat de sjaal niet aan mijn gezicht plakt. Ze maant mij aan om naar het toilet te gaan vooraleer ze begint, en ik ga weg, en ontmoet een leraar die me iets vraagt. |
|
![]() |
Terug in de kamer van de tandarts, vraagt ze mij om even te kijken naar haar verwarmingssysteem, omdat ze elektrische schokken krijgt bij het aanraken van de ijzeren buizen. De helft van de vensterbank is uitgebroken door iemand die de panne heeft onderzocht, maar blijkbaar zonder resultaat. |
|
|
|
Er is een oud groenachtig afdakje boven de voordeur, bedekt met natte neerslag met verschillende verweerde elektriciteitsdraden. Ik veronderstel dat de oorzaak van de kortsluiting hier zal te zoeken zijn, maar kan het niet bewijzen zonder ook even het dak aan te raken, terwijl ik op mijn blote voeten ben. Ik wil niet het slachtoffer worden van elektrocutie, en ik vraag naar een neonschroevendraaier. Ze hebben er geen, en wordt verwonderd wakker. |
|
![]() |
Droom 4
|
|
![]() |
Droom 5
|
|
![]() |
Mijn fiets staat bij de groothandelaar, waar ik een fles van een of andere frisdrank heb besteld. Een pallet van het spul verspert mij de weg om aan mijn fiets te geraken en ik moet heel wat moeite doen om hem er uit te trekken. Ik moet van de frisdrank niets meer hebben, maar er hangt een bak lege flesjes aan mijn stuur. De handelaar haalt de flesjes uit de bak en steekt ze tussen zijn vingers. Ik fiets weg met de rest van de bak die uit een soort witachtig karton bestaat. |
|
![]() |
In de smalle straatjes krioelt het van het volk en ik haast mij, zonder succes. Aan het einde van de straat is er een kruispunt vol met een laag zwarte modder. Omdat er al een paar mensen doorheen hebben gereden kan ik dezelfde sporen volgen. Op het einde raakt mijn vrouw vast in de troep en iemand probeert haar te helpen, duwt haar, maar een vensterglas ertussenin maakt het onmogelijk. De hele droom draait rond vastraken en geen tijd meer hebben, en ik word wakker. |
|
![]() |
Droomtijd
|
|
![]() |
Een citaat
van William Lambe: ... Gedurende enkele seconden scheen ik
de blanke mogelijkheid kwijt te geraken om in het heden te leven en ondertussen
te denken over de toekomst ... Ik wist plots dat de groep op Ah Fong's veranda
deel uitmaakte van een altijd aanwezig heden ... Zij zouden geen voorspellingen
doen of discussiëren over de toekomst ... Ze leefden volledig in de droomtijd
van de Abunda en spraken enkel over het heden. Er is een grote kloof tussen
diegenen die leven in het heden, denkend over de toekomst ... En degenen die
leven in het verleden, en nadenken over het heden. |
|
![]() |
Iets over de geschiedenis van de Aboriginals (Ref. 26)
Walkabout (Going or Gone Walkabout; misschien: op zwerftocht gaan) |
|
![]() |
Citaat uit "Aborigine Myths ... ", door Peter Holden (Ref. 28) De Anangu geloven dat de lichamen van Tjukurpa mannen en vrouwen dikwijls getransformeerd werden in geïsoleerde boulders of stapels rots. De plaatsten werden heilig, en Aboriginals geboren in de nabijheid van die heilige plaats werden automatisch lid van deze speciale droomvoorouderlijke clan of totem. De trektochten van de Tjukurpa voorouders worden eeuwig herbeleefd in vertellingen en songs. En uitzonderlijk belangrijke sites langs de trekroutes krijgen dikwijls een naam om alzo hun speciale betekenis te kunnen behouden. |
|
![]() |
Citaat uit "The universe of the Aborigine", door David Jensen (Ref. 29) Totemisme is een manier van de Aboriginals om mensen, natuurlijke fenomenen en levende organismen te classificeren in een algemeen systeem. Een totem was om het even wat in de natuur waarmee een Aboriginal zich identificeert en zorg voor draagt. Een totem was niet noodzakelijkerwijze verbonden aan een individu. Velen konden een bepaalde totem delen, en deden dat ook. Zoals Elkin het stelt: "Totemisme is een wijze van spreken over de eenheid van mens en natuur in één grote stam."(207) Daar de Aboriginals niet elk afzonderlijk aspect van de natuur konden respecteren, verdeelden ze hun aandacht over hun totems. De totemklassen waren de volgende:
Met dergelijke classificaties en onderverdelingen konden de Aboriginals op een adequate manier heel de natuurlijke wereld respecteren en verzorgen. Totems lieten de Aboriginals toe samen te werken met hun omgeving en gaven hen vertrouwen in de natuur. Een totem was virtueel alles wat in de natuur werd gevonden. Dat wil zeggen: planten, dieren, bloemen, de wind, regen, stormen, donder, bliksem, de sterren, de zon, de maan, wolken, gereedschappen, wapens, voedsel, cosmetica, vuur, rook, water, lichaamsdelen, verlangens, ziekte, gezondheid, dierlijke organen, en stukken van een object (Bernt, 226). Totems waren voor de Aboriginals "de manifestatie van hun verwantschap met de natuurlijk wereld" en totems "verenigden hen met gebeurtenissen in de natuur en met de soorten in een wederzijds levengevend verbond."(206). Totemisme was de centrale structuur in de Aboriginalwereld en daardoor hielp het vorm geven aan hun 'sociale groeperingen en mythologieën, inspireerde [het] hun rituelen en verbond hen met het verleden."(Elkin, 140). |
|
![]() |
Citaat uit "Australian Aborigine Dream Beliefs" door Tony Crisp (Ref. 30) Als we ons onze kindertijd kunnen herinneren, zonder de gewaarwording van voorbij vliedende tijd, met de volheid van iedere dag, de eeuwigheid van een week of een maand, de grote vanzelfsprekendheid - indien niet getraumatiseerd - van het gevoel van verbondenheid met onze familie, dan hebben we een idee van de mentale wereld van oudere volkeren. Voor de aboriginals waren die feiten van hun leven tastbare realiteit, gekend door hun innerlijke ervaring in dromen en visioenen. Vóór de ontwikkeling van de redenerende en zich vragen stellende geest beschouwden mensen de dingen om zich heen niet door er over na te denken in net afgelijnde ideeën en definities. Zoals de parabels van de Bijbel en Aesopus' fabels die zo veelzeggend zijn door de gebruikte beelden en door de relaties tussen personen en/of objecten onderling, zo dachten primitieve menselijke wezens in beelden of droomachtige voorstellingen. Aldus zouden de aboriginals de invloed van de voorouders op hun leven ervaren als een actuele gevisualiseerde persoon, eerder dan in gedachten over hun stamgeschiedenis. Met deze visuele (visionaire) ontmoeting zouden diepe gevoelens en inzicht komen, een echt educatieve ervaring. Dit is exact hoe dromen iets uitdrukken, op een manier het meest creatieve of 'probleemoplossende' denken van deze oude volkeren. Daardoor was intreden in dromen, of in een toestand van veranderd bewustzijn, belangrijk voor de aboriginal. Gewoonlijk werd deze staat van bewustzijn bereikt door het uitvoeren van rituelen of initiatieriten. Op deze manier konden sterk leerrijke ervaringen beleefd worden, een soort volledige identificatie met voorouders en stamgeschiedenis, en werd persoonlijke verandering of groei bewerkstelligd. |
|
![]() |
Droom Analyse
|
|
![]() |
Zolang we geen menselijke geest kunnen bouwen met losse onderdelen, biologische of elektronische of helemaal gesimuleerd op een computer maakt niet uit, en daar alle denkbare experimenten kunnen mee doen in verband met denken, kunnen we ongestoord en blijgezind beroep doen op metaforen om een tipje van de sluier op te lichten waar ons bewustzijn onder verborgen zit. Eerder namen we ventjes/vrouwtjes (zie Droomanalyse) om in ons hoofd te stoppen, als basis voor bewustzijn, namelijk wanneer de leidende klasse van het moment, op die plaats, de controle overneemt voor het uitvoeren van een beweging of het uitspreken van een woord. Deze heersende groep evolueert uit een collectie gelijkgerechtigden die vechten voor de heerschappij via natuurlijke selectie (W. Calvin) in een mum van tijd - enkele milliseconden. Op het moment van uitvoering (of daaromtrent) kunnen we ons bewust worden van de opeenvolgende keten van gebeurtenissen met nog de indruk dat we er vrijelijk voor gekozen hebben ook, als zijnde "ik", het subject van de ervaring (Chalmers). Bewustzijn ontstaat wanneer "er precies iets is waardoor we het gevoel krijgen een bewust organisme te zijn" ("there is something it is like to be a conscious organism", Nagel, geciteerd door Chalmers, Ref. 34) De ventjes(m/vr) zijn de representatie van een groep cellen (neuronen met hun assistenten, medewerkers, ondergeschikten en alle andere structuren die er iets mee te maken hebben) rondom een symbool: de kristallisatie van een opeenvolgende reeks gebeurtenissen in tijd en ruimte omheen een punt om zo te zeggen, en met een label erop in de vorm van een woord (pointer). Op die manier kwamen we uit bij de Aboriginals. Waarom bij god noemen ze het 'droomtijd'? Alsof ze 's nachts niet dromen, of misschien nooit wakker worden? Na veel zoekwerk vinden we nog iets in ons collectief onbewuste (www) bij Tony Crisp, Ref. 30, hierboven al geciteerd. De missing link tussen gewoon dromen en droomtijd dromen... We citeren het nogmaals om er eens beter naar te kunnen kijken:
|
|
![]() |
"Dus, mensen gelijk wij (die de laatste paar duizend jaar niet méér geëvolueerd zijn dan onze voorouders zullen gedaan hebben de laatste paar honderd duizend jaar) zouden een ontmoeting moeten organiseren met ons verleden (het hele verleden en niets dan het verleden) in de vorm van gevisualiseerde ventjes/vrouwtjes (personen, symbolen, ... ?), en niet door het verslinden van schoolboeken over geschiedenis. Eenvoudig contact met echte gevoelens en de noden van de ventjes(m/v) wou resulteren en een echt educatieve ervaring. Dat is nu net waar het in dromen over gaat, en op die manier wordt de meest creatieve denktrant beoefend door antieke moderne mensen. Daarom is werken met dromen, in nauw contact met gevoelens en omstandigheden van de droom zelf, gevolgd door wortelzoekende (en vindende) vrije associatie in waaktoestand, zeer belangrijk voor het menselijk welzijn." (John's vrije vertaling). |
|
![]() |
Doe alsof spelletjes van kinderen vormen een andere ingang naar de wereld van gewone dromen en droomtijd dromen. Wij speelden dikwijls Cowboy en Indiaan, of Politie en Bandiet, of Club met Leden en de Anderen - waarbij de Leden een geheim teken van waardigheid en rang droegen. Voor mij persoonlijk is een groene duivenkaart, met een opgedrukt nummer dat overeenstemt met het ringnummer van de duif en gebruikt bij het eventueel terugvinden van een verloren vogel, het symbool bij uitstek voor mijn aanspraak op mensenrechten, mijn lidmaatschap bij het mensenspel en deelname in de club. Deze staf is geplant in mijn wereld toen ik ongeveer zeven jaar oud was, wanneer mijn vader zijn duiven aan het opvrijen was met kaartjes en ringen terwijl hij mij en wanhoop aankeek omdat hij mij juist daarvoor betrapt had bij een spelletje doktertje. Het voelde aan alsof ik voor eens en voor altijd uit het duivenkot gekegeld werd, definitief. Niet zoals de Verloren Zoon, die een groot feest in gang steekt bij zijn terugkeer, nee nee, eerder gelijk een Gevallen Engel, verdoemd om eeuwig te branden in de hel, uit de Hemel gezet voor de rest van zijn dagen. |
|
![]() ![]() |
De kaart en de ring, ronddwalend in mijn dromen en mij overal volgend in de droomtijd overdag.
|
|
![]() |
Mijn vader heeft nooit een van zijn duiven geplukt om mijn doosje met dons te bekleden. Dat is natuurlijk iets persoonlijks voor mij, maar toch kan het allicht een klein beetje gegeneraliseerd worden. Eerst en vooral is een droom altijd persoonlijk, en alhoewel de droomtijd in de publieke ruimte gebeurt, zichtbaar voor iedereen, ziet toch iedereen dat door zijn/haar eigen ogen... dus, vanaf het moment dat ik iets zeg of schrijf, spreek ik over mezelf. Daarom probeer ik zo duidelijk mogelijk over mijzelf te spreken om de rest er tegen af te zetten bij wijze van contrast. Op een dergelijke wijze leerde mijn vader mij wat het was om geen persoonlijk talisman te hebben door die in het meervoud voor mijn neus aan zijn andere duiven te verkopen. Ik interpreteer de talisman als een symbool dat de invitatie tot de club representeert, met een ingebouwde doodsbedreiging voor het geval ik niet kom opdagen op het feest. |
|
![]() |
Natuurlijk waren er initiatierites, en je kan op de foto zien dat ik ooit een talisman in mijn handen heb gehad - eentje voor de rest van mijn leven - in mijn reine handen, en ook met de dreiging van de dood op de achtergrond - doodzonden geven aanleiding tot eeuwig branden in de hel - voor het geval ik niet op het feest verscheen in staat van genade; maar ondanks het feest, of juist door het feest, nam niemand dat serieus. Primitieve overblijfselen uit het verleden, gecelebreerd voor de lol van het moment, of misschien als sociaal structurerend element, maar zonder enige vorm van dodelijke magie. Tony Crisp, Ref. 30, hierboven reeds geciteerd, schreef iets over magie zonder het met zoveel woorden te noemen: "Als we ons onze kindertijd kunnen herinneren, zonder de gewaarwording van voorbij vliedende tijd, met de volheid van iedere dag, de eeuwigheid van een week of een maand, de grote vanzelfsprekendheid - indien niet getraumatiseerd - van het gevoel van verbondenheid met onze familie, dan hebben we een idee van de mentale wereld van oudere volkeren." |
|
![]() |
Indien T. Crisp had gesproken over de volheid van elk materieel object met de juiste afmetingen om vast te houden of te aanschouwen, met een glans en een textuur en een kleur en enige doorzichtigheid om er de inwendige structuur van te kunnen in ontdekken, die dan nog verandert in het licht waarin je het voorwerp houdt... enzovoort, dan had hij het prentje volledig gemaakt. Het doet mij denken aan het woord "eidetisch", speciaal bedacht voor de karakteristieke soort perceptie eigen aan kinderen. In ons collectief www-onbewuste vonden we daarover het volgende: "Eidetische beeldvorming -- een significant deel van de kinderen schijnt de mogelijkheid te hebben om een visueel beeld waar te (blijven) nemen zelfs nadat het uit hun blikveld is verwijderd. Die vaardigheid wordt eidetische waarneming genoemd. Eidetische waarneming verdwijnt over het algemeen wanneer het kind begint te lezen. Het is ook meer algemeen bij preliteraire volkeren." (Werner, Ref. 40) "Gewaarzijn -- Gewaarzijn betekent de capaciteit een koffiepot te zien en een vogel te horen zingen op zijn eigen manier, en niet op de manier waarop men het heeft geleerd. Het kan op goede gronden aangenomen worden dat horen en zien een verschillende kwaliteit hebben voor kinderen en voor volwassenen, en dat die kinderen esthetischer en minder intellectueel zijn gedurende hun eerste levensjaren. Een kleine jongen ziet en hoort vogels met verrukking. Dan komt de "goede vader" daar met het idee om de ervaring te "delen" en helpt zijn zoon bij zijn "ontwikkeling". Hij zegt: "Dat is een gaai, en dat is een spreeuw". Vanaf het moment de jongen zich concentreert op wie nu wat is, ziet en hoort hij geen vogels meer. Hij moet ze zien en horen zoals zijn vader hem dat geleerd heeft. Vader op zijn beurt heeft zijn redenen om dat zo te doen, omdat weinig mensen zich kunnen veroorloven door het leven te gaan al luisterend naar de vogeltjes die fluiten, en hoe vroeger de kleine zijn "educatie" start, hoe beter. Misschien wordt hij wel een ornitholoog als hij groot is. Een enkeling echter ziet en hoort nog steeds op de oude manier. Maar de meeste leden van het menselijk ras hebben de capaciteit verloren om schilder te worden, dichter of muziekant, hebben de optie niet meer om direct waar te nemen, ook al zouden ze zich dat kunnen veroorloven; ze moeten waarnemen via een omweg. Het herstel van deze vaardigheid wordt hier "gewaarzijn" genoemd. Fysiologische waarneming is eidetische perceptie, en leunt aan bij eidetische voorstelling. Misschien is er ook eidetische perceptie, toch bij enkele individuen, op het gebied van smaak, reuk en beweging, gezien de kunstenaars op dat gebied: koks, parfumeurs en dansers, met het eeuwige probleem een publiek te vinden voor hun producten. (R. Bouwens, Ref. 41) |
|
![]() |
Dan gaan we nog eens tot bij T. Crisp (Ref. 30): "Vóór de ontwikkeling van de redenerende en zich vragen stellende geest beschouwden mensen de dingen om zich heen niet door er over na te denken in net afgelijnde ideeën en definities. Zoals de parabels van de Bijbel en Aesopus' fabels die zo veelzeggend zijn door de gebruikte beelden en door de relaties tussen personen en/of objecten onderling, zo dachten primitieve menselijke wezens in beelden of droomachtige voorstellingen." In de loop van onze lange jaren analytische praktijk, vonden wij, Lieve en ik, dan mensen - wij inclusief - met een beetje interesse voor psychoanalyse - om welke reden dan ook - na een tijdje hun vermogen verliezen om de dingen te beschouwen door er over na te denken in netjes afgelijnde ideeën en definities, en dat ze dat dan doen met beelden en door alles met alles en iedereen in verband te brengen, nu, in het verleden, overal en altijd. Beelden zoals in een droom, en elke denkbare perceptie, emoties en gevoelens, net zoals droomtaal - zowel gesproken als geschreven (omdat er dus ook gesproken wordt in dromen), komen voor in de normale wakende toestand. Dit gewaarzijn ontwikkelt zich geleidelijk aan nog wanneer de redenerende en vragende geest een analist ontmoet die in contact staat met zijn/haar zogenaamd onbewust en automatisch systeem van gevoelens, associaties, fantasieën, verlangens en frustraties, ten volle in kennis en fysiek bewust van alle primitieve en kinderlijke onderstromen die nog steeds perfect actief zijn in de zogenaamde moderne, ontwikkelde, menselijke geest. Er is een mooie brug tussen de droomtijd en het normale dromen. Wanneer de kerels(m/v) gaan slapen, worden de ventjes(m/v) geleidelijk aan wakker om spelletjes te spelen (moedertje, vadertje, doktertje, cowboy en indiaan, ...). Ze proberen elke denkbare oplossing uit om alles wat gedurende de dag problemen heeft veroorzaakt tussen echte kerels/meiden, kerels/meiden en dingen, gevoelens en noem maar op, een plaats te geven, te classificeren en automatisch te maken. De reële tijd wordt gerefereerd aan het droomgebeuren in real time, aan materiaal dat al lang ligt opgeslagen (ons referentieframe), aan ons geheugen, geest, emoties, de wereld van de ventjes/vrouwtjes, en er worden etiketten op geplakt (woorden, pointers). Wanneer we wakker worden heeft ons systeem off-line de inkomende data verwerkt en onze manier van doen en denken ietsje bijgestuurd voor een nog perfectere aanpassing aan onze omgeving, zoveel mogelijk. Problemen ontstaan wanneer het feedbacksysteem faalt in de comparator: als inkomende gegevens niet binnen de schaal van de referentie vallen (of er wel binnenvallen, maar op de verkeerde plaats terechtkomen). Wonderbaarlijk om te zien hoe de meeste mensen de situatie oplossen door het referentiesysteem gewoon te negeren, en in de woordelijke wereld letterlijk rond te dolen: we krijgen interne pointer to pointer communicatie, losgekoppeld van de onderliggende wereld van symbolen en primitief categorische perceptie. Alsof de onderling kolommen in onze cortex - de bovenste laag van ons brein - en blijkbaar ontwikkeld ter bevordering van mens-mens communicatie - het hele organisme regeert in overeenstemming met de wet, bijgestuurd door de advocaat, maar losgesneden van innerlijke wortels. |
|
![]() |
Zonder direct terug te keren naar de rimboe, willen we toch nog eens naar die zogenaamd primitieve 'droomtijd' zelf gaan kijken, omdat het misschien een werkbaar model oplevert voor de structuur van gewoon functioneel dromen. Het is goed van zo nu en dan eens door het bos te gaan wandelen... |
|
![]() |
"Totemisme (afgeleid van het woord ote in het Ojibway dialect in het Algonquian) is een religieus geloof dat dierlijke geesten omvat, en wordt dikwijls geassocieerd met sjamanisme. Als organiserend principe van religieus geloof werd totemisme in diskrediet gebracht door de bekende antropoloog Claude Lévi-Strauss, en wordt sindsdien beschouwd als een heterogene verzameling aan elkaar verwante religieuze fenomenen.... "(Wikipedia, Ref. 45, op een zeker moment...) Het simpele feit dat Claude Lévi-Strauss het totemisme van de aboriginals in diskrediet bracht verveelt mij... hij zal er waarschijnlijk mee in zijn maag gezeten hebben. Aboriginals leefden er meer dan 50000 jaar mee, waarom zouden we het dan meteen in de vuilbak moeten gooien? Totems schijnen heel flexibel te zijn en krachtig. Op een of andere manier gaan mijn gedachten in de richting van symboolconstructie, het samengooien van aan elkaar gerelateerde objecten, het symbool, gesymboliseerd door een van de elementen eruit, het symbool. Het symbool is geldig in mentale ruimtes, droomachtige omgevingen. De totem lijmt het cluster aan elkaar gerelateerde mensen aaneen, geïdentificeerd aan een element eruit, de totem. De totem is geldig in sociale ruimtes, droomtijd omgevingen. |
|
![]() |
Dan hebben we iets als tjurunga's of churinga's: Churinga's (Ref. 46):"Een churinga in Centraal Australië is een zeer heilig
object, dat de voorouderlijke en persoonlijke geest van de bezitter ervan
representeert. Elke stam is verdeeld in totems die gerelateerd zijn aan dieren,
planten of objecten; op de churinga's zijn de legenden voorgesteld, en de
relaties tussen de verschillende totemgroepen... In het plaatsje Ngapatjimbi (1) woonden er een paar
sprinkhanen. Ze kwamen uit de grond, vlogen op, en, terwijl ze neerkwamen,
gingen ze terug onder de grond. De sprinkhanen vermenigvuldigden zich, en na de
volgende regen kwamen ze uit op de plaatsen gemerkt met (2). De vlogen op en
kwamen neer als mannen. Die gingen naar Wantangara (3), en veranderden in een
churinga's nadat ze in een grot waren binnengegaan. Daarnet refereerde ik aan mijn missaal als ware het mijn talisman, en nu blijkt dat churinga's heilige geschreven versies zijn van een legende, die de man de het verhaal reciteert moet helpen om dat juist te doen. Zou dat geen precursor kunnen zijn voor geschreven taal? Een collectie pointers (pijlen), of, de routebeschrijving doorheen het verhaal over de wereld. Waar de totem (het symbool) refereert aan de plaats van de collectie in het landschap (geest-schap), brengt de churinga de dimensie tijd in het verhaal. De juiste opeenvolging van de verschillende betrokken symbolen resulteert in een zinvol verhaal. De juiste opeenvolging van menselijke bewegingen resulteert even zo goed in een gecoördineerde actie, wanneer de spirituele verteller een na een de symbolen leest en ze transformeert in de aan de actie gekoppelde instructietrein. Alweer een mistige formulering... . Ziet u, ik wil de functionele structuur van mijn geest relateren aan de organisatie in de echte wereld van de Aboriginal samenleving, waarbij mensen de ventjes in mijn hoofd voorstellen, die de wereld vorm hebben gegeven in overeenstemming met het brein, en omgekeerd, in de loop van de evolutie. Als we voorgaande tekst in omgekeerde volgorde lezen, komen we een beetje verder uit bij Peter Holden (Ref. 28), met het citaat: "Anangu geloven dat het lichaam van de Tjukurpa mannen en vrouwen dikwijls getransformeerd werden in geïsoleerde boulders of stapels rotsblokken. De plaatsen werden heilig, en Aboriginals die geboren waren in de omgeving van zo'n heilige plaats werden automatisch lid van de totem van die specifieke voorouderlijke clan. De trektochten ondernomen door de Tjukurpa voorouders worden eeuwig herbeleefd aan de hand van legenden en songs. En sites van speciaal belang langsheen hun pad, krijgen dikwijls een naam om hun speciale betekenis te onthouden." |
|
![]() |
Daar ziet ge mijn vader en moeder, op het strand, getransformeerd in de twee boulders op de voorgrond van de foto. De stapel aan de rand van de branding is de rest van mijn familie. Ik ben geboren aan de zee, in Knokke, waar ik uit de eeuwigheid geknokt werd, recht in de droomtijd. Het geruis van de branding is de totem van mijn clan, en we spreken met elkaar gelijk ouderwetse misthoorns in de verte, wanneer de wind goed zit. Mijn grootmoeder (een van de twee, namelijk de moeder van mijn vader) was een specialiste in het vertellen van verhalen waarvan je nekhaar overeind kwam, wanneer we een jaar of vier waren. Mysterieuze verdwijningen, geesten die de mensen op een dwaalspoor zetten in het bos, zodat ze hun weg kwijtraakten en pas enkele dagen later terug boven water kwamen, wervelwinden die uit de blauwe lucht naar beneden kwamen om jou en al het andere op te zuigen. Een beeldje van de Heilige Maagd, dat als vanzelf met het gezicht naar de schouwmuur ging staan, telkens op dezelfde dag van het jaar, op de verjaardag van een vreselijke gebeurtenis. En zo van die dingen. |
|
![]() |
De verhaaltjes op zich vond ik niet zo vreselijk, maar wel het feit dat zijzelf bang was toen ze de vertelling deed. Ze geloofde ze niet alleen, ze was doodsbenauwd van ieder woord dat ze met haar witte snor beroerde, haar ogen starend in de verte, naar een visioen van dwalende spoken. |
|
![]() |
Natuurlijk wist de oude heks het moment juist te kiezen om toe te slaan. Het wervelwindverhaal kwam in de kleine achterkeuken op het eerste verdiep, toen het juist erg donker weer was, grijs en stil. Ietsje daarvoor was haar eigen moeder er juist onder gestorven, en haar geest hing daar nog dreigend in de lucht, samen met de wezenloze uitdrukking op het gezicht rond de openhangende tandeloze mond, toen ze 's namiddags een dutje deed in de zetel. |
|
![]() |
Toen was er helemaal geen wervelwind aan de hemel te zien, maar ik zag de zwarte slurf al hangen, klaar om naar de grond te reiken, naar mij persoonlijk, om mij mee te sleuren in het zwarte gat. In die omstandigheden voelde ik de haartjes in mijn nek rechtkomen, koude rillingen over mijn rug schuiven... . Kijk maar naar de zwarte sjaal om haar nek! Ik denk dat de mensen elkaar de stuipen op het lijf joegen in dat godvergeten gat waar ik vandaan kom, juist gelijk de aboriginals dat deden zo'n tweehonderd jaar geleden. Knokke daarenboven was de plaats waar het meest exquise volk van heel België samenkwam voor de zomervakantie; in de winter en buiten de "Avenue" en zo van die grote paar straten, was er echter geen kat (toch geen exotische). Wat overbleef waren de autochtonen, de wilden zeg maar, en ze hadden er verstand van ook. |
|
![]() |
Belangrijke plaatsen kregen een speciale naam. Toen we klein waren, vonden we speciale namen uit voor speciale plekken. De "kikkerput" bijvoorbeeld was een oud fundament van een Duitse bunker uit de tweede wereldoorlog, half verborgen in de grond van het bos. Er stond altijd water in, en rondzwemmende puidekoppen. |
|
![]() |
Elk kind in de buurt wist waar dat was, en het was een gemakkelijke plaats voor geheime afspraken en zo, ver weg van de ogen van thuis. Ere waren ook speciale plaatsjes op het golfterrein, juist vóór of achter de afsluitdraad: eentje naast de koeien, eentje aan de braamstruiken en nog een in het bos. De laatste was een persoonlijke, waar ik geregeld langsreed met de fiets. Naast de namen voor plaatsen, verzonnen we ook speciale namen voor volwassenen, gewonen namen, maar niet de officiële. De Duivelsput bijvoorbeeld, waar we klissen trokken voor het bouwen van kleine huisjes, en om te gooien in de krullebol van meisjes in de straat. |
|
![]() |
De dingen waren stekelig, prikkelend en hadden een zwak weeïge geur waar je een beetje misselijk van werd, maar ze waren bruikbaar voor vanalles, en we trokken er hele handvollen van. We hadden ook een mierenboom, een oude holle wilg met miljoenen mieren erin. We stookten er eens een klein vuurtje, en de rode duivels rolden er in hele klodders naar beneden in. Ik weet niet of het de gewone geur van mieren was, of die van gebakken exemplaren, maar de scherpe rook was overweldigend, samen met het gekrioel van de massa pootjes en lijfjes, en brandde een groot gat in mijn brein, nog zichtbaar tot op de dag van vandaag. Dezelfde intensiteit komt mij voor de geest wanneer ik mij het kamp herinner dat wij maakten in het bos, onder laag overhangende dennentakken, een beetje rond een natuurlijke put in de zandige grond. Daar rookte we onze eerste sigaret, in het diepste geheim, alsof het een heilig ritueel zou zijn geweest, emotioneel geladen en op impliciete wijze een club of totembroederschap van het kwaad oprichtend. Wat Peter Holden hierboven aangehaald schreef over Anangu, kon evengoed gezegd worden over mij en de andere stoute jongens en meisjes van de buurt wanneer ik klein was. Totemisme wordt gewoonlijk gelinkt aan animisme, maar een kleine trip in ons verleden toont, zij het met enige inspanning, de verschrikkelijke schoonheid van de geesten die er rondwaarden, en zonder dewelke alles vlak en kleurloos zou geweest zijn in het begin der tijden van ons bestaan. Misschien ben ik de reïncarnatie van een aboriginal, wie weet. Wordt vervolgd: Droomtijd 2 |
|
|
|
||
|
|
Copyright © 2004 A. Syberg Site Last update 20.01.2007 |