home      Ruimtelijn

 [Up] [Aardbeien] [Stage] [Restspanning] [Postzegels] [Brouwerij] [Schilderen] [Penis] [Wortels] [De Kesel] [Ruimtelijn] [Bloedproef]
Prev Up Next

English  


Droom
09-05-2003

In het museum te Brussel zijn er twee afdelingen. Een heel oud stuk dat is gerestaureerd en een nieuw stuk, dat eigenlijk even oud is als het andere, maar dat eens is afgebrand, en nu volledig is herbouwd. Ik ga met de trap naar boven in het vernieuwde stuk, en via de overloop, een brug tussen de twee torens, kom ik in het herstelde gedeelte. Het is er erg rommelig en gammel, en er wordt gewerkt aan metaal en weet ik veel, zoals op school. De cursussen praktijk zijn ook dan op de trappen al bezig, en gevaarlijk ook

------------------

Als voorbereiding op het examen, moeten we insluitsels determineren in plastiek latjes, in het midden aan de handgreep. Er zitten varenachtige dingen in, en we moeten zeggen over welke steen het gaat. Erg moeilijk, zelfs met een tabellenboek erbij. Ik weet niet of ik het zal kunnen, wegens niet systematisch geleerd gedurende het jaar.

In het univ is er veel volk. In een bepaalde kamer staan kasten die moeten afgesloten worden tegen het einde van de dag. Katelijne zal er voor zorgen. Er is daar een vent die iets uit de kast neemt en er gewoon mee naar buiten komt, uit de kamer dus. Katelijne heeft opdracht om de deur te sluiten, en  heeft niet in de gaten dat er iets is gestolen. De man staat daar in het midden van ons met veel geste uitleg te geven over zijn trofee, alsof hij er alles over weet. Dát heeft hij gestolen, zeg ik, maar het zijn zijn eigen prullaria.

We maken een constructie met draden tussen palen, als telefoon- of elektriciteits- of wasdraden, in het groen. We moeten naar een ander stel palen gaan, en terug draden over de weg spannen. Ik trek een lijn met een stift, in de lucht, van de ene paal, over straat, naar de andere. De lijn blijft staan in de lucht, alsof het op papier zou zijn, en hangt als een groene draad tussen de palen. Er komt een madam met een camion buiten gereden, en ze trekt met het bovenstel van haar wagen de draden er terug af. De ruimtelijn moet er eerst aan geloven, dan een paar groene en dan stoot ze tegen een cluster van drie of vier witte nylonachtige touwen en blijft hangen. Niet dat ze niet verder zou kunnen, maar toch niet zonder een en ander te beschadigen. Ze lacht, en zegt dat we de draden even rap, nadat ze is weggegaan, kunnen terughangen.


Vrije Associatie
09-05-2003

mummie. Ref. 1

Het museum in Brussel, waar ik eens geweest ben met Bernadette, het meisje van de goddelijke liefdesbrieven. Waarschijnlijk heb ik daar gezien wat er van komt als je goddelijk wordt. De koninklijke hoogheid lag naar mij te greinzen, en ik was er behoorlijk door geshockeerd. Het probleem was dat ik toen eigenlijk twee lieven had. Een van vlees en bloed, Mia, die wel een beetje met mij meeging als lief, en ook brieven schreef als vrouw naar een man toe, maar eigenlijk niet erg verliefd op mij was. Ik noemde Mia mijn prinses, toen. Bernadette was verliefd op mij, maar dat wist ik toen nog niet, wegens dat ik helemaal niet verliefd op háár was. We schreven brieven naar elkaar over god en liefde, liefde zonder lijf. Twee vrouwen, en doodgaan van de goesting.

afgebrande kerk. Ref. 2   overloop. Ref. 3

Twee torens, de een is afgebrand en volledig nieuw gebouwd, de andere is gerestaureerd, en daartussen is er een brug, waarop ik naar het vernieuwde deel loop. De twee prototypes voor 'vrouw' zijn blijkbaar aangepast aan moderne noden, en er is een brug tussen. Mee en ma, bijvoorbeeld. In het hele begin waren de twee één, samen deel uitmakend van de 'kerk', het grote gebouw waar ik mij in bevond bij mijn geboorte. Het doet mij zo een beetje denken aan de goede en de slechte borst van Melanie Klein. Toch eventjes uitdiepen misschien.

Bernadette. Ref. 4   prinses. Ref. 5

Bernadette Soubirou, die van Lourdes, had verschijningen in een grot. "Te Lourdes op de bergen, verscheen in een grot", klinkt het liedje. "De moeder van God". Als mijn moeder de Moeder van God is, dan ben ik God.

Willem Kloos (Ref. 43) :

Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

Het idee komt dikwijls in mijn gedachten. Broeder godsdienst heeft het er dan ook diep ingeboord. God is in mij. En als God in mij is, waar ben ik dan? Misschien ben ik dan een stuk van God, en aangezien God oneindig groot is, is een stuk daarvan dat ook. Dus, ik ben God. Voila. Ook: God is overal, in de hemel, in de hel en op alle plaatsen. Stond in de Katechismus. Het was een klein boekje dat de broeders gebruikten voor godsdienstonderricht. Vragen en antwoorden. En we moesten ze allemaal van buiten leren. Ze hielden er zelfs een competitie voor, wie het meest en met de minste fouten de vragen kon beantwoorden, gelijk bij gedichtjes leren, had prijs. Ge moest er geen bal van begrijpen, alleen van buiten kennen. Voorbeeldjes (Ref. 44):

231. Wat is de hoogste norm, waarnaar wij ons leven moeten richten?
De hoogste norm of richtsnoer voor ons leven is de wil van God zelf.
232. Wat is het geweten?
Het geweten is de uitspraak van het verstand, dat een praktisch oordeel geeft over de vraag, of een bepaalde handeling zedelijk goed of slecht is.
233. Moet de mens zijn geweten volgen?
De mens moet zijn geweten gehoorzamen, maar hij is wel verplicht, dit telkens weer in te stellen op de openbaring van God in de Heilige Schrift en de overlevering volgens de bevoegde uitleg van het kerkelijk leergezag.
234. Hoe luidt het voornaamste gebod?
Het voornaamste gebod luidt: “Gij zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en heel uw verstand. Dat is het eerste en voornaamste gebod. Het tweede is daaraan gelijkwaardig: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.” (Vgl. Matth. 22,37-39; Marc. 12,30-31).

Hebben ze ons dus ingelepeld vanaf het eerste studiejaar, een beetje met de keer. De wil van God, die we kunnen kennen door ons geweten, dat ons verstand is, gebaseerd op het kerkelijk leergezag. Daarzie. Blindelingse gehoorzaamheid aan de kerk, en de kerk wordt vertegenwoordigd door de Paus, die onfeilbaar is, en die spreekt door de stem van de pastoor, en aangezien de broeders ook een zwarte rok aanhebben, door de stem van broeder godsdienst. Het geweten is de stem van broeder godsdienst, maar dat mag niemand weten, goed geweten, anders zul je het geweten hebben. Helemaal aan het begin van de lagere school ging dat nog goed, bij Meester Leo, en dan bij Meester Robert (die later zelfmoord heeft gepleegd), dan bij Meester Gilbert, twee jaar na elkaar, die mij op den duur beu was en ik hem ook, en daarna meester Raimond. Broeder PietjePak, die later zijn kap over de haag heeft gesmeten, gaf les in het andere vijfde leerjaar. Vijfde studiejaar dus. Broeder PietjePak zat in de broekjes van de jongens, zo terloops, alsof er niets aan de hand was. Niemand begreep er iets van, en we vroegen aan elkaar : "Heeft hij het bij jou al gedaan?", "Wat", "Nee dus". Of anders : "Jaja, 'k weet waarover het gaat". Meer niet. Traumatisch was dat niet, maar wel een beetje verwarrend. Vooral in verband met het zesde en negende gebod, de twee voornaamste over seks, vuile manieren en doodzonden.

235. Wanneer hebben wij God lief boven alles?
Wij hebben God lief boven alles, wanneer wij Hem hoger stellen dan alles op de wereld en bereid zijn liever alles te verliezen dan Hem door een doodzonde te beledigen. (ref. 44)

Ge verliest dus beter alles dan God te beledigen door een doodzonde. En aan je geslachtsdeel zitten is een doodzonde, maar als God er nu zelf gaat aanzitten, wat moet je daar dan mee doen? Niemand kan het zeggen, maar het blijft toch een interessante vraag. Er wordt dan tussen de regels ook bijgezegd dat het vlees zwak is, dus, als het zo nu en dan eens per ongeluk gebeurt, nietwaar. Enfin, nu kan het mij allemaal geen fluit meer schelen, maar het opsnuiven van de sfeer van toen, Katechismus, geeft toch een wrang gevoel.

Dat gebod nummer één, dat je God boven alles moet liefhebben, en daarna je naaste gelijk je zelf, is ook zo raar. Je moet vooral anderen liefhebben, niet jezelf, maar wel de naaste gelijk je zelf, dus eerst je zelf, maar dat mag eigenlijk niet, want dan ben je een egoïst. Dus. Schiet alleen nog God over om lief te hebben, naar instructies van broeder godsdienst, die eerst de meester was die niet zo heilig was, maar dan broeder werd en heilig maar zwak van vlees, waarmee eigenlijk het bewijs geleverd was dat alleen pure liefde zin had, liefde zonder lijf, als een mummie, zo dood als een pier. Het wrange gevoel komt vooral door de hele berg instructies over relaties, die als een hele hoop nonsens kan beschouwd worden, maar die we wel moesten van buiten leren. Tijdverlies en rommel in je kop, duidelijk rommel want niet eens nageleefd door de verkondigers. Plakwerk. Nu makkelijk gezegd, maar toen niet. Vooral niet in het middelbaar, waar het geïncorporeerde 'geweten', de stem van God, fel in conflict kwam met de stem van mijn lijf, gesteund door de handelingen van broeder Typ en broeder Muziek. De handelingen van de apostelen dus, die dan bijgestuurd werden door broeder godsdienst in Brugge. Die was pas heilig, en lid van de sekte van de Focolari, en beul die het laatste stukje vel van mijn vader achter mijn stoel hing om mij nog heiliger te maken.

duvel bier. Ref. 6

De hele boel is beginnen gisten, mede door de goede ondergrond van pa en ma en pee en mee, en zo, en is dan veranderd in duvel, gelijk mijn pa van stiel. Ondertussen zit ik daar op mijn kamer, de slaapkamer van mijn ouders apropos, naar buiten te kijken studeren en brieven te schrijven over liefde naar een lief dat geen lief is maar wel verliefd is op mij, maar waarvan ik niet weet wat zij voor mij voelt, terwijl ze steeds maar weer schrijft hoe lief zij mij heeft, in naam van God. Godverdomme. En dan roken en een glaasje wijn drinken en Librium pakken om nog een beetje het hoofd boven de gistbak te houden. Dat is dus het symbool 'afgebrande kerk' in twee stukken, uit de droom. Hij is nu mooi vernieuwd, met een brug tussen de twee delen. Het afgebrande stuk van Bernadette, dat volledig herbouwd is, en het vervallen stuk, van Mia, dat gerestaureerd is.

de bruidegom van de princes. Ref. 7

Over de prinses valt nog een ander woordje te zeggen. Ook geen kattenpis. Mijn eerste verliefdheid was in de derde kleuterklas, maar die prinses haar naam ben ik vergeten. Ligt op de punt van mijn tong. Eleonora, Renilde, Lisbeth, iets, de slimste en mooiste en grootste, en die naar mij niet omkeek, mij waarschijnlijk nooit opgemerkt heeft. Op de foto, van een DVD, staat de redder met zijn geweer, klaar om de wolven af te schieten. Uoni, broeder van de wolven, heb ik eens gelezen, maar dat is een ander verhaal, iets van stoer en sterk en alleen en liefde van de wolven bij gebrek aan wat anders. Ik voelde geen echte 'verliefdheid', maar een soort verlangen om door haar, Laurette (is mij een dag na de reeks Eleonora, Renilde, Lisbeth te binnen gevallen, plots), gezien en gewaardeerd te worden, wel wetende dat ik nog een beetje moest groeien, dat het niet ging gaan dus. Een verlangen om graag gezien te worden, en om graag te zien en juist daarom liefde terug te krijgen. Als het verlangen om de penis te zijn van de madam die er geen heeft, aldus Lacan, maar daar heb ik toen nooit aan gedacht.

TBC. Ref. 8   tbc test tuberculine. Ref. 9

Mijn experiment met Elian en haar Pruim, met vader Nessie die haar liet nadoen voor Hem, wat ze voor mij had gedaan, was iets met nieuwsgierigheid, erotiek, lust, verlangen, en daarna vernedering en schuldgevoel. Geen verliefdheid, geen verlangen om aan de onderbuik van de juffrouw in kwestie te hangen als Piet (de eerste keer trouwens ook niet). Pikant detail : toen ik een jaar of acht was, kwam die steenezel van Nessie de muren verven bij nonkel Wise, in donker bordeaux voor één muur, donder groen voor een andere en nog iets donkers. Die had uitgerekend TBC, waarvan akte, en in het licht van de vernederingen ervoor, graag gedaan. Minder was, dat White en ik, bij de volgende turberculinetest allebei 'positief' waren, ferm besmet. Die vent kon mij niet gerust laten, noch psychisch noch lichamelijk. We moesten naar het longonderzoek in een gespecialiseerde kliniek. Geen van beiden had iets aan de longen. Goede weerstand, flinke gevechten geleverd tegen de beesten, en uiteindelijk niet ziek geworden. Ewel merci, zeiden ze thuis, kom dat nu tegen, maar ja, die dronk ook zo veel, ... . Zeveraars.

trappen. Ref. 10

Hoe ik aan het lief met de trapjes gekomen ben, weet ik niet. Waarschijnlijk ook een soort 'pennevriendin'. We schreven in elk geval brieven naar elkaar. En er was ook iets met een 'poëzie', zo een boekje met tekeningen. Ik ging er soms binnen, niet zo'n mooi huis als op de foto, maar wel iets met stijl, zo als zo veel nu al afgebroken oude huizen in Knokke. Er onder was ooit een winkel geweest, met leer denk ik. Mijn moeder vond dat ik niet te veel rond het meisje moest draaien, omdat haar vader TBC had gehad, en misschien wel nog niet goed genezen was. Tering, was het woord, krottig volk, geen educatie, bucht. Was ik voordien ook al eens tegengekomen met een meisje in de Keuvelhoek, die vertelde waar de kindjes vandaan kwamen (niet van de ooievaar). Het was slecht volk, voila, een gevaar voor de volksgezondheid. Op dat meisje, wiens naam ik al evenmin onthouden heb, was ik wel een beetje verliefd, rond mijn zeventiende denk ik, en zij misschien wel een klein beetje op mij, maar de bloem bloeide niet, wegens 'tering'. Ge moet de tering naar de nering zetten, maar als er tering aan te pas komt, dan gaat de vlieger niet op, en dus ook niet op de trapjes. Eigenlijk vond ik het zelf ook geen prinses, maar ge kunt nu toch ook niet altijd de lotto winnen, dacht ik. Oefenmateriaal dus, maar het kon niet.

fotograaf. Ref. 11

Mia was fotografe, en haar vader ook. En daar was ik wel degelijk verliefd op, om haar uiterlijk en om haar manier van spreken en om haar lijf, en om haar foto's, en, en omdat haar moeder een beetje 'ziekelijk' was. Wat ze had weet ik niet, maar ze moest toen wel eens voor observatie naar het ziekenhuis, en ik ging mee met Mia, tot aan het hospitaal, en bleef dan buiten wat rondwandelen. Ze wilde niet dat ik meeging. Tot overmaat van ramp zei mijn moeder dat de vader van Mia, raad eens, tering had gehad, en dat geneest eigenlijk niet, of het was niet genezen of weet ik veel. Ik had het weer aan mijn fles. Maar deze keer kon het mij verdomd niet meer schelen. Ik pakte ze toch vast, en kuste haar graag. Zij mij niet, denk ik. Voor haar zal ik oefenmateriaal geweest zijn, hoewel ze aardige brieven naar mij schreef, geen goddelijke. Toch heeft ze afgehaakt, omdat haar vader haar had gezegd dat alle liefde, of verliefdheid, passie is, en geen echte liefde. En ik was nogal opgelaten over mijn echte eerlijke volle totale grote liefde voor haar. Misschien wou ze geen grote liefde, alleen passie, ik weet het niet. In ieder geval, het lied was rap uit. Ik had er een portret van, bij manier van spreken. Een ervaring rijker en een illusie armer.

flytox. Ref. 12

Ik heb het vroeger wel eens gezien bij mensen, en ook bij César, de beenhouwer, maar dan bij zijn vrouw, die kruidenier was daarnaast. Thuis niet. Daar gebruikten ze eerst een vliegenvanger, en later rode bolletjes aan een touwtje. Je moest het in water hangen, een klein beetje op het dekseltje, en dan aan het plafond. De vliegen kwamen er op en vielen na een tijdje dood. De Fly-Tox spuit was waarschijnlijk veel te gevaarlijk, of te duur. Toch werd de spuit telkens bovengehaald als ik met een meisje in contact kwam. Vergif dat horen en zien verging, voor de tering nog wel, de bleekziekte. Komt een beetje overeen met de masturbatieziekte, waar je ook van wegteert in je kop.

tbc, bleekziekte. Ref. 13   symptomen bij masturbatie. Ref. 14

Bleekziekte links, en plat zitten rechts, door masturbatie uitgemergeld. Bleekziekte is nog veel erger dan de gevolgen van fluitentrekkerij. Met meisjes omgaan, of er rond draaien, veroorzaakt dodelijke besmetting door onrein spul. Dan zei mijn moeder, toen ik Lieve leerde kennen, en dus prijs had dan, dat ik eerst heel Knokke had moeten platpoepen, vooraleer mij te binden. Een ultieme poging om mij van dat beest weg te lokken, maar dan wel een heel stomme. Deze keer wou ik ze hebben, al moest ik suikerziekte, waterpokken, pest en cholera tegelijkertijd opdoen. Voila, dat is dus de tweede toren van de kerk, die van mijn moeder.

ruine van de kerk. Ref. 15   herstelde kerk. Ref. 16

Na een mooie restauratie komt er een nieuwe kerk te voorschijn. Hoe het mogelijk is dat het beeld in de droom gebruikt wordt als nieuw en bewoonbaar, weet ik niet goed. Het lijkt mij wel mooi, om in een kerk te vertoeven om bijvoorbeeld een orgelconcert bij te wonen, of om naar het bouwsel zelf te kijken, of misschien om een begrafenis van een ambetanterik bij te wonen. Een kerk is nu in ieder geval een kerk, een bruikbaar prototype. De lusters die er hangen op de foto, trekken goed op de luchters in de nieuwe kerk van Knokke, en deze van in de living vroeger bij mijn ouders. Deze liggen wel al op de 'container', die in de kerk hangen er nog. Er wordt ook gewerkt aan metaal, in de droom, rommelig. Er hangt blijkbaar nog een kroonluchter in mijn kop ook.

kwarts insluitsel. Ref. 17   calciet insluitsel. Ref. 18

Ingesloten kwarts (links) en calciet (rechts) in een ander kristal (smaragd). Varens die opgesloten zitten in een plastieken lat is andere koek.

barnsteen met varens. Ref. 19   bijen in polyester. Ref. 20

Varens in barnsteen, versteend hars met insluitsels van beestjes en plantenresten, goudgeel en licht. En nagemaakt wordt het ook wel, met polyester bijvoorbeeld, en verse bijen. Hier is het wel de bedoeling om er coupes van te maken voor onderzoek, maar in mijn droom moest ik de aard van de steen bepalen aan de hand van de insluitsels, en 't was dan nog plastiek ook. Nep en helemaal geen steen, en ook niet wetenschappelijk.

ijs op het meer. Ref. 21

Inclusies in ijs op het water. Mijn vader nam mij mee om te leren schaatsen op de Isabelle vaart, tussen Knokke en Westkapelle. Vaart, ja, een brede gracht was het, en vol volk. Onder de bruggen door moest je ferm je kop intrekken, een beetje gelijk rioolratten, en het ijs was allesbehalve van 'goede kwaliteit'. Als op zo'n smalle strook een hele boel mensen schaatsen, dan wordt dat natuurlijk een beetje ingesneden. Eigenlijk wel goed, want de ouwe schaatsen die ik kreeg sneden niets meer.

oude houten schaatsen. Ref. 22

Ze trokken er een beetje op, maar dan zonder krullen, en ik kon er met moeite mee vooruit geraken. Mijn pa had moderne ijzers onder zijn voetbalschoenen laten monteren, en dat ging blijkbaar vlot. Ik heb ze ook eens geprobeerd, maar die waren veel hoger. Pas later ging het een beetje. Dat om te komen tot het 'ijs'. Prototype voor ijs, toen ik nog kleiner was, denk ik, op de 'lak' van Knokke. Die vroor vroeger blijkbaar regelmatig dicht, en dan konden we er op. Er stonden ook stalletjes met drank, en vuurpotten langs de kant, als bij een staking tegenwoordig (omdat er geen echt ijs meer is). Dus op het ijs gaan lopen, op een meer dat groot en diep was in mijn ogen toen, en verwonderd zijn dat ik er niet doorzakte of inschoot. Er waren wel een paar 'putten' langs de kant, die er in gekapt waren voor iets, waar je het water wat op en neer kon zien gaan, dus zat er nog wel degelijk water onder dat laagje ijs. Ik was er al tot in het midden op gegaan, en een paar keer op mijn kop gevallen en zo, toen op een plaats een krant in het ijs stak, een bladzijde uit de krant die scheef door het heldere ijs leesbaar naar mij lag te staren, met daaronder of daaromheen een donkergroene diepte, en scheuren en barsten en spulletjes in de harde laag. Een gevoel van op grote hoogte wakker te worden, met niets dan diepte onder je voeten, opgeslokt worden door de zwarte dreiging. Een heel intens moment, van een paar seconden, waarbij het beest in mijn lijf zich toont in al zijn beangstigende wildheid, als een afgrond, of een oneindig diepe put, mijzelf daarop in wankel evenwicht, en de wriemelende mensenmassa om mij heen. Lijf - bewustzijn - mensen.

rekenlat. Ref. 23

De lat uit de droom bevat iets varenachtigs, en het was beslist geen rekenlat. Nonkel Wise had een klein rekenlatje op zijn bureel, en ik heb er af en toe verwonderd staan naar kijken. Het heeft een venster als van ijs, en eronder een geheim waarmee je kan rekenen. Vermenigvuldigen, delen, worteltrekken, logarithmen, machten. Mijn nonkel beweerde er mee te kunnen werken, maar hij heeft het mij niet uitgelegd. Veel te moeilijk, en enkel geschikt voor heksen en tovenaars die ergens in de koude diepten van een winters bos bij het haardvuur snode plannen zaten te smeden om kinderen door boze machten aan hun wortel te trekken en ze dan te vierendelen. Logarithme, dat kon ik niet onthouden, of misschien wist nonkel het ook niet, en van vermenigvuldigen had ik natuurlijk wel al gehoord, al was het maar van de vermenigvuldiging van de broden door Jezus. Je neemt een mand brood en wat vis, en verdeelt het aan een mensenmassa. Je geeft en blijft maar uitdelen, tot ze allemaal verzadigd zijn, een beetje zoals nu gebeurt met armen, werklozen en andere schapen.

winter in het bos. Ref. 24   met ijs bedekte varen. Ref. 25

Sneeuwvlokken lijken wel varens, alsof ze echt gegroeid zijn, en dat zijn ze natuurlijk ook, net zoals ik. Het bos heeft iets weg van kijken in het ijs. Je staat er niet op, maar er in, en achter elke horizon, heel nabij, loert alleen maar gevaar. Nonkel Leo heeft mij eens 'achtergelaten' in het bos, voor eventjes, en het gaf exact de gevoelens van angst als op het bevroren meer. Het beest dat van uit zijn buik begint te huilen van angst, als een achtergelaten hondenjong.

Heilig bloed. Ref. 26

Gezien in het nieuws van gisteren (VRT, 29-05-2003). De heilige bloedprocessie, of moet ik zeggen de heilig-bloed processie, in Brugge. Een ampul met 'bloed', meegebracht door Godfried van Bouillon uit het heilig land, als zijnde bloed uit de wonden van Jezus aan het kruis. Ze hebben er nog ergens een beetje van, en dat wordt dan om de zoveel jaar vloeibaar, op aanvraag van de priesters en in aanwezigheid van een grote massa volk. In Brugge was er ook een heleboel volk. Ze kijken blijkbaar allemaal graag in de glazen bol met bloed, als in de diepte van het mysterie van lijf en verleden, omweven met angst en dood en vloeibaar. Eigenaardig dat de man die het buisje vasthoudt zo opgetut moet zijn, met alle ceremonieel er rond, alsof het mysterie enkel voorkomt in een speciale omgeving, en niet alledaags is. Ik heb het altijd aangevoeld als aanwezig in mijn lijf en leden, en de plechtigheden die er rond geweven werden als iets anders, alsof 'ze' het wilden wegduwen met stoere constructies en toverformules, door er zo pompeus over te doen te kennen gaven dat het onbereikbaar is, of misschien wel niet bestaat, of toch iets anders is dan wat ik voel. En als ik dan zeg wat ik voel, dat 'ze' kijken alsof ik toch maar een rare snuiter ben. Het is natuurlijk raar als je bedenkt dat je met het skelet van je vader of moeder in je lijf rondloopt, vooral als je het vlees en bloed er van wegdenkt. Spookfilm.

mozes met de stenen tabellen. Ref. 27   medusa. Ref. 28

Voila, daar zit de houder van de tabellen, de stenen tafelen naar het heet, en ik weet niet goed of ik alles wel goed heb bestudeerd om te slagen in het examen. Een versteende vent. Ik heb daar eens een film van gezien, met Medusa, een godin met slangen in haar haar, en die iedereen in steen verandert door er naar te kijken. Afschuwelijk en griezelig. Mozes zit daar dan toch maar, met twee ijshoorntjes op zijn schedeldak, om zijn verlangens af te koelen, en zijn wetboek onder zijn arm, om van buiten te leren en te verkondigen aan het volk. Ik denk dat de blik van mijn moeder ergens bij Medusa te bekennen valt. Ze wil absoluut niet dat ik van vlees en bloed ben, man ben, erotische belangstelling heb en een lief wil, anders dan zijzelf, anders verandert ze mij in een stenen beeld. Het beeld van mijzelf gezien door de ogen van mijn moeder, of, de ogen van mijn moeder als de spiegels van mijn ziel. Alzo word ik wel degelijk de penis van mijn moeder, maar die staat dan wel op de verkeerde plaats, en niet omdat ik naar haar verlang, of om haar verlangen te zijn, maar om haar destructieve neigingen te ontlopen door als een rat te verstenen voor de muil van een slang. De droom waarin ik achtervolgd word door een monster, maar geen voet kan verzetten van angst.

archiefkasten. Ref. 29

De kasten in het univ, die moeten afgesloten worden en beveiligd tegen diefstal. Prof Ghysbrecht zat soms op de kast gedurende het mondeling examen, naar het schijnt. Natuurlijk een goede manier om studenten op de kast te jagen. Een die gebaart er iets uit te nemen en dan zijn eigen spulletjes toont als het gestolene geeft ook een raar effect. Het is nogal ontwapenend, ge staat daar dan met uw molekens, zeggen ze in Gent.

molekes. Ref. 30

Ik heb mij daar dikwijls voelen staan met mijn molentjes, ook al heb ik niet veel molentjes gekregen. Dat was over het algemeen voor de toeristen, niet voor de kinderen van Knokkenaars. De kraan van de loodgieter lekt ook altijd, zeggen ze, dus in een 'badplaats' verkoop je zo'n dingen aan klanten, buitenlanders.

waslijn. Ref. 31

De waslijn, de ruimtelijn, is het eigenlijke punt van de droom. God mag weten wat het betekent. Een lijn trekken met een stift in de ruimte, die blijft staan als een lijn. Ik dacht aan de verbinding tussen twee punten in de ruimte, de mentale ruimte. Toen mijn ma de was wilde ophangen, veegde ze de draden altijd eerst af met een vod. Neem de draad tussen de vod vast, en trek de draad erdoor van het ene eind naar het andere, of, ga zelf van paal naar paal met de draad slierend tussen de doek. Er wordt een zwarte lijn getrokken op het wit van de stof. Dat is natuurlijk ook een ruimtelijn, maar een negatieve, het negatief van een lijn. Pa was eens bezig met het knippen van ijzerdraad, de dikte van wasdraad, waarschijnlijk voor zijn duiven, en in plaats van de draad door te snijden, brak een van de bekken van zijn tang af. Hij was behoorlijk in zijn wiek geschoten over de brol die ze hem nu weer verkocht hadden. Het was een 'universele tang', een platte tang volgens hem.

tang. Ref. 32

Ik stond er op te kijken in de keuken in de Keuvelhoek. Hij sneed een hele stapel ijzerdraad in stukjes, misschien wel voor tralies voor zijn kweekduiven, elk een kot apart weet je wel. En de draad knipte de tang door, negatief knippen dus.

Marten Toonder (Ref. 45):

Helemaal afgezien van de context van de Duitse bezetting merkt Toonder achteraf op, dat zijn beste verhalen die verhalen zijn die over grotere dingen gaan dan een actuele aanleiding. Eén zo'n verhaal is De gezichtenhandel1) over de plamoen, een wezen dat het gezicht weerspiegelt van ieder die hem aankijkt. Dat is een schokkende ervaring voor de kijker, die in de plamoen zijn ware gezicht ziet. Over verhalen met actueler thema's is hij minder tevreden.

Joachim Duyndam (Ref. 46):

Ik wil het verschijnsel plamoeniteit in eerste instantie langs een omweg benaderen, en wel door het te contrasteren met het schijnbare tegendeel ervan, namelijk met wat in de psychoanalyse projectieve identificatie heet, en wat in ons alledaagse zelfverstaan onder de noemer projectie gemeengoed is geworden.

Anneke de Wolf (Ref. 47):

Ogden (1994, in: Dubner,1998, ref. 50) werkt de ideeën van Klein over projectieve identificatie uit. Hij ziet projectieve identificatie als een primitief afweermechanisme, en ook als een intrapsychisch en interpersoonlijk proces waarin een poging wordt gedaan met negatieve gevoelens om te gaan door de ander niet alleen anders te gaan bekijken, maar daadwerkelijk te veranderen, zo dat de ander aan de projectie voldoet.
Volgens Ogden bestaat het proces van projectieve identificatie uit drie fasen:

  1. de projector heeft een onbewuste fantasie waarbij hij ongewenste gevoelens of aspecten van het zelf projecteert in een andere persoon of groep van personen;

  2. door subtiele interpersoonlijke interactie brengt de projector de ontvanger ertoe zich te voelen of te gedragen overeenkomstig de geprojecteerde inhoud....;

  3. de ... projecties kunnen worden geïnternaliseerd door de projector.

Freud en de psychoanalyse (Ref. 48):

Overdracht of 'Übertragung', zoals Freud het noemde, is dat men in een situatie in het heden nooit voor honderd procent adequaat in de tegenwoordige tijd zit, maar dat er deels (onbewust in de regel) een herhaling plaatsvindt van een analoge emotionele relatie uit de vroege jeugd. Iemand heeft bijvoorbeeld een glas wijn gedronken, zit in de auto en wordt aangehouden voor een alcoholcontrole. Dat is een onaangename situatie, hoewel hij rationeel weet dat er niks kan gebeuren. In de relatie tussen de agent en de chauffeur zit een bepaalde emotionele lading van vroeger, zoals die van het kleine jongetje tegenover de strenge vader. Zo speelt overdracht in het dagelijks leven altijd een rol.

 Jaques Lacan (Ref. 49)

Du fait de parler, nous devons renoncer à être tout dans les choses, mais aussi à être tout dans les mots.

Les mots introduisent une discontinuité par rapport aux choses. Le monde des choses est continu. Le monde des mots est discontinu. Nous savons que les mots ne peuvent qu'approcher les choses. Les choses sont devenues inacessibles en soi. Pour désigner un objet nous devons passer par un mot, qui lui-même renvoie toujours à un autre mot, c'est comme un mur, un obstacle.

Cela crée un malaise, lui aussi incontournable, entre le sujet et la chose, entre le sujet et les autres, entre le sujet et lui-même.

Ce sujet n'est pas appréhendable directement, mais indirectement par quelque chose qui n'est pas le sujet, mais le moi.

Je parle de moi.

Il y en a deux : " Je " fondateur, " Je " qui cause, il ne dit pas quoi de lui, le " Je ", mais on suppose qu'il est là, puisqu'il parle. Et celui dont il parle ; le " moi ", est toujours en-deçà .

Lacan a décrit le stade de miroir pour parler de cette aliénation. L'enfant se voit dans le miroir et jubile lorsqu'il comprend que celui qu'il voit c'est lui. " Je " vois " moi ". En fait l'image de Je " ce n'est pas " Je. Je ne peux y arriver que par l'image de moi ".

Nous sommes tous pris par cette fracture entre 'Je' et 'Moi'. Lacan a résumé cela par le schéma suivant:

Lacan S-a-a'-A. Ref. 33

sujet toujours " barré " car on n'arrive pas à le cerner.

a = le moi
a'= l'image de l'autre, le semblable.
A = l'Autre, car la parole est toujours Adressée à l'Autre et l'adresse dépasse toujours celui en face de soi.

Ce schéma indique qu'il y a fracture, l'adresse n'est pas directe, et développe 2 axes : l'axe imaginaire continu et l'axe symbolique discontinu.

Bien sûr, on peut se parler et communiquer les uns avec les autres, certains malentendus sont dissipables, mais il y en a toujours qui ne le sont pas.

Pourtant, chaque fois que quelque chose ne va pas, on suppose toujours qu'il y a quelqu'un d'autre qui peut nous éclairer, un savoir qui peut nous venir en aide.

telefoonlijnen met ventje. Ref. 34   neuronen net. Ref. 35

De droom spreekt over ruimtelijnen. Ze worden heel gemakkelijk gespannen, als met stift op papier, en ze worden er even makkelijk weer afgereden. Groene wasdraden zijn wat ouder, en moeilijker af te rijden. De nylondraden zijn het moeilijkst, en zouden bij afrukken de structuur vernielen. Het hele beeld van de patriarchen of prototypes, en de ventjes of functionele clusters komt terug in mijn gedachten.

kunst galerie. Ref. 36

Ik loop rond in mijn hoofd, dat er nu uitziet als een stad met een archief als permanent geheugen, of als een galerie met allemaal prototypes, met elk een of twee labels (woorden), met weer een heleboel links naar andere zalen met verzamelingen. Elk 'object' in de verzameling, is een verzameling op zich, bijvoorbeeld een collectie fototoestellen.

verzameling camera's. Ref. 37

De camera in het midden, op de 'pied de stalle', is het prototype, de rest is er allemaal bijgegooid, als gevarieerde verzameling kenmerken met bijhorende woorden en beeldjes en associaties qua tijd en ruimte, de een al sterker dan de andere.

team. Ref. 38

Ik, dat is het team dat momenteel de dienst uitmaakt, en 'ik' mij bewust van ben, waar mijn aandacht naartoe gaat, waar mijn gedachten en woorden omheen draaien. Ze zitten hier allemaal bij elkaar, maar dat hoeft niet, ze kunnen evengoed vergaderen via de computer, en tijdelijk een team vormen naar gelang de nood zich voordoet. 'Ik' ben de verkozen regering, die na moeizame onderhandelingen is tot stand gekomen, en nu aan het roer staat. Om de haverklap is er wisseling van de wacht. Het hele systeem, de hele stad, land, wereld binnenin, is voortdurend in de weer, met massa's verschillende teams in vergadering, werksituaties, oorlogen en weet ik veel. Ik ben mij bewust van wat er op het nieuws te zien is vandaag, van wat de gezamenlijke ventjesheid beslist heeft om mee bezig te zijn.

spinnen. Ref. 39

Repelsteeltje zit te spinnen. Als Doornroosje zich plots prikt aan het spinnewiel (dat waarschijnlijk een beetje versleten was), dan wordt het plaatselijk bestuur dat zich bezighield met het spinnen van de kat een beetje verder, en met mijmeringen over de heks die een toverdrankje brouwt in haar paddenketel, plots naar huis gestuurd, en vervangen door een urgentieteam dat de spijker in een van de vingers van het organisme voelt dringen. Ondertussen zijn alle automatische veiligheidsinstallaties afgegaan, bij manier van spreken, en heeft madam haar hand weggetrokken en zo van die dingen. De eerstkomende seconden (jaren voor de ventjes) zal het vooral gaan over verwondingen en wat er allemaal bij komt kijken, pijn, bloed, plakkertjes, ontsmetten, ... . De verzameling 'in je vinger snijden' wordt aangesproken, met het prototype 'jaap' in het midden, bijvoorbeeld, op een staander. Het is een eenvoudig voorbeeld, waar weinig woorden aan te pas komen.

verliefd. Ref. 40

De gebeurtenis 'verliefd' is een beetje mistiger. Heel het biologisch systeem, het beest, neemt het grootste deel van het werk op zich om de zaak te regelen, en ik kom er ook nog aan te pas, van op afstand, en als regering van een land waar sinterklaas net gekomen is, vol beloftes en schitterende perspectieven. Er zal een ingebouwd prototype een grote rol spelen : kindjes maken, seks. Het cultureel prototype over mama en papa speelt eveneens sterk mee. De wereld van de fantasie zal er ook wel eentje leveren, denk maar aan sneeuwwitje en de mooie prins, symbool voor grote verlangens. Laten we ons concentreren op mama en papa als startbeeld, de hele galerieafdeling over 'ouders', met alle nevenafdelingen en toeleveranciers. Door en bij de verliefdheid wordt de partner (in spé) bekabeld, van ruimtelijnen voorzien, zoals het hoort bij mama en papa spelletjes, in mijn hoofd, en de partner in de buitenwereld wordt daar aan aangepast, weliswaar in de mist, maar toch duidelijk genoeg voor de ander om een en ander van op te vangen. Is de verliefdheid wederzijds, dan gebeurt het omgekeerde ook. We staan allebei in de mist te genieten van het moment. Tot madam met haar camion uit haar kot komt (of meneer), en enkele pas gespannen draden afrijdt. Geen erg, er zijn er nog, sterkere. Als die ook worden afgereden, dan gaat het ook nog wel, maar moeilijker. De oudste en nylonkousenachtigste worden best niet afgereden, want dan is het spel gedaan. Gebeurt dus meestal in relaties en in alles en nog wat. Ik kom iets tegen, en een prototype wordt daarvoor aangesproken als referentie of gebruiksaanwijzing, als er al een is natuurlijk. De 'realiteit' wordt in eerste instantie waargenomen zoals het prototype het voorschrijft. Gestalt is een mooi voorbeeld.

schaar. Ref. 41

Zoek een schaar in een schuif met nog vanalles erin. Als je er ook maar een stukje van opmerkt, dan, woep, is ie daar. Zo ook met een lief. Als er een paar kenmerken aanwezig zijn die overeenstemmen met het prototypen album, dan is dat lief een lief om verliefd op te zijn of te worden. Nieuwe informatie en verbindingen worden eenvoudig opgenomen, maar zijn zwak. Het overdrachtsysteem is veel sterker. Iedere man maakt van zijn vrouw in de kortste keren zijn moeder, en iedere vrouw doet het met haar vader, als meest voor de hand liggend voorbeeld. Het doorbreken van die oude draden is bijzonder pijnlijk, tijdrovend en energieverslindend, en het versterken van de verse ruimtelijnen even zo moeilijk. En de vrouw (mijn moeder in dit geval, met de camion van mijn vader die ik gebruik als voorbeeld) rijdt de nieuwe communicatie zo rap als kijken weer aan flarden.

nylons. Ref. 42

Het ontwerp van prototypes als nylons is erg interessant. Maar daar wil ik het nu niet over hebben. De overdracht van het beeld, de geur, de glinstering van de zijde en de moiree van de kousen, de jarretellen, de lengte van de nagel en de juiste dikte van de dijen kunnen, indien niet te veel afwijkend van het origineel, dienen als vonk voor verliefdheid. Als er nog een paar elementen bijkomen, zoals bijvoorbeeld de stem, de haarkleur, ogen en mond, en een soort lipstick, dan moet je vooral goed opletten of je hebt het zitten. Voornamelijk als je op jacht bent, en dus verwacht om een schaar te vinden in de schuif. Dan pak je hem vast om iets mee te snijden, ook al is het een doosopener bijvoorbeeld, tot je het doorhebt dat het iets anders is en het teleurgesteld teruglegt.

Projectieve identificatie : een kenmerk van mijzelf toekennen aan iemand anders, en er dan naar handelen. Misschien ook wel een beeld dat ik heb van wat de ander zou moeten zijn, en dat aanwezig is bij mij als referentie, het prototype. Ik denk dat zij mijn 'lief' is, en dwing haar zo veel als mogelijk met alle middelen die er zijn om haar zo te maken als ik denk dat ze moet zijn om mijn lief echt of nog meer te worden.

Plamoenisatie : als ik naar haar kijk, dan verandert haar gezicht in mijn ware gedaante, en zie ik mijzelf zoals ik ben. Zij doet haar uiterste best om zo goed mogelijk te trekken op wat ik in haar zie, hoe ze er in mijn ogen uit moet zien. Omgekeerd gaat dat evengoed op. Ik word door de Meduse betoverd om te worden wat zij van mij denkt te moeten maken, of hoe ik denk dat zij denkt dat ik zou moeten zijn, en waarbij zij mij aanwijzingen geeft die ik interpreteer aan de hand van de prototypes die in mijn referentiesysteem aanwezig zijn. Omgekeerde projectieve identificatie. Ik word de mal van de vorm die ik zou willen maken, maar die een andere is dan deze die ik eerst op het oog had, en die dus grotendeels bepaald wordt door die andere, en omgekeerd. Problemen ontstaan meestal doordat de eigen nylons sterker zijn dan de verse ruimtelijnen, kousen die dan gebruikt worden om de ander te manipuleren, vast te binden en desnoods te wurgen.

Overdracht : komt in mijn ogen op hetzelfde neer. Het is het trekken van een lijn van paal naar paal, waarbij een ingebeelde lijn ontstaat, een bloedlijn. Hij denkt dat zij het is, en zij denkt dat hij het is, referentiekundig naar het prototype en de omringende ventjes. De ander ontdekken als ander is andere koek. Bijzonder moeilijk te doorgronden, die ander, en kost zweet, bloed en tranen om er ook maar iets van te begrijpen, en hele pakken eenzaamheid van weerskanten om tot het besef te komen dat er geen gelijkaardige jarretellen aan te pas zullen komen, of bretellen met een blauw streepje zoals bij vader.

Axe imaginaire et symbolique : is duister en vuil en geheel geschikt om er niet te veel van te begrijpen. Toch trekt het beeld van a en a' mij enorm aan. Ik zie mijzelf door de ogen van wat ik denk dat ik zou kunnen of moeten zijn, en dat is natuurlijk voor een groot stuk bepaald door de ogen van de ander en door het beeld dat ik heb van mij in de spiegel en in de reflectie van de spiegel van de ogen van de ander. Bij mij voelt het aan als een feedbacksysteem, een regelsysteem om een spanning op peil te houden of een beoogd doel te bereiken. Ik zie ook jou door de ogen van wat ik denk dat jij zou zijn, vooropgesteld dat ik weet wat jij denkt over mijn denken over jou. Het gaat rond aan alle kanten, terwijl het een of de een zich aanpast aan de aanpassing van de ander aan de onderduimse aanwijzingen van de eerste. Het zogenaamde rechtstreekse doch onderbroken symbolische kanaal wordt gedragen door de ogen van de rommelige verzameling camera's die nog op mijn zolder liggen en omgekeerd. Veel stof om verder nog over na te denken. Ruimtelijnen zijn lijnen die aangelegd worden in de binnenwereld van de gevoelens en in de buitenwereld van de relaties als mogelijk parallelle constructies omheen bestaande oerbeelden. Zij zijn zwak en moeilijk te consolideren, maar toch even zo gemakkelijk terug aan te leggen, vooral als de persoon die ze afgereden heeft het zelf zegt, met andere woorden, als je je meer en meer bewust wordt van het hele systeem, als de versteende beelden beginnen spreken.

Referenties

  1. Mummie. http://www.si.umich.edu/CHICO/mummy/kings.html

  2. Afgebrande kerk.
    http://www.andrewsmithgallery.com/exhibitions/alanross/abr_1063.html

  3. Overloop. (http://www.uaa.edu.py/html/sede_central.html)

  4. Bernadette.
    http://www.padrepio.com/onlineordering/padrepiobookstore.htm

  5. Prinses. (http://yoyo.cc.monash.edu.au/groups/fome/pics/masq-2000/)

  6. Duvel. http://www.beermania.be/collections_frame.htm

  7. Bruid van de prinses.
    http://www.webwombat.com.au/entertainment/dvds/princess.htm 

  8. TBC. (http://www.fit-for-travel.de/)

  9. Tuberculine.
    (http://www.hc-sc.gc.ca/pphb-dgspsp/publicat/tbfs-fitb/tb-skintest_f.html)

  10. Trappen. http://www.thepoundhouseinn.com/cottage-steps.htm

  11. Fotograaf. (http://www.pro.gov.uk/ancestorsmagazine/)

  12. Flytox. http://www.mpacollections.com/divers2.html

  13. Bleekziekte. (http://gemeentearchief.amsterdam.nl/schatkamer/educatie/
    van_pest_tot_aids/tuberculose/tuberculoselijder/index.nl.html)

  14. Masturbatie ziekte. http://www.noharmm.org/paige.htm

  15. Ruïne van een kerk. http://www.hut.fi/~andres/m44/m44nigu3.htm

  16. Herstelde kerk. http://www.hut.fi/~andres/m44/m44nigu3.htm

  17. Kwarts insluitsel. (http://www.gemtec.com/incl_part4.html)

  18. Calciet insluitsel. (http://www.gemtec.com/incl_part4.html)

  19. Barnsteen met varens. http://home.fuse.net/paleopark/amber1.htm

  20. Bijen in polyester. http://www.wolverinesports.com/dissect3.html

  21. IJs op het meer. http://www.antarctica2000.net/gallery2/chadice.html

  22. Oude schaatsen.
    http://www.jerseyhistory.org/collection_details.php?recid=15

  23. Rekenlat. (http://slide-rules.com/FC282.jpg)

  24. Winter in het bos. http://www.scenicviewsstudio.com/nature10.htm

  25. Varens met ijs. http://members.tripod.com/adkbg/id195.htm

  26. Heilig bloed. http://www.vrtnieuws.net

  27. Mozes. (http://www.kunstbeeld.com/)

  28. Medusa. http://www.cslfdn.org/exhibits.html

  29. Archiefkast. http://www.wooning.nl/main.php?action=winkel&cat=33

  30. Molentjes. (http://www.bakerross.co.uk/thumbnail.asp?
    fldCatID_1=13&fldCatID_2=109)

  31. Waslijn. http://www.davidcarlson.net/clothesline.html

  32. Tang. http://tbx.toolbankexpress.com/about_retailer.cfm?
    CFID=881762&CFTOKEN=73355229&rID=23

  33. Lacan. http://www.homeoint.org/ehhds/rec26/franck.htm

  34. Telefoonlijn met ventje.
    (http://www.dpl.ca/Telecom/TelecomServices.html)

  35. Neuronen net. http://www.archiscan.net/

  36. Kunstgalerie. (http://www.landesgalerie.at/specials/kunstmesse01.html)

  37. Verzameling camera's. http://www.antique-cameras.de/

  38. Team. (http://www.oclc.org/usability/about/)

  39. Spinnen. (http://members.home.nl/kindersprookjesland/repelsteeltjes.html)

  40. Verliefd. http://www.mens-en-relatie.nl/rechterframe.htm

  41. Schaar. (http://www.xs4all.nl/~weird/planet/gebruiks/aanwijzing1.html)

  42. Nylons. http://www.high-heels-fashion.de/mng/

  43. Kloos. http://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/kloos/god.html

  44. Van buiten. http://users.pandora.be/katholieke-informatie/
    Biecht/De geboden (15) Chur.html

  45. Toonder. (http://www.antrop-ver.nl/motief/nummers/motief36-1.htm)

  46. Duyndam. http://www.som.net/markant/1999/2/26.htm

  47. de Wolf. http://www.centrum45.nl/articles/afg10.htm

  48. Freud. (http://www.delta.tudelft.nl/jaargangen/28/10/freud.html)

  49. Lacan. http://www.homeoint.org/ehhds/rec26/franck.htm

  50. Ogden. 1994, in: Dubner,1998.
    http://www.centrum45.nl/articles/afgnotes.php#dubner

 

Copyright © 2004 A. Syberg

Site Last  update     16.01.2007